Spelers die supporters niet groeten, Carl Hoefkens die stotterend zijn aanvoerdersband inlevert, maar zich vervolgens toch weer laat overhalen om kapitein te worden: hoe zou het absolute Brugse voetbalmonument Raoul Lambert zich bij al deze heisa voelen? Achttien jaar, tussen 1962 en 1980, streed de spits in de frontlijn van blauw-zwart, nooit rolde er een klacht over zijn lippen, nimmer neigde hij naar egotripperij of voelde hij zich boven anderen verheven. Geen voetballer die meer symbool stond voor de ziel van Club Brugge als Lambert. En telkens weer offerde hij zich helemaal op voor zijn vereniging, telkens weer maakte hij de fout om na een blessure te vroeg te herbeginnen. Omdat de trainer druk uitoefende, omdat de ploegmaats zaagden, omdat het bestuur smeekte. Want door...

Spelers die supporters niet groeten, Carl Hoefkens die stotterend zijn aanvoerdersband inlevert, maar zich vervolgens toch weer laat overhalen om kapitein te worden: hoe zou het absolute Brugse voetbalmonument Raoul Lambert zich bij al deze heisa voelen? Achttien jaar, tussen 1962 en 1980, streed de spits in de frontlijn van blauw-zwart, nooit rolde er een klacht over zijn lippen, nimmer neigde hij naar egotripperij of voelde hij zich boven anderen verheven. Geen voetballer die meer symbool stond voor de ziel van Club Brugge als Lambert. En telkens weer offerde hij zich helemaal op voor zijn vereniging, telkens weer maakte hij de fout om na een blessure te vroeg te herbeginnen. Omdat de trainer druk uitoefende, omdat de ploegmaats zaagden, omdat het bestuur smeekte. Want door (spier)blessures werd Lambert vaak geteisterd. Hij was in zekere zin het slachtoffer van zijn grootste kwaliteit, zijn enorme explosiviteit. Vaak was hij op volle snelheid als ze hem pakten. En dan ben je kwetsbaarder. Ontelbaar zijn de wedstrijden waarvoor Lambert vooraf twijfelachtig was, het werd een steeds weerkerend bericht in de zaterdagkranten. En telkens weer slaakten de supporters een zucht van opluchting als Lambert dan alsnog op het veld verscheen. Het waren andere tijden. Club Brugge was een haard van verbondenheid en gebondenheid, van vriendschap en solidariteit, van felheid en gebetenheid. Sommige contracten werden op een bierviltje geschreven. Lambert was een volksjongen. Het leven als profvoetballer beviel hem niet, hij vond dat hij over veel te veel vrije tijd beschikte en voelde zich veel beter toen hij het voetbal kon combineren met een job. Oók in de memorabele periode onder Ernst Happel, toen het trainingsritme behoorlijk werd opgeschroefd. Pas vanaf dat moment verdiende Lambert wat geld. Vroeger was hij doodsbang om opslag te vragen, uit angst dat hij anders niet zou mogen meespelen. Hij herinnert zich dat Georges Leekens toen ook zo was, al leerde die later op dat vlak heel snel bij. Raoul Lambert interviewen was in die tijd geen eenvoudige opgave. Hij hield zich bij voorkeur ver weg van de publiciteit. Dat hij een tijdje geleden liet weten niet geïnteresseerd te zijn in een biografie die over hem gemaakt zou worden, typeert Lambert. Ook niet toen hij hoorde dat de auteur die het boek zou schrijven twee huizen van hem vandaan woonde. Niet dat Raoul Lambert zich afschermt. Hij wil af en toe nog wel eens naar een receptie gaan en geniet als mensen in mindere tijden van Club Brugge vragen of hij de schoenen niet weer uit de kast zou halen. En in een ongedwongen sfeer wil hij nog wel eens vertellen over vroeger, over de tijd dat Norberto Höfling lood onder zijn noppen liet steken om zo zijn startsnelheid aan te scherpen. Of over de periode dat Club met de bus op trainingskamp naar Duitsland ging en Ernst Happel zijn spelers na een zeven uur lange rit meteen een berg op liet spurten, zes kilometer op en neer, en zijn gabber Johny Thio achter de rug van Happel op een tractor sprong en zo naar boven reed. Of over de tijd dat hij naar een Nederlandse speler stapte die iedereen stijf schold, met de vraag of die zich niet wat kon beheersen. Dat was Henk Houwaart, die zich na zijn voetbalcarrière nog zelden zou opwinden. Mooie tijden waren het, toen de spelers na de training een koffie gingen drinken in het café van Raouls zus Nicole en de vriendschap van een intensiteit was die in het zakelijke klimaat van vandaag onmogelijk is. Raoul Lambert heeft er vaak moeite mee. Hij die met zijn legendarische inworpen de bal in het strafschopgebied kreeg, met een combinatie van kracht en een perfecte lendenslag, maar na zijn carrière pijn kreeg aan zijn rug. Hij die een job als jeugdtrainer van Club Brugge moest stopzetten omdat zijn knieën in de winter zodanig veel pijn deden dat hij bepaalde oefeningen niet meer kon demonstreren. De tol voor alle inworpen, de uitloper van de vele aanslagen die zijn spieren te verwerken kregen. Maar Raoul Lambert, die op 22 oktober 68 jaar wordt, klaagt er niet over. Hij deed het graag. Uit liefde voor Club Brugge. JACQUES SYS