KRC HARELBEKE 6 seizoenen 1e klasse H NU: 2e amateurklasse A

Aan de achterkant zijn bouwvakkers nieuwe kleedkamers aan het optrekken. Maar vanaf de hoofdparking, aankomstplaats van de wielerklassieker E3 Harelbeke, lijkt het Forestiersstadion niks veranderd sinds die ene keer dat daar een Europese wedstrijd is gespeeld. Dat was in 1998 voor de Intertotobeker tegen Sampdoria Genoa, nadat KRC als vijfde was geëindigd. Drie jaar eerder was het via de eindronde naar de eerste klasse gepromoveerd en drie jaar later was het feestje alweer afgelopen. Er was een overname door een Duitse investeringsgroep, een schuld van een miljoen of drie, een invereffeningstelling, een fusie met Ingelmunster, een verandering van stamnummer, van naam en van kleur én een sportieve terugval tot in het provinciale voetbal. Maar intussen heet KRC Harelbeke weer gewoon KRC Harelbeke en zijn de clubkleuren weer het oorspronkelijke paars en wit. Momenteel staat de club halverwege de tweede helft van de zeer West-Vlaams getinte tweede amateurklasse A.
...

Aan de achterkant zijn bouwvakkers nieuwe kleedkamers aan het optrekken. Maar vanaf de hoofdparking, aankomstplaats van de wielerklassieker E3 Harelbeke, lijkt het Forestiersstadion niks veranderd sinds die ene keer dat daar een Europese wedstrijd is gespeeld. Dat was in 1998 voor de Intertotobeker tegen Sampdoria Genoa, nadat KRC als vijfde was geëindigd. Drie jaar eerder was het via de eindronde naar de eerste klasse gepromoveerd en drie jaar later was het feestje alweer afgelopen. Er was een overname door een Duitse investeringsgroep, een schuld van een miljoen of drie, een invereffeningstelling, een fusie met Ingelmunster, een verandering van stamnummer, van naam en van kleur én een sportieve terugval tot in het provinciale voetbal. Maar intussen heet KRC Harelbeke weer gewoon KRC Harelbeke en zijn de clubkleuren weer het oorspronkelijke paars en wit. Momenteel staat de club halverwege de tweede helft van de zeer West-Vlaams getinte tweede amateurklasse A. De heropleving van de Ratjes kwam er onder impuls van het dynamische jeugdbestuur, organisator van een elk jaar uitverkocht schlagerfestival en een jeugdtoernooi met tegen de tweehonderd ploegen. De nieuwe voorzitter, Christophe Rommens, was voorheen jeugdvoorzitter. 'Ons hart ligt bij de jeugd', zegt de man die op vijfhonderd meter van het stadion woont en manager is in de textielsector. 'Onze jeugdwerking met bijna vierhonderd jeugdspelers wordt zeer gerespecteerd en in onze eerste ploeg stonden dit seizoen al eens vijf zelf opgeleide spelers tegelijk op het veld. Dat is ook de manier om weer meer volk te trekken. Op zaterdagvoormiddag op zeven of acht velden jonge gastjes zien sjotten met ouders die zich amuseren en een volle jeugdkantine, dat zijn schone momenten in het voetbal. Dat willen we doortrekken naar onze eerste ploeg, zodat al die mensen ook daar betrokken raken én dat onze A-kernspelers betrokken raken bij de jeugdwerking.' De glorieperiode van KRC viel niet toevallig in een periode dat het niet zo goed ging met de buren uit Kortrijk en Waregem. 'Maar nu is de concurrentie rond ons enorm, ook van het voetbal op tv op zondagnamiddag', zegt de voorzitter. 'Gemiddeld trekken we een kleine vijfhonderd toeschouwers, maar in een stadion voor bijna tienduizend man oogt dat zeer weinig. Op dit moment zitten we in deze reeks op onze plaats. Onze huidige ambitie is op dit niveau een toffe club te zijn. Hoger kunnen we in een gemeente van maar 30.000 inwoners alleen mikken als zoals vroeger ook de grootste bedrijven uit Harelbeke zich weer gaan engageren. Want er is zeker een slapend publiek. Voor de bekerwedstrijd tegen STVV waren er zo'n achttienhonderd betalenden, van wie slechts veertig uit Sint-Truiden.' Er is een tijd geweest dat het Stade de la Neuville zeer modern was. Ooit was het een van de eerste velden in België met verlichting en Olympic Charleroi was toen een van de pioniers van avondvoetbal. Maar modern is nu alleen de nieuwe hoofdtribune. De rest wacht op renovatie. 