Ze begon mooi, deze vijfdaagse in Italië. In San Siro in Milaan, waar Romelu Lukaku vorig seizoen Inter nog de titel bezorgde. De zon scheen, het verkeer was chaotisch, links én rechts schoten kleine auto's ons voorbij richting stadion. Erg is dat niet, even het gaspedaal iets harder indrukken en je bent ook mee, meegezogen in de drukte. Toeterend, als het even niet opschiet, net als alle anderen. Italiaanse steden zijn mooi, maar nog ouderwets op dat vlak. Koning auto regeert nog te veel.
...

Ze begon mooi, deze vijfdaagse in Italië. In San Siro in Milaan, waar Romelu Lukaku vorig seizoen Inter nog de titel bezorgde. De zon scheen, het verkeer was chaotisch, links én rechts schoten kleine auto's ons voorbij richting stadion. Erg is dat niet, even het gaspedaal iets harder indrukken en je bent ook mee, meegezogen in de drukte. Toeterend, als het even niet opschiet, net als alle anderen. Italiaanse steden zijn mooi, maar nog ouderwets op dat vlak. Koning auto regeert nog te veel. Vier toplanden in een minitornooi in één van de mooiste landen in Europa. Wij zijn pro. Ook al weet je: de Duivels gaan voor een prijs, maar eigenlijk is dit geen prijs. Een beetje kunstmatig maar wel aantrekkelijk, tenminste als je tot de toplanden van Europa behoort, die in groep A van de Nations League. Vaak genoeg hebben we in het verleden vriendschappelijke interlands meegemaakt die veel saaier waren. Luxemburg-uit op een woensdagavond. Helemaal naar het Groothertogdom en terug, een keer in de mist, of zelfs een keer in de sneeuwkou. Dan is vier dagen Italië onder een stralende zon de hemel. Nog mooier wordt het als je dan de kans krijgt om baby España te ontdekken. Met dank aan Luis Enrique, die ook wel weet dat Spanje snakt naar een prijs. Sinds 2013, toen het de finale van de Confederatiebeker verloor van Brazilië (3-0 in Maracanã) maakte het geen eindstrijd meer mee. Hij trekt er zich niks van aan en krijgt de hele media van het land over zich heen. 'Ik weet toch meer van voetbal', klinkt het. Experimenteren vindt hij niet erg in dit voorbereidingstornooi op het WK. Dus gooit hij Gavi in de strijd, een jongen van 17 jaar die amper een handvol wedstrijden met Barça A op het actief heeft. En brengt hij tijdens de rust tegen Italië Yéremi Pino, 18. En in de loop van de tweede helft Bryan Gil (20). Het is Ferran Torres (21) die twee keer scoort. Eric García (20) kijkt dan nog toe vanop de bank. Vier dagen later zal hij in de finale starten. Enrique werkt aan de toekomst. Tijdens de match genieten we van Gavi: sterk in de duels, steevast voetballend naar voor, af en toe een stevige tackle, ... FC Barcelona gaat momenteel door een dal, maar mag gerust zijn: er is een nieuwe oriënterende figuur op het middenveld op komst. Gavi's grote voorbeeld heet Marco Verratti, lezen we in Marca. Neus aan neus gaat hij na de rust met de Italiaanse middenvelder staan, als die Yéremi wat loopt te provoceren. Na een rustige nacht in een van de buitenwijken van Milaan zetten we 's anderendaags koers richting Turijn. Op weg naar de Rode Duivels. Op bezoek in de thuishaven van Giorgio Chiellini en Leonardo Bonucci, de helden van het EK, maar niet van het duel tegen Spanje. Bonucci laat zich dwaas uitsluiten, Chiellini valt weinig scherp in. Roberto Mancini en co kunnen nooit echt rivaliseren met Spanje, dat een lesje geeft in hoog druk zetten en tempovoetbal. Zeker, ze hebben hun zwakke plekken, CésarAzpilicueta (met SergioBusquets de enige overlevende van 2013) oogt, als enige nog ouderwets het truitje in de broek, zeer onwennig als rechtsachter. In de finale zal dat ook blijken tegenover Karim Benzema. Maar vandaag kan de Europese kampioen ondanks het thuisvoordeel zeer weinig inbrengen. La Roja is weer top