Tweede kerstdag op de Freethiel, een willekeurige match in de Jupiler Pro League. De supporters van Waasland-Beveren laten de friet van Remo een keer voor wat hij is - de kerstmaaltijd is amper verteerd - en zien hoe Beni Badibanga met een schot Stefan Milosevic op weg zet naar de 1-0 tegen STVV. Abdoubakary Koita is er als de kippen bij om zijn ploegmaat te feliciteren. Laat in de match krijgen ook Din Sula en Denzel Jubitana nog speelminuten bij de Waaslanders.
...

Tweede kerstdag op de Freethiel, een willekeurige match in de Jupiler Pro League. De supporters van Waasland-Beveren laten de friet van Remo een keer voor wat hij is - de kerstmaaltijd is amper verteerd - en zien hoe Beni Badibanga met een schot Stefan Milosevic op weg zet naar de 1-0 tegen STVV. Abdoubakary Koita is er als de kippen bij om zijn ploegmaat te feliciteren. Laat in de match krijgen ook Din Sula en Denzel Jubitana nog speelminuten bij de Waaslanders. Hoewel hun namen exotisch klinken, zijn Badibanga, Koita, Sula en Jubitana allen Belgen. Badibanga werd geboren in Kinshasa en spreekt naast Frans en Engels ook Lingala, een Congolese taal. Koita verhuisde met zijn ouders op jonge leeftijd van Senegal naar Antwerpen en spreekt onder andere Wolof. De wieg van Sula stond in Brussel en zijn Kosovaarse ouders leerden hem Albanees. En Jubitana, geboren in Antwerpen, heeft naast de Belgische ook de Surinaamse en Nederlandse nationaliteit. Bij STVV verschijnen jongens als Nelson Balongo, geboren in Tongeren, en Samy Mmaee - Kameroense vader, Marokkaanse moeder - aan de aftrap. Om maar aan te geven dat de verscheidenheid groot is. Stuk voor stuk zijn het 'nieuwe' Belgen. Landgenoten die niet Peeters, De Bock of Vandecaveye heten. Spelers waarvan één of beide ouders wortels hebben in het buitenland, maar die hier geboren dan wel getogen zijn. Die misschien een ander kleurtje hebben of een vreemde naam dragen, maar die verder even Belgisch zijn als een pak frieten met mayonaise of de doorsnee communautaire rel. Ter referentie: 20 jaar eerder luisterden de Belgen van SK Beveren naar namen als Bert Dhondt, Werry Sels en Bart Van Den Eede. Bij STVV maakten Dirk Van Oekelen, Patrick Teppers en Filip Fiers de dienst uit. De enige nieuwe Belg bij beider ploegen zat destijds op de Beverse bank: Emilio Ferrera, geboren in Schaarbeek als vierde zoon van immigranten die enkele jaren eerder vanuit het Spaanse El Cerro de Andévalo in België kwamen aangespoeld. Tijden veranderen.Onze maatschappij wordt alsmaar diverser. Toen Walter 'meneer de burgemeester' De Donder toeterde dat 'bepaalde wijken ontvolkt zijn van onze eigen mensen', ging De Tijd aan het cijferen. De conclusie van de krant: een op acht Vlamingen heeft een niet-Europese achtergrond. Vooral in de steden wonen veel mensen met buitenlandse origine. In Antwerpen waren er in februari voor het eerst meer mensen van allochtone dan van autochtone origine. Brussel kent een even grote diversiteit. Logisch dat het voetbal die demografische trend weerspiegelt. Denk aan de gouden generatie van de Rode Duivels, waar De Bruyne en Hazard broederlijk strijden aan de zijde van Lukaku en Kompany. Bij de vrouwen is Kassandra Missipo een voorbeeld, welbespraakt en gezegend met bakken talent. Om nog maar te zwijgen van Nafi Thiam, dochter van een Senegalese vader en een Belgische moeder. De tijd ligt achter ons dat we allemaal Jan, Piet, Joris en Corneel heten. Diversiteit is mainstream. Niets nieuws, volgens Karel Neels, hoogleraar sociale statistiek en demografie aan de Universiteit Antwerpen. 'Eerder een gevolg van het verleden, van een beweging die al vijftig jaar aan de gang is. De economie is opener geworden en de EU laat vrij verkeer van personen toe.' Niet alle nieuwkomers blijven trouwens tot het einde van hun dagen in België wonen. De realiteit is genuanceerder. 