Onze zonen

Omar Colley (25): 'In The Gambia zie je bij veel huizen een boys' quarter, een soort van miniwoning die aan het ouderlijke huis hangt. In zo'n boys' quarter kunnen de opgroeiende zonen van het gezin wonen, pakweg vanaf hun vijftiende. Meisjes van dezelfde leeftijd blijven bij hun moeder en vader. In onze cultuur geven ouders meer privileges aan the ladies. Ouders willen dat hun dochters goede vrouwen worden, goede echtgenotes. Hun zonen laten ze vrijer.
...

Omar Colley (25): 'In The Gambia zie je bij veel huizen een boys' quarter, een soort van miniwoning die aan het ouderlijke huis hangt. In zo'n boys' quarter kunnen de opgroeiende zonen van het gezin wonen, pakweg vanaf hun vijftiende. Meisjes van dezelfde leeftijd blijven bij hun moeder en vader. In onze cultuur geven ouders meer privileges aan the ladies. Ouders willen dat hun dochters goede vrouwen worden, goede echtgenotes. Hun zonen laten ze vrijer. 'Ik had al een boys' quarter toen we nog in Serekunda woonden, de belangrijkste stad van het land. Serekunda is groter dan de hoofdstad Banjul, die niet zoveel voorstelt. Mijn vader breidde ons huis in Serekunda uit naarmate er meer kinderen kwamen. Ik heb twee jongere zussen en vier oudere broers. Rond mijn tiende, toen al enkele broers het huis uit waren, verhuisden we naar een plaats op twintig minuten rijden van Serekunda: Lamin. Daar is meer ruimte en kun je vrijer ademen dan in het overbevolkte Serekunda. In Lamin had ik twee ruimtes in het boys' quarter: een eigen living en een eigen slaapkamer. Maar in het begin kwam ik niet zo vaak in Lamin, enkel in de weekends. Ik trok in bij een tante in Serekunda; zo kon ik daar naar de Engelse school.' 'Op mijn school gaven alle leraars les in het Engels. Dat helpt je later, als je naar het buitenland wil. In islamitische scholen spreken de leraars doorgaans Arabisch. Leerlingen uit die scholen kunnen ook naar het buitenland, maar zij moeten veeleer richting Saudi-Arabië of Irak. 'Islamitische scholen leggen sterk de nadruk op godsdienst. In de Engelse school zaten we samen met christenen in de klas en kregen we drie keer per week apart les over onze godsdienst. Toch denk ik dat mijn kennis van de Koran niet moet onderdoen voor die van jongens die naar een islamitische school gingen. Bovenop de godsdienstlessen op school kregen mijn zussen en ik thuis één keer per week les van een privéleraar. Hij vertelde over de Koran, over hoe een goed mens te zijn en over respect voor ouderen. Mijn vader regelde dat. Hij werkte als coördinator op het Ministerie van Onderwijs. En mijn oom bij wie ik in Serekunda woonde, is imam. Telkens hij ging bidden in de moskee, mocht ik mee. Nu bid ik nog altijd vijf keer per dag, ook vóór en na een match, in het stadion. Dan trek ik me terug in het dokterskabinet.' 'Jullie kennen vooral Seyfo Soley, die nog hier in Genk speelde; maar als je mij vraagt naar de beste Gambiaanse voetballer ooit, kies ik voor Jatto Ceesay. Hij voetbalde bij Willem II en was in mijn kindertijd de kapitein van de nationale ploeg. Ceesay deed alles voor zijn team; hij hielp de nationale ploeg zelfs met zijn eigen centen. Zijn hart klopte voor Gambia. Ik vond het geweldig als mijn vader met mij naar het nationale stadion in Bakau reed en ik daar Ceesay live aan het werk kon zien. We kregen altijd gratis kaartjes voor interlands omdat mijn broer Lamin ook in de nationale ploeg stond, samen met Ceesay en Soley, die een goede vriend van hem is.' 'Gambia is doorgaans erg vredig, vandaar onze bijnaam The Smiling Coast of Africa. Alleen in december 2016 dreigde even chaos. De zittende president ( Yahya Jammeh, nvdr) verloor de verkiezingen, maar weigerde plaats te ruimen. Uiteindelijk realiseerde hij zich dat hij een oorlog dreigde te ontketenen en trad hij toch af. Ik had niks tegen de oude president ( die nochtans dictatoriale trekjes vertoonde, nvdr) en ik heb ook niks tegen de nieuwe president ( Adama Barrow, nvdr). Zolang mijn familie veilig is, is het goed voor mij.' 'Als je naar Gambia komt, raad ik je aan om in Lamin lekker te gaan eten in Lamin Lodge. Als ik bij mijn ouders op bezoek ben en ik ga joggen, passeer ik altijd eens langs daar. Je kunt er excursies maken in een houten kano. Lokale jongens peddelen dan met jou rond in de zijkanalen van de Gambiarivier. Daar zijn prachtige vogels te spotten, zoals het bont boertje, allerlei zeevogels en adelaars. Maar mijn absolute favorieten zijn: de klaas' koekoek en de violette toerako. Die ken je niet, hé.' ( lacht)