Toen Johan Vermeersch in 2002 uit de noodkreten van RWD Molenbeek (failliet) en RFC Strombeek (nood aan nieuwe infrastructuur) een nieuwe slogan boetseerde, luidde die : FC Molenbeek Brussels, pride of Brussels. Vermeersch, nooit verlegen om een straffe uitspraak, poneerde ten stelligste dat zijn nieuwe club de trots van Brussel moest worden. Een club voor de échte Brusselaars. In 2010 zou er met tien man uit de eigen jeugd in de ploeg gespeeld worden. Vanaf 2008 zou er in de linkerkolom van het klassement gestreden worden en zouden de Belgische topclubs met een ei in de broek naar het Edmond Machtensstadion afzakken. Welnu, FC Brussels is aan zijn vierde seizoen in de eerste klasse toe. De voorbije drie seizoenen eindigde het stamnummer 1936 op een vijftiende, tiende en de dertiende plek. Gemiddelde toeschouweraantallen : 4333 bezoekers in 2005, 4621 in 2006 en 4517 vorig seizoen. Gewonnen toppers vorig seizoen : eentje, tegen Genk, 3-1 op de slotdag. Onnodig te zeggen dat het Machtensstadion zelden trilde van opwinding sinds het in onze hoogste afdeling geraakte. Tiens, had Vermeersch niet verklaard dat 'zomaar wat aanmodderen' niet in zijn aard ligt en dat er vooruitgang moet inzitten ?
...

Toen Johan Vermeersch in 2002 uit de noodkreten van RWD Molenbeek (failliet) en RFC Strombeek (nood aan nieuwe infrastructuur) een nieuwe slogan boetseerde, luidde die : FC Molenbeek Brussels, pride of Brussels. Vermeersch, nooit verlegen om een straffe uitspraak, poneerde ten stelligste dat zijn nieuwe club de trots van Brussel moest worden. Een club voor de échte Brusselaars. In 2010 zou er met tien man uit de eigen jeugd in de ploeg gespeeld worden. Vanaf 2008 zou er in de linkerkolom van het klassement gestreden worden en zouden de Belgische topclubs met een ei in de broek naar het Edmond Machtensstadion afzakken. Welnu, FC Brussels is aan zijn vierde seizoen in de eerste klasse toe. De voorbije drie seizoenen eindigde het stamnummer 1936 op een vijftiende, tiende en de dertiende plek. Gemiddelde toeschouweraantallen : 4333 bezoekers in 2005, 4621 in 2006 en 4517 vorig seizoen. Gewonnen toppers vorig seizoen : eentje, tegen Genk, 3-1 op de slotdag. Onnodig te zeggen dat het Machtensstadion zelden trilde van opwinding sinds het in onze hoogste afdeling geraakte. Tiens, had Vermeersch niet verklaard dat 'zomaar wat aanmodderen' niet in zijn aard ligt en dat er vooruitgang moet inzitten ? Maar het verhaal van FC Brussels is er niet enkel een van 'aanmodderen'. Economisch gezien blijkt het wel snor te zitten voor de fusieclub. Het budget werd met 20 procent verhoogd, er haakte geen enkele grote sponsor af en er kwamen twee geldschieters bij : Krefibel en Tönisteiner. Daarmee is Brussels van 50 bedrijven die in het eerste jaar in de club investeerden, naar 150 investeerders gegaan. En daar zit nog veel rek in. Commercieel manager Gino Gylain : "Destijds werkte ik voor Moeskroen, een regio waar je zo'n 450 bedrijven had liggen, in Brussel zijn er dat 20.000. Op commercieel vlak is het dus zeker niet moeilijk werken in onze hoofdstad. Je merkt dat als je een goed project kan voorleggen, de bedrijfswereld veel goodwill toont. Alleen hebben we meer spektakel op de mat nodig om ook het publiek mee te krijgen." "Kijk, ik ken clubs in de tweede klasse die eerst structureel proberen op te bouwen en dan sportief," vervolgt hij. "Daardoor zijn ze niet kunnen opgaan. Vermeersch heeft het omgekeerd aangepakt : hij werkte eerst aan het sportieve, met als resultaat dat we nu al drie jaar in de eerste klasse spelen, en nu zijn we bezig met het structurele stelselmatig te verbeteren."Zo stampte FC Brussels een eigen internettelevisie uit de grond (Studs), werd de commerciële cel uitgebreid met drie vaste krachten, is men druk bezig een nieuwe catering te installeren (150 vips, 650 businessdiners, waarvan er gemiddeld 450 ingevuld zijn per thuiswedstrijd) en zal het Edmond Machtensstadion dit jaar verscheidene malen fungeren als gastheer voor uiteenlopende evenementen. Op 12 september vindt er bijvoorbeeld een galawedstrijd plaats met