'En er zijn plannen', weet Carl Servaes, al decennialang een medewerker die vele uren op de club slijt. 'De stad beloofde te zullen beginnen met een nieuwe verlichtingsinstallatie.' Tussen 1937 en 1975 speelde Olympic - Les Dogues - 24 seizoenen in de eerste klasse met als beste resultaat een tweede plaats op twee punten van Anderlecht in 1947. Na een fusie met RA Marchienne in 2000 en een faillietverklaring in 2011 werd Royal Olympic Club de Charleroi-Marchienne van schrapping gered door een investeringsgroep rond Adem Sahin, eigenaar van de warenhuisketen Reyhan en voorzitter van de provincialer JS Turque. Na twee promoties staat de club nu derde in de tweede amateurliga mét uitzicht op een nieuwe promotie via de eindronde. Legendarische competitiederby's tegen Sporting Charleroi worden er al lang niet meer gespeeld. Maar wat niet is, kan nog komen, zegt Servaes. 'Ik ben 83 jaar en ik zal sterven op het veld, maar ik heb een akkoord met Sint-Pieter dat het niet zal gebeuren alvorens Olympic weer in eerste zit.' Vlak bij het stadion, op de hoek van de Rue Neuve, is een sportzaak. Amour du Sport.Amore dello Sport. De eigenaar, Mario Gatta, groeide op in de straat. Hij is ex-speler van Olympic, ex-jeugdtrainer van Olympic en van Sporting, en zijn zoon speelt bij de U19 van Sporting. Voorheen hield hij er vijftien jaar lang café. Als geen ander weet hij wat het voetbal in de volksclub teweeg kan brengen. 'Maar het probleem is: oude supporters worden niet meer vervangen, jonge mensen gaan naar Sporting kijken om er de topploegen te zien.' De bestverkopende club in zijn winkel is geen Belgische club. 'Dat is Juventus.' Servaes benadrukt meer dan ooit de sociale rol van Olympic. 'Onze jeugdacademie houdt 525 jongeren van de straat, meneer. Sport vereist een zekere discipline, mentaliteit en gedragslijn. Dat is in het leven ook nodig, zoniet beland je in de gevangenis. Daar dragen wij toe bij. Sporting speelt met zijn beloften op ons terrein en komt onze beste jeugdspelers halen, maar het is jammer dat jonge talenten er weinig of geen kansen krijgen om door te breken.' Een bejaarde vrouw die haar twee hondjes uitlaat, maakt haar beklag over les gamins de merde die haar 's nachts wakker houden. 'Weet je, meneer, bijna iedereen hier laat een alarm installeren uit schrik voor inbraak.' Ze woont schuin tegenover de hoofdingang van het Stade de Buraufosse. Maar over Tilleur moeten we haar niets vragen. Daarvoor moesten we bij haar man zijn, zegt ze, maar die is helaas overleden. 'Is het niet voor iedere kleine club moeilijk nu? Er gaat te veel geld in het voetbal om. Wij werkten ons hele leven lange dagen in de fabriek, maar als je ziet wat ze tegenwoordig met voetballen verdienen, terwijl er voor de mensen geen werk meer is... c'est pas normal, hein monsieur. Het is een rare tijd.' In de gloriedagen van de club was er wel veel werk. De industrie in het staalbekken bloeide en als ontspanning ging het volk op zondagnamiddag naar het voetbal kijken. Zo eindigde Royal Tilleur FC in 1965 zelfs als vierde in de eerste klasse. Het was de gouden tijd van het Luikse voetbal met ook nog Standard en FC Luik in de top zes. De legende wil dat in Buraufosse de lokale trainer Joseph Pannaye het catenaccio uitvond nog voor de Italianen erop gekomen waren. Het spel was zo defensief dat er van de Muur van Tilleur werd gesproken, vernemen we in café Kamikaze. Zo weerbaar als toen zijn de Métallurgistes nooit meer geweest. In 1989 fusioneerden ze met Royal Saint-Nicolas FC de Liège en in 1995 gingen ze mee op in Royal Club de Liège. Maar zeven jaar later werd in het Stade de Buraufosse de vierdeprovincialer FC Tilleur-Saint-Nicolas opgericht met als voorzitter en trainer ex-speler Ido Cremasco. Na fusies met Saint-Gilles en Grace-Hologne speelt het heden ten dage de top in de derde amateurklasse. Voorzitter is de restauranthouder Gaëtan Dell'Aera. 