DINSDAG 24 JULI

Wanneer de Eurostar het Londense treinstation van Saint Pancras binnenrijdt, speelt het orkest op het perron afwisselend La Marseillaise en de Brabançonne. Camerateams uit Frankrijk en België verdringen zich om dat ene fantastische shot van de Belgische en Franse atleten die in Londen aankomen. Buiten, waar nog een batterij camera's staat opgesteld, is het warm. Een elektronisch bord geeft aan dat de luchtkwaliteit vandaag slecht is. Is dit Peking of Londen?
...

Wanneer de Eurostar het Londense treinstation van Saint Pancras binnenrijdt, speelt het orkest op het perron afwisselend La Marseillaise en de Brabançonne. Camerateams uit Frankrijk en België verdringen zich om dat ene fantastische shot van de Belgische en Franse atleten die in Londen aankomen. Buiten, waar nog een batterij camera's staat opgesteld, is het warm. Een elektronisch bord geeft aan dat de luchtkwaliteit vandaag slecht is. Is dit Peking of Londen? Aan de uitgang van de perrons wacht Eddy De Smedt, Belgiës 'Chef de mission', persoonlijk de atleten op. De Belgische delegatie bestaat uit 115 atleten: 66 die geboren zijn in Vlaanderen, 19 in Wallonië en, vooral dankzij het hockey, 24 in Brussel. Daarmee is de vaak verguisde hoofdstad goed voor ruim een vijfde van de olympische selectie, terwijl ze demografisch maar een op de tien olympiërs zou moeten tellen. Daarnaast zijn ook zes van de Belgische atleten geboren in het buitenland. De Smedt leidt een jonge delegatie. Slechts 23 van de 115 deelnemers hebben olympische ervaring: 20 waren erbij in Peking, 8 in Athene. Vier jaar geleden trok De Smedt als sportief directeur naar Peking met de prognose van een internationaal expert die op basis van gegevens op grote kampioenschappen België twee medailles en zeven finaleplaatsen voorspelde. Die zat er niet ver naast. Dit keer voorspelde dezelfde expert voor België op basis van resultaten in wereld- en Europese kampioenschappen in 2010 en 2011 één tot twee medailles, in paardensport en tennis. Het Amerikaanse sportblad Sports Illustrated, dat ook om de vier jaar een medaillevoorspelling doet voor alle disciplines, voorziet dat België in Londen vijf medailles haalt. Ter vergelijking: thuisland Groot-Brittannië hoopt dat zijn 542 atleten (230 meer dan in Peking) 48 medailles halen. Frankrijk (320 atleten) hoopt op 21 medailles (evenveel als in Peking), Duitsland heeft uitgerekend dat zijn 392 topsporters in Londen 54 medailles zullen halen, waarvan vijftien gouden. In heel zijn olympische geschiedenis behaalde België voor het begin van deze Spelen in Londen 139 medailles (37 gouden). Ladies first is geen loos begrip op deze Spelen. Liefst 4847 van de 10.500 atleten op deze Spelen zijn vrouwen. In 1896 waren vrouwen niet toegelaten, pas in 1900 waren ze erbij, met 22 op een totaal aantal atleten van 997. België zond pas een eerste atlete naar de Spelen in 1912 in Stockholm (een zwemster) en moest tot 1984 wachten op een eerste vrouwelijke medaille ( Ingrid Lempereur in het zwemmen, Ann Haesebrouck in het roeien). Vandaag scoort België met 42 vrouwen op 115 deelnemers beter dan vier jaar geleden toen er 23 vrouwen waren op 94 deelnemers. Vandaag hebben alle 204 deelnemende landen vrouwen in hun selectie. Qatar, Brunei en Saoedi-Arabië gaven als laatsten toe aan de druk van het IOC. Alle disciplines in Londen worden ook beoefend door vrouwen. Twee dagen en vijf uur voor de openingsceremonie plaatsvindt, mogen de