na een tocht van een jaar of zes door de woestijn. De Spaanse pers jubelt (jaja, zo snel kan het keren) achteraf om zoveel durf, het is de kritiek op Luis Enrique zeer snel vergeten. De Duivels hebben de casa van Juventus ook letterlijk ingepalmd. J Hotel heet hun residentie op wandelafstand van het Allianz Stadium, in Vallette, een buitenwijk van Turijn. Nog een stad die leeft op het ritme van de auto, maar hier is dat logisch, want het is het hart van de auto-industrie. Of liever: ze leeft op het ritme van de verkeerslichten. Die staan op het eerste gezicht ontzettend slecht afgesteld op mekaar. Je rijdt van het ene rode licht naar het andere, wat ook het tempo is dat je op de lange, rechte boulevards aanhoudt. Snel, traag, maakt niet uit. Tenzij voor die ene fietser, die voor onze ogen op het fietspad omver wordt getikt. Les 1 in het Italiaanse verkeer: het is niet omdat één auto je voorrang geeft dat een andere dat ook doet. Gelukkig komt het meisje er ongedeerd, met alleen een verhakkeld voorwiel en veel schrik, vanaf. Turijn is opgetrokken in vierkanten, het model dat je vindt op het Amerikaanse continent. Makkelijk voor de herkenbaarheid. Als je in deze stad op zoek bent naar rust, vind je dat aan de boorden van de Po en op de heuvel tegenover het centrum, waar prachtige villa's, meestal volledig afgeschermd van nieuwsgierige blikken, vanuit het groen uitkijken over stad en Alpen aan de overkant. De Alpen zie je ook liggen vanaf het stadion, met in de verte besneeuwde toppen. Nu nog koning auto weg uit dat schitterende centrum en je krijgt een leefbare stad, met een brede promenade langs de rivier. Hier malen joggers hun kilometers, fietsen wielrenners hun vetrolletjes weg en roeien roeiers hun trainingen richting olympische medailles. Hier liggen ook de parken waar het rustig toeven is voor ouderlingen. Amerikanen lachen er wel eens mee dat alle mooie steden in Europa gebouwd zijn langs een rivier, maar het werkt wel. Het J Hotel ligt op wandelafstand van het stadion. Aangezien de oefenvelden zich naast het hotel bevinden, heeft de Oude Dame hier haar eigen privévleugel. Ook de Rode Duivels logeren hier. En u kan dat ook, als u dat wil. Maar wie Chiellini en co aan het werk wil zien, is er als hotelgast wel aan voor de moeite. Op het oefenveld komt u niet. Aan de buitenkant is dit complex helemaal omheind. En vanuit het hotel zijn de velden via een ondergrondse gang wel te bereiken, maar alleen met een badge raak je door de toegangscontrole. De geheimen van Juve zijn goed afgeschermd. Het hotel is top: leuke lounge, zachte zetels. De Duivels moeten er wel een handvol supporters buiten bijnemen, bedelend en roepend om een handtekening of een selfie, telkens ze voorbij de receptie wandelen. Ook dat is Italië. 'Ik ben fan van de Nations League. Die bevrijdt ons van vriendschappelijke wedstrijden, om ze te vervangen door duels van hoge kwaliteit.' Roberto Martínez, aan de vooravond van het tornooi. Daags na Spanje mag hij aan de bak met België. Zijn plan is vooral afgestemd op Kylian Mbappé. Hij moet worden afgestopt. Youri Tielemans, Axel Witsel, Jan Vertonghen en Jason Denayer, allemaal hebben ze hun specifieke taken eens de Parijzenaar in balbezit komt. Vertonghen is de eerste die aanvalt, Denayer de man in dekking, Tielemans en Witsel moeten de aanvoer belemmeren. Opvallend bij de beelden vanuit de spelerstunnel voor de match: van spanning vooraf is weinig sprake. Eden Hazard groet Benzema, en later Mbappé, Benzema groet ook Witsel, Mbappé doet hetzelfde met Yannick Carrasco. Van een revanche voor iets wat drie jaar en drie maanden eerder gebeurde, lijkt geen sprake. Anders dan Luis Enrique een dag eerder kiest Roberto Martínez voor wat hij door en door kent: met