'Onze vader was altijd pro Club Brugge, het zat dus al wat in de familie. Mijn oudste broer Stéphane studeerde in Oostende en ging soms mee Europees. Hij kwam altijd naar huis met verhalen over die geschifte sfeer, wat alleen maar onze nieuwsgierigheid prikkelde. We spreken dan over de jaren 70, toen blauw-zwart over een fantastische ploeg beschikte. Op mijn achtste werd ik daardoor voetbalgek. Ik speelde in onze wijk op het pleintje en vooral op straat. Vaak deed ik niks anders. Ik was technisch vaardig, een spelmaker. Dat rendeerde beter bij de vriendjes en de buren dan die paar jaar bij Rekkem Sport. Lekker dribbelen en een goede pass geven, dat was geen probleem. Mijn gestalte wel. In het begin was ik twee koppen kleiner, bij de scholieren zaten we al aan drie. Ik werd dan niet meer opgesteld.

Duizenden mensen die uit de bol gaan voor een volksfiguur, dat doet je wat.' Bart Vanneste alias Freddy De Vadder

'Op mijn veertiende zat ik op het college. Veelal moest ik na de studie echt spurten naar de training. En we kregen straf omdat we vaak te laat waren. Daarop volgde dan, na een aantal weken, een fuck you. Dan ging ik liever naar Lauwe, om daar met een bus van de supportersclub en wat maten een aantal jaar mee te rijden naar Olympia. Daar stonden we dan achter het doel, niet ver van de beruchte East-Side. Ik was echt gefascineerd door die ambiance en die spelers. Dat leek wel op een mooi theaterstuk met topacteurs. En die schoonste goals, zo balletachtig. Dat begin vond ik een machtige periode, met daarbij ook de doorbraak van Marc Degryse. Hij was een beetje mijn held, tot hij naar Anderlecht vertrok... ( grijnst) Degryse scoorde ooit tegen Cercle met een lob van zeker veertig meter. Prachtig gewoon, een staaltje van inzicht en klasse.

'Ik ben nog altijd vree zot van die creatievelingen, genre Kevin De Bruyne of Eden Hazard. Voor zulke gasten kijk je naar het voetbal. Mannen die het spel kunnen versnellen en altijd goed het overzicht bewaren na hun dribbel. De meer sierlijke spelers dus. Jan Ceulemans was in die tijd nog meer de echte leider. Die moest je geen slechte pass geven of er kwam een kwade blik op zijn gezicht. Iedereen keek naar hem op, want hij voetbalde echt nog met het mes tussen de tanden. Dat is voor mij de heroïek van Club Brugge, die typische strijdersmentaliteit. Vandaag zie ik dat terug bij Mats Rits en Marvelous Nakamba. Maar ik geniet zelf meer van het stilistische bij Hans Vanaken, die kan uitpakken met briljante voorzetten. Met één oogopslag zien zij de opening.

'Vijf jaar geleden beleefde ik mijn persoonlijke topmoment. Op paasmaandag mocht ik als Freddy De Vadder tegen Standard op het veld, met Wannes Cappelle en Dries Heyneman als zogenaamde securityagenten. Hilarisch. We mochten dé klassieker ' You'll never walk alone' brengen vanaf de strafschopstip voor de spionkop. We zochten nog wat geld voor de tv-reeks Bevergem en ik mocht een gratis act doen. Het resultaat was overweldigend. Want doordat ik met veel bewegingen dirigeerde, zong iedereen op het juiste moment mee. Het gaf een effect dat vier keer zo luid klonk als voorzien. Toen ik nadien ook nog de fictieve penalty binnen sjotte, zag ik die volledige Blue Army freaken en voelde ik mijn nekhaar rechtop komen. 'Freddy is van ons, olé, olé', scandeerden ze uit volle borst. Dat doet je wel iets, hoor. Duizenden mensen die uit de bol gaan voor een volksfiguur, het sloeg aan. Een legendarisch toppunt, daar wordt nog altijd over gepraat. Op Jan Breydel zit het vol met fans van mij. Ik ben een van hen, door die herkenbaarheid. En het pakte goed uit, want het resultaat was dat we met Bevergem op Canvas 630.000 kijkers lokten. Een gigantisch succes.'

