A riël Jacobs begon de voorbereiding op het seizoen met amper dertien spelers. Daarvan kwamen er slechts acht ook in de voorgaande jaargang uit voor La Louvière. De aanwinsten konden, zegt de trainer, ingedeeld worden in vier categorieën. Eén : zij die geen club meer hadden ( Arts, Vervalle, Ernst, Magro). Twee : zij die letterlijk uit de lucht kwamen vallen ( Odemwingie, Kenmogne, Cooreman, Belabed). Drie : afdankertjes die elders gehuurd werden ( Thompson, Teelen). Vier : de spelers die de club zelf in de lagere afdelingen had gescout ( Ishiaku, Klukowski, Guerraoud, Guilmot).
...

A riël Jacobs begon de voorbereiding op het seizoen met amper dertien spelers. Daarvan kwamen er slechts acht ook in de voorgaande jaargang uit voor La Louvière. De aanwinsten konden, zegt de trainer, ingedeeld worden in vier categorieën. Eén : zij die geen club meer hadden ( Arts, Vervalle, Ernst, Magro). Twee : zij die letterlijk uit de lucht kwamen vallen ( Odemwingie, Kenmogne, Cooreman, Belabed). Drie : afdankertjes die elders gehuurd werden ( Thompson, Teelen). Vier : de spelers die de club zelf in de lagere afdelingen had gescout ( Ishiaku, Klukowski, Guerraoud, Guilmot). Hierna stelt Jacobs de vijftien spelers voor van wie de namen voor de bekerfinale tegen Sint-Truiden op het scheidsrechtersblad figureerden. Uit de eerste categorie van aanwinsten was Georges Arts de speler die Jacobs al wilde toen hij nog bij Gent-Zeehaven centraal op het middenveld achter de spitsen voetbalde. "Maar dat was toen voor RWDM niet haalbaar", aldus de trainer. "Ik ben hem wel blijven volgen. Hij ging in vereffening met Aalst, tekende dan bij RWDM, maar dat verdween vervolgens ook. Ik weet nog niet of ik hem definitief naar het middenveld haal, want verdedigende middenvelder is wél zijn beste positie. Maar zijn zin om mee te voetballen is een extra troef op een middenveld. Daar bezaten we het afgelopen seizoen iets te weinig voetballend vermogen. De zuiverheid van zijn passing kan wel nog beter, ik zie liever hard ingespeelde ballen. Over zijn scorend vermogen ga ik niet meer klagen. Vóór de bekerfinale maakte ik de opmerking dat hij op training wel makkelijk scoort, maar niet in de wedstrijd. Dat neem ik nu terug."Toen Jacobs Didier Ernst vertelde dat hij bij La Louvière, net als bij Standard, in een dienende rol zou worden uitgespeeld, reageerde de al 31-jarige speler opgelucht. "Hij was bang dat er te veel druk op zijn schouders zou terechtkomen. Vrij vlug heb ik Didier op de rechtsachter gezet in plaats van Alex Bryssinck, omdat hij meer voetballend vermogen heeft. Zijn beste positie is wel de rechtsmidden, omdat hij de verdediging van de tegenstander pijn kan doen door diep te gaan. Centraal op het middenveld moet je iemand naast hem zetten omdat hij instinctief naar voren gaat en je dan risico's loopt. Hoewel hij van in maart al wist dat de optie niet gelicht zou worden wegens te duur, heb ik hem laten staan. Hij heeft me nooit ontgoocheld en heeft tot de laatste minuut een schitterende mentaliteit getoond." In september, na de vereffening van RWDM, begroette Jacobs ook de jonge Ricardo Magro. "Tevoren had hij wel al de toestemming gekregen om mee te trainen. Het best speelt hij centraal in de as. Hij mist explosiviteit, is een diesel, maar heeft een neus voor doelpunten. Aan zijn linkervoet en zijn tactisch inzicht moet hij nog werken."Uit de tweede categorie vielen vooral twee zwarte aanvallers op. Peter Odemwingie was te licht bevonden bij Anderlecht en werd vervolgens aangeboden bij La Louvière. Slecht bleek hij allerminst te zijn, zegt Ariël Jacobs. "Technisch