voetbalvrouwen van Groot-Brittannië en Nieuw-Zeeland de eerste sportwedstrijd van de Spelen aftrappen. In Cardiff is het stadion niet eens halfvol gelopen om te supporteren voor een team waarin geen enkele Welshe speelster zit. Nooit eerder nam een Brits vrouwenteam deel aan de olympische voetbalcompetitie. Vrouwenvoetbal is pas een olympische sport sinds 1996. In dat jaar stond Rachel Brown, reservekeeper voor Groot-Brittannië, in Atlanta als zestienjarige ballenraapster achter het doel tijdens de kwartfinale bij de mannen tussen Mexico en de latere winnaar Nigeria. Evertonfan Brown wilde absoluut op de foto met haar idool: Daniel Amokachi, voorheen aan de slag bij Club Brugge. Ze kreeg geen foto maar... zijn truitje. De olympische vlam is nooit verder dan tien mijl uit je buurt, was de slogan van olympisch organisatiecomité Logoc, waarmee het alle Britten bij het evenement wilde betrekken. Het is geen holle slogan. De vlam komt zelfs naar je toe, als je toevallig op het traject loopt van die dag. Dus worden tal van pendelaars en journalisten op weg naar Saint Pancras en King's Cross om kwart voor acht even opgehouden voor een kleine colonne met enthousiast dansende jongeren op een paar dubbeldekkers, en een jongeman die zielsgelukkig toegejuicht wordt door duizenden omstanders die snel hun camera bovenhalen en dan gauw hun weg vervolgen, richting metro of trein. Vijf minuten slechts heeft het geduurd, maar het is een pakkende gebeurtenis. De Belgische delegatie heeft de vlaggen uit de ramen gehangen, net boven de ingang van het olympisch dorp, tussen de Georgische en Armeense delegatie in. Als dat maar goed afloopt! Armenië staat bekend voor zijn uitstekende cognac en in Georgië leerde uw verslaggever de onvergetelijke quote 'Life is too short to drink bad wine'. Onthouden, want het kan u ook nog van pas komen! Binnen geven Belgische atleten die zaterdag in actie komen hun persconferentie. Het voelt als rondlopen op een walking dinner. Je zit te luisteren naar Philippe Gilbert, pikt even verder aan bij een groepje dat rond Tom Boonen zit. Boonen is al herkend in het olympisch dorp. "Ik ben al een paar keer op de foto mogen gaan. Met mooie meisjes? Nee, die heb ik nog niet gezien. Dat valt een beetje tegen." Tegen valt ook de kamer. "De kamers zijn klein, mijn bed is niet lang genoeg, het is warm en we zitten vlak bij de parking, dus horen we de hele tijd helikopters." Toch heeft hij spijt dat hij niet eerder naar de Spelen kwam. "In 2004 won ik de laatste rit in de Tour en raadde mijn ploeg het me af, in 2008 heb ik me laten ompraten om niet te gaan. Achteraf had ik daar wel spijt van. Dit was mijn laatste kans. Oké mannen?" Boonen staat op, even verderop zit Charline Van Snick en dan is er nog oudgediende Jean-Michel Saive die 's avonds gehuldigd wordt met twee andere tafeltennissers die er net als hij al bij waren in 1988, toen tafeltennis een olympische sport werd. Saive geniet vooral van de verwonderde blikken van jonge atleten die voor het eerst in het olympisch dorp aankomen. "Ze kunnen hun ogen niet geloven. Die onschuld ben ik kwijt, maar het is natuurlijk genieten, in een omgeving waar alles voor je geregeld wordt. Heel anders dan de ochtend van 14 augustus wanneer ik mijn ijskast zal opentrekken en zal zien dat ze leeg is." 