We schrijven 11 september 1988. Tijd voor Monza, alweer. Al het hele seizoen rijdt Ferrari hopeloos in de schaduw van de ongenaakbare McLaren-Honda. Prost en Senna hebben samen alle races al gewonnen. Maar in Monza blijkt de Ferrari bijzonder snel. Misschien niet snel genoeg om te winnen, maar daarvoor zorgt het lot: Senna rijdt eenzaam aan de leiding als zijn McLaren door een trage sufkop in de keienbak wordt geramd. GerhardBerger en JeanAlesi sturen hun Ferrari's naar een historische dubbel. Hun eerste en enige van het se...

We schrijven 11 september 1988. Tijd voor Monza, alweer. Al het hele seizoen rijdt Ferrari hopeloos in de schaduw van de ongenaakbare McLaren-Honda. Prost en Senna hebben samen alle races al gewonnen. Maar in Monza blijkt de Ferrari bijzonder snel. Misschien niet snel genoeg om te winnen, maar daarvoor zorgt het lot: Senna rijdt eenzaam aan de leiding als zijn McLaren door een trage sufkop in de keienbak wordt geramd. GerhardBerger en JeanAlesi sturen hun Ferrari's naar een historische dubbel. Hun eerste en enige van het seizoen. Het is een bekend verhaal in de paddock: in Monza kunnen die Ferrari's altijd ietsje meer. Vroeger, toen de technische reglementering heel wat minder strikt was en ingenieurs hun verbeelding meer de vrije teugels konden laten, was het frappanter dan tegenwoordig, toegegeven. Elf september 1988 is dan ook niet het enige voorbeeld in het geschiedenisboek van de F1. Monza is immers een tempel voor Ferrari en iedere rechtgeaarde Italiaan, die geboren wordt met de liefde voor la machina. In Italië is Ferrari een religie. Don Alberto Bernardoni, pastoor van Maranello, thuishaven van Ferrari, luidt de klokken als de rode auto's op zondag winnen. Net zoals zijn voorganger deed, en diens voorganger. Natuurlijk hoopt heel Italië dat de klokken komende zondag opnieuw luiden. En het belooft een passioneel weekend te worden. Bij de rooien is de spanning immers te snijden, na het controversiële en spectaculaire verloop van de Belgische grand prix, vorige zondag. Met nog vijf races te gaan eist Felipe Massa stilaan een voorkeursbehandeling op. De kleine Braziliaan heeft immers maar twee punten achterstand op Lewis Hamilton, terwijl Kimi Räikkönen na zijn schuiver in Francorchamps al op negentien punten van de leider staat. "Of ik vind dat Ferrari nu mijn kaart moet trekken?", kaatste Massa de bal na de race in Francorchamps terug. "Je stelt de vraag aan de verkeerde man. Ik doe mijn job, en dat is aan het stuur draaien. Zo goed mogelijk, en met succes mag ik wel zeggen. Maar ik beslis niet wie in dienst van wie moet gaan rijden bij Ferrari. Dat is de taak van de teambaas. Loop dus maar even naar hem toe." Ondertussen liet ook Räikkönen zijn spierballen rollen. "Akkoord, zowel in Valencia als in Francorchamps pakte ik geen punten. Maar ik geef nooit op. Als het echt nodig is, en ze vragen het me uitdrukkelijk, dan zal ik Massa steunen. Maar zolang ik rekenkundig de wereldtitel kan pakken, ga ik mijn kans. Ik blijf er altijd in geloven, ook als die rekenkundige kans piepklein is. Wie mij kent, weet dat ik niet het type ben dat snel opgeeft." Zoals de Fin liet zien toen hij zijn teamgenoot in de eerste ronde te grazen nam, in Francorchamps. "Räikkönen was sneller, akkoord", zei Massa na afloop. "Maar wat hij toen deed, zo nog eens van zijn lijn gaan afwijken om te intimideren, dat hoefde helemaal niet. Omdat hij zo ook wel voorbij was geraakt, hij had gewoon meer snelheid mee dan ik." Kortom: de toon is gezet voor de thuisrace van de rooien.