heel sterk, tweevoetig, en bovendien zeer explosief. Ik had wel twijfels over zijn zin voor collectiviteit, want hij ging uitsluitend de individuele toer op. Op zijn best is hij als rechtsbuiten in een driespitsensysteem, of als tweede spits. Hij kan met de rug naar doel spelen, maar is pas echt gevaarlijk met het gezicht naar doel omdat hij zowel binnendoor als buitenom kan gaan. Minpunten zijn dat hij geen kopspel heeft, vaak te onbesuisd is voor doel en bij balverlies en balbezit onvoldoende snel omschakelt. Tactisch is er dus nog werk aan. Hij is ook nog te veel een speelvogel, maar wél leergierig." "Ik ontken niet dat we veel twijfels hadden," zegt Jacobs over Emmanuel Kenmogne, "in die mate zelfs dat we lang aarzeleden of we in het tussenseizoen hem zouden nemen, dan wel Luciano Djim houden. Hij speelt best achter de diepe spits of als linksbuiten, hoewel hij rechtsvoetig is. Als hij minder wisselvallig presteert op training én in de wedstrijd, kan hij een basisplaats claimen." Rachid Belabed kent Jacobs nog van bij RWDM. "Daar deed hij het in tweede klasse goed. Hij kwam van de tweede ploeg van Anderlecht, waar hij vaak niet eens mocht meedoen. Het laatste jaar bij Aberdeen speelde hij niet omdat Bisconti het op zijn positie beter deed. Als centrale middenvelder ging hij, zoals hij het in Schotland geleerd had, overal jagen waar hij de bal zag. Net toen hij zijn plaats in het elftal had afgedwongen, brak zijn plotselinge vlucht naar Marseille zijn doorbraak af. De laatste weken vond ik hem weer sterk, waardoor ik hem tot zijn eigen verrassing in de bekerfinale liet spelen. Zijn probleem is het uitvoetballen : de makkelijkste oplossing wordt voor hem vaak de moeilijkste." "Davy belde me zelf op", doet Jacobs het verhaal van Davy Cooreman. "Hij was de aanhoudende politieke spanningen in Israël beu. Ik ken hem nog van bij de nationale beloften en de min achttien. Omdat zijn club dwars ging liggen, kwam hij pas laat aan. Daarna sukkelde hij tot de winterstop van de ene blessure in de andere. Bovendien kwam hij uit een cultuur waar de individuele prestatie voor de collectieve komt. Hij kan anderen beter doen spelen, maar dat gebeurde te weinig, in feite alleen in de laatste zes matchen."Michael Klukowski ontpopte zich tot een reuze meevaller. "We hadden veel vraagtekens over hem," geeft Ariël Jacobs toe, "ondanks zijn twee grote kwaliteiten : zijn fysieke sterkte en een goeie linkervoet. We volgden hem in februari en namen hem omdat je maar weinig goeie linkervoeten vindt. Maar het niveau van het tweede van Rijsel was zo laag, dat je niet kon inschatten of hij eerste klasse zou aankunnen. Hij wierp zich echter meteen op tot titularis. Al in de oefenwedstrijden ontpopte hij zich tot een heel betrouwbare verdediger, die keihard werkt en een goeie mentaliteit heeft. Zijn positiespel en wendbaarheid kunnen beter, maar dat hij al zo ver zou staan na één seizoen, had niemand verwacht."Dat de jonge Manaseh Ishiaku al meteen aan 28 wedstrijden zou komen, had ook niemand verwacht, aldus Jacobs. "Er waren de contractperikelen, zijn onduidelijke statuut, de problemen met zijn vroegere managers... Uiteindelijk kregen we te horen dat met zijn papieren alles in orde is zolang hij in Europa blijft. Ondanks de concurrentie van Tilmant en Thompson is hij blijven staan. Het best is hij als diepe spits, maar hij wil nog te veel de bal aannemen en er in dezelfde beweging iets mee doen. Bij Roeselare lukte dat, maar in eerste klasse is hij vaak meteen de bal kwijt. Door zijn wendbaarheid en het feit dat hij afhaakt, maakt hij ruimte voor