'Onze vader was altijd pro Club Brugge, het zat dus al wat in de familie. Mijn oudste broer Stéphane studeerde in Oostende en ging soms mee Europees. Hij kwam altijd naar huis met verhalen over die geschifte sfeer, wat alleen maar onze nieuwsgierigheid prikkelde. We spreken dan over de jaren 70, toen blauw-zwart over een fantastische ploeg beschikte. Op mijn achtste werd ik daardoor voetbalgek. Ik speelde in onze wijk op het pleintje en vooral op straat. Vaak deed ik niks anders. Ik was technisch vaardig, een spelmaker. Dat rendeerde beter bij de vriendjes en de buren dan die paar jaar bij Rekkem Sport. Lekker dribbelen en een goede pass geven, dat was geen probleem. Mijn gestalte wel. In het begin was ik twee koppen kleiner, bij...