Charleroi steekt zijn ambities niet onder stoelen of banken : in de competitie willen de Spirous zich opwerpen tot de belangrijkste concurrent van Oostende en het hen zo moeilijk mogelijk maken. In de beker ging Charleroi op het vertrouwde parket van La Coupole even met de billen bloot, maar de scheve situatie werd in Leuven rechtgezet zodat de Henegouwers ook de finale van de Belgische beker hebben bereikt. Ze kunnen dus nog alles winnen, maar ook alles verliezen. Na een aarzelend seizoenbegin heeft de ploeg uit het Zwarte Land haar kruissnelheid bereikt. Met geduld, dat wel, maar toch lonkt de ploeg opnieuw naar de twee belangrijkste prijzen.
...

Charleroi steekt zijn ambities niet onder stoelen of banken : in de competitie willen de Spirous zich opwerpen tot de belangrijkste concurrent van Oostende en het hen zo moeilijk mogelijk maken. In de beker ging Charleroi op het vertrouwde parket van La Coupole even met de billen bloot, maar de scheve situatie werd in Leuven rechtgezet zodat de Henegouwers ook de finale van de Belgische beker hebben bereikt. Ze kunnen dus nog alles winnen, maar ook alles verliezen. Na een aarzelend seizoenbegin heeft de ploeg uit het Zwarte Land haar kruissnelheid bereikt. Met geduld, dat wel, maar toch lonkt de ploeg opnieuw naar de twee belangrijkste prijzen.Dat heeft veel te maken met de ervaring, het talent en het inschattingsvermogen van de twee schippers die bij Charleroi al jaar en dag aan het roer staan : voorzitter Eric Somme en coach Giovanni Bozzi. Het duo vult elkaar perfect aan en werkt bijzonder efficiënt samen. Het is een tandem die nooit panikeert. Bozzi is een heel intelligente coach die zijn ploeg goed kan inschatten. Met zijn glinsterende oogjes meet hij zich een air aan van het zou wel leuk zijn als we iets zouden winnen, maar in het diepste van zichzelf wil hij gewoon alles winnen. Gewoon omdat hij het haat om te verliezen. Spreek hem vooral niet van slijtage of routine. Dat hij tien jaar aan het hoofd van dezelfde club staat, heeft zijn enthousiasme allerminst getemperd. Hij wil altijd meer. Eerst op nationaal vlak, later ook internationaal. Als grote voetballiefhebber merkt hij op dat Charleroi "nooit het niveau van Real Madrid zal halen. Daarvoor missen we gewoon de nodige middelen. Maar dat belet niet dat we misschien toch het voorbeeld van Anderlecht kunnen volgen : een paar keer stunten op Europees vlak en de echt grote namen het vuur aan de schenen leggen." Dat betekent uiteraard dat Bozzi al aan het seizoen 2001-2002 denkt. Regeren is immers vooruitzien. "Het basketbal evolueert zo snel", merkt hij op, "dat het erg belangrijk is om de sterke en zwakke punten van de kern heel nauwkeurig in kaart te brengen. Je moet daarbij met alles rekening houden. Zowel de techniek en de fysiek als het rendement en de leeftijd. Ik vind dat er in onze ploeg voldoende ervaring zit. Vandaar dat we ons willen proberen te versterken met jongere spelers. Dat moet wel want met een kern van zes dertigers wordt het moeilijk. Die spelers raken vaker geblesseerd en hebben meer tijd nodig om te genezen. En dat kan zwaar wegen in de eindafrekening."Bozzi steekt niet weg dat hij in grote lijnen de ploeg voor volgend seizoen al in zijn hoof heeft, met als basis Desy, Cleymans, Hill en Stas. En misschien hoort daar ook nog Larry Brown bij. "Twee maanden geleden zou men me die vraag niet gesteld hebben", zegt Bozzi daarover. "Dat hij zo positief evolueerde, zorgt ervoor dat ik weer aan hem moet denken, maar we zijn overeengekomen dat we over niets zullen spreken voor het einde van de play-offs. Laat ik gewoon zeggen dat de balans in zijn voordeel overhelt. Het incident Brown is uiteindelijk een positieve hefboom gebleken. Toen hij me belde met de boodschap dat hij tot inkeer wilde komen, heb ik hem eerst uitgelegd wat ik van hem wilde en daarna gezegd wat mijn klachten over hem waren. Daarna ben ik ook met de andere spelers rond de tafel gaan zitten. En zonder uitzondering zeiden ze dat ik Lenny nog een kans moest geven. Daarop hebben we nog een interne vergadering georganiseerd en Lenny Brown heeft zelf schuld bekend. De groep is versterkt uit dit avontuur gekomen en hangt nog beter aan mekaar." Dat Jacques Stas naar TEC Luik gaat, zoals her en der met stellige zekerheid wordt beweerd, ontkent Bozzi met klem. "Ik begrijp dat Luik interesse toont voor onze spelmaker - voor hen zou hij een uitstekende versterking zijn. Onze voorzitter had met hem een gesprek om de zaak uit te klaren. We willen hem in ieder geval bij ons houden. Ik heb, echt waar, heel veel respect voor TEC Luik, maar Jacques zou een vergissing begaan als hij naar die club trekt, want in Charleroi breken er dankzij de nieuwe Coupole zeker nog heel mooie tijden aan." Uit wat Bozzi over volgend seizoen zegt, blijkt dat er geen spectaculaire veranderingen moeten worden verwacht. "Dat is ook niet nodig", zo zegt hij. "Ik ben immers heel tevreden over de ploeg. Ik wil niet het risico lopen om alles overhoop te gooien en dan vijfde te eindigen. Om competitief te blijven, moeten we met kleine stapjes vooruitgaan en op een intelligente manier. Dat kan, op voorwaarde dat je er je