's Middags komen al twee jongens uit België in actie tijdens het voetbal, met Marokko tegen Honduras: Soufiane Bidaoui van SK Lierse en Omar El Kaddouri die in februari de Belgische beloften wisselde voor het Marokkaanse nationale team en op zijn transfer van de Italiaanse tweedeklasser Brescia naar Juventus wacht. Allebei zijn ze geboren in Schaarbeek, waar ze voor de plaatselijke provincialer RC Schaarbeek voetbalden. Hun namen zeggen de gemiddelde Vlaming voorlopig nog weinig, maar in de buurt waar uw olympische verslaggever woont, zijn het helden en positieve rolmodellen voor de plaatselijke jeugd. IOC-voorzitter Jacques Rogge onderbreekt zijn persconferentie omdat een flesje spa sputtert wanneer hij het wil openen. " That's your first British shower", grijnst de moderator. Daarna komt Sebastian Coe met de regisseur van de openingsshow Danny Boyle toelichten wat er die avond te zien zal zijn. "Hoe ik me voelde toen ik vanochtend wakker werd? Ik zal het maar zeggen, want dat wordt toch jullie eerste vraag", grijnst de sterke man van het plaatselijke organisatiecomité Logoc. " Excited! Dit is waarschijnlijk de belangrijkste dag van mijn leven, samen met de geboorte van mijn vier kinderen, natuurlijk." Hij waarschuwt de Britten: "Dit wordt de beste sport die jullie hier ooit in je leven nog zullen zien." Danny Boyle voegt eraan toe: "Het is een laatste oproep aan dit land. We moeten onze plaats in de wereld leren kennen. Honderd jaar geleden waren we het centrum van alles, maar dat is niet langer het geval. We moeten leren bescheiden te worden." In de grote perszaal zijn er amper 25 camerateams. Evenveel als de dag tevoren voor de persontmoeting met Roger Federer. Dan was het twee dagen geleden andere koek met 46 camerateams voor de persontmoeting met de Amerikaanse zwemmers, inclusief Michael Phelps, Missy Franklin en Ryan Lochte, de nieuwe held van het Amerikaanse zwemmen. Het is zo'n indrukwekkend gezicht dat, wanneer Phelps de zaal binnenstapt, hij zelf zijn fototoestel bovenhaalt om een foto te maken van de bomvolle perszaal. Een paar uur na Rogge en Coe wordt de conferentiezaal bestormd voor Kobe Bryant en James LeBron van het Amerikaanse basketbalteam. 's Avonds presenteert het merendeel van de 10.490 atleten zich bij de openingsceremonie. In 1948 waren het er nog maar 4000 - van wie tien procent vrouwen - uit 59 landen. Om twintig voor tien ('s ochtends!) benen prins Charles en Camilla Bowles naar de startlijn van de wegwedstrijd voor renners. Buckingham Palace ligt om de hoek. De pers loopt hen achterna, waardoor Vlaams minister van Sport Philippe Muyters ongestoord kan binnenwandelen. Prins Charles gaat even de hand schudden van Bradley Wiggins en superfavoriet Mark Cavendish, die daardoor nog meer gespannen kijkt dan tevoren. Dat komt ervan als een heel land voor je supportert, je teammaats aankondigen dat ze allemaal onvoorwaardelijk voor jou rijden en de teamleider stelt: "Today, we put all our eggs in one basket!" Da's wel veel druk op de schouders van één man. De tactiek van de Belgen wordt verwoord door Greg Van Avermaet: "We gaan alles doen om een sprint te vermijden, maar als het een sprint wordt, zetten we alles op Tom." Boonen zegt: "Als het een sprint wordt, ga ik mijn best doen, en mijn best doen, is een medaille halen." In de perszaal zit Juan Zanarin van de Guatemalteekse tv. Nochtans heeft Guatemala maar één renner in de race: de 28-jarige ManuelRodas. Bij zijn meest markante sportieve resultaten staat: 'kwalificatie voor de Spelen van 2012'. Manuel raakte geïnspireerd door zijn oom, zelf een voormalig olympisch renner. Gelukkig komt de wedstrijd ginder niet rechtstreeks op het scherm, want Rodas houdt het halverwege al voor bekeken, net als de Syriër Omar Hasannen, afkomstig uit Damascus. Zou die man eigenlijk met zijn gedachten bij het fietsen zitten, op zo'n dag? 