Het is woensdagochtend in de polders rond Beveren en de zon is gul met haar licht. Drie mannen, op een verantwoorde afstand van elkaar, eentje beneden en twee boven, zijn er bezig aan de restauratie van de maalderij van de historische Prosperhoeve. Een speciaal voor dit doel opgerichte vzw wil deze oude herenhoeve en maalderij in de Prosperpolder, aan de rand van het Verdronken Land van Saeftinghe, omvormen tot een toeristisch knooppunt. De site moet een uitvalsbasis worden voor wie de haven, de polders of de vele natuurgebieden in de buurt wil bezoeken. Maar voorlopig is hier nog gewoon veel herstelwerk. Heel veel, aan het rustige tempo van de zeventiger die beneden bezig is.
...

Het is woensdagochtend in de polders rond Beveren en de zon is gul met haar licht. Drie mannen, op een verantwoorde afstand van elkaar, eentje beneden en twee boven, zijn er bezig aan de restauratie van de maalderij van de historische Prosperhoeve. Een speciaal voor dit doel opgerichte vzw wil deze oude herenhoeve en maalderij in de Prosperpolder, aan de rand van het Verdronken Land van Saeftinghe, omvormen tot een toeristisch knooppunt. De site moet een uitvalsbasis worden voor wie de haven, de polders of de vele natuurgebieden in de buurt wil bezoeken. Maar voorlopig is hier nog gewoon veel herstelwerk. Heel veel, aan het rustige tempo van de zeventiger die beneden bezig is. Het geld voor de werken komt van de overheid, die via de provincie en Europa in het kader van Platteland Plus het dossier goedkeurde voor een totaalbedrag van 220.000 euro. Evengoed had het geld kunnen komen van Fernand Huts, de rijke man in deze regio. De dokken van zijn Katoen Natie liggen hier vlakbij en domineren het landschap. De geknipte man om de noodlijdende voetbalploeg Waasland-Beveren bij te staan, denkt u dan. Dat dacht de club vroeger ook. Diverse keren werd hij gepolst, telkens was het antwoord njet. In een interview met TV Oost uit 2015 vinden we zijn antwoord: 'Ronde van Frankrijk, de klassiekers, ik zie ze graag. Een goeie voetbalmatch ook. Maar sponsoren is een zware klus en moet voor drie, vier jaar. Dan moet ik afhaken, in onze bedrijfsomgeving werken we niet met alle consumenten, maar met een beperkt aantal klanten. En dan ligt sponsoring niet in het verlengde van onze doelen.' Een van de clubleiders over Huts: 'Ik wil nog geld bijleggen als die mens dat ook wil doen. Maar dat zijn verhalen die ik al jaren hoor. Die man is slimmer dan dat. Huts koopt kerken en kunststukken, geen voetballers. Hij investeert in dingen die op termijn meer waard worden. In het voetbal ben je je centen kwijt.'Succes en verval volgen elkaar in Beveren al decennialang op. Ga maar na, sinds de promotie naar eerste klasse (voor het gemak nemen we er de voorloper van de huidige fusieclub, SK Beveren, ook bij): drie à vier jaar meeloper, dan even een uitschieter (in de overgang van het amateurvoetbal naar het profvoetbal waren de verschillen met de top nog niet zo groot en lag de top binnen handbereik) en dan weer een terugval. Eerst nog niet zo diep, sinds de jaren 90 wel. Een eerste degradatie in 1991, een tweede in 1997, een derde, fatale (want ze zou tot een fusie leiden) in 2008. Sinds 2012 zijn ze terug in eerste, maar telkens eindigend in de onderbuik van het klassement. Altijd om dezelfde redenen: economisch niet sterk genoeg in een wisselend sportief landschap, waar het geld steeds nadrukkelijker regeerde. En ook wel sportief onvoldoende onderbouwd qua omkadering en jeugd. De voorbije decennia was er om de zes, zeven jaar een dieptepunt (een hoogtepunt zoals een titel is allang verleden tijd) en vervolgens weer nieuwe hoop. Via een kapitaalsinjectie of nieuwe sponsors of een buitenlandse overnemer. De voorlaatste echte succesperiode kwam er toen Jean-Marc Guillou met zijn Ivorianen kwam aanzetten. Het succes duurde niet lang en de club werd er op termijn niet beter van, maar