Om te beginnen wil hij wat rechtzetten in verband met zijn naam. Het is dus Edy DeBolle, met één d. Edy naar Eduard, zijn grootvader. Lachend : "Mijn vader had dus niet iets te veel gedronken bij de aangifte van zijn zoon."
...

Om te beginnen wil hij wat rechtzetten in verband met zijn naam. Het is dus Edy DeBolle, met één d. Edy naar Eduard, zijn grootvader. Lachend : "Mijn vader had dus niet iets te veel gedronken bij de aangifte van zijn zoon." De Brusselaar, die als een van de weinigen voor alle grote hoofdstedelijke clubs speelde, week inmiddels uit naar de Rupelstreek. Hij trouwde vorig jaar en woont nu in Willebroek, in de schaduw van de bekende brug. Hij troont er ons mee naar het moderne cultureel centrum, aan de rand van de stad. Van hieruit rijdt hij meestal met de fiets naar het werk, de oefenvelden van SK Beveren. Ongeveer een uurtje enkel voor deze afgetrainde vijftiger. Net als zijn collega's bij Moeskroen, Lokeren of La Louvière neemt hij er nu na het ontslag van de hoofdcoach tijdelijk de honneurs waar. Maar net als RudiCossey of GilVandenbrouck heeft hij geen zin om het definitief als hoofdcoach te wagen. "Ik heb het al gedaan. Binche in bevordering, een beetje folklore misschien, maar dat is Beveren ook, hoor. Bij La Louvière en Francs Borains heb ik zes, zeven jaar eerste man gespeeld. De stress, de punten, het klassement, ik weet wat het is en ben daar heel filosofisch in. Maak voor de start van een seizoen een klassement op basis van het budget op en vergelijk dat tien maanden later met de eindstand. Er zullen uitzonderingen zijn, zoals dit jaar Zulte Waregem, maar niet veel. Het is relatief hoor, die trainersinbreng. En als je eerste trainer bent, ga je ooit buitenvliegen. Ik wil dat niet, ik wil bij Beveren blijven. Ik weet dat ik dat kan, dat werk in de schaduw en de eerste trainer voor de buitenwereld tot de laatste snik verdedigen. Met VincentDufour deed ik dat ook. In de kleedkamer heb ik dikwijls met hem in de clinch gelegen, maar je hebt mij naar buiten uit nooit kritiek horen geven. Veel mensen hebben het geprobeerd, want hij lag nogal moeilijk, maar ik heb bewust niks gezegd. Omdat ik vond dat erover was nagedacht, over wat hij zei en deed." Maar nu hij het voor het zeggen heeft, wil hij wel een aantal zaken fundamenteel anders zien en doen. De Bolle : "Meer werken op de basics. Geen tennisvoetbal, dat kunnen ze als geen ander. Dat moet je zelfs afbreken of ze zijn na drie uur nog bezig. Ik moet ze andere dingen leren. Het mentale, de kracht, maar ook : een andere techniek. Ik erger me dood aan hun manier van inspelen. Ik provoceer hen op dat vlak, ik zeg dan dat ze geen techniek hebben. Omdat ze niet inspelen op de goeie voet, vóór de man. Hoe wil je snelheid brengen in je spel als dat niet in orde is, als de eerste balcontrole om al die redenen wat moeilijk is, ook al zijn ze technisch nog zo sterk ? We zijn te traag in de opbouw, wat de tegenstander de tijd geeft zich te organiseren en fysiek te recupereren. Daar trainen we nu op. Idem met dat jammeren van hen als ze denken dat iemand een fout op ze maakt. In plaats van met de handen in de lucht te staan moeten ze van mij direct hun positie innemen. Fysiek zijn we niet in orde, alleen heb ik niet zoveel tijd om dat te herstellen. Ik kan nu hard gaan trainen, maar dan maak ik ze kapot. Het probleem is dat die mannen vroeger alles wonnen op basis van techniek. Dat is voorbij, zeker nu we meer als ploeg het verschil moeten maken. Romaric was de laatste die het individueel kon. ( lacht) Ik herinner me nog goed hoe hij de dag van onze match in Sint-Truiden rond twee uur met de trein aankwam in Berchem. Was een stapje gaan zetten in Parijs. 