1. Vorig jaar scoorde je op 1 november in je eerste match in en tegen Anderlecht. Hoe vaak heb je daaraan teruggedacht?

'Al heel vaak, maar niet zozeer aan dat doelpunt. Dat vond ik niet zo speciaal, ook al leverde het een punt op ( 1-1, nvdr) en scoor ik niet dikwijls. Ik denk vooral terug aan het applaus van de Anderlechtsupporters. Víér keer zelfs: voor de aftrap, in de derde minuut ( Deschacht speelde met het rugnummer 3 bij paars-wit, nvdr), na de match én na mijn goal. Tot mijn opluchting, want ik trok met wat twijfels naar die wedstrijd: hoe zullen de supporters reageren, na een moeilijk afscheid? Zeer positief dus. Een van de mooiste momenten in mijn carrière.'

2. Wie van de huidige Anderlechtkern is goed genoeg voor een basisstek in de beste teams van paars-wit waarin jij gespeeld hebt?

'Naast uiteraard Vincent Kompany - maar die was indertijd al mijn ploegmaat - alleen Nacer Chadli. Pure klasse: techniek, snelheid, kracht... - hij heeft alles. Bijna té goed zelfs om nu voor Anderlecht te spelen. Het verbaast me dan ook dat Chadli het bij buitenlandse clubs zo moeilijk gehad heeft.

'Voor de rest, van de jonge spelers? Sorry, ik zie niemand. Dat is geen kritiek, gewoon een vaststelling. Verschaeren en Saelemaekers hebben wel talent, maar zullen nog héél hard moeten werken om het niveau te halen van de middenvelders met wie ik bij Anderlecht gespeeld heb.'

3. Vergelijk eens de 19-jarige Olivier Deschacht met de 19-jarige Ewoud Pletinckx, jouw kompaan in de verdediging van Zulte Waregem?

'Hij staat al verder dan ik op die leeftijd, want op mijn negentiende zat ik nog in de B-kern van Anderlecht, vechtend voor een plaatsje. Pas net voor mijn 21e verjaardag heb ik mijn eerste match voor de A-ploeg gespeeld. 'Los daarvan herken ik me wel in hem: Ewoud weet perfect wat zijn kwaliteiten - hij is fysiek zeer sterk - en werkpunten zijn: het uitvoetballen. Hij is ook heel coachbaar. Veel van mijn jonge ex-ploegmaats begonnen bij de minste aanwijzing te gesticuleren. Ewoud niet: hij pikt mijn advies goed op. Je ziet hem dan ook week na week groeien. Ik hoop dat als hij stopt, na een lange carrière, dat hij dan even terugdenkt aan mij.' ( lacht)

4. Je hebt al veel trainers meegemaakt. Hoe onderscheidt Francky Dury zich van hen?

'Heel positief, vind ik: Dury staat dicht bij zijn spelers. Via individuele gesprekken probeert hij in hun huid te kruipen. Hij hecht ook veel belang aan (zelf)discipline, weet perfect wie wanneer te laat gekomen is. En als een speler, ondanks alle moeite, echt niet meewil, kan Francky hard zijn en die laten vallen.

'Mijn contact met hem is alleszins heel goed. Hij vraagt geregeld raad aan mij, net als aan kapitein Davy De fauw. Francky beseft dat hij, op zijn 62e, nog altijd kan bijleren. Ook van coaches in opleiding, zoals Davy en ik, want wij starten in januari aan onze UEFA A-opleiding. Met Davy klikt het trouwens ook erg goed. Later zou ik zelfs onder hem willen werken. Als assistent-coach, ja, want Davy is met zijn verbale kwaliteiten meer een T1 dan ik.'

5. Waarom is een 38-jarige speler, die al talloze topmatchen achter de rug heeft, nog zo kinderlijk blij zoals jij na de gevleide zege van Zulte Waregem op Waasland-Beveren? Niemand die meer straalde.

'Omdat ik nog altijd een winnaar pur sang ben. Ik kan voetbal nog altijd niet relativeren. Zelfs na het duidelijke verlies tegen Club Brugge ( 0-2, nvdr) moest je mij niet aanspreken. Na de zege op Waasland-Beveren was ik dan weer zo blij door onze winning goal in de slotminuut - heel lang geleden dat ik dat nog eens meegemaakt had.

'Sowieso ben ik met elke zege, elke match gelukkig. Omdat ik besef: een keer door mijn knie gaan en mijn carrière is voorbij. Ik speel dan ook elke wedstrijd alsof het mijn laatste is. En bewijs zo dat ik nog altijd een meerwaarde heb. De supporters van Zulte Waregem verkozen me zelfs al eens tot Speler van de Maand. Mijn mooiste moment dit seizoen. Want graag gezien worden, van de fans waardering krijgen, zoals van die van Anderlecht: daar doe ik het toch voor een stuk voor. Zelfs op mijn 38e.'