Beveren stond wel weer op de kaart. Guillou bracht goeie spelers, die volk lokten. De Freethiel danste weer even. De laatste cyclus, de huidige, begon in 2014. Een dramatisch jaar voor de ploeg, die in haar eerste jaar bij de elite 30 punten verzamelde, het seizoen daarop 31 en het seizoen daarna amper 26. Telkens was het vechten tot het einde, Bob Peeters redde het team zelfs pas op de allerlaatste speeldag. Financieel waren de cijfers donkerrood, het enthousiasme van de supporters bij de promotie - ze reisden nog massaal mee in tweede klasse voor de promotiefinale tegen RAEC Mons in Tubeke - was afgevlakt. Waasland-Beveren had zich bij zijn terugkeer op het hoogste niveau een beroerde reputatie bijeen gevoetbald: een pak transfers, een pak trainersontslagen en een warrige sportieve visie. Tijd voor een kapitaalsinjectie en de oprichting van een nieuwe vennootschap: Waasland Voetbal Linkeroever. Een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba). Die zag het licht in april 2014 en erfde een financiële strop: de balans die op 30 juni van dat jaar werd afgesloten, gaf een verlies van 2.522.482,50 euro aan. Oorzaak? We citeren het begeleidende verslag van de revisor: te veel spelerslonen en/of makelaarsvergoedingen, uitzonderlijke financiële tegenslagen, afboeking van dubieuze debiteuren, lagere sponsorinkomsten, een gebrek aan uitgaande transfers, hoge opstartkosten en naleving van overeenkomsten uit het verleden. De nieuwe vennootschap die de club ging runnen - huidig voorzitter Dirk Huyck was een van de grotere investeerders - beloofde toen te bezuinigen op spelerslonen, makelaarslonen en de dagelijkse werking. Ze beloofde ook spelers ten gelde te maken, op zoek te gaan naar bijkomende sponsoring, te besparen op leveranciers, te proberen om verhoogde inkomsten van supporters en tickets te genereren en een kapitaalsverhoging van 500.000 euro door te voeren. In de daaropvolgende jaren kwam er inderdaad financiële verlichting ( zie kader). Nog niet direct, in het jaar één van de vennootschap was de schuld opgelopen tot boven de drie miljoen, maar daarna ging het beter. Vooral door transfers (een eerste keer in 2015), maar ook door het enthousiasme van fans en sponsors. Hét schot in de roos kwam er met de komst van Philippe Clement en diens succesvolle zes maanden. Met aantrekkelijk aanvallend voetbal en een duidelijke sportieve visie, en met slechts een paar gerichte transfers, werd Waasland-Beveren plots een zeer attractieve ploeg. Dat sportieve succes kon niet worden bestendigd: na een halfjaar vertrok Clement alweer, iemand als Zinho Gano scoorde maar korte tijd voor de ploeg, en ook Ibrahima Seck en Ryota Morioka verdwenen. Maar financieel was dat dan weer een succes. Daardoor kon weer een andere belofte worden nagekomen: de aflossing van de schuld. En zie: sinds twee jaar zit Waasland- Beveren plots weer in de zwarte cijfers. Het overschot van de vennootschap is klein, maar het is er. Ook nog na deze zomer. Maar aan die cyclus komt nu een einde, want het aanzuiveren van de rekeningen kostte geld. Het doet de mensen die de club runnen pijn wanneer men hen verwijt geen visie te hebben. Die is er nochtans: met zéér beperkte middelen een club runnen. Zonder wilde weldoener zoals bij STVV of Cercle en OHL en vroeger KVO. Met een kleine omkadering - we hebben die eisen uit 2014 niet zomaar geciteerd - proberen om het hoogst mogelijke rendement te halen. Wat waren de criteria van de club de voorbije jaren? Proberen om uit een heel groot aanbod die talenten te halen die niet presteerden (omdat ze nog te jong waren of in een dip zaten) maar wel een progressiemarge hadden: underperformers. Dat lukte in het verleden een paar keer, met Steeven Langil als eerste schot in de roos en Morioka als tweede, maar dat sloeg ook al vaak tegen. Zoals dit seizoen, toen ongeveer alles mislukte, met als dieptepunten de faliekant uitgevallen