'Het is een familiale club met een goeie jeugdwerking', zegt Ido Cremasco, die zelf uit de jeugd van Tilleur komt en 35 jaar geleden voor Seraing het doelpunt van de promotie naar de eerste klasse maakte. 'Op de site du Bonnet liggen voor de vierhonderd jeugdspelers drie grasvelden en een kunstgrasveld. Dat is een belangrijke troef.' Het Stade de Buraufosse is dat niet meer, althans niet meer voor een ambitieuze club. Maar het blijft wel een curiosum. Het veld is uitgegraven op een heuvel en in de periode eind vorige eeuw dat het niet meer bespeeld en verwaarloosd was, is op een dag langs de zijde waar de weg bergop loopt een kind door een gat in de omheining op het dak gekropen, ervan gevallen en overleden. De omheining is hersteld en de tribune vernieuwd intussen. De steile tribunes achter het verste doel bieden alleen nog aan publiciteitsborden plaats en links en rechts is er wat bij gemetseld. Stadionverlichting is er wel nog altijd niet. 'Er is werk aan', merkt Cremasco op. 'Hoe hoog deze club nog kan komen, zal ook afhangen van de gemeente.' Meer dan enkele honderden toeschouwers komen er niet meer kijken. 'Supporters die sterven, zijn moeilijk te vervangen. Met ook nog Seraing, Standard en Club Luik op enkele vierkante kilometers is het moeilijk natuurlijk.' 'Hier worden alleen nog jeugdinterlands, damesvoetbal- en G-voetbalwedstrijden gespeeld', zegt de inwonende conciërge. 'Kijk maar eens rustig rond.' In een van de lokalen zitten onder toezicht van een jongedame kinderen te knutselen. Er hangen zwart-witfoto's uit de tijd dat in een volgepakt Mijnstadion topclubs kreunden onder het knokkersvoetbal van de 'koolputters'. Julien Cools herkennen we onder meer, en Wilfried Van Moer. Tussen 1950 en 1984 speelde FC Beringen hier 25 seizoenen eersteklassevoetbal. In 1964 werd het vicekampioen. De club raakte in verval toen de steun van de steenkoolmijnen wegviel. In 2002 werd gefusioneerd met KVV Vigor Beringen. De fusieclub ging met het stamnummer van Vigor verder als KVK Beringen en moest in 2004 in het Mijnstadion plaatsmaken voor de toenmalige profclub Heusden-Zolder (die twee jaar later failliet ging). Sindsdien speelt 'Beringen' in het Sportpark de Motbemden. Maar het Mijnstadion blijft een stadion dat je niet onbewogen laat. Het begint al met de weg erheen, langs mijnsites en vroegere mijnwerkershuisjes, en met de oorspronkelijke naam FC Beeringen op de bakstenen façade en de zittribune die je doorheen het hek ziet. 'We gaven de hoop nooit op om terug te mogen keren naar het Mijnstadion', zegt secretaris Vladimir Wynnyk. 'Maar met gemiddeld een man of negentig in de tribune zou dat op dit moment geen zicht zijn. Eerst moeten we weer wat hoger spelen.' Dat proberen ze al jaren tevergeefs, hoewel Beringen met zo'n 45.000 inwoners na Hasselt en Genk de op twee na grootste stad van Limburg is. Zelfs in eerste provinciale zit er op dit moment geen plaats in de eerste helft van de rangschikking in. 'Het is zeer moeilijk om uit het provinciale voetbal weg te geraken', aldus Wynnyk. 