1. Vorig jaar scoorde je op 1 november in je eerste match in en tegen Anderlecht. Hoe vaak heb je daaraan teruggedacht? 'Al heel vaak, maar niet zozeer aan dat doelpunt. Dat vond ik niet zo speciaal, ook al leverde het een punt op ( 1-1, nvdr) en scoor ik niet dikwijls. Ik denk vooral terug aan het applaus van de Anderlechtsupporters. Víér keer zelfs: voor de aftrap, in de derde minuut ( Deschacht speelde met het rugnummer 3 bij paars-wit, nvdr), na de match én na mijn goal. Tot mijn opluchting, want ik trok met wat twijfels naar die wedstrijd: hoe zullen de supporters reageren, na een moeilijk afscheid? Zeer positief dus. Een van de mooiste momenten in mijn carrière.' 2. Wie van de huidige Anderlechtkern is goed genoeg voor een basisstek in de beste teams van paars-wit waarin jij gespeeld hebt? 'Naast uiteraard Vincent Kompany - maar die was indertijd al mijn ploegmaat - alleen Nacer Chadli. Pure klasse: techniek, snelheid, kracht... - hij heeft alles. Bijna té goed zelfs om nu voor Anderlecht te spelen. Het verbaast me dan ook dat Chadli het bij buitenlandse clubs zo moeilijk gehad heeft. 'Voor de rest, van de jonge spelers? Sorry, ik zie niemand. Dat is geen kritiek, gewoon een vaststelling. Verschaeren en Saelemaekers hebben wel talent, maar zullen nog héél hard moeten werken om het niveau te halen van de middenvelders met wie ik bij Anderlecht gespeeld heb.' 3. Vergelijk eens de 19-jarige Olivier Deschacht met de 19-jarige Ewoud Pletinckx, jouw kompaan in de verdediging van Zulte Waregem? 'Hij staat al verder dan ik op die leeftijd, want op mijn negentiende zat ik nog in de B-kern van Anderlecht, vechtend voor een plaatsje. Pas net voor mijn 21e verjaardag heb ik mijn eerste match voor de A-ploeg gespeeld. 'Los daarvan herken ik me wel in hem: Ewoud weet perfect wat zijn kwaliteiten - hij is fysiek zeer sterk - en werkpunten zijn: het uitvoetballen. Hij is ook heel coachbaar. Veel van mijn jonge ex-ploegmaats begonnen bij de minste aanwijzing te gesticuleren. Ewoud niet: hij pikt mijn advies goed op. Je ziet hem dan ook week na week groeien. Ik hoop dat als hij stopt, na een lange carrière, dat hij dan even terugdenkt aan mij.' ( lacht) 4. Je hebt al veel trainers meegemaakt. Hoe onderscheidt Francky Dury zich van hen? 'Heel positief, vind ik: Dury staat dicht bij zijn spelers. Via individuele gesprekken probeert hij in hun huid te kruipen. Hij hecht ook veel belang aan (zelf)discipline, weet perfect wie wanneer te laat gekomen is. En als een speler, ondanks alle moeite, echt niet meewil, kan Francky hard zijn en die laten vallen. 'Mijn contact met hem is alleszins heel goed. Hij vraagt geregeld raad aan mij, net als aan kapitein Davy De fauw. Francky beseft dat hij, op zijn 62e, nog altijd kan bijleren. Ook van coaches in opleiding, zoals Davy en ik, want wij starten in januari aan onze UEFA A-opleiding. Met Davy klikt het trouwens ook erg goed. Later zou ik zelfs onder hem willen werken. Als assistent-coach, ja, want Davy is met zijn verbale kwaliteiten meer een T1 dan ik.' 5. Waarom is een 38-jarige speler, die al talloze topmatchen achter de rug heeft, nog zo kinderlijk blij zoals jij na de gevleide zege van Zulte Waregem op Waasland-Beveren? Niemand die meer straalde. 'Omdat ik nog altijd een winnaar pur sang ben. Ik kan voetbal nog altijd niet relativeren. Zelfs na het duidelijke verlies tegen Club Brugge ( 0-2, nvdr) moest je mij niet aanspreken. Na de zege op Waasland-Beveren was ik dan weer zo blij door onze winning goal in de slotminuut - heel lang geleden dat ik dat nog eens meegemaakt had. 'Sowieso ben ik met elke zege, elke match gelukkig. Omdat ik besef: een keer door mijn knie gaan en mijn carrière is voorbij. Ik speel dan ook elke wedstrijd alsof het mijn laatste is. En bewijs zo dat ik nog altijd een meerwaarde heb. De supporters van Zulte Waregem verkozen me zelfs al eens tot Speler van de Maand. Mijn mooiste moment dit seizoen. Want graag gezien worden, van de fans waardering krijgen, zoals van die van Anderlecht: daar doe ik het toch voor een stuk voor. Zelfs op mijn 38e.'