W ie is de beste doelman van de Belgische eerste klasse ? Sport/Voetbal Magazine zocht de kenners op : de keeperstrainer van elke eersteklasseclub werd gevraagd zijn persoonlijke topvijf samen te stellen. In het eindklassement springen Bertrand Laquait van Charleroi en Silvio Proto van La Louvière erbovenuit. Alleen deze twee namen krijgen een vermelding in iedere topvijf. Vlak achter hen volgen Frédéric Herpoel (AA Gent), Vedran Runje (Standard) en, jawel, de twee doelmannen van Anderlecht, Daniel Zitka en Tristan Peersman. Nog verderop in het klassement danken keepers hun ranking niet zelden aan het chauvinisme van hun persoonlijke coach.
...

W ie is de beste doelman van de Belgische eerste klasse ? Sport/Voetbal Magazine zocht de kenners op : de keeperstrainer van elke eersteklasseclub werd gevraagd zijn persoonlijke topvijf samen te stellen. In het eindklassement springen Bertrand Laquait van Charleroi en Silvio Proto van La Louvière erbovenuit. Alleen deze twee namen krijgen een vermelding in iedere topvijf. Vlak achter hen volgen Frédéric Herpoel (AA Gent), Vedran Runje (Standard) en, jawel, de twee doelmannen van Anderlecht, Daniel Zitka en Tristan Peersman. Nog verderop in het klassement danken keepers hun ranking niet zelden aan het chauvinisme van hun persoonlijke coach. Sinds twee maanden is Philippe Vande Walle als keeperstrainer aan de slag bij Charleroi en begeleidt hij laureaat Bertrand Laquait persoonlijk. "Ik schatte hem voordien al zeer hoog in als doelman. Op het einde van vorig seizoen vroeg een Vlaamse krant me alle doelmannen uit de Belgische competitie te evalueren. Toen al zette ik Laquait tot verwondering van velen op de eerste plaats, en wel op basis van twee argumenten : zijn opvallende regelmaat en zijn vermogen om punten te winnen voor zijn ploeg." Intussen heeft Vande Walle - één van de vier gewezen doelmannen van de nationale ploeg die intussen als keeperstrainer werken, de anderen zijn Christian Piot, Theo Custers en Jacky Munaron - Bertrand Laquait beter leren kennen, en is hij goed geplaatst voor een analyse van de Fransman. "Ik ben altijd verbaasd wanneer ik over een doelman hoor zeggen dat hij goed op zijn lijn is. Ik antwoord dan telkens hetzelfde : 'Als een doelman niet goed op zijn lijn is, kan hij beter een ander beroep kiezen'. Maar je hebt natuurlijk doelmannen die zich in de kleine rechthoek extra onderscheiden. Tot vorig seizoen was Dany Verlinden daarin toonaangevend. Nu is dat Bertrand." "Dat is het aspect van het keepersvak waaraan je het minst kunt werken. Je kunt bij een doelman schaven aan alles wat een technische kant heeft. Maar je doel verlaten om tussen een bos van spelers een hoge bal te gaan vangen, vergt behalve techniek ook een dosis moed. Het is een kwestie van durven. Op training kan je deze spelsituatie alleen maar nabootsen. In dergelijke scrimmages gaat het er op training nooit zo brutaal aan toe als in een wedstrijd. En ook zal een doelman op training vijftig keer op vijftig zijn doel verlaten, aangezien dat net het doel van die oefening is. Hij moet geen beslissing nemen, de keuze tussen blijven of komen stelt zich niet. In wedstrijden moet een doelman wel afrekenen met die momenten van aarzeling. "De beste in dit domein is Filip De Wilde. Die gaat altijd voluit, heeft van niets of niemand schrik. Ook Dany Verlinden was op dit vlak zeer efficiënt. Hij verliet zijn doel namelijk zelden of nooit. Sommigen beweerden dat hij niet durfde vanwege zijn kleine taille. Ik vond het veeleer een teken van intelligentie. Dany wist dat hij meer kansen had door op zijn lijn te blijven en op zijn sublieme reflexen te rekenen. "Laquait is niet slecht op hoge ballen. Hij durft zich in het gewoel te mengen en zijn verantwoordelijkheid te nemen, maar bezondigt zich zelden aan onnodige risico's. Hij gaat daarin beredeneerd te werk.""Hier behoort Laquait tot het betere gemiddelde. Hij is een zuiver rechtsvoetige, maar heeft geleerd om met beide voeten zijn plan te trekken. Het is iets waar we hard aan werken. De beste oefening bestaat erin om hem gewoon aan oefenwedstrijden te laten deelnemen. Laquait