Neen, het is niet prettig dezer dagen fan te zijn van Club Brugge. Europees telde Club na de opflakkering van vorig seizoen weer niet mee. Gelukkig was er op nationaal niveau de opflakkering net voor de kerst, want in de competitie volgt Club al op veertien punten van leider Anderlecht. En in Brugge trekken ze zich nog de haren uit het hoofd vanwege de manier waarop ze de uitschakeling in de beker van België aan zichzelf te wijten hebben. Trainersstaf, sportmanager, jeugdcoördinator, iedereen lag de voorbije maanden onder vuur. Iedereen moest zich in vraag stellen.
...

Neen, het is niet prettig dezer dagen fan te zijn van Club Brugge. Europees telde Club na de opflakkering van vorig seizoen weer niet mee. Gelukkig was er op nationaal niveau de opflakkering net voor de kerst, want in de competitie volgt Club al op veertien punten van leider Anderlecht. En in Brugge trekken ze zich nog de haren uit het hoofd vanwege de manier waarop ze de uitschakeling in de beker van België aan zichzelf te wijten hebben. Trainersstaf, sportmanager, jeugdcoördinator, iedereen lag de voorbije maanden onder vuur. Iedereen moest zich in vraag stellen. Het voordeel van afstand en geschiedenis is dat je beter kan duiden. Club mist zijn identiteit van weleer, hoorde je wel eens als reden voor de crisis. Adrie Koster constateerde het onlangs zelf nog in een paar interviews: de roep naar dat Sturm und Drang-voetbal van vroeger weerklinkt steeds luider. Maar is dat juist niet een beetje passé in een voetbal dat steeds sneller gaat en waar techniek in een hoger tempo steeds belangrijker wordt? Verleden tijd in een voetbal waarin iedereen fysiek uitstekend is voorbereid en het verschil op een andere manier moet worden gemaakt? Waar blijven, grof veralgemeend, de Scandinaviërs, Britten (en Belgen!) op internationaal niveau? En veranderde Club juist daarom niet (een beetje) van gelaat? Club Brugge probeerde in elk geval de voorbije jaren een paar keer de koers bij te sturen. Football is school, zei Trond Sollied, die afscheid nam op een vrij belachelijke manier (met een videoboodschap), maar Club wel titels, bekers én een toptransfer ( Simons naar PSV) naliet. Zijn school werd toen afgedaan als passé, een tikkeltje vervelend. Club probeerde het anders, maar de drang (nostalgie) van Michel D'Hooghe naar resultaten zorgde voor onrust en snelle wendingen. Quasi nooit ontsloeg Club Brugge in het verleden zijn trainers, maar in de jaren onder D'Hooghe waaiden de bomen sneller om dan ze konden groeien: negen maanden kreeg Jan Ceulemans. In zijn kielzog sneuvelden ook Franky Van der Elst en René Verheyen. Emilo Ferrera maakte die negen zelfs niet vol. Cedomir Janevski zorgde in vier maanden voor bekerwinst, maar dan al had Jacky Mathijssen getekend. En ook die haalde met heel veel moeite het einde van zijn tweede seizoen. Tussendoor werd ook van technisch directeur/sportleider/sportmanager gewisseld: Antoine Vanhove, Marc Degryse, Luc Devroe. Club heeft er een woelig decennium op zitten, vaak met telkens weer lichtjes andere accenten, de ene keer wat meer voetbal, de andere keer wat meer fysiek, of wat meer organisatie. Toen Michel D'Hooghe in januari 2009 liet uitschijnen dat hij ermee zou stoppen en een paar maanden later ook definitief de fakkel doorgaf, had hij er op Clubniveau een paar anni horribiles op zitten. Het siert zijn opvolger, Pol Jonckheere, dat hij tegen alle stormen in kiest voor stabiliteit, al ging tegen kerst ook zijn vertrouwen in Adrie Koster wankelen. Slechts door te winnen in Gent bleef de technische staf overeind. Club mist naast identiteit ook de mentaliteit van weleer, was een andere vaststelling. Maar: herinnert u zich Darko Anic nog? Of Robert Spehar? Bosko Balaban? Andrés Mendoza? Alin Stoica? Elke periode had zijn sterren met grillen, en het is nu niet anders, met jongens als IvanPerisic, DoregeKouemaha of Vadis Odjidja. In elke periode waren voetballers bezig met een transfer en durfden ze eigen gewin al eens boven het ploegbelang te zetten. Zelden een voetballer zo zien glunderen als Robert Spehar destijds voor de deuren van het casino in Monaco. Het is van alle tijden. Wel kan je de vaststelling maken dat in andere periodes, momenten van meer sportieve stabiliteit, in de kern het overwicht van rustige, evenwichtige jongens wat groter