door Jacques Sys
...

door Jacques SysGeen sport die zo balanceert op de slappe koord tussen verering en verachting als de wielrennerij. Als een vernietigende orkaan raasden de afgelopen jaren allerhande dopingstormen door het peloton, maar telkens weer bleek de schade achteraf mee te vallen. Ook nu, op de drempel van een nieuwe jaargang, presenteert er zich weer een bont en internationaal gekleurd gezelschap gedragen door respectabele sponsors. De wielersport mag dan hier en daar gelden als oord van verderf, sponsors blijven zich graag associëren met deze volkse en publicitair interessante discipline. Het bleek nooit beter dan na de wrange Festina-affaire in de Tour 1998 toen de geloofwaardigheid van het wielergebeuren zo zwaar werd ondermijnd dat in Frankrijk de doodsklokken werden geluid. Anderhalf jaar en vele justitiële onderzoeken later was het aantal Franse profploegen met vijftig procent gestegen : van zes naar negen.Nieuwe dopingzaken dreigen ook de komende maanden in deze steeds veeleisender discipline. Niet alleen de renners zijn daar verantwoordelijk voor. In een poging om hun wedstrijden zo zwaar en aantrekkelijk mogelijk te maken, realiseren de onder een zware commerciële druk levende organisatoren zich niet altijd dat ze een grens te ver gaan. Het is bijvoorbeeld zeer de vraag of het nog van deze tijd is dat renners in grote rittenwedstrijden dagelijks acht uur in het zadel zitten. Meer en meer worden ze opgejaagd als een kudde vee en zo aan de rand van hun existentie gebracht. In dat soort omstandigheden zijn renners, die op zich al graag flirten met het extreme, bevattelijk voor irrationale zaken en gemakkelijke slachtoffers in handen van louche figuren die zich in het peloton hebben geïnfiltreerd. Het frustrerende van de hele dopingproblematiek is dat de UCI niet bij machte lijkt de weg af te snijden voor die in de schemerzone opererende maffia die de wielersport gebruikt als afzetgebied voor hun wansmakelijke handel. Het netwerk aan dealers kan kennelijk niet worden blootgelegd. Het is bang wachten op de dag dat dit mensenlevens kost. Intussen blijft het peloton een rijdende tijdbom.De wielersport in dit land loopt gebukt onder een gebrek aan antagonisten, onder een manco aan epische duels. Alleen daarom al valt het te hopen dat Frank Vandenbroucke weer aan de weg naar de top timmert. Maar het drama van deze voormalige glamourboy blijft dat niemand op hem enige vat krijgt, een hele batterij van begeleiders ten spijt. Het lijkt erop dat Vandenbroucke het zelfdestructieve in zich heeft dat nog andere kampioenen kenmerkt : in momenten dat het goed gaat, glijdt hij steeds weer uit. Alleen een wonder kan de labiele Waal er weer bovenop brengen. Hoe anders is dat bij Johan Museeuw, de in regen en wind geboetseerde Flandrien die als geen ander de pijngrens weet te verleggen. Jammer dat de vroeger zo toegankelijke Museeuw de afgelopen jaren in de pers op een ijzingwekkend consequente manier een verkeerde attitude aannam, zonder dat zelf te beseffen en zonder dat iemand hem hierin kan corrigeren. De goeie dagen zullen voor Museeuw steeds schaarser worden. Al staat er in zijn ploeg met Tom Boonen een wisselkopman klaar. Vreemd dat deze diamant niet bij US Postal bleef waar hij in de grote eensdagskoersen veel meer bescherming zou genoten hebben. Interessant zal het ook zijn om na te gaan of Tom Steels binnen de relatieve rust en sereniteit van Landbouwkrediet weer kan groeien. En wat levert de samensmelting op tussen Lotto en Domo, het wat bizarre huwelijk tussen een staatsinstelling en een privé-onderneming ? In het prille voorjaar bleven de resultaten uit en dat zorgde al voor paniek. De tijd dat renners de kans krijgen om echt op te bouwen is voorbij. Tenzij ze de status hebben van Lance Armstrong, die nog maar eens van de Tour zijn hoofddoel maakt. Het valt te bezien hoe Armstrong mentaal zijn echtscheiding verwerkt, hij die het beeld van de familieman haast idealiseerde. En nog brandender is de vraag wat er met Jan Ullrich gaat gebeuren. Niemand die de pedalen zo kan martelen als deze Duitser. Ullrichs nadeel is dat hij werd gekneed in het strakke DDR-regime waar er voor hem werd gedacht. De voormalige Tourwinnaar is het levende bewijs dat je niemand discipline kan opleggen. Die moet uit jezelf komen. Zeker in een slopend overlevingsgevecht als het wielrennen. Het peloton blijft een rijdende tijdbom.