Lance

Tien redenen om te veronderstellen - te hopen ? - dat Lance Armstrong de Tour dit jaar niet wint. 1. Zijn erg late en voornamelijk door de sponsor geïnspireerde beslissing om dit jaar voor de elfde keer deel te nemen, waardoor deze Tour meer een opdracht dan een uitdaging lijkt. 2. De talrijke winterse actes de présence op tv-shows en awarduitreikingen met vriendin Sheryl Crow. 3. Het voortdurende heen en weer gependel tussen Amerika en Europa. 4. Zijn leeftijd. Lance wordt in september 34. 5. Het rampzalige seizoensdebuut in Parijs-Nice : 140e in de proloog op een halve minuut van Jens Voigt. 6. Het niet bepaald overtuigende wederoptreden in de Brabantse Pijl en de Ronde van Vlaanderen (twee keer opgave, in de laatste wedstrijd totaal uitgeput na het fijnzinnige : ' What a fucking race !'). 7. Zijn middelmatig prestaties in de Tour of Georgia (vijfde) en de Dauphiné Libéré (vijfde). 8. De mogelijkheid dat zijn teamgenoten voor volgend jaar de pikorde al willen bepalen en zich ietsje egoïstischer gaan gedragen. 9. Zijn hakkelige voorbereiding, met een miniem aantal koersdagen en al te weinig Europese trainingssessies.
...

Tien redenen om te veronderstellen - te hopen ? - dat Lance Armstrong de Tour dit jaar niet wint. 1. Zijn erg late en voornamelijk door de sponsor geïnspireerde beslissing om dit jaar voor de elfde keer deel te nemen, waardoor deze Tour meer een opdracht dan een uitdaging lijkt. 2. De talrijke winterse actes de présence op tv-shows en awarduitreikingen met vriendin Sheryl Crow. 3. Het voortdurende heen en weer gependel tussen Amerika en Europa. 4. Zijn leeftijd. Lance wordt in september 34. 5. Het rampzalige seizoensdebuut in Parijs-Nice : 140e in de proloog op een halve minuut van Jens Voigt. 6. Het niet bepaald overtuigende wederoptreden in de Brabantse Pijl en de Ronde van Vlaanderen (twee keer opgave, in de laatste wedstrijd totaal uitgeput na het fijnzinnige : ' What a fucking race !'). 7. Zijn middelmatig prestaties in de Tour of Georgia (vijfde) en de Dauphiné Libéré (vijfde). 8. De mogelijkheid dat zijn teamgenoten voor volgend jaar de pikorde al willen bepalen en zich ietsje egoïstischer gaan gedragen. 9. Zijn hakkelige voorbereiding, met een miniem aantal koersdagen en al te weinig Europese trainingssessies. Tot slot : het feit dat er sinds de jaren zestig ieder decennium een grote Tourkampioen in zijn geliefde wedstrijd tegen de grens van zijn fysieke mogelijkheden aan knalt. Het overkomt Jacques Anquetil in 1964, wanneer hij op de Puy de Dôme ei zo na de eindzege verspeelt aan Raymond Poulidor, die op veertien seconden van het geel strandt. Het jaar nadien blijft Anquetil thuis. In 1977 zwalpt Eddy Merckx in zijn laatste Tour doodziek de Col de la Madeleine op. In de eindstand wordt hij zesde, op 12'38". In 1986 moet Bernard Hinault zijn meerdere erkennen in zijn jonge ploegmaat Greg Lemond na een heroïsche tweestrijd in de Pyreneeën en de Alpen. Hij wordt tweede op iets meer dan drie minuten. Precies tien jaar later sputtert de machine van Miguel Indurain voor het eerst in vijf jaar op 3,5 kilometer van de aankomst in Les Arcs. Hij eindigt elfde in Parijs, op bijna een kwartier van winnaar Bjarne Riis. Is het in de Tour van 2005 de beurt aan Lance Armstrong ? Geen enkele wielerkenner die dat hardop wil gezegd hebben. Omdat een Armstrong op vijfentachtig procent van zijn mogelijkheden nog steeds hors catégorie is. Omdat Lance over water kan lopen als hij dat echt wil. "Ik heb hem al dingen zien doen waarvan ik zeg : dat kan niet", zegt Johan Bruyneel. Zoals die demarrage na zijn val op Luz Ardiden in 2003 : "Volgens mij was hij op dat moment lichamelijk niet in staat om die inspanning te leveren. Maar hij wou, hij wou, het moest, het moest, het moest en hij dééd het." En dus zet iedereen, ondergetekende incluis, Lance Armstrong bovenaan zijn lijstje. Natuurlijk mag een mens wel hopen op enige vorm van strijd. Om oorlog te maken