In augustus van vorig jaar wordt een bladzijde bij l'Olympique de Marseille omgedraaid: na twintig jaar is de familie Louis-Dreyfus niet langer baas in het Stade Vélodrome. De club wordt verkocht aan Franck McCourt, een zakenman uit Boston, die faam verwierf door de controversiële manier waarop hij baseballclub Los Angeles Dodgers leidde. Hij betaalde 430 miljoen euro voor de Dodgers en verkocht de franchise acht jaar later voor het vijfvoudige door. In de VS wordt hij evenwel beschouwd als de op een na slechtste clubeigenaar uit de Amerikaanse sportgeschiedenis na Donald Sterling, de voormalige baas van de LA Clippers die een tijdje geleden moest opstappen na racistische uitlatingen.
...

In augustus van vorig jaar wordt een bladzijde bij l'Olympique de Marseille omgedraaid: na twintig jaar is de familie Louis-Dreyfus niet langer baas in het Stade Vélodrome. De club wordt verkocht aan Franck McCourt, een zakenman uit Boston, die faam verwierf door de controversiële manier waarop hij baseballclub Los Angeles Dodgers leidde. Hij betaalde 430 miljoen euro voor de Dodgers en verkocht de franchise acht jaar later voor het vijfvoudige door. In de VS wordt hij evenwel beschouwd als de op een na slechtste clubeigenaar uit de Amerikaanse sportgeschiedenis na Donald Sterling, de voormalige baas van de LA Clippers die een tijdje geleden moest opstappen na racistische uitlatingen. Margarita, de weduwe van Robert Louis-Dreyfus, ziet er geen graten in. Ze laat zich uitkopen en houdt amper vijf procent van de aandelen over om haar zoon Kyril, naar verluidt knotsgek op de club, een plezier te doen. 'Margarita is na de dood van Robert in 2009 binnen de aandelenstructuur van de club gebleven ter nagedachtenis van haar man, maar haar hart klopte niet voor Marseille', zegt een parlementslid van de regio Provence-Alpes-Côte d'Azur. 'Iedereen weet wat Marseille met een mens kan doen: zelfs de meest evenwichtige persoon is rijp voor het gekkenhuis nadat hij de club heeft geleid.' Jacques-Henri Eyraud, door McCourt aangesteld als gedelegeerd bestuurder, probeert dus het hoofd koel te houden wanneer hij in oktober 2016 de teugels in handen krijgt. L'OM oefent al een halve eeuw een grote aantrekkingskracht uit op kapitaalkrachtige zakenmannen. Halverwege de jaren zestig komt de club, op dat moment een anonieme tweedeklasser, in handen van mediatycoon Marcel Leclerc. Een paar maanden na de machtsovername van de flamboyante Leclerc bereiken Les Olympiens de bodem: tegen Forbach komen er slechts 434 fans opdagen in het Stade Vélodrome. Tijdens zijn mandaat van zeven jaar slaagt Leclerc wel in zijn opzet: hij wint de beker in 1969, de titel in 1971 en een historische dubbel een jaar later. Maar hij zal ook herinnerd worden voor zijn excessen en zijn gedwongen ontslag omdat hij geld van de club verduisterd zou hebben. 'Een kleurrijke man naar het beeld van de stad', is het oordeel van Jacky Novi, die van 1967 tot 1973 bij l'OM speelde. 'Hij was sluw, gepassioneerd door voetbal en kon altijd iets 'arrangeren'. Ooit heeft hij een training geleid en hij vond dat doodnormaal.' Na het vertrek van Leclerc in 1972 kampen ze aan de Vieux-Port met een zware depressie. De club speelt begin jaren tachtig vier seizoenen in tweede klasse en gaat zelfs in vereffening. Voor Gaston Defferre, de legendarische burgervader van Marseille die 33 jaar heerste aan de boorden van de Middellandse zee, het sein om opnieuw een ondernemer op de voorzittersstoel te zetten. Het is diens vrouw Edmonde Charles-Roux die per toeval de toekomstige baas van l'OM tegen het lijf loopt in de Russische ambassade in Parijs: Bernard Tapie. De geboren Parijzenaar maakt van de losers uit Marseille in geen tijd een machine die de prijzen aan elkaar rijgt. Zeventien jaar na de laatste titel mag l'OM zich in 1989 opnieuw kampioen van Frankrijk noemen. En daar blijft het niet bij. Tapie wordt in totaal vijf keer kampioen, wint een beker en triomfeert in de Champions League. De titel van 1993 wordt wel ingetrokken door de Franse voetbalbond wegens een omkoopaffaire. Alweer mag de club een paar jaar brommen in de tweede klasse. 