Vorige week maandag was er in het Brugse restaurant Weinebrugge een bijeenkomst van alle spelers van Club Brugge die de memorale periode onder Ernst Happel hadden meegemaakt. Er werd een conferentiezaal ingehuldigd die de naam van de Oostenrijkse trainer draagt en Ernst Happel junior was er ook. Hij vertelde hoe zijn vader destijds bij blauw-zwart binnenstapte en de spelers de allereerste keer toesprak: " Meine Herren, ik ben Ernst Happel, de training begint om tien uur." Dat waren twaalf woorden en het typeerde de aanpak van de beste trainer die Club ooit had: kein Geloel, maar werken.
...

Vorige week maandag was er in het Brugse restaurant Weinebrugge een bijeenkomst van alle spelers van Club Brugge die de memorale periode onder Ernst Happel hadden meegemaakt. Er werd een conferentiezaal ingehuldigd die de naam van de Oostenrijkse trainer draagt en Ernst Happel junior was er ook. Hij vertelde hoe zijn vader destijds bij blauw-zwart binnenstapte en de spelers de allereerste keer toesprak: " Meine Herren, ik ben Ernst Happel, de training begint om tien uur." Dat waren twaalf woorden en het typeerde de aanpak van de beste trainer die Club ooit had: kein Geloel, maar werken. Terwijl het buiten sneeuwde en de haard knetterde, lachten de spelers bij de herinnering. Ondanks het barre weer hadden de meesten de verplaatsing naar Brugge gemaakt. Julien Cools vanuit Kasterlee, Ulrik le Fevre met de auto vanuit Denemarken en Roger Van Gool vanuit Schoten. De inmiddels zestigjarige Antwerpenaar, die in zijn periode bij FC Köln nog onder de legendarische Hennes Weisweiler had gewerkt, zei dat Happel als trainer op eenzame hoogste stond, ook al omdat het de enige trainer was die met een tactische ingreep een wedstrijd kon doen kantelen. Hij schudde een oneindige reeks anekdotes uit zijn mouw. Het werd een avond vol nostalgie en weemoed. Henk Houwaart werd door oud-voorzitter Michel D'Hooghe nog eens uitvoerig bedankt omdat hij Club de tip had gegeven om Happel aan te trekken. Een daverend applaus barstte los, Houwaart raakte er ontroerd bij. En vooral opvallend was de amicale band die er tussen de spelers nog altijd bestaat. Ze vielen elkaar kinderlijk blij in de armen. Daaraan zag je de unieke band van solidariteit, eendracht en oprechte vriendschap die in deze groep gebeiteld zat. Aan een van de tafels zat voorzitter Pol Jonckheere. Het was voor hem een vlucht uit de werkelijkheid, een herinnering aan een tijd dat Club Brugge nog een ziel had. Helemaal niets is er van die vroegere wapens overgebleven. Sommigen willen nog wel aan de kar trekken, anderen vergooien hun talent en zijn niet bij machte te weerstaan aan de verleidingen en de verlokkingen van het leven. Ze praten over dure auto's, mooie vrouwen, winkelen in Parijs en bezoeken aan discotheken. En intussen wordt de kleedkamer steeds verdeelder en de clanvorming almaar groter. Maar juist op het moment dat trainer Adrie Koster zijn hoofd onder de guillotine legde, krabbelde Club in Gent overeind. Met een onuitgegeven ploeg die als een blok speelde en oude waarden etaleerde. Zonder de uit de kern gezette Vadis Odjidja maar met een gretige Thibaut Van Acker als verdedigende middenvelder. Er vielen geen gaten, iedereen deed zijn verdedigend werk. Koel werd AA Gent afgemaakt. Mooi was het niet, wel efficiënt. Een tactisch meesterstuk van Adrie Koster, klonk het achteraf. Maar net zo goed kan het uitstel van executie zijn. Adrie Koster moest uit de laatste twee wedstrijden van 2010 zes punten op zes halen en moet daar normaal in slagen. Sporting Charleroi mag woensdag geen struikelsteen zijn voor blauw-zwart. Maar hoe rustig Koster ook overkomt, hoe emotieloos hij soms praat, als trainer is het moeilijk functioneren met dat soort ultimatums. Als Club na de korte winterstop de eerste wedstrijd in Eupen verliest, dan begint het opnieuw. Natuurlijk beschikt Club Brugge over voldoende talent, maar het telt te veel spelers die zichzelf schromelijk overschatten en zich de status van superster aanmeten. Het is niet een gewonnen wedstrijd in Gent die deze mentaliteit zal veranderen. Alles heeft te maken met mentaliteit, beleving en beroepsliefde. Dat die ontbreekt, is een pijnlijke vaststelling die nu na een opbeurende overwinning niet onder de mat mag worden geveegd. Onvoorstelbaar trouwens hoe die eigendunk voetballers in een artificiële wereld doet leven. Dat Axel Witsel zondag op Cercle Brugge na zijn rode kaart kushandjes gooide naar het publiek is zonder meer zorgwekkend. Zou er iemand zijn die hem daar intern voor terechtwijst? DOOR JACQUES SYSHet blijft voor Koster moeilijk functioneren.