Hoe gruwelijk pijnlijk het is om op een microafstand van de eerste plaats te stranden had Omega Pharma - Quick-Step ondervonden toen het in de ploegentijdrit van de EnecoTour 2012 en de Tour van dit jaar respectievelijk 69 en 75 honderdsten moest toegeven op dezelfde ploeg: Orica-GreenEdge.
...

Hoe gruwelijk pijnlijk het is om op een microafstand van de eerste plaats te stranden had Omega Pharma - Quick-Step ondervonden toen het in de ploegentijdrit van de EnecoTour 2012 en de Tour van dit jaar respectievelijk 69 en 75 honderdsten moest toegeven op dezelfde ploeg: Orica-GreenEdge. Het angstzweet rolde bij ploegmanager Patrick Lefevere dan ook met beekjes van de rug toen hij zondag, op het tweede WK ploegentijdrijden, zag hoe weer diezelfde Australiërs een achterstand van 14 seconden (na 24,5 km) omzetten in een voorsprong van bijna anderhalve seconde na 42,8 km. Rood als een tomaat en de billen dichtgeknepen telde hij in de laatste meters de seconden af om zijn team uiteindelijk toch de tweede wereldtitel op rij te zien binnenhalen. Met amper 81 honderdsten voorsprong, op een eindtijd van 1 u. 04.16.81 en een afstand van 57,2 km. Een verschil van amper 0,021 procent, 12 meter, of 14 duizendsten van een seconde per kilometer. Hoewel kleine tijdsverschillen in ploegentijdritten meer regel dan uitzondering zijn (in de 46 chronoproeven voor teams sinds 2008 - WorldTour of procontinentaal niveau - bedroeg de gemiddelde voorsprong van de winnaar 7,84 seconden, op gemiddeld 18,8 km), toch is 81 honderdsten op 57,2 km wel heel miniem. Zoals dat in de Tour ook het geval was, maar dan over slechts 25 km. Niet toevallig telkens tussen de twee ploegen die in deze discipline de jongste twee jaar boven de concurrentie uitsteken: op het palmares van Orica-GreenEdge staan drie (WorldTour)zeges, één tweede en één derde plaats, Omega Pharma - Quick-Step behaalde zondag zijn vierde overwinning (waaronder de twee WK's), strandde vier keer als tweede en tweemaal als derde, terwijl het van 2008 tot 2011 slechts één ploegentijdrit won (2008, Ronde van Qatar). Sponsor Marc Coucke tweette na de finish dan ook dat Patrick Lefevere voortaan op zijn visitekaartje 'bouwer van het snelste wielerteam ter wereld' mag zetten. Een titel die de West-Vlaming vooral te danken heeft aan de transfer van wereldkampioen tijdrijden Tony Martin, gekoppeld aan de expertise van Rolf Aldag, manager sport en ontwikkeling bij Omega Pharma - Quick-Step. Niet toevallig alle twee ex-HTC-HighRoad, de voormalige ploeg van de altijd innoverende manager Bob Stapleton. Samen met ploegleider Tom Steels en trainer Koen Pelgrim stak Aldag de voorbije maanden "geen tientallen, maar honderden uren" in de voorbereiding op het WK: verkenningen, aanpassingen van fietsposities, gegoochel met wattages, testen op het autocircuit van Zolder... Vorige donderdag ging het zestal van Omega-Pharma - Quick-Step zelfs tussen het drukke verkeer van Firenze nog eens de laatste kilometers verkennen, vrolijk de talrijke eenrichtingsstraten negerend. Details die, ondanks een te snelle start, uiteindelijk de minieme winstmarge opleverden. Mede dankzij het cruciale voordeel dat Omega Pharma - Quick-Step als titelverdediger als laatste mocht starten en zich kon richten op de tussentijden van Orica-GreenEdge. Een groot verschil met de Tour, waarin OPQS als een van de eerste ploegen de teamtijdrit moest afwerken en dus in het ijle moest fietsen. Toen Tony Martin en co de achterstand op de Australiërs weer ombogen in een voorsprong, kwam het, ondanks alle minutieuze wattageberekeningen, dus toch vooral aan op karakter, op het willen sterven voor elkaar. Dat is waar het in een ploegentijdrit ook, en misschien zelfs voorál om draait, en wat deze discipline ook zo bloedmooi maakt. Patrick Lefevere moet je daarvan niet meer overtuigen. DOOR JONAS CRETEUR