Het is zomer en dus op weekenddagen razend druk op het kruispunt aan het enige stadshotel in Eupen, Hotel Bosten. De onafgebroken rij auto's, moto's en campers houdt zelden halt in het stadje, op weg vanaf de E40 naar de natuurgebieden richting Hoge Venen, of naar de Duitse Eifel met het pittoreske stadje Monschau.
...

Het is zomer en dus op weekenddagen razend druk op het kruispunt aan het enige stadshotel in Eupen, Hotel Bosten. De onafgebroken rij auto's, moto's en campers houdt zelden halt in het stadje, op weg vanaf de E40 naar de natuurgebieden richting Hoge Venen, of naar de Duitse Eifel met het pittoreske stadje Monschau. Eupen, op een zucht van de Duitse en de Nederlandse grens (op een half uur sta je in het centrum van Aken, op drie kwartier in Maastricht), is altijd al een doorgangsgebied geweest. Op 6 juni 2012 werd het dat ook voor getalenteerde jonge voetballers uit de hele wereld, toen de club werd overgenomen door het Qatarese Aspire. Toen huidig persverantwoordelijke Michael Reul als radioreporter van de BRF, de Duitstalige Belgische omroep, op dat moment aan toenmalig voorzitter Dieter Steffens vroeg of hij het gevoel had dat hij de zes juiste Lottonummers had ingevuld, antwoordde die met tranen in de ogen: 'Niet alleen de zes juiste cijfers, ook het reservegetal.' Die uitspraak vat nog altijd samen wat elke Eupenaar beseft: zonder Aspire voetbalt KAS Eupen vandaag waarschijnlijk in derde klasse. Dat geeft ook zanger Mike Nüchtern aan in zijn clubhymne, die sinds iets meer dan een jaar voor elke thuiswedstrijd luid uit de boxen schalt. Het is elke keer weer een kippenvelmoment: ' AS Eupen wir sind da, AS Eupen on est là' (oordeel zelf op YouTube) is één van de meest catchy clubhymnes van de laatste jaren, die vraagt om in een vol stadion luidkeels meegezongen te worden. Alleen zit dat stadion nooit vol, en zingt Mike bewust: ' Egal in welcher Liga, wir singen unsere Lieder. ' Hij herinnert zich nog de verplaatsingen in vierde klasse en weet dat dat Eupen straks opnieuw kan overkomen. Want elke keer komt die ene vraag terug: wat in 2022, na het WK in Qatar? Verkoopt Aspire dan de club? 'Dat is hetzelfde als aan Marc Coucke vragen wanneer hij Anderlecht verkoopt', gaf algemeen directeur Christoph Henkel vorig jaar aan. Want nergens in de overeenkomst tussen stad, club en Aspire staat iets over het jaar 2022 vermeld.Voor de eerste thuiswedstrijd van dit seizoen zit in de eretribune Ivan Bravo, de grote baas van het Aspireproject. Bravo was ook één van de vijf aanwezigen op de persconferentie van 6 juni 2012, toen de overname door Aspire bekend werd gemaakt. De laatste maanden nam de voormalig strategisch directeur van Real Madrid het sportief beleid zelf in handen, samen met Jordi Condom, ooit door Aspire weggehaald bij de jeugdopleiding van Barcelona. Condom belandde in Eupen als hulptrainer, bracht in 2016 de club als hoofdtrainer naar eerste klasse en is sinds deze zomer sportief directeur. Dat Bravo zelf opnieuw vaak in Eupen aanwezig is, laat alvast niet vermoeden dat Aspire zijn vertrek uit België voorbereidt. Vorig jaar welden die geruchten over een nakend vertrek weer op, toen de opleiding in de Afrikaanse tak van de Aspire Academy in Senegal stopgezet werd. De 18-jarige linkerflankspeler Isaac Nuhu kwam in januari als laatste talent uit de Afrikaanse academie over. Hij stond als titularis aan de competitiestart. Deze zomer haalden Bravo en Condom op de transfermarkt alvast flink uit, met Adriano Correia, Braziliaans ex-international en een grote