'Onze vader was altijd pro Club Brugge, het zat dus al wat in de familie. Mijn oudste broer Stéphane studeerde in Oostende en ging soms mee Europees. Hij kwam altijd naar huis met verhalen over die geschifte sfeer, wat alleen maar onze nieuwsgierigheid prikkelde. We spreken dan over de jaren 70, toen blauw-zwart over een fantastische ploeg beschikte. Op mijn achtste werd ik daardoor voetbalgek. Ik speelde in onze wijk op het pleintje en vooral op straat. Vaak deed ik niks anders. Ik was technisch vaardig, een spelmaker. Dat rendeerde beter bij de vriendjes en de buren dan die paar jaar bij Rekkem Sport. Lekker dribbelen en een goede pass geven, dat was geen probleem. Mijn gestalte wel. In het begin was ik twee koppen kleiner, bij de scholieren zaten we al aan drie. Ik werd dan niet meer opgesteld. 'Op mijn veertiende zat ik op het college. Veelal moest ik na de studie echt spurten naar de training. En we kregen straf omdat we vaak te laat waren. Daarop volgde dan, na een aantal weken, een fuck you. Dan ging ik liever naar Lauwe, om daar met een bus van de supportersclub en wat maten een aantal jaar mee te rijden naar Olympia. Daar stonden we dan achter het doel, niet ver van de beruchte East-Side. Ik was echt gefascineerd door die ambiance en die spelers. Dat leek wel op een mooi theaterstuk met topacteurs. En die schoonste goals, zo balletachtig. Dat begin vond ik een machtige periode, met daarbij ook de doorbraak van Marc Degryse. Hij was een beetje mijn held, tot hij naar Anderlecht vertrok... ( grijnst) Degryse scoorde ooit tegen Cercle met een lob van zeker veertig meter. Prachtig gewoon, een staaltje van inzicht en klasse. 'Ik ben nog altijd vree zot van die creatievelingen, genre Kevin De Bruyne of Eden Hazard. Voor zulke gasten kijk je naar het voetbal. Mannen die het spel kunnen versnellen en altijd goed het overzicht bewaren na hun dribbel. De meer sierlijke spelers dus. Jan Ceulemans was in die tijd nog meer de echte leider. Die moest je geen slechte pass geven of er kwam een kwade blik op zijn gezicht. Iedereen keek naar hem op, want hij voetbalde echt nog met het mes tussen de tanden. Dat is voor mij de heroïek van Club Brugge, die typische strijdersmentaliteit. Vandaag zie ik dat terug bij Mats Rits en Marvelous Nakamba. Maar ik geniet zelf meer van het stilistische bij Hans Vanaken, die kan uitpakken met briljante voorzetten. Met één oogopslag zien zij de opening. 'Vijf jaar geleden beleefde ik mijn persoonlijke topmoment. Op paasmaandag mocht ik als Freddy De Vadder tegen Standard op het veld, met Wannes Cappelle en Dries Heyneman als zogenaamde securityagenten. Hilarisch. We mochten dé klassieker ' You'll never walk alone' brengen vanaf de strafschopstip voor de spionkop. We zochten nog wat geld voor de tv-reeks Bevergem en ik mocht een gratis act doen. Het resultaat was overweldigend. Want doordat ik met veel bewegingen dirigeerde, zong iedereen op het juiste moment mee. Het gaf een effect dat vier keer zo luid klonk als voorzien. Toen ik nadien ook nog de fictieve penalty binnen sjotte, zag ik die volledige Blue Army freaken en voelde ik mijn nekhaar rechtop komen. 'Freddy is van ons, olé, olé', scandeerden ze uit volle borst. Dat doet je wel iets, hoor. Duizenden mensen die uit de bol gaan voor een volksfiguur, het sloeg aan. Een legendarisch toppunt, daar wordt nog altijd over gepraat. Op Jan Breydel zit het vol met fans van mij. Ik ben een van hen, door die herkenbaarheid. En het pakte goed uit, want het resultaat was dat we met Bevergem op Canvas 630.000 kijkers lokten. Een gigantisch succes.'