Heerlijk, die bijnamen van wielrenners. Een paar uur grasduinen in Spaanse kranten en je vindt er voor wonderkind Alejandro Valverde alvast twee. Een klassieker is : ElImbatido. De onklopbare. Volgens de overlevering dateert dat predicaat uit de periode dat hij het jeugdwielrennen in zijn streek domineerde. Zijn vader, Juan, was ooit ook wielrenner voor hij in een vrachtwagen kroop en daarmee zijn brood verdiende, en zijn oudere broer, Juan Francisco, koerste eveneens, maar het was de kleine Alejandro die over het meeste talent bleek te beschikken. Toen hij in 1988 Pedro Delgado de Tour zag winnen, kroop Alejandro zelf op een fietsje en maakte indruk door zonder problemen de steile hellingen in zijn buurt te beklimmen. Het verhaal wil zelfs dat hij in die dagen een tocht van honderd kilometer moeiteloos overleefde. Nu zijn jeugdverhalen over topwielrenners wel eens vaker onderhevig aan een dosis visserslatijn, maar fietsen kon hij wel. Dat bleek snel in wedstrijdjes bij de jeugd. Waarop andere ouders aan papa Valverde vroegen om zijn zoon af en toe eens niet te laten deelnemen, zodat andere kinderen ook nog eens kans maakten op de zege. Uit die periode dateert nog een andere slogan, een parafrase op de zegehonger van de Duitsers in het voetbal. "Het wielrennen is een sport waarin ze allemaal aanvallen en Valverde uiteindelijk wint." Maar de mooiste bijnaam van deze stil...

Heerlijk, die bijnamen van wielrenners. Een paar uur grasduinen in Spaanse kranten en je vindt er voor wonderkind Alejandro Valverde alvast twee. Een klassieker is : ElImbatido. De onklopbare. Volgens de overlevering dateert dat predicaat uit de periode dat hij het jeugdwielrennen in zijn streek domineerde. Zijn vader, Juan, was ooit ook wielrenner voor hij in een vrachtwagen kroop en daarmee zijn brood verdiende, en zijn oudere broer, Juan Francisco, koerste eveneens, maar het was de kleine Alejandro die over het meeste talent bleek te beschikken. Toen hij in 1988 Pedro Delgado de Tour zag winnen, kroop Alejandro zelf op een fietsje en maakte indruk door zonder problemen de steile hellingen in zijn buurt te beklimmen. Het verhaal wil zelfs dat hij in die dagen een tocht van honderd kilometer moeiteloos overleefde. Nu zijn jeugdverhalen over topwielrenners wel eens vaker onderhevig aan een dosis visserslatijn, maar fietsen kon hij wel. Dat bleek snel in wedstrijdjes bij de jeugd. Waarop andere ouders aan papa Valverde vroegen om zijn zoon af en toe eens niet te laten deelnemen, zodat andere kinderen ook nog eens kans maakten op de zege. Uit die periode dateert nog een andere slogan, een parafrase op de zegehonger van de Duitsers in het voetbal. "Het wielrennen is een sport waarin ze allemaal aanvallen en Valverde uiteindelijk wint." Maar de mooiste bijnaam van deze stille jongen uit Murcia vinden we de volgende : El Balaverde (in het Spaans wordt de 'v' als een 'b' uitgesproken, vandaar). Alejandro Balaverde. Alexander de groene kogel. Zwart zou gezien zijn teamuitrusting accurater zijn geweest, maar passons. Alejandro Valverde Belmonte, dat laatste naar zijn moeder. Ook al zo'n beladen naam, want Belmonte klinkt als een klok in die andere favoriete sport van de Spanjaarden : het stierenvechten. Diverse Belmontes waren bekende torero's. Geboren op 25 april 1980 (vandaag/woensdag wordt hij dus 27) en opgegroeid in Las Lumbreras, een klein dorpje ten noorden van Murcia waar een calle, een klein straatje, tegenwoordig zijn naam draagt. Geboren in het voor het wielrennen zo gezegende 1980, het jaar van Tom Boonen en van Fränk Schleck, de klassieke winnaars van het voorjaar 2006. Boonen won toen de Ronde van Vlaanderen, Schleck de Amstel Gold Race en Valverde de Waalse Pijl én Luik-Bastenaken-Luik. (Spelbrekers Filippo Pozzato, vorig jaar winnaar van Milaan-Sanremo, en Fabian Cancellara, winnaar van Parijs-Roubaix, zijn van 1981). Valverde won zijn twee wedstrijden telkens op dezelfde manier, geleerd door ervaringen uit het verleden : zich wat verstoppen in het peloton om dan in de laatste steile kilometers te ontploffen. Eerst op de muur van Hoei, een paar dagen later op die helling in Ans. In principe is ook de slotspurt op de Cauberg een kolfje naar zijn hand, maar daar liep het vorig jaar nog mis. Er moet ginds in Murcia wat in het water zitten, want ze zijn inmiddels met een hele hoop, de goeie renners die samen op training gaan en er bekend staan onder