rekenen we dan in eerste instantie op de Mannschaft van T-Mobile, samen met Discovery Channel het sterkste collectief in de Tour : Jan Ullrich (1 overwinning, 5 tweede plaatsen, 7 ritzeges), Andreas Klöden (2e in 2004), Alexandre Vinokourov (3e in 2003, 1 ritzege), Oscar Sevilla (7e in 2001), Daniele Nardello (7e in 1999, 1 ritzege) en Giuseppe Guerini (ritwinnaar Alpe-d'Huez 1999). Het blijft echter de vraag of al dat klimtalent zal volstaan om der Jan over monstercols als de Madeleine, de Galibier of de Abisque te slepen. Wie de Ronde van Zwitserland bekeken heeft, kon niet meer naast de evolutie kijken die zich al enige jaren voltrekt : der Junge rijdt helemaal zo goed niet meer bergop. In 1997 kon Ullrich zich nog simpelweg op kop van het peloton zetten en de grote molen ietsje sneller rondwentelen. Renners van het kaliber Richard Virenque (vóór de Festina-affaire), Marco Pantani (in zijn beste periode), Bjarne Riis (Tourwinnaar van het jaar voordien) en José Maria Jimenez (destijds uitgeroepen tot de nieuwe Bahamontes) stierven dan in zijn wiel. Anno 2005 slaagt Ullrich er zelfs niet meer in om een - met alle respect - bescheiden uitval van Michael Rogers te counteren in een bergrit van honderd kilometer. Verklaringen ? Zeker, in 1997 bevond het wielrennen zich nog in een ander tijdperk. Maar ook : wie zo op de macht klimt als Jan Ullrich verslijt gewoon sneller. Ullrich, 31 intussen, heeft dat aftakelingsproces ongetwijfeld versneld door de manier waarop hij zijn afgelopen vijf Tours voorbereidde : tien à vijftien kilo vet opslaan in de winter, in februari als een gek aan het trainen slaan met ziektes en/of blessures tot gevolg, om vervolgens in mei met trainingssessies van zeven tot acht uur per dag op een dieet van water en muesli op zoek te gaan naar een acceptabel gewicht en vormpeil. Het feit dat zijn lichaam zulke methodes aankan, zegt veel over het atletische vermogen van Ullrich, maar op lange termijn blijft het pure roofbouw. Andreas Klöden dan. "Toen ik nog koerste," zegt zijn ploegmanager Walter Godefroot, "noemden we renners als Andreas een Alfa-Romeo. Dat was toen een auto waarmee je soms 210 kilometer per uur reed, maar op andere dagen was de motor vochtig en kreeg je hem niet in gang." Dit jaar sloeg de motor van Klöden nog niet aan : anonieme plaatsen in Tirreno-Adriatico en het Internationaal wegcriterium, opgaves in de Ronde van Valencia, de Ronde van het Baskenland en de Waalse Pijl. In de Ronde van Beieren won hij de vijfde rit, maar de Dauphiné Libéré reed hij anoniem mee. Terwijl Andreas Klöden constant bevestiging nodig heeft en zich heel snel laat gaan. "Als Armstrong of Basso demarreert, dan zal hij heel diep kunnen gaan om met hen mee te wippen. Omdat hij weet : mijn conditie is goed. Als daarentegen een mindere renner aanvalt en hij moet moeite doen om hem te volgen, dan kan hij dat niet opbrengen. Dan stapt hij bij wijze van spreken van de fiets en gaat naar huis", vat ploegleider Frans Van Looy de situatie samen. Gelukkig fietst er bij T-Mobile ook nog ene Alexandre Vinokourov mee. Een blok graniet van 1,75 meter bij 72 kilogram. Een vent die nooit kapotgaat. Tegen de pers is Alexander de Zwijger kort van stof, maar gemiddeld om de twee zinnen valt het woord ' attaque'. In de jongste editie van Luik-Bastenaken-Luik vertrok hij op zestig kilometer van de streep, om anderhalf uur later het voorjaar van zijn ploeg te redden. Vino heet ietwat beperkt te zijn in het hooggebergte, maar dat hoeft in de Tour van 2005 geen onoverkomelijke hindernis te zijn. Geen Alpe-d'Huez dit jaar, met zijn 2645 meter is de Galibier de enige col die ver boven de 2000 meter uittorent en een flink deel van de overige negentien cols zit onder de 1600 meter. Bovendien bieden enkele schimmige etappes door het middengebergte - bijvoorbeeld de ritten acht en negen door de Vogezen - een ideaal decor voor lefgozers als Vinokourov om er vanonder te muizen. Op voorwaarde