een team van F1-piloten. "De hele businesssectie is al uitverkocht. Op die manier kunnen we ook klanten binden", geeft Gylain mee. En dat is nodig, want daar wringt het schoentje voor FC Brussels, hoezeer het financiële plaatje ook mag kloppen. Een stadion dat vijftienduizend fans kan herbergen en gemiddeld niet eens boven de vijfduizend toeschouwers komt, kan je bezwaarlijk sfeervol noemen. Trek daar dan nog eens de ruim duizend genodigden van af en dan bots je op een onthutsend laag percentage betalende toeschouwers, waarmee FC Brussels bij de minst bezochte clubs in de eerste afdeling hoort. Eigenlijk beschamend voor een club met een afzetmarkt van anderhalf miljoen inwoners en - als we er het RWDM-patrimonium mogen bijrekenen - diepgewortelde voetbalgeschiedenis. Vroeger had je tenminste nog de kleurrijke fanfare van RWDM, maar ook die vluchtte het stadion uit. Johan Vermeersch wil zich op "iedereen die in de brede Brusselse regio werkt en leeft" richten, maar komen die mensen wel naar het voetbal ? Ja, Anderlecht zit elke thuiswedstrijd eivol, maar dat zijn supporters uit het hele land, amper tien procent komt uit Brussel zelf. Het doet Trudo Dejonghe, professor Sport en Economie aan de Lessius Hogeschool, besluiten : "Er bestaat geen Brusselse club. Anderlecht is dat niet en ook FC Brussels is dat niet. Vermeersch wil zich op de Brusselse supporters richten, maar de Brusselaar, wie is dat ? Bestaan er nog echte Molenbekenaars of Vlaamse Brusselaars ? Ik denk dat je dan op amper duizend mensen uitkomt, verwaarloosbaar. Al bestaat er zeker een grote onontgonnen markt, die van de allochtonen. Het probleem daar is dat zij zeer moeilijk naar het stadion te krijgen zijn. Als er volgens mij één club in staat is om veel Brussels publiek te lokken, dan is het Union Sint-Gillis, zij kunnen bogen op een geschiedenis in die regio. Want, niet vergeten, RWDM lokte in zijn gloriejaren in de jaren zeventig ook amper gemiddeld tienduizend toeschouwers." Gino Gylain relativeert : "Hoezeer ik het ook belangrijk vind dat we voor een volle tribune kunnen spelen, de inkomsten aan de kassa bedragen maar acht procent van ons budget." Klopt, maar voetbal moet in de eerste plaats leven, nietwaar ? Belangrijker dan louter vast te stellen, is het zoeken naar oplossingen. Wie kan FC Brussels naar zijn stadion krijgen ? De grote gemeenschap allochtonen ? De oudere Brusselaars ? Mensen uit de rand ? Navraag bij de grootste supportersverenigingen van FC Brussels, zoals de Bxlboys en Den Heuve uit Machelen, leert dat de meesten van die vierduizend supporters die nu al in het stadion zitten, ex-RWDM'ers zijn. Komende uit de rand van Brussel, gaande van Asse tot Wezembeek of Vilvoorde, en zelf uit Leuven. Zij zijn best tevreden met de positie die hun club nu inneemt, alleen verwachten ze meer spektakel in de thuiswedstrijden. Zoals Kurt Rampelbergh, voorzitter van supportersclub Den Heuve, het verwoordt : "De naam is wel veranderd, maar uiteindelijk blijft alles hetzelfde. RWDM was een fusieploeg (Daring en Racing White smolten in 1973 samen, nvdr.), ook FC Brussels is dat, dus veel verandert er in dat opzicht niet. Maar wat Vermeersch ook mag beweren, veel fans zullen pas komen opdagen wanneer de ploeg vlot in de linkerkolom meedraait." Gino Gylain verdeelt het publiek in de tribunes van het Machtensstadion in vier categorieën : "De harde Molenbeekse kern, het Vlaams-Brusselse publiek, het businesspubliek en een kern echte Brusselaars. We houden er rekening mee dat we komend seizoen van dat Vlaams-Brussels gedeelte, de streek rond Ninove, een pak zullen verliezen aan Dender. Het businesspubliek is daarentegen aan een felle groei bezig. En dan heb je nog de kern echte Brusselaars, dat is een probleem, want daar zitten veel vreemdelingen bij en we hebben al vastgesteld dat die niet snel geld uitgeven voor een partij voetbal. We zetten al acties op touw, zoals het gratis gebruik van openbaar vervoer, maar dat helpt weinig. Waar we nu dus op mikken, is op onze samenwerking met elf Brusselse clubs. De bedoeling is om door onze binding met