de bende van El Carmen. Ze trainen er niet tussen de sinaasappelbomen, maar in de Sierra de Espuña, waar je al snel klimt naar duizend meter en meer. Overigens verlopen die trainingstochtjes niet altijd vlekkeloos. Onlangs moest ploegmaat José Joaquín Rojas naar het ziekenhuis worden afgevoerd toen hij op het einde van zo'n tochtje door een auto omver werd gekegeld. Uitgerekend Rojas, die eigenlijk geen deel uitmaakt van het vaste trainingsgroepje maar die keer wel met zijn ploegmaats oefende omdat het bij hem thuis te hard waaide. De verbondenheid met de streek koestert Valverde als geen ander. Hij koerste vroeger heel vaak in de streek van Murcia en Valencia, hij gaat nog elke zaterdag bij zijn ouders eten als hij niet onderweg is, huwde Angela, een jeugdvriendinnetje, en woont momenteel in Esparragal, een paar kilometer buiten Las Lumbreras. Kinderen heeft het paar nog niet, wel auto's. Een Porsche Cayenne, een Mercedes en een Mini. De Ardennenklassiekers van deze week zijn opnieuw een van de doelen van de renner die het vorige seizoen afsloot als winnaar van de Pro Tour. Maar niet hét doel. In een van de interviews die de regionale krant La Verdad met hem tijdens de winter maakte, zei hij dat hij bereid is om te koersen van februari tot en met het WK, maar dat hij wellicht tijdens de Ardense wedstrijden maar aan zeventig procent van zijn mogelijkheden zou zitten. Hét hoofddoel van 2007 is immers winst in de Tour. Of het zou lukken, wist hij niet, maar dat hij ooit op een dag in Parijs in het geel zou staan, daar was hij wel zeker van. Bij leven en welzijn ... Kan dat ? Valverde is in elk geval een van de completere renners van zijn generatie. Spurten kan hij, dat toonde hij al een paar keer op het WK. In Madrid was hij nog tweede achter Tom Boonen, vorig jaar was hij na het uitvallen van Oscar Freire speerpunt bij de Spaanse armada in Salzburg en werd hij derde. WK's liggen hem, in 2003 was hij al tweede, na zijn landgenoot Igor Astarloa en voor Peter Van Petegem. Klimmen kan hij ook, dat zag je al tijdens zijn eerste Tour, in 2005. Lance Armstrong is iemand die traditioneel hard tekeergaat in de eerste bergritten. Zo ook dat jaar, in de rit naar Courchevel. Eerst ging Michael Rasmussen, daarna Armstrong, wiens ploegmaats eerder de groep al een moordend tempo hadden opgelegd. Slechts één renner kon de boss tot de streep volgen : Alejandro Valverde, pas 25. Hij klopte de Amerikaan zelfs in de spurt. Bij wijze van eerbetoon gaf de latere Tourwinnaar hem vlak voorbij de finish een hand. Een teken van respect. Maar tussen Tour en Valverde kwam het sindsdien nooit meer goed. Een paar dagen na die winst in Courchevel moest de Spanjaard opgeven tijdens de ploegentijdrit. Knieproblemen. En vorig seizoen kwam hij al in etappe drie, die naar de Cauberg in Valkenburg, ten val. Diagnose : sleutelbeenbreuk. De ene zijn dood werd de ander zijn brood : in een onthoofd Illes Balears werd iedereen plots vrijbuiter, een rol waar ÓscarPereiro Sio voluit van profiteerde. Hij droeg lange tijd het geel en werd uiteindelijk in Parijs tweede, achter de later van dopinggebruik beschuldigde Floyd Landis. Jaren na Pedro Delgado en vooral Miguel Indurain had José Miguel Echavarri dus toch zijn nieuwe Tourwinnaar. Niet de gedroomde Valverde, maar een onverwachte. Maar komende zomer gaat alle aandacht toch weer uit naar de man uit Murcia. Die trainde hard, had een goede winter, ondanks wat verdachtmakingen, en werkte hard aan dat laatste onderdeel dat hem nog wat twijfels bezorgde : het tijdrijden. Prologen liggen hem nog wel, maar over langere afstanden konden het afzien en de gewenning aan het stijve tijdritframe beter. Er werd ook gewerkt aan het aantal omwentelingen, om het klimwerk nog te verbeteren. Van uithouding is hij niet bang. Was er niet een ontketende Kazach Alexandre Vinokourov geweest, Valverde had vorig seizoen ook nog de Vuelta gewonnen. Nu moest hij zich met een tweede plaats tevredenstellen. Kortom : 2006 was grand cru, maar 2007 kan nog beter. Tenslotte was Lance Armstrong al 28 toen hij zijn eerste Tour won. Indurain was 27, maar alhoewel Valverde hem overal als grote voorbeeld aanduidt, wil hij wel geen renner zijn zoals de vijfvoudige Tourwinnaar. Die trok zich van klassiekers of WK geen wiel aan en concentreerde zich alleen op Giro en Tour. Neen, dan is Valverde hongeriger. Eddy Merckx zal het graag lezen. door Peter T'Kint