Bewust als ze zijn van de hevige emoties waarin ze ondergedompeld worden door hun leven in het teken van blauw-zwart te stellen, spreken de tifosi altijd over Pazza Inter (het zotte Inter). Een bezetenheid die ze ook uitzingen, want de twee woorden komen uit de hymne die de tribunes van het Giuseppe Meazzastadion voor elke thuiswedstrijd doen daveren.
...

Bewust als ze zijn van de hevige emoties waarin ze ondergedompeld worden door hun leven in het teken van blauw-zwart te stellen, spreken de tifosi altijd over Pazza Inter (het zotte Inter). Een bezetenheid die ze ook uitzingen, want de twee woorden komen uit de hymne die de tribunes van het Giuseppe Meazzastadion voor elke thuiswedstrijd doen daveren. De geschiedenis is erg paradoxaal. Terwijl de groten hun best doen om seizoen na seizoen aan de top te blijven, experimenteert Internazionale met de vrije val. Sinds José Mourinho hen in 2010 naar de Europese roem voerde, als kers op de taart van een historische treble, zijn de nerazzurri in elkaar gestort. Alleen de wereldbeker voor clubs, een logisch vervolg op de Champions Leaguezege, en één Italiaanse beker (in 2011) vonden nog hun weg naar de trofeeënzaal, waar de vitrinekasten er al jaren onveranderd uitzien. Gekte komt niet voort uit halve maatregelen. De grootste Europese scène viel dus vanzelfsprekend buiten de horizon van Inter. De laatste keer dat blauw-zwart een wedstrijd speelde om 'de beker met de grote oren' dateert van de lente van 2012. De komst van Olympique Marseille naar Milaan draait uit op een nachtmerrie. Diego Milito wist weliswaar de 1-0-zege van OM uit de heenmatch weg, maar in de verlengingen controleert Brandão een onwaarschijnlijke lange bal van Steve Mandanda met de rug om vervolgens Julio César te fusilleren. De strafschop omgezet door Giampaolo Pazzini, bijgenaamd Il Pazzo (de gek), mag niet meer baten. Inter neemt met een 2-1-overwinning afscheid van de Champions League. Voor lange tijd. Zes lentes zijn er ondertussen voorbijgegaan, tijdens dewelke Internazionale de Europese grootmachten enkel op tv aan het werk zag. En een zevende kondigde zich al aan, toen de nerazzurri op de laatste speeldag van het vorige seizoen om de vierde plaats speelden op het veld van Lazio. Ciro Immobile, Sergej Milinkovic-Savic en co moesten winnen. Het scenario verliep, passend, op een doldwaze manier. Inter stond 2-1 achter in het Romeinse Stadio Olimpico, maar wist de situatie op het einde nog om te keren met een penalty van Mauro Icardi en een kopbal van Matías Vecino. Na zijn 29e goal van dat seizoen verklaarde Icardi, de Argentijnse aanvoerder van Inter, dat hij nog een extra jaar in blauw en zwart zou spelen. Hoewel de grote clubs van de Premier League aan zijn mouw trokken en zijn naam werd genoemd bij Real Madrid, had de topschutter beloofd dat hij 'de hoofdstad van de mode' niet zou verlaten, op voorwaarde dat de hereniging met de Champions League niet opnieuw een jaar op zich zou laten wachten. Al vijf jaar is de regelmatige doelpuntenproductie van Mauro Icardi het enige vaste ijkpunt van een erg wisselvallig Inter. De financiële slagkracht, die teruggevonden werd op het moment dat de familie Moratti de teugels van de club aan Aziatische rijken doorgaf, ging nooit gepaard met een coherente sportieve politiek en de transferperiodes zaten vol missers. De club gaf onder meer 40 miljoen euro uit aan João Mario, 36 miljoen aan Geoffrey Kondogbia en 35 aan de Braziliaanse belofte Gabriel Barbosa. Allen verzopen ze met hun talent op de grasmat van Meazza, dat wel een Bermudadriehoek voor internationaal talent leek. In die periode moesten de enorme kwaliteiten van Mateo Kovacic of Philippe Coutinho andere kleedkamers opzoeken om echt tot ontbolstering te komen. De twee beloften van het wereldvoetbal leken nochtans, samen met Icardi en doelman Samir Handanovic, het meest geschikt om de club naar nieuwe hoogtes te stuwen na het vertrek van de senatori, de ouder wordende helden van 2010, die door voorzitter Massimo Moratti ruimschoots werden beloond als dank voor het grote genoegen dat ze hem geschonken hadden door de Champions League te winnen. Inter voer zonder kapitein en leek er ook geen te vinden die het schip te juiste weg kon tonen. Alle formules werden uitgeprobeerd, van de ervaring van Rafael Benítez tot de frisheid van de jonge lokale coach Andrea Stramaccioni, via de buitenlandse blik van Frank de Boer, de gedurfde 3-4-3 van Gian Piero Gasperini