'Een deel daarvan vestigt zich, anderen vertrekken na verloop van tijd. Het migratiesaldo - bijna 60.000 per jaar in 2017 - verhult veel grotere migratiebewegingen: 140.000 nieuwkomers en 80.000 vertrekkers in datzelfde jaar.' Zeker sinds de jaren 90 is België heel erg divers geworden. 'Een groeiend aantal kinderen heeft minstens één ouder van andere oorsprong. De ouders hebben zich hier gevestigd, maar die kinderen zijn hier geboren en van kleins af naar Belgische crèches en scholen gegaan. Dat zijn Belgische kinderen. Zij ervaren die diversiteit ook niet als een bedreiging, eerder als een evidentie. Het is logisch dat zulks zich ook uit in de sportclubs.' Niet iedereen verteert die verandering even vlot. Dat bleek al uit de laatste verkiezingsuitslag en de hausse waarin Vlaams Belang opnieuw zit. Ook in de stadions zet die schijnbare opstoot van racisme zich door. Denk aan de fan van KV Mechelen die Charleroimiddenvelder Marco Ilaimaharitra allerlei onwelvoeglijks naar het hoofd slingerde. Is het diverser wordend straatbeeld de oorzaak van dat racisme? Een moeilijke vraag, vindt Neels. 'Ik kan enkel vanuit mijn eigen vakgebied antwoorden. De media berichten vaak op een ongenuanceerde manier over migratie. Zij focussen vaak op asielmigratie. Terwijl dat slechts een erg klein deel van het totaalplaatje is, zelfs tijdens de asielcrisis van 2015. De media praten minder over de meest voorkomende redenen waarom mensen naar België komen: om te werken of te studeren. Of omdat ze iemand van hier hebben leren kennen. Asielmigratie hangt daarentegen samen met oorlog of de geopolitieke situatie in een regio en is daardoor moeilijk in te schatten. Dat creëert bij veel mensen het onterechte beeld dat we migratie niet kunnen controleren. Maar het is niet zo dat iedereen hier zomaar kan komen wonen. Er zijn wel degelijk restricties en reguleringen.' Een andere misvatting: migratie vormt een bedreiging voor onze sociale zekerheid. 'Het is net andersom', aldus Neels. 'De bevolking met een migratieachtergrond is gemiddeld jonger. Zorg je dat die mensen vlot terecht kunnen op de arbeidsmarkt, dan kunnen zij helpen om de gevolgen van vergrijzing op te vangen. Het beleid moet dan wel maximaal inzetten om die toegang mogelijk te maken. Onderzoek van collega's wees ook uit dat sociale zekerheid een motief is dat nauwelijks speelt wanneer mensen migreren.' De KBVB is zich bewust van het toegenomen racisme. In 2018 richtte het een werkgroep op over diversiteit in het voetbal. Daarin zetelen alle afdelingen van de bond die te maken krijgen met problemen rond discriminatie, met name maatschappelijk verantwoord ondernemen, juridisch en veiligheid. Daarnaast zijn de Vlaamse en Waalse vleugels vertegenwoordigt, net als coaches, Pro League, centrum voor gelijke kansen Unia en de voetbalcel. 'Die werkgroep stelde een actieplan op', verklaart An De Kock, coördinator sociale projecten van de KBVB. 'De eerste prioriteit daarin: belanghebbenden opleiden - trainers, scheidsrechters, spelers. Hoe ga je als coach om met diversiteit binnen je ploeg? Hoe reageer je op racisme of homofobie? Omgaan met racisme is ook een vast onderdeel geworden van de scheidsrechtersopleiding. We hameren erop dat de referees racisme of homofobie vermelden in hun verslag, zeker op amateurniveau. Anders blijft het vaak woord tegen woord en is het moeilijk om sancties te geven. Het aantal meldingen ligt over het algemeen vrij laag (zie kadertekst), omdat veel scheidsrechters niet weten wat ze ermee moeten aanvangen. Hopelijk verandert dat nu.' De scheidsrechters zijn niet de enigen die niet weten hoe ze dienen te reageren op racisme. Ook de bonden tonen zich vaak tandeloos. Bijvoorbeeld toen Cagliarifans begin september hun boekje te buiten gingen door Interspits Romelu Lukaku te bejegenen met oerwoudgeluiden. 