Straks start in Straatsburg de 93ste Ronde van Frankrijk. Maar of het ook de Ronde van de Fransen zal worden, valt te betwijfelen. De trend is al een paar jaar aan de gang en werd sinds het afhaken van Laurent Jalabert en Richard Virenque alleen maar duidelijker : in het internationale wielrennen spelen de Fransen geen rol van betekenis meer. Dat blijkt ook uit de statistieken. Op de UCI-landenranking staat Frankrijk negende met 102 Pro Tourpunten. Ter vergelijking : da's maar twee punten meer dan Luxemburg en minder dan de helft van het aantal punten dat België dit seizoen al verzamelde ( zie kader).
...

Straks start in Straatsburg de 93ste Ronde van Frankrijk. Maar of het ook de Ronde van de Fransen zal worden, valt te betwijfelen. De trend is al een paar jaar aan de gang en werd sinds het afhaken van Laurent Jalabert en Richard Virenque alleen maar duidelijker : in het internationale wielrennen spelen de Fransen geen rol van betekenis meer. Dat blijkt ook uit de statistieken. Op de UCI-landenranking staat Frankrijk negende met 102 Pro Tourpunten. Ter vergelijking : da's maar twee punten meer dan Luxemburg en minder dan de helft van het aantal punten dat België dit seizoen al verzamelde ( zie kader). Het is niet eenvoudig om een eenduidige verklaring te geven voor de aanhoudende malaise binnen het Franse wielrennen, ooit een trots instituut dat in een nog niet zo ver verleden absolute toppers zoals Bernard Hinault en Laurent Fignon voortbracht. Ook nu nog staan de Fransen bekend voor hun goede jeugdwerking, met als exponent de roemruchte Vendéeploeg van Philippe Mauduit. Die jeugdpolitiek werpt ook wel haar vruchten af ; in de breedte doen de Fransen het erg goed, weinig landen tellen zo veel profwielrenners. Alleen : er zit geen echte topper tussen, met als gevolg dat elke Fransman die even boven de maat presteert, meteen tot in het oneindige opgehemeld wordt. Het overkwam Thomas Voeckler, die in 2004 een superzomer kende. In juni werd hij Frans kampioen, vervolgens droeg hij in de Tour tien dagen het geel nadat hij in een ontsnapping zat die van het peloton twaalf minuten gekregen had. De nieuwe chouchou van het Franse wielerpubliek was opgestaan. Althans, dat dacht men. In 2005 maakte Voeckler niets klaar in de Tour. De Noord-Fransman bezweek onder de druk. Niet dat hij daar echt op afgerekend wordt. Erg ambitieus kan je de Fransen niet noemen. Mee zijn in een ontsnapping in de Tour de France is meestal al voldoende om van een goed jaar te spreken. Als de lat zo laag wordt gelegd, kan men dan verbaasd zijn dat de Fransen niet hoog springen ? Vreemd hoe een traditioneel wielerland zo kan bengelen tussen weelde en schaarste ; Frankrijk beschikt over niet minder dan vijf Pro Tourploegen, geen enkel ander land heeft er zoveel. En dan tellen we het Caisse d'Epargne van Alejandro Valverde, een in wezen Spaanse ploeg maar met Franse hoofdsponsor, nog niet mee. Doordat er zoveel ploegen in een beperkte vijver vissen, worden de prijzen van Franse renners die uiteindelijk nog niet erg veel bewezen hebben, kunstmatig opgedreven. En de Fransen die wel al enige naam hebben gemaakt, worden grof wild op de transfermarkt. Van Sylvain Chavanel wordt bijvoorbeeld beweerd dat hij rond de 800.000 à 900.000 euro per jaar opstrijkt. Ter vergelijking : het jaarsalaris van wereldkampioen Tom Boonen zou rond het miljoen liggen. Het lijkt erg veel geld in het licht van de nu ook weer niet zo rijk gevulde palmares van Chavanel. De allrounder uit Châtellerault won de Ronde van België, het Circuit van de Sarthe en tweemaal de Vierdaagse van Duinkerken. Dat zijn mooie koersen, maar het loon van een wereldvedette rechtvaardigen ze niet. Maar omdat er zoveel Franse teams zijn, zorgen de wetten van vraag en aanbod ervoor dat Chavanel