die kleinere clubs die leden en hun ouders naar ons stadion te krijgen."Dat de allochtone bevolking, stevig vertegenwoordigd in het hoofdstedelijke gewest, moeilijk naar het betalend voetbal valt te verleiden, wordt ook bevestigd door Philippe Nicaise, algemeen manager van de tweedeklasser Union Sint-Gillis, de club die volgens Trudo Dejonghe dus wél tot de Brusselse bevolking moet kunnen doordringen. "We tellen gemiddeld 1500 betalende toeschouwers voor onze thuisduels," vertelt Nicaise, "maar daar zitten inderdaad zeer weinig allochtonen bij. Hoewel zowat tachtig procent van onze jeugdploegen uit allochtonen bestaan. Ik weet zelf ook niet hoe je dat kan verklaren. De meesten van de supporters van Union zijn wat oudere Brusselaars, wij bezitten de folklore die Brussels toch wel ontbreekt, door hun vele naamsveranderingen. Wij heetten al sinds de vorige eeuw Union." Rekening houdend met het feit dat de Brusselaar een diversiteit aan culturele activiteiten heeft in zijn stad, dat de meerderheid van buitenlandse afkomst is en weinig wil uitgeven aan het voetbal, waar liggen dan de groeimogelijkheden van een club als FC Brussels ? Twee groepen blijken nog niet aangeboord : één, de rijkere klasse uit de streek rond Watermaal en Bosvoorde. Franstalig, sportminded en kapitaalkrachtig. Alleen zijn zij wellicht meer geïnteresseerd in golf en tennis. Al doet FC Brussels daar wel een inspanning door bijvoorbeeld golfinitiaties aan te bieden op zijn website of met de voltallige A-kern een dagje te gaan golven. Op die manier probeert het alvast de kloof met dat doelpubliek te dichten. Een tweede onontgonnen markt is die van de vele Europese instellingen in de hoofdstad. Een massa Europeanen, veelal voetbalgekke Britten, die voor de Europese commissie werken en in de weekends samen op café trekken om tussen pot en pint een wedstrijd van de Premier League te volgen op groot scherm. Maar of je daarmee een heel stadion vult ? Eigenlijk moet je haast concluderen dat het plan van Vermeersch om met FC Brussels de echte Brusselaars, die ook niet naar Anderlecht trekken, aan te spreken, weinig kans op slagen heeft. Misschien wel het grootste probleem van FC Brussels in heel de thematiek rond het afhaken van de Brusselse voetbalfan, is het gebrek aan een identiteit binnen de club. Is FC Brussels nu een Nederlandstalige club ? Ze is ingeschreven bij de Nederlandstalige voetbalbond, al heeft dat meer te maken met het feit dat je daar geen opleidingsvergoeding moet betalen bij transfers en in de Franstalige bond wél. Is het een Franstalige club ? Een Brusselse ? Een internationale, zoals de slogan Pride of Brussels wil doen geloven ? Veel heeft te maken met subsidies, dat heeft de gewiekste zakenman in Johan Vermeersch slim gezien. Hij boort pienter alle bronnen van inkomsten aan, bij de verschillende gemeenschappen. Zo kreeg FC Brussels al financiële steun van de gemeente Molenbeek (voor het jeugdopleidingscentrum), van de Vlaamse Gemeenschap (voor de verbetering van de infrastructuur voor de jeugd) en van het Brusselse gewest (wegens de promotie voor Brussel). Zeker een verdienste, maar daardoor zit je wel met een gebrek aan identiteit. Moeilijk om dan aan klantenwerving te doen of jezelf als club te verkopen. Uit rondvraag bij de supporters blijkt dat de club door hen echt als tweetalig wordt aangezien. Kurt Rampelbergh van supportersclub Den Heuve : "In de tribune, in de kantine en op straat worden Frans en Nederlands door elkaar geslagen. Meer dan in de tijd van RWDM, toen Frans overheerste, hoor je beide talen nu fifty-fifty." "Eender welke identiteit je aanneemt, je stoot altijd een deel van je publiek af. Ofwel de allochtonen, ofwel de Brusselaars, ofwel de Vlamingen", weet Trudo Dejonghe. Bovendien mist de Brusselse supporter herkenbaarheid in zijn team. Op Steve Colpaert en Alan Haydock na lopen er geen Brusselaars rond in de A-kern. Integendeel, Brussels kende het voorbije seizoen een groot verloop van spelers. Maar liefst veertig namen passeerden de revue, veelal Fransmannen en Afrikanen, geen eigen jeugd, zoals Vermeersch