Als Olympique Marseille in de halve finale van de Europa League de bovenhand neemt op RB Salzburg is de kans op een nieuwe Europese beker reëel: de finale wordt in eigen land gespeeld, op 16 mei in Lyon. De tegenstander wordt dan Arsenal of Atlético Madrid.

Gegarandeerd wordt er in de aanloop naar de match gemijmerd over het grootste succes in de geschiedenis van de roerige Zuid-Franse club: de winst in de Champions League in 1993, tegen AC Milan, in München. Raymond Goethals werd geconfronteerd met nogal wat arrogante voetballers, maar zette die in de hem eigen stijl naar zijn hand. Toen superster Eric Cantona op een gegeven moment uit blessure terugkwam, wilde Goethals hem aanvankelijk op de bank houden. Die zei dat je een Cantona niet op de bank zet. Waarop de Brusselaar repliceerde dat hij hem gewoon naast de bank zou zetten. En dat prompt deed.

Voor de finale tegen AC Milan wilde Goethals niet naar de Italiaanse club gaan kijken. Hij kende die als zijn broekzak. Uiteindelijk deed hij dat toch omdat de memorabele voorzitter Bernard Tapie daar fel op aandrong en hem daarvoor een premie gaf. Goethals vroeg wel om in het eigen stadion op de buitenspelval te mogen trainen omdat hij daar over een groter veld beschikte dan in het trainingscentrum. Om dat in Marseille te bekomen moest je van goeden huize zijn. Goethals vond het noodzakelijk. Hij nam de spelers bij de arm om te tonen waar ze moesten staan, hij leerde ze als het ware hoe ze zich op het terrein dienden te bewegen. Zo won Marseille de Europacup. In plaats dat Franco Baresi, de libero van AC Milan, het sein gaf om de tegenstander vast te zetten, drong Marseille de Italianen terug omdat ze in het eigen strafschopgebied bij de keel werden gegrepen.

Na die overwinning stortte Goethals zich niet in het feestgedruis. Hij trok naar zijn hotel en rookte op het terras van zijn kamer een sigaret. Toen hij in Marseille als trainer stopte viel Bernard Tapie op zijn knieën: 'Dat ga je me toch niet aandoen?!' Goethals was drie jaar bij deze vereniging, een record in de clubgeschiedenis. Terwijl Tapie bij wijze van spreken iemand was die een trainer drie keer per week op straat zette. Zelfs Franz Beckenbauer werd na twee maanden ontslagen. Of beter: weggepromoveerd. Het was toen dat de aanvankelijk als technisch directeur aangestelde Raymond Goethals trainer werd.

Als Olympique Marseille in de halve finale van de Europa League de bovenhand neemt op RB Salzburg is de kans op een nieuwe Europese beker reëel: de finale wordt in eigen land gespeeld, op 16 mei in Lyon. De tegenstander wordt dan Arsenal of Atlético Madrid. Gegarandeerd wordt er in de aanloop naar de match gemijmerd over het grootste succes in de geschiedenis van de roerige Zuid-Franse club: de winst in de Champions League in 1993, tegen AC Milan, in München. Raymond Goethals werd geconfronteerd met nogal wat arrogante voetballers, maar zette die in de hem eigen stijl naar zijn hand. Toen superster Eric Cantona op een gegeven moment uit blessure terugkwam, wilde Goethals hem aanvankelijk op de bank houden. Die zei dat je een Cantona niet op de bank zet. Waarop de Brusselaar repliceerde dat hij hem gewoon naast de bank zou zetten. En dat prompt deed. Voor de finale tegen AC Milan wilde Goethals niet naar de Italiaanse club gaan kijken. Hij kende die als zijn broekzak. Uiteindelijk deed hij dat toch omdat de memorabele voorzitter Bernard Tapie daar fel op aandrong en hem daarvoor een premie gaf. Goethals vroeg wel om in het eigen stadion op de buitenspelval te mogen trainen omdat hij daar over een groter veld beschikte dan in het trainingscentrum. Om dat in Marseille te bekomen moest je van goeden huize zijn. Goethals vond het noodzakelijk. Hij nam de spelers bij de arm om te tonen waar ze moesten staan, hij leerde ze als het ware hoe ze zich op het terrein dienden te bewegen. Zo won Marseille de Europacup. In plaats dat Franco Baresi, de libero van AC Milan, het sein gaf om de tegenstander vast te zetten, drong Marseille de Italianen terug omdat ze in het eigen strafschopgebied bij de keel werden gegrepen. Na die overwinning stortte Goethals zich niet in het feestgedruis. Hij trok naar zijn hotel en rookte op het terras van zijn kamer een sigaret. Toen hij in Marseille als trainer stopte viel Bernard Tapie op zijn knieën: 'Dat ga je me toch niet aandoen?!' Goethals was drie jaar bij deze vereniging, een record in de clubgeschiedenis. Terwijl Tapie bij wijze van spreken iemand was die een trainer drie keer per week op straat zette. Zelfs Franz Beckenbauer werd na twee maanden ontslagen. Of beter: weggepromoveerd. Het was toen dat de aanvankelijk als technisch directeur aangestelde Raymond Goethals trainer werd.