verstand bij houdt. We moeten ervoor zorgen dat we nooit meemaken wat Antwerpen overkwam, toen zeven spelers die einde contract waren naar Ieper vertrokken." Bozzi vertelt het allemaal met een enorme bevlogenheid die verraadt dat hij niet alleen coach is, maar ook een echte sportieve manager. "Dat klopt", knikt hij. "Eric Somme leidt een en ander commercieel - op een schitterende manier trouwens - en ik het sportieve. We werken volledig complementair. Ik neem weliswaar de eindbeslssing over een aanwerving, maar zijn advies is altijd meer dan welkom, want hij kent het basketbal erg goed. Zijn ervaring vormt voor mij een heel belangrijke steun." Ondertussen moeten de Spirous ook nog de zware uitdagingen van dit seizoen tot een goed einde proberen te brengen. "Chronologisch gezien", zegt Bozzi, "gaat onze aandacht eerst uit naar de beker. De finale wordt in één wedstrijd gespeeld en het kan alle kanten uit, maar gezien onze stijgende vorm staan we er goed voor. Voor de play-offs verwacht ik echt een bikkelharde strijd. Stel dat we starten met een nederlaag bij Pepinster - wat beslist niet onmogelijk is - dan kan er meteen stress ontstaan omdat we achter de feiten aan moeten lopen. Maar dat is juist ook het mooie. De tijd dat Mechelen en Oostende er met kop en schouders boven uitstaken, is voorbij. Nu kan iedereen van iedereen winnen. Dat bewijst dat het Belgisch basketbal er op vooruit is gegaan. Op papier is Oostende natuurlijk wel de sterkste ploeg : ze zijn op het veld doeltreffend en financieel staan ze heel sterk. Oostende blijft wel degelijk de grote favoriet, maar in de maand die we nog hebben vooraleer aan de laatste rechte lijn te beginnen, kunnen we nog wat vooruitgang boeken. We moeten er hoe dan ook alles aan doen om klaar te zijn om van de minste verzwakking van Oostende te profiteren."Of dat zal lukken, hangt volgens Bozzi sterk af van het reactievermogen van de jongeren Lenny Brown en Michael Batiste. De vraag is of zij de fysieke slag zullen aankunnen. "Mijn andere spelers ken ik", zegt Bozzi. "Als Brown en Batiste ook goed zijn, kunnen we ver komen. Achteraf gezien is het een gouden zaak geweest dat we thuis in de halve finales zo'n pandoering kregen van Leuven. We kwamen uit een euforische periode en we dachten dat ons niets meer kon overkomen. Eric Somme was razend. Maar toen hij me de volgende dag opbelde, zag hij de zaken in hun juiste perspectief. Want hij verklaarde dat hij - als hij had mogen kiezen - ook voor een nederlaag zou hebben geopteerd. Zo stonden de spelers tenminste weer met beide voeten op de grond. Hij was ervan overtuigd dat we bij een kleine overwinning alsnog zouden zijn uitgeschakeld en ik denk dat hij gelijk had." Bozzi voert een pscychologische benadering in de topsort hoog in het vaandel : het kunnen aanpassen van de relatie met de spelers kan, zo zegt hij, vaak voor het verschil zorgen. "Je kan een speler denken te kennen, maar hij kan op training verschijnen nadat hij ruzie heeft gemaakt met zijn vrouw. Dan moet je je houding aanpassen. Misschien maar voor één dag, maar dat kan wel beslissend zijn. Elke coach in eerste klasse weet trouwens hoe je moet aanvallen of verdedigen, de meerwaarde zit in een aangepaste relatie met de spelers. Je kan verschillende types van coaches onderscheiden. Er is de technicus die de spelers uit de hoogte bekijkt en zegt dat ze enkel het recht hebben om te zwijgen. Dat werkt misschien zes maanden, maar niet langer. Zo'n technicus kan ook maximum twee jaar bij de zelfde club blijven. Daarnaast heb je coaches die voortbouwen en die respect gebruiken als cement. Zoiets zit steving in elkaar. Ze zorgen ervoor dat iedereen bij de club zich betrokken voelt. Maar daar kan je nooit in slagen als je alles alleen wil doen. Je moet goede assistenten hebben, die niet alleen bondgenoten zijn maar ook trouwe vrienden. De assistenten vormen een buffer en zijn belangrijk omdat ze voortdurend indrukken doorgeven. Door rekening te houden met hun ideeën en met de opmerkingen die de spelers aan hen overmaken, probeer ik de precieze waarde van de spelers in te schatten." Als Bozzi hoort dat men hem wel eens de Guy Roux van het Belgische basket noemt, vindt hij dat een mooie vergelijking. "Trouw aan de club ligt me immers na aan het hart. Ik moet me er juist voor hoeden niet het ene jaar te veel te doen. Op dit ogenblik zijn er nog geen problemen. Ik ben nog altijd even enthousiast als het eerste jaar bij de Spirous. Als ik op een dag de afstand tussen Waremme en Charleroi te lang vind, is dat een signaal dat ik moet stoppen. Ik hoop alleen dat ook dan mijn vriendschap met Eric Somme intact kan blijven. Dat vind ik het belangrijkste. Maar voorlopig ga ik gewoon door. Ik heb mijn contract met drie jaar verlengd. We hebben gedaan zoals altijd : er was een kort gesprek en daarna hebben we de handen in elkaar geslagen. Mijn contract liep nog een jaar en we hebben er twee jaar aan toegevoegd. Als het toch tot een breuk mocht komen, dan ben ik ervan overtuigd dat we snel een akkoord zouden vinden dat ons allebei bevredigt. Maar er is voorlopig geen enkele reden om te denken dat het zover zal komen." door Daniel Renard