naam van bij Barcelona, en met Víctor Vázquez, voormalig smaakmaker uit het Belgische voetbal. Dat doe je toch niet wanneer je de verhuisdozen aan het klaarzetten bent? Het is één van de zeldzame keren dat KAS Eupen het nationale nieuws haalde. Dat gebeurde ook toen de club in oktober 2018 Claude Makelele als nieuwe trainer aanstelde, of toen bij de promotie toenmalig sportief directeur Josep Colomer zijn plannen toelichtte. Colomer leidde jarenlang La Masía, het trainingscentrum van Barcelona, en geldt als de man die Lionel Messi naar de Catalaanse club haalde. Anderhalf jaar geleden haakte hij na een zwaar verkeersongeval om privéredenen af bij de Oost-Belgische club. Tijdens de eerste thuiswedstrijd van het seizoen gebeurt er nog iets wat het nationale nieuws niet haalt, maar waar ze hier even trots op zijn. Tien minuten voor tijd mag onder de ogen van Bravo de 18-jarige middenvelder Marciano Aziz bij de thuisploeg invallen en na de wedstrijd de pers te woord staan. Fier kondigt de moderator aan dat het de allereerste keer is sinds de overname van de club door het Qatarese Aspire dat een eigen jeugdproduct in de Jupiler Pro League debuteert. Aziz' naam klinkt exotisch, maar hij praat Duits en speelt vanaf zijn vijfde bij AS. Dat hij dit traject aflegde en hier debuteert, is ook de verdienste van Aspire, dat niet alleen flink investeert in de opleiding in het buitenland, maar ook in de regio in en rond Eupen. Gevraagd naar wat KAS Eupen voor hem betekent, zegt teammanager Michael Radermacher: 'Voor mij zijn het twee verschillende clubs. Je hebt het Eupen van voor de overname, en de club die door Aspire gerund wordt.' Radermacher zat al bij de club toen ze in 2012 overgenomen werd. Hij groeide als het ware op aan de Kehrweg. Zijn vader maakte de geboorte van de vereniging in 1945 nog mee, was er later teammanager, vervolgens schatbewaarder. Bij thuiswedstrijden werd het hele gezin ingeschakeld en was het als het ware AS Radermacher in plaats van AS Eupen. Michael voetbalde er zelf op een behoorlijk niveau. Pas na de promotie naar tweede klasse in 2002 hing hij de schoenen aan de haak. Zijn vader Joseph Radermacher is nog steeds een belangrijk man bij de club: zonder zijn handtekening als gerechtigd correspondent gebeurt er niets bij Eupen. De teammanager herinnert zich nog hoe op een avond in 2011 zijn vader thuiskwam en zei: 'Het is afgelopen met de club.' De Italiaanse eigenaar, Antonio Imborgia, die halfweg 2009 de zaak overnam en met de inbreng van spelers als Danijel Milicevic en Ervin Zukanovic in 2010 naar eerste was gestegen, was opgestapt. Maar twee weken later stond daar de Duitser Ingo Klein. Die was als makelaar van een speler, Freddy Mombongo, in de club beland. Binnen de drie jaar speelt Eupen Europees, voorspelde hij enthousiast. Hij kon mensen overtuigen, zeker toen hij met Wolfgang Frank ook nog een bekende naam uit de Bundesliga als trainer meenam. Heel Eupen liet zich meesleuren in de dromen van de Duitser. Het stadion dat pas een jaar oud was, zou gauw veel te klein zijn. Er was een nieuw stadion van minstens 15.000 plaatsen nodig aan de afrit van de E40, want Eupen ging toch binnen een paar jaar Europa in? Klein kon veel mensen overtuigen, onder wie ook Michael Radermacher, geeft die toe. 