'Moeten we hem wel gaan halen', vroegen ze aan Herman ( Helleputte, nvdr). Uiteraard. Ik zie hem nog aankomen, op zijn slippers, net op tijd voor de bus. Hij startte die avond op de bank, viel in, zette een strafschop om, scoorde en we wonnen. Normaal zegt een trainer : 'In Parijs geweest de dag voor de match ? Naar huis manneke en zoveel euro boete.' Maar we moesten hem zetten ! De dag voor een match maar acht man op training hebben en de rest nog onzeker, die toestanden kenden we vroeger. Eboué en Marco Né die twee weken voor de competitie nog in Oostenrijk tien dagen mochten meetrainen met Arsenal, dat kon allemaal in Beveren. Herman kon dat allemaal heel goed relativeren, maar mijn bloeddruk ging dan de hoogte in." Dit seizoen moest alles anders worden. Vincent Dufour kreeg veel spelers en ruim op tijd. Maar het zette weinig zoden aan de dijk. Begin maart werd de Fransman ontslagen omdat Beveren volop in een degradatiestrijd was verzeild. Is de assistent ook niet wat mee verantwoordelijk ? De Bolle : "Ik heb alles wat ik nu veranderd wil zien - meer mentaliteit en kampgeest - ook aan Vincent gezegd. Naar bepaalde zaken luisterde hij, naar andere niet. Dat ik een probleem had met de intensiteit op training weet hij al weken. Niks tegen Vincent Dufour, die een goeie trainer is die enorm veel energie steekt in zijn job. Hij is enorm gedreven, dat zeker. Maar brengt het nu op ? Later misschien wel, maar voor mij telt het heden. Twintig minuten opwarmen en dan tien minuten uitleggen, het zal allemaal wel met de beste bedoelingen zijn geweest, maar wat brengt het op ? Deed hij enorm graag, babbelen. Op zijn Frans hé. ( lacht) Dat hij in het begin van het seizoen zei : 'De punten interesseren me minder dan het geleverde spel', dat kan ik nog ergens begrijpen. Hij keek enorm op naar Jean-Marc ( Guillou, nvdr). Diens filosofie wilde hij doortrekken. Hij wilde goed voetbal brengen en daarmee zou hij resultaat halen. Dat was genoeg. Kampioen kon hij met Beveren toch niet worden. Hij wist dat hij een keer zou winnen, maar ook verliezen, en ging ervan uit dat het hem in alle rust tot in de middenmoot zou leiden. De bedoeling is al die jaren dezelfde gebleven : verder leren, opvallen met goed voetbal en daardoor een of twee spelers kunnen verkopen. Op die manier konden club en academies blijven draaien. De fout lag erin dat je zoiets wel kunt zeggen als je Yapi Yapo lopen hebt, en Touré, Eboué, Né, Boka of Romaric. Nu is het allemaal iets minder." "Tegen Westerlo", vervolgt hij, "hebben ze de eerste keer voor de wedstrijd in een bespreking de naam van de tegenstander gehoord. Dufour vond dat niet nodig. De theorie moet niet uitvoerig zijn, vind ik. Ik heb als speler nog Kessler meegemaakt en na drie minuten lag ik te maffen. Maar in mijn ogen moet je wel wat theorie geven : de grote lijnen, de kwaliteiten van de tegenstander. Dufour vroeg gewoon : 'Is het zoals de vorige keer ?' Ongeveer, knikte ik dan. Toen we in de problemen kwamen, heeft hij de knop niet omgedraaid. Vanuit de stellige overtuiging dat er een doorbraak zou komen, dat er ergens een keer een zege zou volgen die alles omdraaide. Maar die bleef uit." Dit mag van hem evenwel geen eenzijdige klaagzang worden. "Die man heeft ook goeie dingen gebracht. Zijn uitleg over tactiek en veldbezetting klopte. De eigen tactiek toch. Hij heeft in Gérardmer een analyse gemaakt van de eerste ronde die af was. Een hele dag hebben we hem niet gezien, terwijl