dat de Kazak niet vleugellam gemaakt wordt door de directieven van de ploeg of beter : de sponsor. In ieder geval zal Discovery Channel een taaie klant aan hem hebben. Trouwens, wie won dit jaar ook alweer de prestigerit op de Mont Ventoux in de Dauphiné ? Juist, Vinokourov. À l'attaque !Als teambuilder kent Bjarne Riis in het peloton zijn gelijke niet. Al in december 2004 legde hij in het Deense Jutland de grondslag voor de komende Tour tijdens een veertig uur durende driloefening met alle renners én personeelsleden van de CSC-ploeg. Doel : zwakheden opsporen, communicatie verbeteren, onvoorwaardelijke loyaliteit aankweken. De opdracht voor Ivan Basso : meer een krijger worden. Was vorig jaar in de Tour té lief geweest voor zijn vriend Lance Armstrong, die een Amerikaanse crisispsycholoog naar Milaan stuurde om de moeder van Basso, die aan lymfeklierkanker leed, bij te staan tijdens haar chemokuur. Fysiek moet Basso in staat zijn om gelijke tred te houden met Armstrong. Vorig jaar verloor hij 6'40" op de Texaan, waarvan 6'30" in het werk tegen de klok. Dit jaar telt de Tour twee individuele tijdritten, waaronder één uit de kluiten gewassen proloog. Met een derde plaats in de ploegentijdrit in Eindhoven toonden de troepen van CSC dat ze op dit onderdeel in de Tour niet zinnens zijn veel terrein prijs te geven. Komt daarbij dat Basso het laatste jaar wekelijks tweehonderd kilometer afmaalde op zijn tijdritfiets en zijn positie bijwerkte in de windtunnels van het Massachusetts Institute of Technology. Krijgen we de komende weken de krijger-met-moordenaarsblik Ivan Basso te zien ? Of wordt het opnieuw die breekbare, engelachtige figuur van 2004 die, toen hij op de voorlaatste dag door Andreas Klöden van de tweede naar de derde plaats werd verwezen, minzaam glimlachte dat hij daar tevreden mee was ? Op 22 mei jongstleden werkt het Giropeloton een verschrikkelijke Dolomietenrit af. Op de Avelengo (1287 meter) moet Basso al na enkele kilometers lossen. Maagproblemen. Terwijl hij zich op de Stelvio (2758 meter) grimassend naar boven harkt, komt Riis naast hem rijden : "Stap af, Ivan, breng je Tour niet in gevaar." Basso weigert : "Ik rij door, op de Colle di Tenda donderdag kan ik winnen." Uren later komt Basso, de grote favoriet van de Giro, op de Passo del Foscagno (2291 meter) boven met een achterstand van 43 minuten. Naar verluidt kwam hij de dag door op vier bananen en één mueslikoek en woog hij 's avonds vijf kilo minder. Vier dagen later wint Ivan Basso de rit naar de Colle di Tenda en vervolgens ook de tijdrit naar Torino - de eerste in zijn carrière. Ivan de Krijger is opgestaan. De Tour zou de Tour niet zijn indien niet minstens één gloednieuwe ex-ploegmaat van Lance Armstrong vuurwerk zou beloven. De ietwat wereldvreemde Amerikaan Floyd Landis (29) verliet eind vorig jaar US Postal om de meesterknecht van Tyler Hamilton te worden bij Phonak. Met diens ontslag raakte de ploeg onthoofd, bovendien was het team pas eind januari zeker van een deelname aan de Pro Tour en de Ronde van Frankrijk. Na een moeizame start liet Phonak zich echter verre van onbetuigd : vooral Santiago Botero kwam opnieuw bovendrijven met winst in de Ronde van Romandië en een tweede stek in de Dauphiné Libéré. Botero, alias De Buffel van Medellin, eindigde in de Tour van 2002 vierde, is een beest tegen de klok en rijdt met zijn onorthodoxe stijl uiteindelijk best sterk bergop, maar kraakt makkelijk onder druk en mist continuïteit. In de Tour zal de ploegleiding van Phonak dus eerder Floyd Landis naar voren schuiven als kopman. Ook hij rijdt goed tegen de klok : Landis won de tijdrit in de Ronde van Georgia - Armstrong finishte negende op 1'46" - en de ploegentijdrit in de Ronde van Catalonië. In Eindhoven eindigde Phonak tweede. Dat hij ook in de bergen zijn mannetje kan staan, bewees Landis vorig jaar in de laatste Alpenrit, waar hij Armstrong op sleeptouw nam en zowel Ullrich als Klöden op