'Marseille was voorbestemd om hoge sportieve pieken af te wisselen met diepe dalen', zegt Eric Di Meco, die van 1981 tot 1994 twaalf seizoenen voor Marseille speelde. 'Het is alsof elke voorzitter van Marseille de stad moet beminnen en de krankzinnigheid van de supporters moet overnemen.' In de lente van 1997 wordt aan de Canebière, de bekende boulevard die zich een weg baant van de oude haven naar de kerk Saint-Vincent-de-Paul, de rode loper uitgerold voor de erfgenaam van de Louis-Dreyfusdynastie. Robert Louis-Dreyfus bezit niet de welbespraaktheid van zijn illustere voorgangers, maar hij heeft de reputatie een doorgewinterde magnaat te zijn. Niemand die opkijkt wanneer ook Louis- Dreyfus in aanraking komt met het gerecht. Het hoort blijkbaar bij de job van Marseillevoorzitter. Na vijf jaar begrijpt de vijftiger dat hij zijn droom - van Marseille het Bayern van Frankrijk te maken - mag opbergen. 'Toen ik naar Zuid-Frankrijk trok, dacht ik dat je enkel een adept van de bouillabaisse moest worden om geaccepteerd te worden', zei Louis-Dreyfus ooit. 'Maar om in Marseille succesvol te zijn moet je de leefwereld kennen. Ik heb in mijn leven de hele wereld afgereisd, maar de grootste cultuurshock maakte ik in Marseille mee. Daarom ben ik zo gehecht aan deze stad.' Gedurende twaalf jaar pompt de genaturaliseerde Zwitser ruim 200 miljoen euro in de club, maar de balans is heel povertjes: een Intertoto Cup in 2005, twee verloren UEFA Cupfinales in 1999 en 2004 en twee verloren binnenlandse bekerfinales. Op 5 mei 2010, tien maanden na het overlijden van Louis-Dreyfus, wordt aan de Boulevard Michelet na zeventien jaar opnieuw de titel gevierd. Alsof het leven hem een loer wil draaien. Louis-Dreyfus, die via zijn goede vriend Luciano D'Onofrio ook aandeelhouder is van Standard, ontsnapt wel aan de heksenjacht van het Franse gerecht. Bestuursleden, CEO's en makelaars worden verdacht 65 miljoen euro te hebben verduisterd bij de totstandkoming van 18 transfers in de periode van 2009 tot 2012. Business as usual in Marseille. Margarita weet dan al dat ze het wespennest moet verlaten en zet de club in de etalage voor 100 miljoen euro. Ze zal er veel minder voor krijgen. Van de chaos maakt Vincent Labrune gebruik om in 2013 op het voorplan te treden. De vertrouwensman van Robert en Margarita Louis-Dreyfus doet het hongerige publiek van Marseille watertanden met zijn 'Project Dortmund'. Hij wil de jeugdopleiding opwaarderen en eigen talenten met forse winst doorverkopen. McCourt en Eyraud zijn gewonnen voor het businessmodel, maar hun referentiepunt is FC Sevilla. Marseille kiest uiteindelijk voor een tweesporenbeleid: spelers uit hun eigen centre de formation krijgen dikke contracten en het repatrieert Franse internationals naar de Provence. Met Florian Thauvin (Newcastle), Dimitri Payet (West Ham), William Vainqueur (Roma) en Bafétimbi Gomis (Swansea, ondertussen alweer vertrokken) spoelt de eerste golf vorig seizoen al aan. Deze zomer worden Adil Rami (FC Sevilla), Steve Mandanda (Crystal Palace) en Valère Germain (Monaco) gerekruteerd. De 63-jarige McCourt belooft ook nog andere internationals naar Marseille te halen. Volgens de laatste geruchten aast hij op een spits van het kaliber Michy Batshuayi. Met een geschat vermogen van 1,3 miljard dollar mag het voor McCourt geen probleem zijn om de geldbeugel nog eens fors open te trekken. DOOR RICCO RIZZITELLI - FOTO'S BELGAIMAGE'Ik heb in mijn leven de hele wereld afgereisd, maar de grootste cultuurshock maakte ik in Marseille mee.' Robert Louis-Dreyfus