Het is zaterdagochtend, Parijs wordt wakker. De Avenue des Champs-Elysées stroomt in rap tempo vol met hitsig verkeer. De toeristen slenteren voorbij de gelikte etalages. Bij één winkel hangt de klandizie nog voor de middag met de benen buiten: de Paris Saint- Germain Boutique. De shop telt twee etages, samen zo'n driehonderd vierkante meter groot. Het is er warm, er klinkt Spaans, Frans, niet te definiëren Aziatisch en Engels. Wat hier zichtbaar is - de massale aanbidding van alles wat met PSG te maken heeft - was vier jaar geleden nog volstrekt ondenkbaar.
...

Het is zaterdagochtend, Parijs wordt wakker. De Avenue des Champs-Elysées stroomt in rap tempo vol met hitsig verkeer. De toeristen slenteren voorbij de gelikte etalages. Bij één winkel hangt de klandizie nog voor de middag met de benen buiten: de Paris Saint- Germain Boutique. De shop telt twee etages, samen zo'n driehonderd vierkante meter groot. Het is er warm, er klinkt Spaans, Frans, niet te definiëren Aziatisch en Engels. Wat hier zichtbaar is - de massale aanbidding van alles wat met PSG te maken heeft - was vier jaar geleden nog volstrekt ondenkbaar. Tot 2010 stond Paris Saint-Germain voor geweld en sportieve teleurstelling. De linkse en rechtse supportersgroeperingen stonden elkaar naar het leven, achterbuurtjongeren bezorgden de club een dubieus imago. In de veertig jaar na de oprichting in 1970 werd er te weinig gewonnen om dat te pareren. Als PSG speelde, rook het rondom het Parc des Princes niet zelden naar traangas. De skinheads en de sensatiezoekers werden in 2010 massaal van de tribunes verjaagd. Niet veel later kwamen de Qatarezen. De afdeling sport van de Qatar Investment Authority, Qatar Sports Investment, kocht eerst zeventig procent van de aandelen van Paris Saint-Germain over van de Amerikaanse investeerder Colony Capital. Een jaar later werd ook de resterende dertig procent overgenomen. Dankzij de honderden miljoenen uit het Midden-Oosten heeft Parijs nu ook in de voetballerij een mondiale uitstraling. Het aantal Facebookfans steeg in drie jaar van 500.000 naar vijftien miljoen. Tachtig procent van de likes komt van buiten Frankrijk. De club die vier decennia lang niet eens een stad wist te bekoren, gaat tegenwoordig tot in alle uithoeken van de globe over de tong. "Ze vragen ons overal ter wereld voor wedstrijden", zal voorzitter Nasser Al Khelaifi (41) later die dag trots vertellen. "We hebben inmiddels een website in zeven talen en fanshops in het buitenland. Als we in Frankrijk een uitwedstrijd spelen, zijn de stadions zonder uitzondering vol. Iedereen wil ons zien voetballen. De bezettingsgraad van ons eigen stadion is 98,5 procent." Dat is niet zo vreemd, want er is zwaar in de selectie geïnvesteerd. Gearriveerde vedetten als Zlatan Ibrahimovic, Thiago Silva, David Luiz en Edinson Cavani werden gekoppeld aan peperdure toptalenten als Marquinhos, Javier Pastore, Marco Verratti en Lucas Moura. Twee landstitels, een ligabeker, een supercup en twee keer een plaats in de kwartfinale van de Champions League zijn tot nu toe het sportieve resultaat, maar er is veel meer winst geboekt. Dat ervaar je meteen als je een bezoek brengt aan een thuisduel van PSG. De kwaadwillende supportersgroepen bestaan natuurlijk nog steeds, maar ze komen niet meer in dit gedeelte van Boulogne-Billancourt, de Parijse voorstad waar het stadion en de kantoren van PSG zijn gehuisvest. Paris Saint-Germain heeft de voetballerij de overtreffende trap van hospitality gebracht, maar de nieuwe gastheren uit het Midden-Oosten