Leeftijd: 23 jaar. Positie: aanvaller. Bijzondere kenmerken op het veld: nachtmerrie voor verdedigers, beslissend bij de titels van Standard in 2008 en 2009.
...

Leeftijd: 23 jaar. Positie: aanvaller. Bijzondere kenmerken op het veld: nachtmerrie voor verdedigers, beslissend bij de titels van Standard in 2008 en 2009. Bijzondere kenmerken buiten het veld: afstandelijk, geheimzinnig en moeilijk te doorgronden. Nationaliteit: Congolees. Naam: Mbokani Bezua. Voornaam: Dieumerci. Fout ... het is eigenlijk Dieudonné Mbokani. Waarom noemt iedereen hem dan anders? De verklaring moeten we zoeken bij zijn geboorte in een kraamkliniek in Kin-shasa. Zijn moeder had een moeilijke zwangerschap en vreesde dat haar baby daar kwalijke gevolgen aan zou overhouden. Toen hij na de bevalling toch in goede gezondheid bleek, was ze zo blij dat haar kreet "Dieu merci" door heel het ziekenhuis schalde. Die naam is gebleven. Het nummer 9 van Standard mag dan nog vriend en vijand verbazen met zijn talent, over hoe hij echt in elkaar zit, blijft iedereen in het ongewisse. Zodra iemand wat meer over zijn persoonlijkheid probeert te weten te komen, sluit hij zich als een oester. Zijn relatie met de media is niet bepaald warm. Over spelers zoals Witsel, Defour, Jovanovic en De Camargo weet het grote publiek zo goed als alles. De grote vedetten stoppen hun persoonlijke leven niet weg. Ze zijn trots op hun liefjes, hun auto's, hun familie. Maar hoe zit dat alles met Mbokani? Weinig mensen die het weten. Via een zoektocht naar de mens achter de voetballer probeerden we zijn geheimen te ontrafelen. Fabio Baglio, de agent van Mbokani, verontschuldigt zich voor het feit dat zijn speler weinig zegt, maar roept verzachtende omstandigheden in voor zijn neiging om op de vlucht te slaan zodra hij een bandopnemer of een camera in zijn buurt ziet. "Dat hij weinig zegt, betekent niet dat hij weinig persoonlijkheid heeft, zoals de mensen verkeerdelijk denken. Laten we niet vergeten dat Mbokani nauwelijks Frans sprak toen hij in België aankwam. Bovendien is hij van nature zeer timide. Hij kwam echt uit the middle of nowhere en binnen de kortste keren maakte men hier van hem een echte vedette. Het is niet iedereen gegeven om daarmee om te gaan. "Wie ooit in Congo is geweest, zal dat wellicht wel een beetje begrijpen. Met armoede of rijkdom heeft het niets te maken, want de armen zijn in Congo gelukkiger dan de rijken. Het heeft wel te maken met cultuur in de breedste zin van het woord. In Kinshasa zien mensen op straat andere mensen elkaar vermoorden en lopen ze als het ware tussen de lijken, maar ze gaan ervan uit dat zoiets deel uitmaakt van het leven. Ze blijven cool en relaxed. In het westen heersen heel andere waarden. Alles staat in het teken van imago, roem, publiciteit en mediatisering. Wie zich in zijn of haar discipline aan de top bevindt, wordt geacht zich in het openbaar en ten overstaan van de media behoorlijk te gedragen. Mbokani begrijpt dat niet altijd. "Van bij het begin had hij te maken met een grote druk van de media. Aangezien hij zich niet echt op zijn gemak voelt bij journalisten en het niet gemakkelijk heeft om zich in het Frans uit te drukken, weigert hij interviews. Dat wordt dan niet begrepen en het keert zich uiteindelijk tegen hem. Daardoor heeft hij een reputatie gekregen die niet strookt met hoe hij echt is. De echte Mbokani is zeker niet hooghartig. Integendeel, hij is een warm iemand met een groot hart. Er is al veel heisa geweest over zijn moeilijke relatie met de pers, maar uiteindelijk vraagt hij maar één ding: zo veel mogelijk met rust gelaten worden. De zeldzame keren dat hij dan wel iets zegt, zoals na de uitreiking van de Gouden Schoen, doet hij dat niet noodzakelijk altijd even goed. Die avond liet hij gewoon zijn emoties de vrije loop en kennelijk moet hij daarvoor boeten." Dat hij geen individuele trofee won, is de grootste schaduw op het afgelopen jaar van Mbokani. Wie heeft iets tegen hem? Wie gelooft niet volop in zijn kwaliteiten? Kennelijk toch een beetje iedereen ... In de Gouden Schoen, waarvoor vooral de journalisten stemmen, eindigde hij pas op een zesde plaats met bijna 100 punten minder dan Witsel. In de Ebbenhouten Schoen, met een jury van voornamelijk trainers, eindigde hij vierde. En voor de trofee van Profvoetballer van het Jaar, waarbij het de spelers zelf zijn die punten geven, strandde hij op een derde plaats. Mbokani kolkt nog altijd van woede als hij terugdenkt aan die avond in januari, toen hij slechts zesde eindigde bij de Gouden Schoen: "Die zesde plaats was gewoon onverdiend. Als je mijn collega's interviewt, zullen ze allemaal zeggen dat ze me de beste vinden. Vanwaar komt het verschil? Kennelijk moet ik het bekopen dat ik niet op zo'n goed blaadje sta bij de journalisten, maar ik heb nu eenmaal de keuze gemaakt om niet met de pers te praten. Dat moet men respecteren. Ik ben naar België gekomen om te voetballen, niet om constant in de kranten te staan. Interviews kunnen mijn rug op." Sinds die teleurstelling mijdt hij doelbewust alle ceremonies en galabijeenkomsten. De