transfers van Yuki Kobayashi en Jakub Piotrowski. Die laatste werd geleend bij Genk, was er ongelooflijk op gebrand om na het gebrek aan kansen het ongelijk van iedereen te bewijzen, maar botste in Beveren op een trainer die het ook niet in hem zag. Die klap kwam de Pool niet meer te boven toen hij uiteindelijk toch speelkansen kreeg. Het is, naast een te klein economisch speelveld, misschien wel dé verklaring voor de zestiende plaats: spelers die de verwachtingen niet konden inlossen, gekoppeld aan een trainer van wie al voor Nieuwjaar en voor corona duidelijk was dat hij een risicopatiënt was. Maar net toen hielden drie goeie resultaten hem in het gareel. Beducht als men was voor de reputatie van trainerskerkhof verkoos de club het intern te proberen op te lossen, maar energie in de groep steken lukte niet. Uiteindelijk kwam het toch tot een ontslag, maar toen sloeg de motor van Cercle al aan en was de eigen club te diep weggezakt om nog de rug te rechten. En nu? Zoals gezegd: intern is een en ander geëvalueerd qua werking, qua middelen en qua beleid. De ploeg is schuldenvrij, maar heeft een nieuwe injectie nodig, op alle vlakken. Een paar mensen uit de buurt zijn bereid om een nieuwe inspanning te leveren, maar allicht komt de steun uit het buitenland. Al een tijdje lopen er gesprekken, nu wordt er wat aandachtiger geluisterd naar de voorstellen. Want: corona zorgt ook in Beveren voor onrust. Vorig jaar zette de affaire Propere Handen al een aantal dingen on hold. Minder sponsors, minder supporters, minder sfeer: er hing een waas boven het Waasland. Een waas die mist wordt na corona? Wat met de nieuwe abonnementencampagne? Wat met de seats, de sponsors? Waasland-Beveren is een ploeg die vooral lokaal wordt gesteund, door tientallen kleine sponsors. Gaan die mensen zich nog engageren voor een seizoen of het allemaal even aankijken? Eerst zelf boven water proberen te blijven en à la carte een aanwezigheid in het stadion prefereren boven een seizoensengagement? De club vreest het. Ook omdat de club - nog lang allicht - niet weet waar haar toekomst ligt. Wordt die laatste speeldag nog gespeeld? Is het straks 1A, met zestien of met achttien? Of is het 1B? Wat met de collega's in nood en de licenties? Gaat men in beroep losser zijn, of strenger? Ze gaan uit van 1B. Voorlopig. Hope for the best, prepare for the worst. Het strenge financiële beleid loslaten? De politiek was: geen al te grote salarisverschillen, om afgunst te vermijden. De sportieve evaluatie was een week geleden wel: we misten een ruggengraat, spelers in de as die de kleedkamer konden (en wilden) managen, een spits die het verschil maakte, een middenvelder die baas was en er strijdlust kon inbrengen op momenten dat het moest, een verdediger die leidde... In een zeer jonge groep (het seizoensgemiddelde ligt op 23,4 jaar) zijn er amper jongens die meer verdienen dan hun ploegmaats. Moet dat straks niet worden losgelaten? Stel dat de ploeg degradeert, dan wil ze snel terug. En daarvoor is veel nodig: meer weerbaarheid en vechtlust, maar ook een team dat constant kan presteren op de lange termijn. De redding in 1A werd de voorbije jaren afgedwongen door korte reeksjes van puntengewin. In 1A volstaat een klein serietje. Wie wil promoveren in 1B moet er de hele tijd staan. Bovendien: een ploeg die achteruit leunt en erop mikt om hier en daar wat punten mee te grabbelen, die kan zich redden in 1A. Een ploeg die wil promoveren daarentegen, moet aanvallend, dominant spelen en een afwerker hebben. Een dure vogel. Opnieuw zijn team leren winnen, dat is de uitdaging waar de nieuwe trainer straks voor staat. Wie dat wordt, weten ze nog niet. Wat het wordt, weten ze al wel: investeren in een sterke as, want wie in 1B wil meedraaien voor promotie, moet ook een goeie ploeg voor 1A bij mekaar brengen. In die zin maakt de onzekerheid eigenlijk niks uit en kan er nu al worden gewerkt.