zijn ook de gewone voetbalfans niet vergeten. In het stadion zijn duizenden zitplaatsen voor tussen de drie- en vierhonderd euro te koop. Voor dat bedrag mogen alle thuiswedstrijden worden bezocht. En als een seizoenkaarthouder even krap bij kas zit, kan hij zijn toegangsbewijs op een door de club gefaciliteerd onlineplatform per wedstrijd verkopen. Het begint al bij de entree. De bezoekers uit de A-categorie (sponsors, politici, artiesten en acteurs) schrijden over een rode loper het stadion binnen, via dezelfde route als de spelers. De bus waarmee de voetballers naar het Parc des Princes worden gebracht, stopt niet achter een hek, maar gewoon aan de stoeprand. Onder luid gejuich en honderden flitslichten wandelen de sterren over de catwalk naar de kleedkamers. De route naar de privélounge van voorzitter Al Khelaifi heeft veel weg van een Eftelingbeleving. Uit de speakers klinkt licht opzwepende housemuziek. Staande op de roltrap valt het oog op een schoenenpoetser, verderop staat de dj. De club heeft in de voorbije drie jaar tientallen multinationals aan zich weten te binden. Natuurlijk onder hen een luchtvaartmaatschappij, een bank en het bureau voor toerisme uit Qatar en diverse andere partijen uit het Midden-Oosten, maar ook bedrijven uit Amerika, Duitsland, Zwitserland, China en Japan. Voor minimaal anderhalf miljoen euro per jaar mag je hier gasten uitnodigen en jezelf profileren. Iedereen wil bij PSG horen. Er zijn wachtlijsten voor vips uit de wereld van kunst, cultuur, popmuziek en politiek. De lounge van hoofdsponsor Emirates Airlines is de eyecatcher op de sponsoretage van het stadion. In de ruimte is een gedeelte van de romp van een Airbus A380 - bijnaam: Het Vliegende Paleis - verwerkt. Het verwennen van geldschieters en interessante gasten is in de voetbalwereld gemeengoed, maar wat PSG hen biedt, ontstijgt met gemak het vijfsterrenniveau. Komende zomer wordt nog eens 75 miljoen euro in het stadion geïnvesteerd. Een fors gedeelte daarvan gaat op aan nieuwe, bredere stoeltjes. Voor iedereen. De verbouwing van Le Carré, de belangrijkste lounge op de begane grond, waar de eregasten worden gefêteerd, zal een grote kostenpost worden. Inmiddels zijn de sponsorlounges op de eerste etage mooier qua aankleding. "Dat kan natuurlijk niet", zegt Jean-Martial Ribes, de rechterhand van Al Khelaifi. "Zit je trouwens lekker? Vorige week zaten Beyoncé en Jay Z op de bank waar jij nu zit." De grote baas van het investeringsfonds dat Paris Saint-Germain kocht, is sjeik Tamim bin Hamad bin Khalifa al Thani, de 35-jarige emir van het door olie en aardgas steenrijke Qatar. Een schiereiland met twee miljoen inwoners en een begrotingsoverschot van tientallen miljarden. De emir/het staatshoofd is de baas van de investeringsmaatschappij die PSG heeft gekocht en daarom is de conclusie juist dat de voetbalclub is gekocht door een land. De onderhandelingen werden gevoerd door Nasser Al Khelaifi, vriend van de koninklijke familie, succesvol directeur van een sportzender en thuis in Parijs. Toen de deal rond was, vroeg zijn vriend, de emir, om de nieuwe aanwinst te gaan leiden. De vriendelijke patron van PSG ontvangt zijn bezoek op wedstrijddagen in de catacomben van het stadion, pal naast de kleedkamer van zijn ploeg. In zijn eigen lounge legt hij een retrobal en een miniatuurversie van het stadion in het zicht van de camera. Oog voor detail, perfectionisme en warm, dat zijn termen die zakenpartners en de spelers van PSG gebruiken om hem te typeren. Onlangs kwam Al Khelaifi ter