ermee wegkomt. De Franse ploegen moeten immers met geld gooien om hun nationale toppers aan zich te binden. De chauvinistische selectiepolitiek van Tourbaas Jean-Marie Leblanc heeft de overvloed aan Franse ploegen op zijn minst in de hand gewerkt. Leblanc staat erop om elk jaar minstens één kleinere Franse ploeg uit te nodigen voor de Ronde van Frankrijk. Dit jaar valt die eer te beurt aan Agritubel, een bescheiden team dat momenteel slechts veertiende staat in het continentale ploegenklassement, met nog niet de helft van het aantal UCI-punten van het Belgische Unibet. com van Hilaire Van der Schueren. In de Tour kan sponsor Agritubel echter rekenen op meer publiciteit dan dat Unibet.com in twee seizoenen op het continentale circuit kan vergaren. We kunnen ons inbeelden dat men zich op de kantoren van de Zweedse sponsor Unibet.com toch ook even achter de oren heeft gekrabd bij het horen van dit nieuws. Wat baat het om te investeren in een team met knowhow en vaardige renners, wanneer je net zo makkelijk in the picture komt door gewoon in zee te gaan met iemand met een Franse ploeglicentie ? Het gevolg is niet dat het wielrennen zelf zoveel verbetert, maar wel dat er veel Franse ploegen ontstaan, die elk ook flink in de geldbeugel kunnen tasten. Er mogen dan wel veel Franse ploegen zijn, erg goed presteren ze niet. In zowat elk zegeklassement bengelen ze achteraan. Cofidis en Crédit Agricole doen het niet slecht, maar dat hebben ze vooral aan hun buitenlandse speerpunten te danken. Toch vallen er ook lichtpuntjes te ontwaren voor de Franse wielerliefhebber. De 27-jarige Sandy Casar werd vorige maand totaal onverwacht zesde in de Ronde van Italië. Toegegeven, Casar kreeg in een lange vlucht zeven minuten cadeau van de klassementsrenners, maar wat hij nadien presteerde om zijn mooie klassement te verdedigen, kan alleen maar erg knap worden genoemd. Zijn landgenoot John Gadret, parttime veldrijder, was trouwens een van de revelaties van de Giro. In elke bergrit was Gadret met de besten mee, tot een sleutelbeenbreuk hem deed afstappen. Zelfs Thomas Voeckler komt weer aan de oppervlakte. De lefgozer uit Schiltigheim bij Straatsburg won in april een rit in de Ronde van het Baskenland, toch een bijzonder lastige Pro Tourkoers. En ouderdomsdeken Christophe Moreau finishte vorige maand in de Ronde van Catalonië nog knap als derde. Het is dus niet allemaal kommer en kwel. Ook omdat er naar verluidt wel wat talenten zitten aan te komen. Hier moeten we echter oppassen, want in Frankrijk durft men de eigen wensen al eens voor werkelijkheid aan te nemen. In ieder geval wordt er veel verwacht van Christophe Le Mével, een youngster van Crédit Agricole die vorig jaar een rit won in de Giro. Ook Carl Naibo, vorig jaar nog sterk in de Ronde van de Toekomst, dicht men een grote toekomst toe, al mogen we vermoeden dat die nog niet voor morgen is. Naibo eindigde in de afgelopen Ronde van Italië als rode lantaarn. En zal de nog maar 25-jarige Anthony Geslin zijn derde plaats op het wereldkampioenschap in Madrid kunnen bevestigen in de Ronde van Frankrijk ? Want bevestigen, dat blijkt bijzonder moeilijk voor de jonge Fransen. Sylvain Calzati van Ag2r won in 2004 de Ronde van de Toekomst. Dan denkt men bezuiden de landsgrens al gauw : we hébben er weer een, maar na zijn zege in 2004 werd er van Calzati nog weinig vernomen. Hetzelfde geldt in mindere mate voor Jérôme Pineau, een ondertussen 26-jarige allrounder die in 2004 werkelijk uitmuntend presteerde, met onder meer een derde plaats in het zware Kampioenschap van Zürich en winst in Parijs-Bourges. Maar nadien volgden enkel ereplaatsen in kleinere rittenkoersen, zodat te vrezen valt dat ook Pineau niet de topper zal worden die het Franse wielrennen zo dringend nodig heeft. JEF VAN BAELEN