hij eraan bezig was. Doelpunten voor, doelpunten tegen, wanneer we die slikten, langs welke kant, waar we de bal verloren et cetera. Een enorm werk ! Ik denk dat hij een goeie trainer is. De oefeningen op zichzelf waren ook goed. Maar alles valt of staat met het resultaat in profvoetbal. Als ik straks vier keer op rij verlies, zullen ze ook zeggen : 'Die De Bolle kent er niks van.' Zijn manier was anders en leverde weinig rendement op. Hij nam op training graag alle vrije trappen en corners zelf. Omdat hij graag iedereen op zijn plaats wilde zien staan en vond dat hij zelf het best de bal kon brengen waar hij dat wilde. Als dat zijn visie is, leg ik me daar als assistent bij neer. Ik vind het beter dat een speler zoiets doet. Als je niet regelmatig shot, heb je toch dezelfde kracht niet."Zijn de spelers wel met hun vak bezig ? Is de anekdote van Romaric niet typerend voor de wat nonchalante manier waarop de Ivorianen door het leven gaan ? De Bolle nuanceert. "Af en toe hoor ik ook van mensen uit Beveren dat ze hen 's nachts op straat zien lopen, soms om vier uur. Dat is niet altijd omdat ze dan uitgaan. Die jongens hebben een andere manier van leven. Ze eten als ze honger hebben. In hun frigo zit amper wat, ik kan me goed inbeelden dat ze 's nachts wakker worden van de honger en omdat ze misschien niks in huis hebben naar de nachtwinkel trekken. En dan komen de mensen je 's anderendaags zeggen : 'Ik heb die of die gezien vannacht, in zijn korte broek.' ( lacht) Sinds Vincent hebben we heel goeie documentatie over hun nachtleven, want ze moesten tegen het einde van de week met hun hartslagmeter slapen. Dat sluit misschien niet uit dat sommige jongens toch naar een nachtclub gaan, maar belangrijk is daar dan weer dat ze niet drinken. Hun leven is gewoon anders, minder gestructureerd dan het onze. Het vaste ontbijtuur op de club is halfnegen. Ik sta dagelijks op om kwart over zes en vind dat zelf een uur voor bejaarden, maar zij willen het graag nog wat later, terwijl ze allemaal op vijf minuten van het stadion wonen. Van Vincent mocht dat, als ze een goed resultaat haalden. Van mij niet. Ze verdienen veel geld met hun spelleke, ze moeten er dus wat voor over hebben. Slapen kunnen ze overal overdag. ( lacht) Daar liepen ze in Gérardmer wel wat lastig voor, ze kregen van Vincent op de stage geen seconde vrij : elke dag twee trainingen en nog een activiteit. Dat Gérardmer Club Med was, ontken ik ten stelligste. We hebben daar in de Vogezen heel goed gewerkt. Fysiek, wandelen, lopen, langlaufen, een combinatie van fietsen en lopen. Hun honger naar de bal was groot en dat zag je op de eerste trainingen. Maar blijft dat duren ?" Neen dus. Het eerste wat hij daarom deed, was de tactiek veranderen. De onder Guillou heilige 4-4-2 werd een soepele 3-5-2. De Bolle : "Als we achterin met vier spelen, heeft Diabis het moeilijk om de afstand te belopen. Jo-Augustin, zijn partner centraal, is een prachtige jongen, maar hij geeft geen info. Diabis doet dat een beetje. Met die twee alleen zijn we niet goed georganiseerd, vind ik. Dus proberen we om er centraal drie te zetten. Jo en Zito krijgen dan ook meer vertrouwen. Emilio Ferrera speelde ook altijd met drie achterin. ( lacht) Dat klikte van geen kanten met Guillou. 'Ik snap niks van zijn trainingen', zuchtte Guillou dan. Voor mij is met drie achterin spelen een oplossing voor ons verdedigend probleem. Tegelijk slaag je er zo in om door het laten inschuiven van een van de drie voor een verrassing op het offensieve vlak te zorgen. Vroeger verrasten we niet." PETER T'KINT