'Spelers die het verschil kunnen maken, kosten ik-weet-niet-hoeveel. En wij betalen alles officieel, dus niet onder tafel. Er is onder clubs in de regio zelfs een opbod voor gediplomeerde jeugdtrainers. Vroeger speelden hier drie- à vierhonderd jeugdspelers, nu nog rond de honderdvijftig. Maar we zijn wel een gezonde club en dat is in het verleden weleens anders geweest.' Diest, dat is Marieke Vervoort. Maar er wordt in het Warandestadion ook nog altijd gevoetbald. KFC deelt dat tegenwoordig met Sparta Schaffen. De club speelde in 1964 de finale van de beker van België tegen La Gantoise, stond daarin tot een minuut voor tijd 2-1 voor, maar verloor na verlengingen nog met 2-4. In 1961 was de ploeg uit Diest met een van de grootste voetbalvelden van het land voor het eerst naar de eerste klasse gepromoveerd. Na vier seizoenen zakte die weer, maar vijf jaar later speelden de wit-zwarten weer kampioen in tweede en ze hielden het daarna vijf seizoenen vol op het hoogste niveau. In 1988 werd gefusioneerd met FC Assent tot Koninklijke Tesamen Hogerop Diest, in 2005 gedegradeerd naar eerste provinciale en een jaar later ging de club in vereffening en zakte naar derde provinciale. Met steun van oud-spelers als Jos Heyligen en Bruno en Patrick Versavel wordt een herstart genomen met de oorspronkelijke naam en kleuren en de belofte het accent op jeugdopleiding te zullen leggen. En anno nu speelt de opleidingsclub van onder meer Timmy Simons in de derde amateurklasse, waar ze wel amper boven de degradatiestrijd uitreikt. Na twee opeenvolgende promoties lijkt daar de limiet te liggen van het voetbal in de Demerstad van zo'n 23.000 inwoners. 'De spelers worden almaar duurder, ze zijn bijna onbetaalbaar geworden', zegt voorzitter Jos Vilters, een garagehouder die de club drie jaar geleden in handen nam. 'Het is amateurvoetbal, maar ze willen er een extra loon aan overhouden. Ik vind: het is tijd voor de clubbesturen om hen gewaar te laten worden dat het zo niet verder kan.' En vroeger, merkt hij op, waren er ook meer sponsors. 'Al hoor ik dat er nog altijd grote sponsors zijn die heel veel geld in sommige clubs pompen, hoor. Ga je mee op dat elan van grote bedragen, dan ga je eraan ten onder. Als je dan moet gaan bedelen en mosselfeesten moet organiseren om rond te komen, wordt het heel zwaar. Het stadion is natuurlijk oud en het onderhoud kost handenvol geld. Ik zie clubs in de regio die op kunstgras trainen, en ik zie dat er grasvelden voor hen worden aangelegd en worden onderhouden. Daar kunnen wij alleen maar van dromen. In de winter zijn onze velden zeer slecht omdat ze gebruikt worden door driehonderd jeugdspelers. We hinken achterop en financiële middelen zijn er volgens de stad niet. Onze aanhang blijft komen, maar is zoals onze kleuren: zwart-wit. De mensen zijn zeer enthousiast als het goed draait, maar ze worden zeer negatief als het minder gaat. Gemiddeld zijn er dat nu 450 à 500. De voorbije jaren waren het er 600 à 700.' En dan is er nog iets wat in dit verhaal absoluut gezegd moet worden. 'Je investeert in jonge spelers, maar die hebben geen geduld en vertrekken zodra ze kunnen voor het geld naar een lagere reeks. Zo kun je geen beleid voeren.' Het doet ons even denken aan Bokrijk, als we in de vernieuwde buurt op de parkeerplaatsen voor de ingang doorheen de tralies het oude Ludo Coeckstadion in kijken. Maar een openluchtmuseum zal het niet worden. In de komende jaren wordt het afgebroken en zal er een nieuw, modern stadion worden gebouwd. Al zijn er volgens Marc De Mulder veel supporters die dat betreuren. 'Voor velen is dat pure nostalgie', zegt hij. 'Het stadion trekt ook nog veel buitenlandse spotters. Maar: het is versleten. Elke dag komen er vier à vijf strafwerkers om het te onderhouden. Het is ook veel te groot, en het is te duur in onderhoud, en in deze tijd moet je mensen fatsoenlijk kunnen ontvangen.' Hijzelf, sportief manager, was destijds, in de lichting van Ludo Coeck, een van de zeven miniemen die het tot in de eerste ploeg schopten. En het oude Berchem Sport inspireert nog altijd het nieuwe, beweert hij. 