Niet veel volk moet er verwacht worden als woensdagavond de terugwedstrijden in de kwartfinales van de Belgische beker worden gespeeld, nadat de heenmatchen al in een kil decor werden afgewerkt. Steeds minder spreekt deze competitie tot de verbeelding. Heel diep in de tijd moet je teruggaan om memorabele wedstrijden van onder het stof te halen. Zoals in de lente van 1978 bijvoorbeeld, toen Lokeren in de kwartfinale thuis tegen Standard bij de rust met 0-3 achterstond. De ontstemde bestuurstop stormde toen de kleedkamer binnen. Vervolgens zette Lokeren de situatie recht: 3-3 na 90 minuten en 5-3 na verlengingen. De debuterende Preben Elkjær Larsen eiste in deze wedstrijd de hoofdrol op. De Deen draaide de defensie van de Rouches helemaal dol en maakte drie doelpunten. Na afloop van de wedstrijd stapte de toenmalige...

Niet veel volk moet er verwacht worden als woensdagavond de terugwedstrijden in de kwartfinales van de Belgische beker worden gespeeld, nadat de heenmatchen al in een kil decor werden afgewerkt. Steeds minder spreekt deze competitie tot de verbeelding. Heel diep in de tijd moet je teruggaan om memorabele wedstrijden van onder het stof te halen. Zoals in de lente van 1978 bijvoorbeeld, toen Lokeren in de kwartfinale thuis tegen Standard bij de rust met 0-3 achterstond. De ontstemde bestuurstop stormde toen de kleedkamer binnen. Vervolgens zette Lokeren de situatie recht: 3-3 na 90 minuten en 5-3 na verlengingen. De debuterende Preben Elkjær Larsen eiste in deze wedstrijd de hoofdrol op. De Deen draaide de defensie van de Rouches helemaal dol en maakte drie doelpunten. Na afloop van de wedstrijd stapte de toenmalige trainer van Standard, Robert Waseige,uit de kleedkamer om de pers te woord te staan. Achter hem kon je een speld horen vallen. Waseige vroeg de journalisten tien minuten te wachten alvorens de kleedkamer binnen te gaan. Dat was in die tijd heel ongebruikelijk. Wat verderop stond de Lokerse trainer Johan Grijzenhout de match zakelijk te analyseren. De Nederlander zou vreemd genoeg een paar weken later worden ontslagen. De met afstand meest spectaculaire bekerfinale was wellicht deze tussen Anderlecht en Club Brugge op 12 juni 1977. Het was een bloedhete zondag, het Heizelstadion zat met bijna 60.000 toeschouwers afgeladen vol en paars-wit snelde naar een 2-0-voorsprong. Toen scoorde Raoul Lambert tegen, met het hoofd, wat hem niet vaak overkwam. Kort daarop werd het 3-1 en leek de match gespeeld. Maar een geëngageerd Club Brugge boog de match alsnog om, onder meer door twee doelpunten van de Brit Roger Davies. Die was tot dan vooral bankzitter omdat trainer Ernst Happel het niet in hem zag zitten. Nochtans had Club net voor de aankoop van Davies een vriendschappelijke wedstrijd georganiseerd zodat Happel de gelegenheid had de lange spits aan het werk te zien. Alleen kwam Happel, die niet van de Engelse stijl hield, voor die match niet opdagen. Toen hij voor het eerst Davies zag, vroeg hij het verbijsterde bestuur wat die lange loel hier kwam doen. Volgens hem moest Davies geen voetbal maar basket spelen. Na die illustere finale dacht hij daar even anders over. Happel ging voor de eerste en enige keer in zijn carrière op de schouders. Een glimlach kon er met moeite af. Een paar maanden later vertrok Roger Davies bij Club Brugge. De bekerfinale buiten beschouwing gelaten had hij op zijn ploegmaats de meeste indruk gemaakt toen hij zijn bloedmooie vriendin voorstelde. Dat was ook de toenmalige burgemeester Michel Van Maele niet ontgaan. Net voor Davies zijn contract tekende, liet Van Maele zich ontvallen dat hij van de vriendin van Davies nog altijd een filmster kon maken als die als voetballer niets zou bijbrengen. Clubs sterke man had soms vreemde invallen. Toen Gille Van Binst ooit naar de bakkerij van Van Maele trok omdat er hem opslag was beloofd, vroeg hij Gille even te wachten. Hij kwam terug met... een grote taart. "Hier is je opslag", grijnsde hij. De perplexe Van Binst nam de taart aan en gooide die thuis van pure ergernis tegen de muur. Dezelfde Van Binst speelde in die memorabele bekerfinale voor Anderlecht en hoorde Ulrik le Fevre, die zijn laatste match voor Club afwerkte, tegen Arie Haan lachend vertellen dat hij dezelfde avond naar een dansfeest zou gaan. Niet veel later maakte de getergde Haan een fout op de Deense virtuoos die meteen het dansen mocht vergeten. Anderlecht zat na die verloren bekerfinale in zak en as, trainer Raymond Goethals gooide in de kleedkamer zijn medaille tegen de muur. Nauwelijks drie maanden later nam paars-wit revanche in de competitie: het versloeg Club Brugge met 6-1. Happel was toen zo kwaad dat hij de spelers achteraf zei dat er vanaf nu met mandekking gespeeld zou worden. Slechts met de grootste moeite kon dat uit zijn hoofd worden gepraat. Iedereen had de les goed begrepen: Club werd dat seizoen voor de derde opeenvolgende keer kampioen en haalde de finale van de Europabeker voor landskampioenen.