graag beweert. Meer nog, een jeugdproduct als Michaël Jonckheere, die vorig seizoen niet onaardig debuteerde, werd doorgestuurd. "We hebben vorig seizoen gemerkt", verweert de voorzitter zich, "dat het voor sommige jongens nog te vroeg was om ze in te brengen. Als de ruggengraat van de ploeg niet sterk genoeg is, heeft het geen zin om die jongeren in de strijd te werpen. Ik ben de eerste om toe te geven dat het sportief onvoldoende was vorig seizoen. De verklaring ligt voor een groot stuk in de vele blessures in onze kern, te wijten aan een slechte, want te zware, voorbereiding. (de physical trainer van vorig seizoen werkt nu niet meer bij FC Brussels, nvdr.)Maar het blijft de bedoeling om binnen dit en twee jaar met vijftig of zelfs zestig procent aan eigen jeugd in de A-kern te spelen. Jonckheere is weg, maar met Maxime Verstappen, Michaël De Greef, Hervé Oussaleh en Cheiko Kayouté worden er vier jongeren aan de kern toegevoegd. Daarnaast hebben we onze belofteploeg helemaal geprofessionaliseerd. Patrick Wachel, iemand met een Pro Licencediploma, houdt zich nu voltijds met die elitegroep bezig en mocht met die ploeg op stage, terwijl we dat voor de A-kern niet eens hebben voorzien. Ik denk dat weinig andere eersteklassers zoiets zouden doen. Iedereen krijgt subsidies om meer met de jeugd te werken, maar ik merk dat er weinig bestuurders zijn die acties ondernemen zoals wij dat doen. Brussels heeft ook een sociaal engagement na te komen. In september begint Patrick Nys trouwens een keeperschool, waar zo'n zeshonderd doelmannen terechtkunnen. Ik verwacht daar veel van." Ondanks zijn imago van impulsieve bullebak durft Johan Vermeersch wél de hand in eigen boezem te steken. "FC Brussels is inderdaad nog op zoek naar een identiteit", geeft hij toe, "deze club is al vanalles geweest en ik heb toen ik in 2002 overnam, gekozen voor één noemer : Brussels, in het Engels. Dat zorgt blijkbaar voor veel irritatie, maar ik merk dat heel wat bedrijven tegenwoordig het woordje Brussels in hun corporate naam integreren, eigenlijk was ik dus tien jaar voor op mijn tijd. (grijnst) Kijk, in mijn hart ben ik zelf een Daringman, maar daarmee ben je niets. Je leeft niet van traditie, maar van de toekomst. Ik ben er zeker van dat we een eigen plek zullen vinden in de eerste klasse, maar veel staat of valt met de resultaten. Daarom moeten we dit seizoen meer spektakel kunnen brengen, met uitschieters tegen de topploegen. Dit is mijn vijfde jaar als eigenaar van deze club, tijd voor een stap voorwaarts, maar ik wil anderzijds geen stappen overslaan. Ik heb al heel mijn leven volgens een economisch plan gewerkt, daar wijk ik ook nu niet van af. Deze club heeft nog geen krediet op zijn rekening staan, maar ik weiger me in de schulden te steken." Johan Vermeersch is een controlefreak. Een selfmade man die liefst alle touwtjes zelf in handen houdt. Dat de West-Vlaming, die tegenwoordig in Ternat woont, veel voor het Brussels voetbal betekende en nog altijd betekent, staat buiten kijf, maar kan een club nog wel groeien als alles via één man moet passeren ? Gino Gylain kent zijn voorzitter door en door. "Vermeersch verliest inderdaad een hoop tijd door alles zelf te willen controleren, maar dat is nu eenmaal zijn stijl. En ook over zijn manier van communiceren hebben we al vaak gediscussieerd, maar als aan zijn directe stijl één voordeel hangt, is het wel dat ze voor duidelijkheid zorgt."... en voor angst. Zo ketste de figuur Vermeersch, met zijn straffe taal in de media, al enkele transfers af. Onder meer Gregory Dufer, Kevin Roelandts en Marvin Ogunjimi zagen het niet zitten om uitgekafferd te worden door de flamboyante Brusselsbaas en weigerden mede om die reden een transfer naar FC Brussels. "Ach", besluit Gylain, "Vermeersch is geen simpel figuur, dat ga ik niet ontkennen, maar hij heeft als enige altijd in dit project geloofd. Zonder hem was hier nu niets. Hij durfde risico's te nemen, én hij heeft tenminste een visie. We zijn er nog altijd bij, zonder schulden... wat het er niet makkelijker op maakt." S door matthias stockmans