'In die zin dat we de traditie van een goeie jeugdopleiding hoog willen houden.' Daarvoor beschikken ze op het sportpark Het Rooi wel over geschikte infrastructuur met onder meer een kunstgrasveld. Sinds twee jaar wordt er ook samengewerkt met KRC Genk. 'Maar het grote verschil is dat al die talentjes hier vroegtijdig worden weggehaald', zegt hij. 'Het is heel moeilijk geworden om een jeugdspeler in de eerste ploeg te brengen. Vorig seizoen lieten we met Rik De Kuyffer een jongen van zestien debuteren, maar na twee stappen op ons eerste veld was Club Brugge hier al en nu speelt hij daar bij de U19 (vorige week was De Kuyffer nog actief op de Viareggio Cup met de beloften van Club Brugge, nvdr). Het is wel zo dat bijna al onze eerste-elftalspelers werden opgeleid bij eliteclubs, het zijn jongens die daar niet doorbraken en weer afdaalden.' Berchem Sport staat nog altijd vijftiende in de rangschikking van de clubs met het meeste aantal seizoenen in de eerste klasse. Het werd drie keer vicekampioen. Maar eind de jaren tachtig degradeerde het en zakte het met financiële problemen tot in eerste provinciale. Nu doet het weer mee bovenaan in de tweede amateurklasse. 'De moeilijkheid', zegt De Mulder, 'is zoals overal in het amateurvoetbal, van vierde provinciale tot de eerste amateurklasse: spelers verdienen te veel volgens de inkomsten van de clubs. Het is frustrerend dat er nog altijd voetbalclubs zijn die met zwart geld betalen. Dat sommige hun spelers nog amateurs durven te noemen, is hemeltergend.' Dat er momenteel een nieuwe, frisse wind waait doorheen Berchem Sport komt door het uitzicht op een stadionvernieuwing, benadrukt de sportief manager. 'Wij zijn het kleine broertje van Beerschot en Antwerp, wij komen in Antwerpen altijd op de derde plaats, maar met een moderne infrastructuur is er veel meer mogelijk. Nu kunnen we belangrijke mensen niet op een deftige manier ontvangen en dat houdt veel tegen. Ook de groeimarge van onze supporters is enorm. Momenteel spelen we voor een gemiddelde van duizend, maar vier jaar geleden werden we kampioen in bevordering en waren er voor onze laatste wedstrijd opeens vijfduizend. Er zijn er in Berchem veel die nog ergens een geel-zwarte sjaal in hun kast hebben liggen.' De grootste exploten liggen nog vrij vers in het geheugen. De Gouden Schoen van Gilles De Bilde in 1994, de vierde plaats en UEFA Cupduels tegen Levski Sofia en AS Roma in 1995. Maar nog verser in het geheugen ligt de daaropvolgende neergang. De degradatie naar derde in 2002. De schulden en de schandalen vooral, het faillissement, de fusieverhalen, de stadion- en licentieproblemen, de geldaffaires en de intriges. Al vaak was Den Iendracht een dankbare inspiratiebron voor Aalst Carnaval. Tussendoor was het in 2006 ook de club die ene Dries Mertens speelkans gaf in de derde klasse. Momenteel doet het mee bovenaan in de tweede amateurklasse en voor wie op een doordeweekse dag sinds lang nog eens langs het tanende Pierre Cornelisstadion passeert, lijkt er weinig veranderd. Inclusief de cafés met voetbalnamen aan de overkant van de Bredestraat, The New Wembley en Dug Out. Het blijft wachten tot het volledige potentieel van een voetbalminnende stad van 85.000 inwoners benut wordt. Maar er is alweer hoop. Het doel, verklaarde de nieuwe voorzitter én eigenaar Patrick Le Juste onlangs in Sport/Voetbalmagazine, is de komende jaren de club uit te bouwen met het oog op een terugkeer naar de eerste klasse. DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE - FOTO BELGAIMAGE