Nederland is niet meer het land dat het ooit is geweest. In wat in de jaren zestig het meest tolerante stukje van de wereld was, haalt een haatzaaiende politicus als Geert Wilders meer dan twintig zetels in de Tweede Kamer. Ook het Nederlandse voetbal is niet meer wat het is geweest. Niet alleen is het conflictmodel van vorige wereldbekers vervangen door een natuurlijke vorm van discipline, die bondscoach Bert van Marwijk in zijn selectie heeft geslepen. Maar de profeten van het dominante, aanvallende voetbal kiezen op het WK in Zuid-Afrika voor minimalistisch voetbal. Oranje tovert niet meer, maar het wint wel.
...

Nederland is niet meer het land dat het ooit is geweest. In wat in de jaren zestig het meest tolerante stukje van de wereld was, haalt een haatzaaiende politicus als Geert Wilders meer dan twintig zetels in de Tweede Kamer. Ook het Nederlandse voetbal is niet meer wat het is geweest. Niet alleen is het conflictmodel van vorige wereldbekers vervangen door een natuurlijke vorm van discipline, die bondscoach Bert van Marwijk in zijn selectie heeft geslepen. Maar de profeten van het dominante, aanvallende voetbal kiezen op het WK in Zuid-Afrika voor minimalistisch voetbal. Oranje tovert niet meer, maar het wint wel. "We lijken wel Duitsland", sneerde een Nederlandse verslaggever zaterdagavond. Hij doelde op het oude Duitsland, niet op de huidige ploeg van Joachim Löw, die de Nederlandse weg is ingeslagen. Ralf Edström, de Zweedse ex-aanvaller van Standard, vergeleek dit Oranje met Italië op het WK 1982 in Spanje. De Squadra Azzurra begon toen zelfs met drie gelijke spelen, maar eindigde als wereldkampioen. "Het enige wat telt, is het resultaat", zei Joris Mathijsen nadat Oranje zaterdag in het Moses Mahbida Stadium in Durban zijn tweede glansloze overwinning op dit WK had geboekt. Het is geen uitspraak die je van een Nederlandse voetballer verwacht. Maar bondscoach Bert van Marwijk sloot er zich graag bij aan. "Twee wedstrijden gespeeld, drie goals gemaakt, nul tegen en zes punten. Dan moet je heel blij zijn", concludeerde hij. Van Marwijk heeft reden om tevreden te zijn. Zijn ploeg staat in de tweede ronde en te vroeg pieken deugt niet op een wereldbeker. Het is de derde keer op rij (WK 2006, Euro 2008) dat Oranje met twee overwinningen aan een groot toernooi begint. Vooral twee jaar geleden gebeurde dit met bijzonder frivool voetbal. Nadien zakte de ploeg echter telkens weg en was het Nederlands elftal al te snel weer op weg naar huis. Gaat het dit keer crescendo met Oranje? Het beste moet in Zuid-Afrika in ieder geval nog komen. ''Ons voetbal moet en kan nog veel beter'', aldus Van Marwijk. Winnen zorgt voor zelfvertrouwen en dan komt het goede spel vanzelf, zal hij denken. Toch moet de ex-speler van de Belgische ex-tweedeklasser Assent stilaan wat muizenissen krijgen. Op dit WK bracht Oranje nog helemaal niet het spel dat hem voor ogen staat. Van Marwijk is een aanhanger van wat Carlos Alberto Parreira, de huidige bondscoach van Zuid-Afrika en wereldkampioen van 1994 met Brazilië, onlangs op een symposium voor topcoaches "voetbal van totale beweging" noemde. Voor Parreira kan dat bereikt worden "zonder echte spits of met een ander type spits". Hij denkt in de richting van een 4-6-0-opstelling. Dat laatste is geenszins de filosofie van Van Marwijk. Die gaat altijd uit van een defensief blok van zes spelers: een laatste lijn van vier en daar twee schokbrekers voor. Zo won hij met Feyenoord de UEFA Cup, zo liet hij Borussia Dortmund voetballen in de Bundesliga. In het ideale voetbal van deze Nederlander past een meevoetballende diepe spits, duiken van positie wisselende flankspelers, infiltrerende middenvelders en opkomende vleugelbacks op. In de voorbereiding vloeide dit soort voetbal moeiteloos uit de oranje voetbalschoenen. De WK-gangers Mexico (2-1) en Ghana (4-1) werden bijna achteloos aan de kant gezet. De vakantievierende Hongaren voor schut gezet (6-1). De euforie sloeg toe. De Oranje Draaimolen, klonk het enthousiast in de Nederlandse pers. Het wervelende voetbal was vooral te zien telkens als de Grote Vier op het veld stonden. Veel commentatoren en de 16 miljoen bondscoaches van boven de Moerdijk eisten dat Robin van Persie, Rafael van der Vaart, Wesley Sneijder en Arjen Robben samen op het veld zouden staan. Dat kan echter alleen als werkmier Dirk Kuijt of tweede stofzuiger Nigel de Jong aan de kant wordt gelaten en dat is in de ogen van menig trainer flirten met je geluk. Het is nog geen moment in het hoofd van Van Marwijk opgekomen. Het nationaal debat viel stil, omdat Robben in de laatste oefengalop een hamstringblessure opliep en in Zuid-Afrika nog niet in aanmerking kwam voor actie. Met de Grote Drie gaat het echter niet helemaal naar wens. Vorige week tegen Denemarken in Johannesburg was er nog het excuus van het stroeve veld, de grote hoogte, de koude en de ongrijpbare bal. In Durban voetbalde Oranje echter op zeehoogte, was het lekker warm en