Nafissatou Thiam: "Als kind zag je me vaak op rolschaatsen. Op mijn zevende overtuigde mijn mama me om eens mee te doen aan een looptocht in het bos. Het beviel me zodanig dat ik verder wou doen. Ondertussen zat ik niet stil. Ik ging tijdens de zomer vaak op sportstages: basketbal, judo, badminton, zelfs zeilen. Maar atletiek stond altijd aangestipt als passie nummer één.
...

Nafissatou Thiam: "Als kind zag je me vaak op rolschaatsen. Op mijn zevende overtuigde mijn mama me om eens mee te doen aan een looptocht in het bos. Het beviel me zodanig dat ik verder wou doen. Ondertussen zat ik niet stil. Ik ging tijdens de zomer vaak op sportstages: basketbal, judo, badminton, zelfs zeilen. Maar atletiek stond altijd aangestipt als passie nummer één. "Mijn moeder deed aan atletiek tot ze ongeveer veertien jaar was. Alleen werd ze toen gedwongen te stoppen, om de eenvoudige reden dat haar club de activiteiten stopzette. (grijnst) Stom, hé. Terwijl ze toch talent had als atlete op de 800 meter, een afstand die ik niet zo graag doe. Haar ouders zagen het niet zitten om haar met de wagen naar een andere vereniging te voeren, waardoor mijn moeder overschakelde op het basketbal. Ook mijn twee broers en zus basketten. Er heerst dus een vrij sportief klimaat bij ons thuis." "Ik groeide op in een dorpje tussen Namen en Gembloux, waardoor het logisch was dat ik koos voor de atletiekschool van Namen. Direct trainde ik mee met de oudsten, om mijn eigen niveau naar omhoog te halen. Ik had vooral nood aan variatie en wilde me niet vastpinnen op één specifieke discipline. Dat was gelukkig ook mijn coach Roger Lespagnard niet ontgaan. Ik combineerde hoogspringen met verspringen en hordenlopen. Roger besloot te vertrekken uit Namen en nam me mee naar Hannuit. Op mijn veertiende trokken we dan samen naar Luik, waar ik nog altijd aangesloten ben bij FC Liégeois. Al snel beslisten we samen om mijn veelzijdigheid uit te spelen, want blijkbaar was ik in alle onderdelen wel gemiddeld tot goed. (lacht) Let op hé, ik ben niet uitzonderlijk hoor. Ik beschik gewoon over wat talent en veel passie. "Twee jaar geleden, toen ik op het BK in Gent een niet-gehomologeerd indoor wereldrecord vestigde op de vijfkamp, werd ik amper een maand later uitgenodigd voor het EK in Göteborg bij de senioren. Die overstap zorgde voor een overweldigend gevoel. Ik was zeker niet gestresseerd, maar vooral opgewonden en gezond zenuwachtig. Ik herinner me nog goed dat ik bij de opwarming voor de meeting in Moskou plots aan de zijde stond van Usain Bolt. Echt gek. Maar het bezorgde me tegelijk een superzalig gevoel, want ik was aangenaam verrast door hun openheid en voelde veel respect. Ongelofelijk, ik stapte zelfs op hem toe voor een foto, terwijl ik eigenlijk over het algemeen vrij timide ben van karakter. (grijnst) Het zal toch de adrenaline geweest zijn, het was allemaal ook nieuw. Plots had ik een pasje voor het paradijs op aarde." "Voor een atleet is de competitie het ultieme doel, want daar train en werk je een heel jaar keihard voor. Ik zit nog maar aan het begin van hopelijk een lange en succesvolle loopbaan, want ik combineer momenteel topsport met een tweede jaar geografische wetenschappen aan de universititeit van Luik, de ULG. Me volledig toespitsen op lopen wil ik liever niet, want het is mijn bedoeling met een diploma toch iets achter de hand te houden. "Ik benader het succes heel nuchter en realistisch. (grijnst) Want het gaat snel hoor. Ik bezit al een Gouden Spike, werd Belofte van het Jaar, Sportvrouw en mocht met de estafetteploeg van Jacques Borlée langsgaan bij de koning en petit comité. Dat is uiteraard een eer. Ik zie het ook allemaal als een aanmoediging. Ik ben zeker geen dromerstype, maar ik wil blijven vooruitgang boeken en nog professioneler te werk gaan. "De vergelijking met Tia Hellebaut stoort me helemaal niet. Het toont alleen maar dat de mensen in me geloven. Want we spreken wel over een olympisch kampioene. Zoiets evenaren, dat wordt heel moeilijk. Ik denk helder, zonder me te wagen aan stoute voorspellingen. Het meisje dat goud won in Praag, is slechts 22 en zit al op dertien punten van het wereldrecord. Er komt een supergeneratie aan. Snap je? Ik leg mezelf geen druk op, zeker niet qua klassementen of medailles. Dat zal misschien pas gebeuren na mijn studentenperiode, wanneer ik me voor de volle honderd procent op mijn sport kan toeleggen. Alles wat ik nu sprokkel, beschouw ik als pure bonus. Verwacht van mij dan ook geen extra druk om eind augustus, op het WK in Peking, absoluut een prijs te behalen. Samen met Götzis gaan we daar volledig voor dit jaar. Het EK voor beloften in Tallinn in juli zal afhankelijk zijn van de organisatie bij mijn examens. Ik weet tot wat ik in staat ben, ik weiger te denken dat er iets echt moet. Maar ik streef wel altijd naar het maximale. "Mentaal beschouw ik me als vrij sterk. Als ik voor iets ga, dan komt de perfectionist in me naar boven. Alleen daardoor kan je medailles halen. Ik weet dat de 800 meter een moeilijk onderdeel is, maar dan focus ik me op een tijd of een tegenstandster, op wie ik absoluut geen punten of plaatsen mag inboeten. Ik pomp mezelf moed in, ook al is de laatste proef na twee uitputtende dagen en slaat de vermoeidheid stevig toe in die laatste rechte lijn. "De zoektocht naar sponsors is een beetje gecompliceerd, omdat atletiek niet zo gemediatiseerd is als tennis of voetbal. En zeker mijn onderdeel - vijfkamp en zevenkamp - blijft toch meer iets voor de echte kenners. Je moet er zin in hebben om dat te volgen. Maar in België heb ik het geluk dat er ook nog Hans Van Alphen en Thomas Van Der Plaetsen zijn als locomotieven." DOOR FRÉDÉRIC VANHEULE"De vergelijking met Tia Hellebaut stoort me helemaal niet. Het toont alleen maar dat de mensen in me geloven."