ore dat de oma van middenvelder Javier Pastore ernstig ziek was. Nog dezelfde dag regelde hij tickets naar Argentinië voor de voetballer en zijn gezin en gaf hij de aankoop van 45 miljoen euro een week vrij. "Ik zie PSG als een familie", verduidelijkt hij zijn stijl van management. "Binnen een familie help je elkaar als dat nodig is. Als een speler met een lastige privékwestie kampt, zoals Pastore, dan heeft dat vaak ook gevolgen voor zijn prestaties en dus de club. Ik vind het, naast het menselijke aspect, daarom volstrekt normaal dat we hier zo met elkaar omgaan. Het gaat hier om topvoetbal, maar we zijn ten eerste allemaal mensen. Het zijn geen robots. Door elkaar te helpen waar nodig, groeit het team." Paris Saint-Germain is nu ruim drie jaar in handen van de investeerders uit het Midden-Oosten. "We zijn tevreden met waar we nu staan, maar we beseffen tegelijkertijd dat we nog lang niet zijn waar we heen willen", geeft Al Khelaifi de tussenstand. "De afgelopen drie jaar hebben we een enorme slag gemaakt. Sportief, maar ook op het gebied van marketing, merchandising en de ontwikkeling van het stadion." Na overnames van voetbalclubs door investeringsmaatschappijen vrezen fans vervreemding van de roots. Al Khelaifi kan weinig met dergelijke suggesties, zegt hij. "Wij hebben Paris Saint-Germain gekocht omdat we hier een unieke kans zagen om een topclub te bouwen in een wereldberoemde metropool van twaalf miljoen mensen. Deze club heeft een enorme potentie, maar die is er in de 41 jaar voor onze komst maar zelden uitgehaald. Noem mij een club met een vergelijkbare nog niet benutte potentie in een stad die zo uniek is! Die is er niet." Al Khelaifi heeft er geen moeite mee om toe te geven dat het uitgeven van miljoenen uiteindelijk wel wat moet gaan opleveren. Vooralsnog is er absoluut nog geen sprake van break-even, laat staan winst. "We zijn hier niet om geld te verliezen, we willen straks geld gaan verdienen. Maar om de top te bereiken en winst te maken, moet je eerst investeren. Dat is in het gewone bedrijfsleven ook het geval. Wij zijn bereid om dat in het voetbal te doen en we zijn geduldig." De FIFA zet vraagtekens bij de wijze waarop veel geannexeerde clubs de zaken financieel regelen. De kern van alle kritiek is dat er oneerlijke concurrentie is ontstaan, de verliezen op de exploitatie worden vanuit niet of nauwelijks te peilen voorraden aangevuld. De Financial Fair Playregels moeten voor evenwicht zorgen. PSG doorstond afgelopen voorjaar de keuring niet en mocht voor straf maar één transfer doen. Al Khelaifi heeft moeite met de wetgeving in voetballand. "Wij hebben bewezen dat we hier voor de lange termijn zijn. Er zijn mensen die onze plannen willen blokkeren, maar dat gaat ze niet lukken. Wat wij doen, is goed voor het voetbal. Niet alleen voor Paris Saint-Germain, maar ook voor Frankrijk en de rest van de voetballerij in Europa. Ik koop spelers van andere clubs en betaal ze netjes. Het geld dat ik verdien, stop ik in het voetbal. Het vloeit niet in mijn eigen zakken, ik sluis het niet weg naar Qatar, het blijft in het voetbal. Ik snap de weerstand niet. Ons plan deugt." Hoewel Al Khelaifi en zijn mensen voortvarend te werk gaan, is er absoluut geen sprake van haast. "Als je het mij nu vraagt, blijven we hier voor eeuwig. We geloven in deze club, in dit merk. Ons grote doel is het winnen van de Champions League, niet één keer, maar meerdere malen. Maar we zijn niet blind. In voetbal heb je een heleboel dingen niet in de hand. Je kunt niet alles controleren, helaas." De