achterstand zette. Landis zal bovendien niet snel onder de indruk raken van de grootsheid van de Tour. Pas op zijn negentiende zag hij de wedstrijd voor het eerst op tv : Landis groeide op bij de Mennonite Church in Pennsylvania, een streng religieuze gemeenschap vergelijkbaar met de Amish, waar moderniteiten als elektriciteit strikt verboden zijn. Op zijn twintigste stapte Landis eruit, maar hield aan zijn opvoeding een bijna bovenmenselijk doorzettingsvermogen over. In januari 2003 breekt hij zijn heup. Na drie maanden revalidatie zit Landis opnieuw op de fiets, maar een tuimelpartij in de Sea Otter Classic doet de bouten verschuiven. Met veel tegenzin gaat Landis opnieuw onder het mes, er worden drie nieuwe bouten geplaatst. Landis wil absoluut mee naar de Tour en zal dat bewijzen ook. Twee dagen na zijn operatie is hij dertig uur onderweg om van Californië naar Europa te vliegen. Bij aankomst is zijn been twee keer dikker dan normaal. Een week later start Landis in de Ronde van België. En uiteraard gaat hij mee naar de Tour. Hoe Landis zijn kansen voor de komende Tour zelf inschat ? "Met mijn fysieke mogelijkheden, en een dosis geluk, kan ik de Tour winnen. Ik zeg wel : kan, niet : zal." Van alle ex-ploegmaats van Armstrong die het op eigen houtje probeerden, kon totnogtoe niemand écht overtuigen in de Tour. Ook Levi Leipheimer niet, de ex-skiër uit de Rocky Mountains die het eerst twee jaar bij Rabobank probeerde en dit jaar in het lichtblauwe shirt van Gerolsteiner start. Hoewel zijn lichaamsbouw (69 kilogram bij 1,81 meter) anders doet vermoeden, is Leipheimer een begenadigd tijdrijder, in 1999 was hij Amerikaans kampioen in die discipline. In de bergen kan Leipheimer, die de wielerstiel overigens leerde in het Belgische kermiskoerscircuit, meestal goed meekomen met de kopgroep, maar meer ook niet. Vorig jaar finishte hij op die manier geruisloos negende in de Tour, net zoals zijn ploegmaat Georg Totschnig al even onopvallend zevende werd. Ofwel eindigt dit tweetal anoniem in de toptien, ofwel ontpoppen ze zich tot gevaarlijke outsiders zonder dat iemand er erg in heeft. Wegens de collectieve afgang in de laatste Toureditie blijft het traditionele borstgeroffel van de Spanjaarden deze keer wat achterwege. Iban Mayo heeft zich naar eigen zeggen in alle rust en stilte voorbereid na de vreselijke calvarietocht die hij vorig jaar voor eigen volk moest ondergaan in de Pyreneeën. Toen was hij te vroeg in vorm. Dat overkomt hem dit jaar in ieder geval niet : Mayo bakte er niks van in het voorjaar en finishte 35e in de Ronde van Zwitserland op 30'48". Haimar Zubeldia, vijfde in 2003, sukkelde vorig jaar met een blessure, maar zou dit jaar opnieuw kunnen verrassen. Hij reed wel een bijzonder anonieme Giro : 49e op 1 u. 42'. Misschien kan de in de Ronde van Zwitserland uit de doden herrezen Aitor Gonzalez (bij het afsluiten van dit nummer stond nog niet vast of hij wel zou worden geselecteerd) fantastische aanvallen op poten zetten en zo de jongens van Discovery Channel het bloed onder de nagels vandaan halen, maar een scenario waarbij TerminAitor bij de eerste col vloekend afstapt, behoort evengoed tot de mogelijkheden. Wie zich ook heel erg stil heeft voorbereid, is Roberto Heras : hij reed dit jaar nog geen enkele uitslag van belang, maar doorkruiste wel ijverig alle Pyreneeën- en Alpencols. Ondanks een schrijnend gebrek aan tijdrijderscapaciteiten is Robertito misschien wel de beste Spaanse ronderenner van het moment. Niet alleen won hij drie keer de Vuelta (2000, 2003 en 2004), hij debuteerde in alle grote rondes met een vijfde plek : in 1997 in de Vuelta, in 1999 in de Giro en in 2000 in de Tour. De komende maand moet Heras de jammerlijke afgang in de Alpen vorig jaar doen vergeten. Daartoe krijgt hij van Manolo Saiz een - op papier - sterk Liberty-Segurosblok achter zich. Bij Illes Balears schuiven ze opnieuw Francisco Mancebo naar voren, winnaar van de witte trui in 