Van de bewierookte olympische ploeg kwamen zaterdag tegen Estland vijf spelers in actie: Vincent Kompany, Marouane Fellaini, Kevin Mirallas, Thomas Vermaelen en Jan Vertonghen. Kompany en Fellaini speelden niet eens een hele wedstrijd in China en konden voordien al als volwaardige A-internationals worden beschouwd. Ook voor Mirallas, Vermaelen en Vertonghen gold dat in meer of mindere mate. ...

Van de bewierookte olympische ploeg kwamen zaterdag tegen Estland vijf spelers in actie: Vincent Kompany, Marouane Fellaini, Kevin Mirallas, Thomas Vermaelen en Jan Vertonghen. Kompany en Fellaini speelden niet eens een hele wedstrijd in China en konden voordien al als volwaardige A-internationals worden beschouwd. Ook voor Mirallas, Vermaelen en Vertonghen gold dat in meer of mindere mate. Als de selectie van René Vandereycken voor Estland en Turkije iets duidelijk maakt, is het dat de beloften van Jean-François de Sart de problemen van de A-ploeg niet oplossen. De flankverdedigers Sepp De Roover en Sébastien Pocognoli werden gewogen en te licht bevonden. Pocognoli moet wellicht nog in staat worden geacht de sprong te maken, vooral wegens zijn volume en vermogen om in te schuiven, twee belangrijke kwaliteiten van de moderne back. Maar Jelle Van Damme heeft dat ook en hij staat hoger in de hiërarchie. Vermaelen heeft een betere techniek, maar veel meer dan risicoloos inspelen doet de Ajacied daar niet mee. Vermaelen komt kracht te kort, net als De Roover aan de overkant. Of Gill Swerts internationaal niveau haalt, moet worden afgewacht. Mark De Man, ook in de selectie van Vandereycken, is eveneens een twijfelgeval en bovendien een stoplap, want een centrumspeler. Een betere rechtsback dan Guillaume Gillet lijkt er niet te vinden in België, maar de Anderlechter speelt het tegen wil en dank. Zijn positiespel schiet tekort en hij mist wendbaarheid, maar hij heeft volume. Carl Hoefkens is nog trager, nog minder wendbaar en in aanvallend opzicht van geen nut. Toch kreeg hij lang de voorkeur van Vandereycken. Op diens selectiecriteria valt dus geen peil te trekken. Dat Gillet nu niet werd opgeroepen, zou met extrasportieve redenen te maken hebben. Voor de offensieve flanken valt er voor Vandereycken evenmin iets te rapen bij de beloften. Maarten Martens en Tom De Mul komen kracht te kort voor de top, al heeft die laatste wel iets zeldzaams: een individuele actie. In tegenstelling tot een Cristiano Ronaldo mist hij echter het volume om vanop de eigen speelhelft te vertrekken. En behalve kracht ontbeert hij ook defensieve kwaliteiten bij balverlies. Voor Anthony Vanden Borre tot slot lijkt alles al voorbij. Van de overige beloften is niemand direct inzetbaar voor de A-ploeg. Ofwel wegens het niveau, ofwel omdat het centrale spelers zijn. En daarvan zijn er al te veel. Wat de prangende vraag oproept: zou hier sprake kunnen zijn van een opleidingsprobleem?