solliciteert tijdens een wedstrijd veel naar terugspeelballen. Een bewijs dat hij niet bang is.""Laquait trapt op z'n Spaans uit : met een draaiende heupbeweging, waarbij hij de bal een beetje schuin raakt. Het is geen gemakkelijke techniek, maar eens je hem beheerst biedt hij veel voordelen. Een doelman kan zo tegelijk ver en precies uittrappen zonder dat hij veel krachten verspilt. In het uit de hand uittrappen kan Laquait nog veel progressie boeken. Hij heeft de neiging om de bal ietwat schuin te raken.""Bertrand roept wat af in zijn doel, maar hij toetert er niet om het even wat uit. Hij weet wat hij zegt, zijn richtlijnen zijn duidelijk. En hij blijft positief, behalve op training, waar zijn winnaarmentaliteit hem soms parten speelt. Hoe dan ook beschikt Laquait over een natuurlijk leiderschap. Dat dankt hij meer aan zijn prestaties dan aan zijn grote mond. Hij heeft niet de gewoonte om de dingen er zo maar uit te flappen, veeleer toont hij zich diplomatisch.""Ik kan me hem niet voorstellen met de aanvoerdersband, simpelweg omdat ik niet voor de combinatie doelman-kapitein gewonnen ben. Daar in dat doel staan is op zich al een zeer complexe taak, veroorzaakt veel stress en verantwoordelijkheid. Het is beter om zich uitsluitend daarop te concentreren. Als een doelman zich ook nog eens met het functioneren van de hele ploeg moet bezighouden, dreigt hij overbelast te worden. Maar als mens heeft Laquait alle kwaliteiten om een goed kapitein te zijn.""Laquait bezit nog niet de uitstraling van Jean-Marie Pfaff of Michel Preud'homme maar het begint te komen." "Een spectaculaire doelman is Ber-trand niet, dat wordt ook niet van hem gevraagd. Als showman kan hij niet op tegen een Luciano of Runje . Laquait is meer van het sobere type, genre Herpoel. Het is net omdat dit soort doelmannen het spektakel niet zoekt, dat ze zo weinig fouten maken. Want wie risico's neemt, kan op zijn bek gaan." "Laquait bouwt op een intelligente manier zijn carrière uit. Je zal hem nooit horen uitroepen dat hij de beste is. Maar hij is wel een maniak van het detail, hij laat niets aan het toeval over, dat grenst soms aan puur bijgeloof. Als het regent, moet ik hem niet vragen of hij zijn handschoenen heeft aangepast. Daar heeft hij voor gezorgd. Hij heeft voor elke wedstrijd vijf paar handschoenen en vijf paar schoenen bij. Op en top professioneel, daaraan zie je dat hij in Frankrijk is opgeleid. Bijzonder leergierig ook en perfectionistisch. Voor elke wedstrijd noteer ik alles : zijn opwarmingsoefeningen, zijn uitrusting, hoeveel ballen hij raakt, hoe hij ze neemt, hoe lang hij ze bij zich houdt, zijn uittrappen, zijn opstelling, zijn coaching, enzovoort. Werkelijk alles. Ik zet er ook telkens een plus of een min bij. Tijdens een wedstrijd heb ik alleen oog voor Bertrand. Achteraf analyseren we dat allemaal grondig. En schaven we bij. Moeten we daarvoor extra trainingsuren uittrekken, dan is hij daar meestal zelf vragende partij voor.""Vorig jaar heeft hij bewezen dat hij niet bezwijkt onder de stress. Charleroi leek toen lange tijd te zullen degraderen, maar dat beïnvloedde zijn prestaties niet. Ik heb keepers meegemaakt die beter waren op training dan in wedstrijden en andersom. Bertrand is altijd goed. Hij is niet iemand die vlug de pedalen verliest.""Persoonlijk denk ik dat hij beter nog één of twee seizoenen wacht vooraleer de stap naar de top te zetten. Toen ik bij Charleroi belandde, heb ik hem gezegd dat hij nog 30 procent progressiemarge heeft. Die vooruitgang boekt hij best bij een club als Charleroi. Naar een topclub ga je als je je topniveau hebt bereikt. Alleszins beschikt Bertrand over de concentratie om het bij een topclub waar te maken. Daar wordt een doelman minder gesolliciteerd, maar hij moet er wel staan als die ene moeilijke bal eraan komt. Laquait is na een wedstrijd met weinig werk fysiek en mentaal even moe als na een wedstrijd met veel werk. Dat is een goed teken."door Pierre Danvoye'Ook na een wedstrijd met weinig werk is Laquait vermoeid. Dat is een goed teken.''Laquait is op en top professioneel : voor elke wedstrijd heeft hij vijf paar handschoenen bij.'