resultaten zijn ontzettend belangrijk, maar ook het zichtbaar zijn is dat, vervolgt Al Khelaifi. "Wanneer mogelijk gaan we daarom in een ander werelddeel voetballen. Daarom is het belangrijk dat onze wedstrijden in zo veel mogelijk landen worden uitgezonden." Dat laatste is voor de clubvoorzitter/mediamagnaat om nog een andere reden interessant. Zijn bedrijf, televisiemaatschappij beIN Sports, kocht in 2011 de wereldwijde rechten voor het uitzenden van de Ligue 1. Voor negentig miljoen euro per jaar. Iedereen die een goal van Ibrahimovic wil uitzenden, moet langs zijn loket om af te rekenen. "De wedstrijd tegen Olympique Marseille werd op 280 kanalen wereldwijd uitgezonden. Dat is een record voor ons. Het is niet alleen fantastisch voor onze uitstraling, maar ook voor de andere clubs en de competitie als geheel. Wij zijn gebaat bij een zo spannend mogelijke competitie. Natuurlijk willen we winnen, maar wel graag van sterke tegenstanders. Drie, vier, vijf titelkandidaten, prachtig. Dat zal het niveau van de clubs omhoog brengen en het aanzien van de Ligue 1 vergroten. Wat je in Duitsland ziet, één club (Bayern München, nvdr) die er al een hele tijd echt boven uitsteekt, is niet mijn idee van een interessante competitie. Geef mij maar de Premier League: veel competitiever." Al Khelaifi is een druk man. Naast het aansturen van PSG en beIN Sports, 22 televisiekanalen met sportwedstrijden op vier continenten, is de voormalige tennisprof ook vicevoorzitter van de Aziatische tennisfederatie en voorzitter van de tennisbond in zijn vaderland. Daarnaast is hij ook nog vader, echtgenoot en voorzitter van de PSG Foundation die zich op jaarbasis bekommert over tienduizend kinderen uit de achterbuurten van Parijs. Dat is geen papieren titel. Al Khelaifi bezoekt iedere maand minimaal één evenement van de stichting. Komende zomer opent hij de eerste door hem geïnitieerde Rouge & Bleuschool, waar kansarme kinderen huiswerk kunnen maken en sportlessen volgen. "Ik doe veel, maar alleen dingen die ik leuk vind, waar ik plezier uit kan halen. Op de dag dat ik er geen plezier meer in heb, stop ik. Mijn geheim is dat ik het allemaal met mijn hart doe", vertelt de voormalige nummer 995 (november 2002) van de mondiale tennisranglijst. Zonder liefde voor de sport en oprechte interesse in de club kan niemand het opbrengen om, zoals hij, met regelmaat wedstrijden van de U-19 en vrouwenploeg te gaan bekijken. En minimaal één keer per week wandelt hij de kleedkamer binnen op het trainingscomplex van de A-selectie. Gewoon, om even te kletsen. "Het is een van de aardigste mensen die ik in al die jaren in Europa ben tegengekomen", zegt ex-Ajacied Maxwell. "Deze man is echt betrokken bij de club, op een heel prettige, warme manier." Op de vraag of er een groter plan achter de immense investeringen schuilgaat, een scenario dat niemand nog kent, geeft Al Khelaifi een ontkennend antwoord. "Er is geen dubbele laag. We laten ons leiden door de liefde voor het voetbal. In feite verschillen we in niets van de mensen die al heel lang fan zijn van deze club; we willen net als zij de beste worden met Paris Saint-Germain. Wat wij hier doen, is niet nieuw. Investeren in voetbal is iets van alle tijden. We doen het op onze eigen, unieke manier. Dat maakt ons bijzonder." DOOR THIJS SLEGERS"Deze club heeft een enorme potentie, maar die is er in de 41 jaar voor onze komst maar zelden uitgehaald." "We zijn hier niet om geld te verliezen, we willen straks geld gaan verdienen. Maar daarvoor moet je eerst investeren."