's Middags stroomt het volk door St. James's Park naar de aankomstlijn en het verlengde daarvan, langs het koninklijk paleis. Een Chinees koppel aarzelt of ze de Belgische verslaggever durven aan te spreken, maar dan doen ze het toch. Zullen ze vragen of Boonen vandaag goeie benen heeft en een kans maakt tegen Cavendish? Nee. Het meisje wijst op het immense gebouw voor hun neus. " Excuse me: is this Buckingham Palace?" Het antwoord is: ja. Kenners, die Belgische verslaggevers! Dat kan niet gezegd worden van de Britse commentatoren, die kort voor de aankomst zien dat één groep voorop ligt op het peloton. "Alleen jammer dat we u niet kunnen meedelen hoe groot het verschil is. Sorry daarvoor." Plots komt een renner in beeld. Dat kan, tijdens de koers. "That's Power Lee!" De Italianen in de perszaal schreeuwen het uit van verontwaardiging: Luca Paolini zullen ze bedoelen! Winnaar wordt Aleksandr Vinokoerov die na moeizame jaren het motto 'in schoonheid eindigen' in de praktijk brengt. De Kazach, na een dopingschorsing moeizaam teruggekeerd en nog altijd met een stuk ijzer in de heup na een val vorig jaar in de Tour, had ei zo na weer prijs: hij kon net Fabian Cancellara ontwijken die zwaar uit de bocht ging. Eigenlijk wilde Vino - die geïrriteerd reageerde op de vragen naar zijn dopingverleden - vorig jaar al zijn carrière beëindigen, maar na zijn ongelukkige Tour vond hij dat hij zo niet kon stoppen. Terwijl het volk ontgoocheld afdruipt, staan de celebrity's in de rij. De Nederlandse premier Mark Rutte geeft een interview, aan de aankomst staat organisator Sebastian Coe nog te bekomen van de eerste dag en de openingsceremonie. Hij lag pas om vier uur in bed, zegt hij. "Om zeven uur was er weer een briefing." Londens burgemeester Boris Johnson heeft even tijd voor een praatje. Of hij als verwoed fietser nooit van een loopbaan als wielrenner gedroomd heeft? "Dat niet," zegt Boris, "maar ik ben hier wel met de fiets naartoe gekomen. ik heb trouwens leren fietsen in België! In het Ter Kamerenbos en het Zoniënwoud." Had hij in die tijd, toen hij met zijn ouders in Brussel woonde, een wielerheld? "Jazeker, Eddy Merckx!" Buiten de afgesloten zone wacht een medewerker hem op met een fiets en een fietshelm. Boris heeft niet gelogen. Hij slaat een been over het zadel en fietst de grote laan op, vergezeld van één medewerkster. De voorbijgangers joelen: "Boris, Boris!" Boris zwaait en trapt door. Een Brits koppel kijkt stomverbaasd: " Hey, that's our mayor!" Op het perron van het treinstation bij het competitiecentrum voor judo- en gewichtheffen vouwt een man een grote Afghaanse vlag op. Net tevoren heeft de Libiër Ahmed Elkawiseh in alle anonimiteit zijn eerste wedstrijd verloren. Terug naar de harde realiteit in een gebroken land. Ondertussen staat Ilse Heylen op de mat voor haar eerste wedstrijd. Eerder gaat de zaal uit de bol wanneer de Brit Colin Oates zijn gevecht wint. Elke Britse atleet speelt hier een thuiswedstrijd. Die druk kan ook verstikkend werken. Vraag maar aan Mark Cavendish. DOOR GEERT FOUTRÉ IN LONDEN - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Of ik een wieleridool had toen ik in Brussel woonde? Jazeker, Eddy Merckx!" Boris Johnson