'Begin november 2011 vroeg hij me mijn job te laten vallen om directeur marketing te worden. Niet doen, waarschuwde mijn vader, maar ik dacht: dit is mijn droom. Twee weken zaten we met zijn drieën in de bestuurskamer te wachten op Klein: mijn vader, de secretaresse en ik. Maar Klein kwam niet opdagen. Hij zat in de gevangenis. We stonden aan de leiding in tweede klasse, maar ineens viel alles als een kaartenhuisje ineen.' Op dat moment geschiedt aan de oevers van de Vesder een nieuw wonder. Op 6 juni 2012 gaat in Eupen een persconferentie door. Aan tafel zitten de Eupense burgemeester, Elmar Keutgen, zelf tot begin jaren 70 doelman van de club, voorzitter Dieter Steffens en drie vertegenwoordigers van het Qatarese sportproject Aspire Dreams: sportief directeur Josep Colomer, directeur Andreas Bleicher, voormalig leider van het Duits olympisch comité die Aspire mee opstartte, en Ivan Bravo. De Qatarezen waren op zoek naar een Europese profclub waar hun talenten hun eerste stappen in het professionele voetbal konden zetten, liefst in een rustige omgeving waar de jonge, vooral Afrikaanse profs niet te veel afleiding hadden. Dus bij voorkeur geen grote stad. Bovendien ligt Eupen centraal, met de luchthavens van Maastricht/Aken en Luik op minder dan een uur rijden, en, last but not least, gold in België geen beperking op het maximum aantal toegelaten buitenlanders. KAS Eupen en de burgemeester, die al nachtmerries had van een nieuw leeg stadion, waren op zoek naar een nieuwe overnemer die de club van het failliet redde. Kortom: een win-winsituatie voor alle partijen. Radermacher wordt teammanager. Plots moet hij zich bekommeren om een lading jonge Afrikaanse talenten die voor het eerst op eigen benen moeten staan. Alles maakt hij mee: een appartement dat in brand staat omdat een speler aan de telefoon blijft praten met de trainer en vergeten is dat hij een pan olie op het vuur had gezet. Of gebeld worden door een handelaar die bezorgd vraagt: 'Ik had hier net een speler over de vloer die er een heel maandloon heeft doorgejaagd'. Hij wijst op het KBC-lokaal aan het marktplein in het centrum. Daar verzamelde elke ochtend tien à twaalf man, Afrikaanse spelers, die allemaal in de omliggende straten woonden. Het maakt dat je op restaurant wel eens naast een speler van je favoriete ploeg belandt. Voormalig doelman Hendrik Van Crombrugge leerde zijn vrouw kennen toen hij een koffie ging drinken in tearoom en bakkerij Kockartz, een instituut met 100 jaar ervaring. Plots streek een bedrijf neer in de stad. Een bedrijf dat lokale mensen aanwerft en grote hoeveelheden van alles inkoopt. Radermacher vergezelt de nieuwe algemeen directeur Christoph Henkel, weggehaald bij de jeugd van FC Köln, bij de lokale handelaars. Die waren na de vorige buitenlandse avonturiers die vooral onbetaalde facturen hadden nagelaten erg wantrouwig: 'Ze vroegen ons enkel: gaan jullie deze keer wél betalen? Dat ze mij kenden, hielp. Ik kwam elke dag bij hen langs als klant. Vandaag weet iedereen dat wanneer Eupen iets bestelt er ook correct betaald wordt. Je mag van het project zeggen wat je wil, maar het zorgt hier wel voor tewerkstelling en omzet. Er werken bijna 90 mensen voor de club, vooral lokale mensen.' Vandaag is het vertrouwen hersteld, maar het stadion zat voller in het eerste jaar in eerste klasse onder Imborgia: 'De mentaliteit hier is: pas als iedereen gaat, ga ik ook. De eerste keer is het feest, de tweede keer is normaal. Dan gaat alles hier weer zijn gewone gang. Dat is niet alleen in het voetbal zo. Probeer de mensen hier maar eens in beweging te krijgen.' Michael Reul is sinds begin 2013 communicatieverantwoordelijke bij KAS. Van 1974 tot 2012 versloeg hij voor de Duitstalige Belgische radio-omroep BRF de sport. Hij herinnert zich KAS Eupen als een club