Hij heeft zeven punten voorsprong op Felipe Massa. Makkie, zou een zinnig mens denken. Maar het zou niet de eerste keer in de geschiedenis zijn dat de titelstrijd niet de epiloog krijgt die iedereen verwacht. Lewis Hamilton kan er zondag in Brazilië nog goed naast grijpen. Voorbeelden zat in het grote geschiedenisboek van de formule 1.
...

Hij heeft zeven punten voorsprong op Felipe Massa. Makkie, zou een zinnig mens denken. Maar het zou niet de eerste keer in de geschiedenis zijn dat de titelstrijd niet de epiloog krijgt die iedereen verwacht. Lewis Hamilton kan er zondag in Brazilië nog goed naast grijpen. Voorbeelden zat in het grote geschiedenisboek van de formule 1. Nog vers in het geheugen: precies een jaar geleden trekken ze met drie titelkandidaten naar São Paulo. Bij de bookmakers heeft Kimi Räikkönen de grootste quotering achter zijn naam, want in het klassement kijkt hij aan tegen een achterstand van zeven punten. Alleen de grootste Finse optimisten, weliswaar geholpen door wat alcohol, durven denken dat hij het nog kan overbruggen. Maar de McLaren van Alonso is geen partij voor de Ferrari's, en Hamilton krijgt het met serieus geknoei (veel te enthousiast in de start en van de piste, daarna problemen met de knopjes op zijn stuur) voor mekaar om pas zevende te finishen. Op een punt van de titel die hem niet kon ontsnappen. Ook in 1964 zit het venijn in de staart. Jim Clark moet in de slotrace in Mexico winnen om zijn wereldtitel te verlengen. Hij pakt de poleposition en vertrekt op kop. Het ziet er goed uit want Graham Hill, zijn gevaarlijkste rivaal, sukkelt met de inlaat en komt er niet aan te pas. Maar in de 64e van de 65 rondes braakt de Lotus-Climax van Clark al zijn olie op het wegdek en in de laatste ronde valt Clark definitief stil. John Surtees is op dat moment derde, niet goed genoeg om Graham Hill, leider in het klassement, te kloppen. Waarop de Italiaan Bandini van Ferrari het bevel krijgt om teamgenoot Surtees voorbij te laten. Met zijn tweede plaats strompelt Surtees in het klassement nog net voorbij Hill en pakt zijn enige wereldtitel ooit. Een andere klassieker is 1986. Het hele seizoen hebben ze elkaar met een mes tussen de tanden bestreden, Nigel Mansell en Nelson Piquet. Verblind door hun onderlinge rivaliteit bij Williams, dat de beste auto heeft. Terwijl Alain Prost, gedisciplineerd als hij is, ieder puntje dat hij kon pakken ook gepakt heeft. In Adelaide kunnen ze nog alle drie wereldkampioen worden, maar normaal moet het voor Mansell zijn - de Brit heeft namelijk genoeg aan een derde plaats. Met 25 ronden te gaan ligt Piquet op kop, voor Mansell en Prost. Mansell virtueel wereldkampioen. Maar dan explodeert zijn achterband en crasht hij. Piquet virtueel wereldkampioen. Alleen vreest Williams een probleem met de banden van Piquet en roept hem binnen. Prost virtueel wereldkampioen. Met nieuw rubber begint Piquet aan een indrukwekkende remonte, op weg om Prost met huid en haar op te vreten. Maar de Fransman houdt uiteindelijk drie seconden van zijn voorsprong over. En is de verrassende wereldkampioen. Het illustreert hoe Hamilton ondanks zijn riante voorsprong geen gewonnen spel heeft. Een kwade stuurslag, een frêle band of een vermoeide motor en de wereld ziet er plots helemaal anders uit. Maar de grootste tegenstander van de Brit wordt de twaalfde man: in São Paulo moet hij er in een heksenketel rijden, met 100.000 dolle Brazilianen die hun thuisheld naar de overwinning schreeuwen. Dat belooft.