opkomende spelers. Kopspel en afwerking kunnen beter en hij maakt dikwijls nog de verkeerde keuzes : trappen wanneer een dribbel aangewezen is, en omgekeerd." Olivier Guilmot kwam van Francs Borains. Jacobs : "Hij was het gewend om als centrale verdediger met rugdekking te spelen. Ik heb hem ook uitgetest als rechtsachter. Hij moet de stap van derde naar eerste klasse nog verwerken."En dan waren er de blijvers. Zoals doelman Jan Van Steenberghe. "Vorig jaar vroeg Jan me of hij naar Antwerp mocht", vertelt Ariël Jacobs. "Hij kon daar tweede doelman worden, bij ons was hij pas derde keeper. Door het vertrek van Ole Tidman werd hij dit seizoen nummer twee bij ons. Maar telkens als hij moest invallen of spelen, deed hij dat goed, je voélde hem groeien. Toen Proto begin maart geblesseerd raakte, presteerde Jan op niveau. Toen Silvio terugkeerde, liet ik Jan staan, hoewel hij ouder is en eind contract was, en Proto nog een doorlopend contract had. Jan is een doorzetter. De druk van Proto heeft hij op een heel volwassen manier afgehouden." Silvio Proto was aanvankelijk, ondanks contractperikelen, Jacobs' titularis. "Ik zag niet in waarom ik na zijn prestaties van vorig jaar van keeper zou veranderen, temeer omdat Jan net voor de competitiestart geblesseerd was aan de vingers. Silvio reageerde ook altijd als een echte prof toen hij ernaast viel, al gaf hij duidelijk aan dat hij zich niet neerlegt bij een plaats op de bank volgend jaar. Hij is erg lenig, sterk op zijn lijn en in het uitkomen. Het onderscheppen van hoge ballen en dieptevoorzetten kan beter. Sterk vond ik ook dat hij op jonge leeftijd niet ging zweven toen hij bejubeld werd.""Toen ik hier kwam," vervolgt Jacobs, "was Thierry Siquet het zwarte beest bij de supporters. Na de tweede verloren match op Charleroi kwam hij zeggen dat hij wilde kappen met voetballen ; hij was het beu. Beetje bij beetje is hij uit de put geklauterd. Siquet staat voor regelmaat. Hij speelt volgens zijn kwaliteiten én die van de spelers rond hem. Of hij tegen een explosieve dan wel grote spits moet spelen, in een viermansverdediging met of zonder libero, of in een ander systeem : altijd kan je op hem rekenen. Hij schuift zelden mee diep, maar loopt ook nooit uit positie." Ook Alan Haydock kent Jacobs van vroeger. "Hij gaat altijd voorop in de strijd, is mentaal ook sterk. Heel explosief, sterk in de duels, met een goed kopspel, maar géén echte verdedigende middenvelder. Vorig jaar lag dat hem wel, omdat Karagiannis naast hem stond. Alleen wil hij te vaak naar voor en dan verliest hij de bal vaak even snel als hij hem net voordien recupereerde." Domenico Olivieri, tot slot, heeft de schoenen inmiddels aan de haak gehangen. Jacobs : "Domenico wist dat ik het liefst met vier achterin speelde. Dat kan niet met hem. We hebben het geprobeerd, hebben hem ook doorgeschoven naar het middenveld, maar dat ging niet. Het is niet zo dat La Louvière met een libero speelde omdat Domenico er was. Dat had met de achtergrond van de andere verdedigers te maken : Bryssinck was het gewend met een man in de rug te spelen en Ernst had bij Standard ook altijd iemand in zijn buurt om fouten recht te zetten. Daarom kon ik Domenico goed gebruiken. In januari zag het ernaar uit dat hij zijn carrière op de bank zou afsluiten, maar ook als hij wist dat hij niet zou spelen, heeft hij het nooit laten afweten. Door zijn ervaring is hij tot het einde erg nuttig geweest. Ik begrijp dat hij nu stopt. Het komende seizoen zou wel eens het seizoen te veel kunnen zijn." door Geert Foutré'Peter Odemwingie is een speelvogel, maar wel leergierig.'