Club Brugge zocht lang naar een evenwicht op het middenveld. Dat vertaalde zich in wisselvallige resultaten, die pas naar het einde toe stabieler werden.
...

Club Brugge zocht lang naar een evenwicht op het middenveld. Dat vertaalde zich in wisselvallige resultaten, die pas naar het einde toe stabieler werden. Echt stabiel kan je de verdediging van blauw-zwart niet noemen. In doel kende Stijn Stijnen veel pech. Eerst hinderde een vingerletsel hem, daarna een knieblessure. Tussenin was Stijnen degelijk tot goed, zonder het vormpeil van de voorbije seizoenen te halen. In de rangorde van het nummer twee verloor Geert De Vlieger, onberispelijk als stand-in, het in de slotfase van 2010 van de jonge Colin Coosemans. Diens status als nummer twee werd onlangs in Eupen nog eens bevestigd. Nieuwkomer Marcos Camozzato moest het probleem op rechtsachter oplossen, maar dat gebeurde niet geheel tot eenieders tevredenheid. Marcos speelde alles tot de wedstrijd tegen Westerlo, en kwam er daarna niet meer aan te pas. Aanvallend bracht hij niet wat werd verwacht, en verdedigend liet hij steekjes vallen. Eerst Ryan Donk en daarna Carl Hoefkens kwamen hem op de flank vervangen. Centraal werd Hoefkens lang aan Donk gekoppeld, tot omwille van een blessure van de Nederlander Daan Van Gijseghem op Anderlecht een kans kreeg. Hij verdween niet meer uit de ploeg. In de slotfase van 2010 kwam Donk weer centraal te spelen, toen Hoefkens naar de flank verhuisde. Op links kwam Júnior DíazMichael Klukowski, getransfereerd naar Ankaragücü, vervangen. De Costa Ricaan raakte evenwel snel geblesseerd, zodat Peter Van Der Heyden de vaste linksachter werd. Hier was het zoeken naar evenwicht in de 4-3-3 die Adrie Koster quasi continu hanteerde. Slechts heel even werden Joseph Akpala en Dorege Kouemaha in een 4-4-2 samen in de spits gesignaleerd. Club startte het seizoen met centraal op het middenveld het trio van vorig jaar: Vadis Odjidja gesteund door Jonathan Blondel en Karel Geraerts. En met Ronald Vargas - het lijkt nu haast ongelooflijk - nog op de bank. Blondel bleef staan tot hij rood kreeg tegen Mechelen. Daarna verdween hij vaak uit beeld. Odjidja en Geraerts bleven naast elkaar het verdedigende werk doen. De ene keer beter dan de andere, want geen van beiden is een controlerende speler. Vargas vervolledigde de driehoek met de punt naar voor. Vooral offensief bleek de Venezolaan van goudwaarde. In de omschakeling en bij balverlies bleek Club bij wijlen heel kwetsbaar, gezien de offensieve drang van de middenvelders. Op één wedstrijd na (door schorsing) speelde Odjidja alles, tot de wedstrijd tegen Anderlecht. Daarna werd hij voor de verdediging vervangen door de controlerend sterkere Jeroen Simaeys en was hij bankzitter. Rekenen we de flankspelers even tot de aanval, in balbezit zijn ze dat. Op links is er geen echte linksbuiten. Blondel is dat zeker niet, MaximeLestienne gooide op Beerschot in de bekermatch zijn eigen ruiten in, en NabilDirar werd veel vaker dan vorig seizoen aan de rechterkant gebruikt. Meestal speelde Ivan Perisic linksbuiten, omdat hij op een flankvoorzet een goeie neus heeft voor het naar binnen knijpen. De actie zelf is minder. Op rechts kon Wilfried Dalmat in theorie profiteren van de strapatsen van Nabil Dirar, een paar keer disciplinair geschorst, maar hij deed dat niet. Dalmat speelde in balverlies wisselvallig en schakelde vaak te laat om in balverlies. Hij startte in ongeveer de helft van de matchen, de andere helft was voor Dirar. Die scoorde drie keer, de Fransman twee keer, beiden zijn vooral aangevers. In de punt was het sukkelen. Noch Joseph Akpala (lang out) noch Dorege Kouemaha bleek het ideale speerpunt. Niet in de combinatie, evenmin in de afwerking. Ze hadden het moeilijk in het opboksen tegen een overmacht aan verdedigers. Het is vreemd, maar pas toen Club Brugge wat inleverde op voetbaltechnische kwaliteiten (Marcos en Odjidja uit de ploeg) werden de resultaten stabieler. - Stefan Scepovic (KV Kortrijk).DOOR PETER T'KINTIn de punt was het sukkelen.