Vertonghen, Toby Alderweireld, Eden Hazard, RomeluLukaku en Witsel staan vijf jongens tussen de lijnen met meer dan 100 interlands. Het wedstrijdbegin is voor de Fransen: Tielemans lijkt tussen twee vuren te staan, kiezen tussen Paul Pogba of Antoine Griezmann. Maar al snel vervalt de match in een jeu de possession. Handbal. Schaak. Of dammen, zoals Jan Mulder het op het thuisfront probeert te omschrijven. Van hoge pressing is geen sprake. Benzema wandelt wat, in balverlies. Idem Mbappé. Griezmann houdt het iets langer vol, maar geeft dan ook op. Zo golft het heen en weer, zonder veel gevaar. Hazard provoceert Benjamin Pavard niet, zoals drie jaar terug. De diepe rol is voor Carrasco, Eden gaat zwerven op het middenveld, om daar een manmeersituatie te creëren. Zo krijg je voetbal vanuit balbezit. En dat kunnen de Duivels goed. Dat is dé grootste verdienste van Roberto Martínez, de ommekeer van de laatste tien à vijftien jaar. Eerst bij de jeugd, later ook in de A-ploeg. Baseerden de Belgische succesteams van de jaren tachtig en negentig hun triomfen nog op een stevige verdediging en mannen met een over-mijn-lijkmentaliteit - genre Eric Gerets, Walter Meeuws, Luc Millecamps, Michel Renquin - dan heeft de huidige generatie haar winst gebaseerd op het voetballen van achteruit, op voetbal in balbezit via vele stationnetjes. De counter hanteren, vroeger ons handelsmerk, kan dit team nog steeds, maar het kan ook scoren na lang uitgesponnen balbezit. Dat bewijst het opnieuw tegen Frankrijk. Op het moment dat de Fransen het allemaal wat aankijken, staat het in geen tijd 2-0. Eerst via Carrasco, daarna via Lukaku, in een enig mooie beweging annex versnelling, maar na een periode waarin de Belgen veel balbezit hebben. In het derde en laatste kwartier van de eerste helft 74 procent en 130 gelukte passen, tegenover slechts 31 voor de Fransen. Griezmann, in betere tijden (op het WK onder meer) het tussenstation naar Mbappé, raakt in dat derde kwartier 1 (!) bal. Met 2-0 gaan de Fransen de rust in. Knock-out, zo lijkt. Als ze een kwartier later weer buiten komen, loopt Alexis Saelemaekers naast zijn ploegmaat bij AC Milan Theo Hernández. Onze landgenoot probeert een grapje, maar de Fransman negeert hem compleet. Anders dan voor de wedstrijd. De Fransen hebben hun focus veel scherper, wakker geschud door de coach en door Pogba, die tijdens de rust op hun eergevoel speelt. Wat volgt is de totale deconfiture van de Belgische ploeg. Mentaal niet klaar voor het moment, zal de bondscoach achteraf zuchten. Is dat echt de reden? Martínez kent zijn pappenheimers inmiddels vier à vijf jaar. Wie zijn wij om dat in twijfel te trekken? Maar toch... Ongetwijfeld was de opdracht in de tweede helft niet om terug te trekken en ongetwijfeld zal de gedachte hebben meegespeeld: laat ons gegroepeerd proberen deze voorsprong over de streep te halen. Dicht bij elkaar verdedigen. De Fransen pakten het tactisch echter heel anders aan, met veel meer druk naar voor. Meer assistentie van de wingbacks Pavard en Hernández bij het offensieve, met ook een dwingende taak voor Jules Koundé, om niet met drie man bij Lukaku te blijven. Gevolg: 63 procent balbezit voor de Fransen in het eerste kwartier na de rust en dit keer slechts 7 baltoetsen voor Kevin De Bruyne. Kortom, het compleet omgekeerde beeld van het laatste kwartier voor de rust, maar met eenzelfde resultaat: ook twee goals voor de Fransen. En dan blijkt, niet voor het eerst, dat de Belgen zonder bal maar een matige ploeg zijn. Dat we te weinig verdedigers hebben die het leer aanvallen, zoals Vermaelen dat kan. Dat we ook geen middenvelders hebben met voldoende explosiviteit in balverlies, in de recuperatie. Dat ze - maar dat is afhankelijk van het vormpeil - ook nog eens zeer onrustig zijn aan de bal, indien opgejaagd. Het was Lukaku, die al na 55 minuten naar de kant kwam gelopen en Martínez wat toeschreeuwde. Die pleitte voor rust. 