werd het gras net voor de aftrap besproeid. Tegen Japan eindigden de Grote Drie echter zij aan zij op de bank. Geen Nederlander die twee weken terug met die optie rekening had gehouden. In beide WK-matchen werd Wesley Sneijder door de Technische Werkgroep van de FIFA uitgeroepen tot Man van de Match, maar de uitblinker was telkens Mark van Bommel. De stofzuiger en rege-laar op het middenveld. Ook dat maakt duidelijk dat het nog niet lekker loopt bij Oranje. Niet Johan Neeskens maar Johan Cruijff moest in 1974 schitteren. In de eerste wedstrijd tegen de ronduit armoedige Denen was het voetbal flets en inspiratieloos. De Grote Drie slaagden er maar niet in beweging of diepte in het spel te gooien, omdat ze allemaal naar de bal toe liepen. Sneijder, Van der Vaart en Van Persie liepen te dicht bij elkaar, wat een soort ouderwets kluitjesvoetbal voor gevolg had. Dat kon niet alleen aan de ongewone omstandigheden en de spanning van de eerste match worden toegeschreven. Tegen de starre denkers uit Japan had Nederland in de eerste helft 69 procent balbezit, maar van vlot combinatievoetbal was opnieuw geen sprake. Er was een schrijnend gebrek aan beweging en vooral de flanken misten snelheid. Het spel stond bol van de prozaïsche intermezzo's en zelfs de terugspeelbal werd geregeld gehanteerd. Oranje deed tegen de Aziaten denken aan Barcelona tegen Inter. Steeds aan de bal, maar niet in staat om doelgevaar te creëren. Met dat verschil dat Japan niet over spitsen met de kwaliteit of het cynisme van Samuel Eto'o of Diego Milito beschikt om de tegenstander de doodsteek toe te dienen. De Blauwe Samoerai hadden hun zwaard, en dus hun ziel, thuis gelaten en pleegden op die manier eigenlijk al bij de aftrap harakiri. Alleen in de slotminuut kwamen ze even doelman Maarten Stekelenburg bedreigen. Na de pauze kwam het Nederlands elftal iets vinniger voor de dag. Van Bommel en De Jong gingen meer naar voren spelen. De aansluiting verliep beter en de ploeg kwam meer aan voetballen toe. Hoewel het met een vergrootglas zoeken bleef naar de flair die het Nederlandse voetbal al decennia uniek maakt. In beide matchen kwam er pas in de slotfase verbetering. De inbreng van de wisselspelers Eljero Elia en Ibrahim Affelay bracht meer onbevangenheid in het spel. Elia zorgde tegen de stugge Denen voor de nodige verfrissing en lag aan de basis van het bevrijdende tweede doelpunt. Tegen Japan was het Affelay, één keer op aangeven van Elia, die in de slotminuten nog twee keer oog in oog met de doelman kwam te staan. Van Marwijk noemt zijn bank terecht een extra wapen en schrijft de toegevoegde waarde van de invallers voor een deel ook toe aan het feit dat de tegenstander na driekwart wedstrijd stilaan murw getikt is. Na de eerste partij zag hij dan ook geen reden om te gaan sleutelen aan zijn opstelling, maar na Japan moet er toch ook bij de bondscoach wat twijfel geslopen zijn. Vooral omdat straks ook Robben weer beschikbaar is en de verleiding groot moet zijn om enkele invallers scherp en gemotiveerd te houden. Bovendien zal in de media en bij het legioen de discussie over wie aan de aftrap moet staan opnieuw losbarsten. De derde wedstrijd uit de eerste ronde, donderdag in Kaapstad tegen het uitgeschakelde Kameroen, is tot een loutere formaliteit gedegradeerd en kan een gelegenheid zijn om een beetje te experimenteren met het oog op de achtste finale. Vooral Van der Vaart, die tegen Japan zijn 80e interland afwerkte waardoor hij wat aantal caps betreft naast Patrick Kluivert en Dennis Bergkamp komt, moet voor zijn basisplaats vrezen. Hij was al twee keer onzichtbaar en zou straks wel eens helemaal uit beeld kunnen verdwijnen. De beste positie van Van der Vaart is achter de spitsen, maar daar loopt Sneijder al. Hij is dus naar de linksbuitenplaats verbannen en dat ligt hem niet. In december 2004 speelde Ajax tegen Bayern München in de Champions League. Trainer Ronald Koeman was op het idee gekomen Van der Vaart als hangende linksbuiten uit te spelen. Na de laatste training liet Van der Vaart weten dat hij zich daar niet prettig voelde en het niet zag zitten om op die plek te spelen. Koeman reageerde prompt en haalde hem uit de basisopstelling. Op een WK wil een topvoetballer echter altijd en overal spelen. Desnoods op een positie die hem niet ligt of niet bevalt. Voor Van Marwijk lossen de problemen zich straks vanzelf op als Robben weer fit is. Hij kan moeiteloos de positie van Van der Vaart overnemen, ook al komt de slangenmens van Bayern München de jongste tijd liefst van rechts. Alles valt dan in de plooi bij Oranje, dat met Robben hopelijk ook weer gaat toveren. "Alle grote voetballanden verliezen punten, wij niet", benadrukte Wesley Sneijder. Nederland begint echt van de wereldtitel te dromen. door françois colin - beelden: reportersVan Marwijk is een aanhanger van wat Parreira 'voetbal van totale beweging' noemt. De beste positie van Van der Vaart is achter de spitsen, maar daar loopt Sneijder al.