was. In dat opzicht heeft Club Brugge misschien wel een inschattingsfout gemaakt. Het verdwijnen van Simons, daarna Verlinden en Verheyen en nog iets later Clement, is niet (of te laat) opgevangen. Stijn Stijnen, Jeroen Simaeys, Karel Geraerts, Carl Hoefkens, Geert De Vlieger, Peter Van der Heyden, er is in theorie ervaring en mentaliteit genoeg. Maar blijkbaar hebben zij het in de kleedkamer moeilijker dan hun voorgangers om de boel gesloten te houden. Is het sportief zwakke tweede deel van het voorbije decennium te wijten aan visie of mentaliteit? Kennen Degryse, Ceulemans, Ferrera, D'Hooghe, Devroe en tutti quanti er dan niks van? Onzin. De realiteit is dat Club Brugge financieel de rol moet lossen. Niet alleen in Europa, ook in eigen land. Het is geen toeval dat Michel D'Hooghe zo graag afscheid genomen had met een concreet plan voor de bouw van een nieuw stadion en dat nog steeds ziet als een zwarte vlek, toen hij in een machtsstrijd met de lokale overheid het onderspit moest delven. D'Hooghe maakte de voorbije jaren van zijn relaties in Brussel en de commerciële wereld goed gebruik om commerciële partners naar Brugge te loodsen, maar ook daar zit een plafond op. Het aantal toeschouwers steeg stelselmatig (om nu weer even af te kalven, opvallend hoe er de voorbije maanden steeds meer lege plekken verschenen). Maar ook daar is de rek uit. Je kan mensen geen 40 euro voor een ticket vragen. Hoe kan een club nog inkomsten werven? Door Europese prestaties en uit transfers. En net daar nijpt het schoentje. De laatste deelneming aan de Champions League dateert inmiddels al van 2005. Elk jaar rekenen Belgische clubs zich in de zomer wel even rijk, maar weinigen halen de jackpot van 10 à 15 miljoen euro. Anderlecht deed het in 2006, Standard in 2008. Belgische clubs lijken gedoemd om Europa League te spelen. Maar daar zijn de inkomsten weer veel lager. En, niet vergeten, Club haalde zelfs een keer de Europese herfst niet. In Anderlecht en op Standard maken ze die gederfde inkomsten geregeld goed met een transfer. Anderlecht verkocht Vincent Kompany in 2006 aan Hamburg voor ruim 10 miljoen euro. Een jaar later verpatste het Mémé Tchité aan Santander voor 8 miljoen euro en verhuisde Anthony Vanden Borre voor 4,5 miljoen naar Fiorentina. Vorige zomer verhuisde Jelle Van Damme voor ruim 3 miljoen euro naar de Wolves. Standard haalde het maximale uit Igor De Camargo (4 miljoen vorige zomer) en MarouaneFellaini (20 miljoen in 2008). In 2000 en 2001 vingen de Rouches al eens 20 miljoen euro voor de verkoop van DanielVan Buyten en Emile Mpenza. En Club Brugge? Wel, op dat vlak blijft Club Brugge lengten achter. Zoals gezegd liet Sollied nog een mooie erfenis: hij maakte van Timmy Simons een topper, die in 2005 voor 5 miljoen euro naar PSV verhuisde. In 1999 had Erik Gerets al eens hetzelfde bedrag over voor de komst van Eric Addo naar PSV. Maar verder blijft Club afwezig als het op uitgaande toptransfers aankomt. En met inkomende heeft het brute pech. Vier miljoen euro voor Koen Daerden, die tussen 2006 en 2010 welgeteld 47 (!) wedstrijden speelde. En 3,5 miljoen voor François Sterchele, die in zijn debuutjaar voor Club elf keer scoorde, maar dan jammerlijk verongelukte. Vergeet mentaliteit, vergeet identiteit (heel even). Club moet gewoon op zoek naar geld en naar creativiteit. De terugval is het verhaal van de slang die in de eigen staart bijt. Bij gebrek aan geld verliest Club slagkracht op de transfermarkt (zie maar de decembermaand) en daardoor boet het in aan kwaliteit. De zomerkoopjes vielen door de mand. Wat vervolgens punten kost, waardoor de waarde van het potentieel verder zakt en de sportieve lijn in het gedrang komt vanwege geen prestaties enz. Geld is gelukkig lang niet alles - anders was Standard ook niet zo fel teruggezakt - creativiteit kan ook problemen oplossen. Creativiteit in het aanboren van vers geld, in het jeugdbeleid, in de scouting (zie AA Gent) en in het omgaan met het aanwezige potentieel. In het omzetten van dat talent (Perisic, Odjidja, Vargas) in rendement. En dan komen we weer bij mentaliteit en identiteit. Soms is de cirkel toch rond. DOOR PETER T'KINTKennen Degryse, Ceulemans, Ferrera, D'Hooghe, Devroe en tutti quanti er dan niks van? Onzin.Geld is lang niet alles, creativiteit kan ook problemen oplossen.