'Er zijn geen persoonlijkheden die opstaan', sms'te iemand. Die zijn er wél, maar door omstandigheden zijn ze niet in vorm, of op de weg terug. Eden Hazard is niet meer de provocateur die twee man aan de klap houdt, of die je met gemak een bal kan geven om onder die druk uit te komen. Soms lukt het nog wel: tegen de Tsjechen bijvoorbeeld en op het EK tegen Portugal ook, vandaar dat Martínez hem pas zeer laat wisselde. Te laat bleek achteraf, met een blessure haalde hij de kwartfinale tegen Italië niet. Jeremy Doku had dat kunnen oplossen, met acties, maar hij was er niet bij in Turijn. En Witsel, De Bruyne en Tielemans zijn niet scherp. Nog niet. Een en ander deed terugdenken aan Zwitserland-uit in de vorige Nations League, toen nog in de groepsfase. 0-2 voor na iets meer dan een kwartier, en dan, in minder dan twintig minuten 3-2. Nog met Vincent Kompany in de ploeg, maar toen ook met Witsel en Tielemans op het middenveld. Twee uitstekende voetballers, maar weinig verticaal en weinig explosief op de korte ruimte. Het probleem van de tegengoals herleiden tot de verdediging alleen is daarom te simpel. Lopende spelers opvangen is moeilijk, verdedigen doe je met een hele ploeg. En dan heeft België in de evolutie van het hedendaagse voetbal wel dit probleem: als het tempo omhooggaat, zien we af. We kunnen counteren - Lukaku heeft fantastisch veel snelheid en is oneindig goed met het gezicht naar de goal - en we kunnen voetballen in balbezit zoals de besten, maar we kunnen niet zo makkelijk weer in balbezit raken, eens we het leer kwijt zijn. En als het dan zuiver en snel gaat, zoals bij de toplanden, kraken de Rode Duivels. Martínez is daarbij het 'slachtoffer' van zijn keuzes en zijn succes. Hij kiest voor een manier van voetballen die Spanje een decennium geleden succes opleverde (twee Europese titels én een WK op een rij) én hem en zijn ploeg veel lof opleverde (op het WK waren de Rode Duivels de spectaculairste en aantrekkelijkste ploeg) toen iedereen topfit was. Maar nu dat niet meer het geval is, is het lastig schakelen. Hij verjongt, past aan, maar de meesten van toen zijn nog steeds de besten. Alleen: niet meer altijd. Ander voetbal is quasi onmogelijk. Met Lukaku druk zetten, zoals Federico Chiesa doet bij de Italianen, is lastig. Romelu heeft veel fysieke kwaliteiten, maar ook zijn beperkingen. Met Hazard druk zetten, lukt even op de korte ruimte, gedurende een kwartier zoals tegen de Fransen, maar geen negentig minuten lang. Met Witsel en Tielemans is dat ook lastig. Dus kiest de coach voor een medium blok en balbezit. Lukt dat niet, dan komen de problemen. Je kan overleven - zie Portugal, zie Frankrijk bijna (voor de 2-3, was er de kans op 3-2), zie Italië ook (drie keer het doelhout) - maar het is geen garantie. En zo win je uiteindelijk geen prijzen. Het scheelt vaak niet zoveel, maar als het altijd net niet is, wordt dat een lastige optelsom. Zijn de spelers mentaal 'bevroren', zoals de bondscoach achteraf constateerde? No way. Stuk voor stuk maakten ze er, in omstandigheden die hen niet lagen, het beste van. Het ging gewoon allemaal plots iets te snel op bepaalde momenten en in balbezit was er te weinig tijd, te weinig cool en te weinig kwaliteit om overeind te blijven. Mbappé deed de match kantelen: 348 meter bal aan de voet liep hij tegen de Belgen, waarvan 264 richting Belgisch doel. Le malade imaginaire, zoals hij nog door de Franse fans werd genoemd nadat hij in september afhaakte voor kwalificatiewedstrijden bij Les Bleus, werd meteen alles vergeven. Romelu Lukaku was