of de terugkeer van de held van het midden van de nillies, Roberto Mancini. Een buitengewoon enthousiasme maakte de vorige zomer ook niet los, want in de schaduw van de gigantische mercato van AC Milan, dat in eigen land weer de top wou bestormen, werkte Inter onder Luciano Spalletti zijn voorbereiding af zonder een gerenommeerde transfer. Hij kostte 27 miljoen euro, de duurste transfer in die blauw-zwarte zomer. Een jonge Slovaakse verdediger van Sampdoria. Genua is al enkele jaren een bestemming voor de investeringen van Inter. Na Diego Milito en Thiago Motta, enkele maanden voor de treble aangetrokken, werd ook Mauro Icardi uit de havenstad weggehaald. En vorig jaar dus Milan Skriniar: een kolos, verdedigend onverzettelijk, één brok spieren en leiderschap, die zich snel thuis voelde aan de zijde van de ervaren Miranda om een van de meest indrukwekkende centrale blokken van de Laars te vormen. Steunend op een defensief trio, aangevuld met de bijna wekelijkse mirakelsaves van Handanovic, incasseerde Inter slechts 30 goals in de competitie, het beste bilan van de verdediging in tien jaar. Door die standvastigheid, gecombineerd met de doelpunten van Mauro Icardi, wist Inter terug te keren in de top vier van de Serie A. Vooral de heenronde was uitzonderlijk: Inter begon met een serie van zestien wedstrijden zonder nederlaag, waardoor het na een 0-0 in het Juventus Stadium zelfs aan de kop van de rangschikking stond bij het begin van de winter. Voortdurend bivakkerend op een plaats die recht geeft op de Champions League werd Inter nog wel bedreigd door de terugkeer van Milan, dat onder Gennaro Gattuso een sterke terugronde speelde, om dan toch weer wakker te worden in de ultieme sprint, waarmee het beslag legde op die fameuze vierde plaats die recht geeft op een retour naar de mooiste bühne van het continent. En niet om er een figurantenrol te vertolken, want de club zette de grote middelen in. Al enkele weken etaleerde Inter zijn ambities door zich te mengen in de strijd om Lautaro Martínez, een grote belofte van het Argentijnse voetbal. Het was het eerste teken van een gedurfde en doordachte transferzomer, die de lacunes van het team moest opvullen. Lautaro Martínez kan centraal een verbinding tot stand brengen tussen Mauro Icardi en de rest van het elftal, maar hij kan ook de wisselgoalgetter worden in een ploeg die te afhankelijk was van zijn kapitein, die vorig seizoen 44 procent van de goals voor zijn rekening nam. Achter de 29 rozen van Icardi wist alleen Ivan Perisic enig gewicht in de schaal te werpen met elf stuks. Het is zelfs Skriniar die mee op het podium staat van beste schutters met zijn vier doelpunten, voornamelijk gepuurd uit stilstaande fases. Ook wervelwind Keita Baldé en de onvermoeibare Radja Nainggolan (die zijn beste statistieken haalde onder Spalletti), beiden in staat om tien goals per seizoen te maken, zorgen voor meer concurrentie en scorend vermogen in de aanvallende sector, net als de jonge en beloftevolle Matteo Politano. De zwakke punten de voorbije seizoenen, na het afscheid van Maicon en het pensioen van de legendarische Argentijnse aanvoerder Javier Zanetti, waren de beide backposities. Ook die ondergingen een gedaanteverandering voor de start van de nieuwe competitie. Sime Vrsaljko, onlangs nog finalist op het WK, komt over van Atlético Madrid, terwijl de ervaren Kwadwo Asamoah Juventus verliet met een enorm palmares op zak om zich op de linkerflank van de nerazzurri te installeren. Centrale verdediger Stefan de Vrij ging gratis weg bij Lazio om voor flink wat concurrentie te zorgen in de as van Inter, dat nu drie centrale verdedigers van topniveau telt. En aangezien er volgens de lokale traditie altijd wat zottigheid nodig is, besloot Inter om de transferperiode met bravoure af te ronden door zich voluit op een dossier te storten dat nagenoeg onmogelijk leek. Om zijn reeds briljante middenveld nog te stofferen wou de club haar Kroatische delegatie uitbreiden met een van de beste spelers van het afgelopen WK, tevens de koning van de voorbije edities van de Champions League. Luka Modric bleef uiteindelijk in Madrid, maar het dossier had reële slaagkansen. Het idee was pazzesca en Luciano Spalletti sprak er met trots over: 'Alleen al het feit dat zo'n speler echt interesse getoond heeft om bij te dragen aan ons project, is al iets positiefs.' Alsof het een signaal is aan heel Italië en zelfs ver daarbuiten: Pazza Inter is terug!