die altijd erg belangrijk was in de regio, 'maar die ook altijd op zoek was naar geld. Lang teerden ze sportief op wat wij het systeem-Brossel noemden, naar Paul Brossel die in de jaren zeventig de club naar de top van tweede klasse bracht. Hij zocht in Duitsland jongere en minder bekende spelers, zette die hier in de kijker en verkocht ze met winst. Met die winst overleefde de club. Al die tijd ging het op en neer: was het geld op, ging het weer naar beneden, naar derde klasse, maar altijd werd de club aangestuurd door zeer geëngageerde mensen die dag en nacht in de weer waren om de eindjes aan mekaar te knopen: Brossel, Ralph Lentz, Manfred Theissen, Dieter Steffens.' AS was altijd belangrijk in de regio, maar moest steeds de headlines overlaten aan de echt grote clubs in de geesten van de mensen hier. Dat zijn de Duitse traditieclubs in een regio die Duits praat en ook Duits denkt: Alemannia Aachen, Borussia Mönchengladbach, Schalke 04 ook. Slechts één andere Belgische club spreekt tot de verbeelding in de regio: Standard, in niet-coronatijden veruit de match die het meeste volk lokt, met meer dan 5000 man. Niet onlogisch, want een paar kilometer buiten het centrum begint Wallonië. Niet het Wallonië waartoe ook de Duitstalige gemeenschap met zijn 75.000 inwoners behoort, maar het échte Wallonië, waar de voertaal Frans is. Ook daar komen veel fans vandaan. Onderzoek wees uit dat zowat de helft van de fans die de thuiswedstrijden bijwonen Franstalig zijn. Vandaar dat de omroeper ook alles in twee talen brengt, en vaak ook nog eens in het Nederlands, als de gastploeg uit Vlaanderen komt. 'Eupenaars zijn kritische en sceptische mensen', weet Reul, zélf Eupenaar. Dat is niet anders wanneer het om voetbal gaat. Ze zijn wel geïnteresseerd in wat er met AS gebeurt, maar echt enthousiast worden ze pas wanneer op zaterdagavond op de Duitse zender Die Sportschau begint. Eupen ligt in België, maar de Bundesliga overschaduwt hier het hele voetbalgebeuren. De gemiddelde Eupenaar kan geen vier spelers van Club Brugge of Anderlecht opnoemen, maar dreunt desgevraagd zo de basiself van Borussia Dortmund of FC Köln op uit het hoofd. Wanneer men in de stad aan mensen vraagt waarom ze niet naar de Kehrweg afzakken, luidt het standaard antwoord: waarom zou je naar degradatievoetbal in Eupen gaan kijken wanneer je op een half uur rijden Borussia Mönchengladbach-Bayern München live kan zien? Algemeen directeur Christoph Henkel wordt er soms wanhopig van. Wat kan hij meer doen voor de regio dan hier zijn aankopen doen, personeel rekruteren, de jeugdopleiding uitbouwen, samenwerkingen met andere regioclubs opzetten, scholen uitnodigen, sociale acties voeren en de Eupenaar live Anderlecht, Standard en Club Brugge aanbieden? Dat volstaat blijkbaar niet. In de wereld waaruit hij komt, is het simpel: 'Als in Keulen je oma verjaart en FC Köln speelt thuis, dan gaat iedereen naar FC Köln.' Niet zo in Eupen. Als oma verjaart en AS speelt thuis, gaat iedereen naar oma's verjaardag. Of fietsen, wandelen of inkopen doen in het naburige Aken, nog geen 20 kilometer verderop, zoals de meerderheid van de plaatselijke bevolking. 'Uiteindelijk', besluit Michael Reul, 'hebben we ons voorgenomen om niet te zeuren en het positief te bekijken. Dus klagen we niet dat er slechts 3000 man in het stadion zit, maar zijn we blij dat we het hoogste percentage inwoners naar het stadion lokken. Gemiddeld 3500 man in een stadje van 18.000 inwoners, dat is één Eupener op zes. Dat doet geen enkele andere eersteklasser ons na.'