zeer emotioneel donderdag na de wedstrijd tegen Frankrijk. Teleurgesteld, boos, maar ook een echte leider. Hij gaf een speech over de legacy van deze generatie, haar nalatenschap. In zijn ogen was dit de nederlaag te veel. Het probleem van de huidige verdedigers is misschien wel dat ze te goeie voetballers zijn en te weinig echte verdedigers. Dat blijkt als ze onder druk komen. Alderweireld, Vertonghen en Kompany zijn gevormd als middenvelders, en later naar achter gehaald. Dat maakt dat ze situaties uitstekend kunnen lezen, dat ze 360 graden zicht hebben op het veld - want op het middenveld werden ze langs alle kanten onder druk gezet - maar in hun jeugd zaten ze in dominante ploegen en dus in een comfortzone. Hun kandidaat-opvolgers hebben het zwaar: ze moeten kunnen voetballen onder druk - een eis van de bondscoach die opbouwt van achteruit - maar ze moeten ook hard kunnen verdedigen. Je komt er niet meer met alleen de kwaliteiten van de jaren tachtig, negentig. Dat beenharde. Dat maakt de uitdaging voor de diverse jeugdopleidingen bij de topclubs zo lastig. Niemand lijkt daar voor de opvolging te kunnen zorgen. Eigenlijk zouden ze goeie verdedigers een paar jaar op het middenveld moeten laten voetballen, om die zo compleet mogelijk te krijgen. Of fysiek sterke middenvelders nadien naar achter, om ze te leren verdedigen. Een opleiding in Italië - zoals Zinho Vanheusden die krijgt in Genoa, iets waarop Arthur Theate hoopt in Bologna of waar Koni De Winter al een tijdje aan bezig is bij de jeugd van Juve - kan helpen maar is niet zaligmakend. Drie dagen en wat zon later, lijkt de bondscoach met de minuut eenzamer - zijn assistent Thierry Henry bleef thuis met rugproblemen - en nijdiger. Iedereen is bezig met de erfenis. Als we later terugblikken op deze periode, wat gaat dan de boventoon zijn? Hoe goed de Rode Duivels het in het tweede decennium van deze eeuw deden, of hoeveel kansen ze lieten liggen op een prijs? De kritiek stoort hem duidelijk. Die op zijn aanpak, die op zijn spelers. Straks kwalificeren de Rode Duivels zich voor hun vijfde toernooi op rij. Dat levert veel geld op voor de bond: 16 miljoen euro op het WK in 2014, 14 miljoen euro in 2016, 20,7 miljoen euro in 2018, 16,9 miljoen tijdens het EK vorige zomer en nu 7 miljoen in deze Nations League. Voeg daar bij de bijna afgedwongen kwalificatie voor Qatar nog eens 8,65 miljoen euro aan toe en je komt aan 84 miljoen prijzengeld. Weliswaar bruto, zonder kosten en premies, maar daarin heeft Alderweireld gelijk: in Tubeke en andere investeringen van de KBVB zit veel zweet van deze spelers. Ook dat is hun legacy. Arthur Theate - in extremis nog opgeroepen voor dit tornooi - is zijn nieuwe 'ploegmaats' voor nog wat anders dankbaar: het openen van de weg voor jonge Duivels/Belgen naar het buitenland. Dat allemaal moet worden meegenomen in de analyse, vindt Martínez. Niet of hij CharlesDe Ketelaere, het Belgische lichtpunt van deze Nations League, te laat bracht. De komende dertien maanden moet hij wel op zoek naar meer explosiviteit. In de spits heeft hij die met Doku al achter de hand, maar wat op het middenveld? Wie weet gaat het met Roméo Lavia even hard als met de aanvaller van Rennes? Achterin is niet direct duidelijk wie een alternatief kan zijn. Vanheusden en Hannes Delcroix hebben hun kwaliteiten maar stilaan ook hun blessuregeschiedenis, op anderen is het wachten. En daar heeft De Bruyne dan weer gelijk: het is de wet van de getallen. België is wat het is: een klein land. Wellicht kan de uitgangsfocus nu wel anders. Gezien de neerwaartse spiraal is de favorietenrol van de Belgen bij de start van een nieuw tornooi uitgespeeld. We zijn nu weer outsider, mikkend op een kwartfinale. Daarna kan alles. Of niks.