'Alles is terug te brengen tot de mensen die hierover beslissingen moeten nemen', spuwde Vincent Kompany zijn gal op Sky Sports. 'Het echte racisme is dat er in deze organisaties niemand is die echt begrijpt wat Romelu doormaakt. In de UEFA, FIFA of bij de Italiaanse of Engelse Liga zie je heel weinig diversiteit. Dan kun je niet de juiste beslissingen nemen als het op straffen aankomt.' Profetische woorden, want de Italiaanse voetbalinstanties spraken Cagliari vrij. Omdat de oerwoudgeluiden 'qua omvang en perceptie' niet racistisch bedoeld waren. Zitten er te veel witte mannen in de bestuurskamers van ons voetbal? De Kock is zich bewust van die gewaarwording. 'CEO Peter Bossaert heeft daar aandacht voor, ' zegt ze, 'maar dat kunnen we niet een-twee-drie veranderen. Wel merken we dat de aanwervingen bij de voetbalbond nu meer divers zijn dan vroeger.' Zo trad Mbo Mpenza onlangs als onafhankelijke bestuurder toe tot de Algemene Vergadering van de KBVB. En toch. Terwijl diversiteit in de spelerskernen eerder regel dan uitzondering is, blijft de trainersstaf van de gemiddelde eersteklasser opvallend wit. Bij Standard zit Mbaye Leye op de bank, Anderlecht heeft Floribert Ngalula, Charleroi Karim Belhocine en Diawara Samba en ook bij Moeskroen is er kleur te vinden. Maar daar houdt het praktisch op. Ook de tribunes van heel wat ploegen blijken niet de meest uitnodigende plaatsen voor nieuwe Belgen. 'Dat is een moeilijke', geeft Philippe Bormans, CEO van Union, toe. 'We proberen acties op te zetten gericht aan zulke doelgroepen, vooral aan jongeren. Dat deed ik ook bij STVV, mijn vorige club. Maar soms blokkeren de ouderen het. Als kind is het moeilijk om je ouders te overtuigen om naar het voetbal te gaan als zij daar geen interesse in hebben. Daarom richten we ons rechtstreeks naar die jongeren, via hun school of hun jeugdbeweging. Door zo laagdrempelig mogelijk te zijn - met tickets van 5 en 10 euro - proberen wij hen te overtuigen.' Want de diversiteit biedt kansen, daar moet niemand Bormans van overtuigen. In het Brusselse Sint-Gillis, waar een meerderheid van de inwoners van allochtone origine zijn, is zelfs een Limburger als hij welkom. 'Union is een oude, volkse club die een divers publiek trekt. Dat moet zich weerspiegelen op en naast het veld. En ook bij de mensen die hier werken. Wij proberen als voetbalclub een weerspiegeling te zijn van de maatschappij. Door te luisteren naar iedereen, komen allerlei ideeën naar boven.' En al kampt de multiculturele samenleving met problemen, het voetbal kan een rol spelen als verzoener. Bormans: 'Als voetbalclub kunnen wij meer doen voor de integratie van nieuwkomers dan de overheid. We krijgen een gouden kans om mensen samen te brengen. Jongetjes van zes jaar uit verschillende culturen spelen hier samen. Of ze nu Jan, Jos of Mohammed heten, op het voetbal leren ze mekaar kennen en leren ze omgaan met diversiteit. Allemaal vanuit het gemeenschappelijk doel, voetbal, een doel waarvoor we iedereen nodig hebben. Dat potentieel moeten we nog veel meer onderstrepen. Vooral omdat voetbal een teamsport is, die echt de kracht heeft om mensen achter een doel te verenigen. Het is geweldig om zien hoe kinderen die elkaars taal niet kennen er toch in slagen met elkaar te communiceren. Weet je, in Sint-Truiden kent iedereen elkaar. In Brussel is de kans veel kleiner dat je iemand twee keer tegenkomt. Ik dacht dat ik in een koude stad zou terechtkomen. Niets is minder waar. Ons o zo diverse publiek gaat erg warm om met elkaar.'