Congolese gemeenschap in België nam het hem kwalijk dat hij ook niet aanwezig was op de uitreiking van de Ebbenhouten Schoen. Marouane Fellaini begrijpt dat echter wel. Een jaar geleden was hij het nog die na de bekendmaking van de uitslag van de Profvoetballer van het Jaar met een pruillip rondliep, aangezien hij tot ieders verrassing werd geklopt door Milan Jova-novic. "Dáár had ik helemaal geen probleem mee", zegt de middenvelder van Everton. "Ik stoorde me wel geweldig aan alle poeha die men er voordien rond maakte. Alle voetbalspecialisten waren het erover eens dat ik onmogelijk geklopt kon worden. Maar toch was dat wel degelijk het geval. Hetzelfde met de uitreiking van de Gouden Schoen. Men had me gezegd: kom terug naar België, want je hebt een goede kans om de Gouden Schoen te winnen . Toen ik dan op de hoogmis van het voetbal aankwam, vertelde men me dadelijk dat de trofee naar Axel Witsel zou gaan ... Er is dan ook geen tekeningetje nodig om de frustratie van Mbokani te begrijpen." Joaquim Preto, de assistent van Laszlo Bölöni, vindt het allemaal niet de moeite waard om zich over op te winden. "Als hij goed blijft werken zullen de individuele trofeeën wel volgen. Hij moet gewoon tegen zichzelf zeggen dat hij nog jong is en hij mag zich daar niet te veel op focussen, want dat kan hem pijn doen en eigenlijk is dat nergens voor nodig." In het seizoen 2007/08 pakte Mbokani vier gele kaarten, maar in het pas afgelopen seizoen verdubbelde hij die score. Zijn acht gele kartonnetjes zijn er even veel als de verdedigers Oguchi Onyewu, Mohamed Sarr en Tomislav Mikulic er samen hebben gekregen. "Hij moet nog leren beter te communiceren met de scheidsrechters en te stoppen met ontploffen als iets hem niet zint", zegt Preto nog. "Als hij zich opwindt over stommigheden verliest hij bovendien zijn concentratie en dat weerspiegelt zich in zijn spel. Hij moet ook leren inzien dat de spelers die een oorlog beginnen tegen de scheidsrechters daar nooit als winnaar uitkomen. Op dat vlak moet Mbokani zeker nog vooruitgang boeken. Als mens en als voetballer moet hij nog veel leren. Het is duidelijk te zien dat hij pas op latere leeftijd naar Europa is gekomen." Soms lijkt Mbokani zijn trainers danig op de heupen te werken. Zo had hij vorig seizoen een aantal akkefietjes met Michel Preud'homme. De Congolees zei op een gegeven ogenblik over de coach die Standard na een kwarteeuw een nieuwe titel bezorgde: "De eerste helft van de competitie was met hem heel moeilijk. We spraken elkaar weinig en ik speelde niet vaak. Hij was om een of andere reden kwaad op mij. Maar ik moet er wel bij zeggen dat ik vaak met opzet te laat kwam op training. Gewoon om te zien hoe sterk zijn zenuwen waren ... Ik denk dat ik in het hele seizoen bijna 5000 euro aan boetes heb betaald. Dat is niet zo erg, want het geld ging naar de fans, die ons zo nog beter konden aanmoedigen." Ook met Bölöni boterde het niet altijd even goed. Aan de vooravond van de Europese wedstrijden tegen Everton bijvoorbeeld was Mbokani weer eens te laat op de afspraak. "De trainer had de training vervroegd, maar niemand had me daarover iets gezegd", luidde zijn uitleg ... Baglio: "Er wordt gezegd dat Dieu vaak uitgaat, maar dat is helemaal niet waar. Hij is een echte huismus. Naar Matonge, de Congolese wijk in Elsene, trekt hij enkel om Congolese producten te kopen. Hij beseft heel goed dat het een risico is voor een voetballer om daar te vaak rond te hangen. Dat doet hij dus niet." Bij Standard is Landry Mulemo zijn beste vriend. Ze delen de kamer op afzondering, zitten naast elkaar in de spelersbus en gaan geregeld bij elkaar op bezoek voor een avondje PlayStation. Mulemo: "Net als Dieu ben ik in Kinshasa geboren. Van bij zijn komst naar Standard is hij naar mij gekomen. Hij is vrij timide en mensen kennen slechts die kant van hem. De manier waarop hij echt in elkaar zit is veel interessanter, maar dat toont hij niet aan de buitenwereld." Sinds de zomer van 2008 draagt Mbokani een groot verdriet in zich. Zijn vader, die in een bank werkte, werd plots ziek en is snel daarna overleden. "De prestaties van Dieu hebben daar niet dadelijk onder geleden", zegt Baglio. "In de eerste wedstrijden na de dood van zijn vader verzette hij bergen werk en hij scoorde ter ere van zijn vader. Later begon het duidelijker te dagen dat zijn vader echt voorgoed was verdwenen en toen zag je ook een dipje in zijn prestaties." Maar de glimlach zal ongetwijfeld terugkeren als hij deze maand voor de eerste keer zelf vader wordt van een zoontje, dat de naam Dieni zal krijgen. "Zijn vriendin is nog nooit naar België gekomen, maar dat is voor binnenkort", zegt Baglio. "Als hij bij Standard blijft, zal ze volgend seizoen bij hem zijn. We doen al het nodige om voor haar een visum te krijgen. Tegen dan zullen ze ook getrouwd zijn, want het huwelijk is gepland voor deze zomer in Congo. Het is heel serieus, want ze kennen elkaar al verschillende jaren. Dieu is alleszins niet iemand die van het ene meisje naar het andere fladdert." S door pierre danvoye beelden: reporters