2000, zesde in de eindstand in 2004. Hij blijft een schimmige figuur die vooral gekend is om de meelijwekkende manier waarop hij zichzelf een col ophijst. Echter : hoe harder hij schuddebolt en grimast, hoe sneller hij fietst. In zijn schaduw mag Spanjes nieuwe publiekslieveling, Alejandro Valverde, van zijn eerste Tour komen proeven. Valverde is razendsnel, kan met zijn aanvallende stijl vooral goed uit de weg in het middengebergte, maar zag nog nooit een Alpencol van dichtbij. De 25-jarige grootverdiener - één miljoen euro per jaar - eindigde derde in de Vuelta van 2003 en vierde in die van 2004. Maar de Vuelta is de Tour niet. Volgens de laatste tellingen zijn het er dit jaar 12. Philippe Gilbert kreeg bij Française des Jeux van Marc Madiot volop het vertrouwen na zijn dip tijdens de Waalse klassiekers. Gilbert hoefde niet naar de Giro, maar mag meteen volop in de aanval gaan in de Tour. Hij bedankte meteen door achtereenvolgens de Klimmerstrofee en een rit in de Vierdaagse van Duinkerke te winnen. Bij Cofidis mag Thierry Marichal, die ook al de Giro reed en daar 125e eindigde, zich opwarmen voor de Tour. Marc Wauters wilde eigenlijk liever naar de Giro dit jaar, maar een val in het criterium van Made en de zitvlakproblemen van Oscar Freire beslisten daar anders over. Soldaat van Oranje begint normaal gezien volgende zaterdag aan zijn dertiende Tour. Davitamon-Lotto trekt traditioneel met de grootste Belgische delegatie naar de Tour : Christophe Brandt, Axel Merckx, Mario Aerts, Johan Van Summeren, Serge Baguet enWim Vansevenant. De prijzenpakkers binnen de ploeg worden echter de Australiërs Robbie McEwen, die voor ritzeges en een derde groene trui gaat, en Cadel Evans, van wie in zijn eerste Tour al een plaats in de topvijftien verwacht wordt. Vansevenant zal er zijn om Robbie McEwen door het peloton te loodsen, Aerts, die al vijf Tours achter de kiezen heeft, wordt een ervaren luitenant voor zijn vriend Evans. Van Summeren - nog steeds maar tweedejaarsprof - moet vooral kijken en leren, terwijl Baguet in Le Puy-en-Velay zijn kunstje van 2001 in Montluçon nog eens kan overdoen. Axel Merckx inspireerde zichzelf al met een knappe overwinning in de Dauphiné, een lange aanval in een van de overgangsetappes kan zijn goedgelovigheid in de rit naar Saint-Flour vorig jaar doen vergeten. U weet wel : Virenque maakte Merckx daar wijs dat hij hem zou meenemen naar de streep als hij onderweg alle bollen mocht oprapen. Op de voorlaatste klim bedankte Virenque Merckx voor zijn diensten en ging er als een speer vandoor. Ook Brandtje, vorig jaar ten onrechte aan de schandpaal genageld, heeft wat goed te maken. Quick-Step tenslotte bouwt zijn ploeg grotendeels op rond Tom Boonen en dan mogen de hardrijders Kevin Hulsmans en Wilfried Cretskens mee, die ook in de voorjaarsklassiekers al bewezen dat ze voor hun kopman door een muur kunnen rijden. Boonen heeft dit jaar zijn zinnen op groen gezet, zijn lievelingskleur. Niemand die na de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix nog durft te twijfelen aan de woorden van de jonge wielergod, maar makkelijk wordt het niet. Wie voor groen gaat, krijgt geen rust in de Tour. Groen, dat is zo snel mogelijk een rit winnen en vervolgens iedere dag opnieuw twee, drie energieverslindende tussenspurts achter je kiezen krijgen. Boonen kennende, zal hij het geheel mooi willen afronden, met een machtsexploot op de Champs-Elysées. Hij zou de eerste zijn die daar twee jaar op rij in slaagt. En als zijn mooie plannetjes allemaal in de soep draaien ? Dan brult Tom een kwartier lang de Quick-Stepbus bij elkaar. Daarna gaat hij rustig zitten en plannen maken voor zijn volgende doel. Het WK in Madrid. door Loes GeuensLance kan over water lopen als hij dat echt wil. Jan Ullrich heeft zijn aftakelingsproces versneld door de manier waarop hij zijn afgelopen vijf Tours voorbereidde. Fysiek moet Basso in staat zijn om gelijke tred te houden met Armstrong.