M arc-Vivien Foé, Miklos Fehér en Serginho (voetbal), Raimonds Jumikis (basket) of Steve Vermaut, Tim Pauwels en Bart Heremans (wielrennen) : het zijn maar een paar recente gevallen van topsporters die door hartproblemen plots overleden. "En er zullen er nog volgen, in een sport als wielrennen nog meer dan in voetbal", zegt JohanVanLierde, jeugdvoorzitter van Racing Genk, maar ook cardioloog aan het ziekenhuis Oost-Limburg in Genk en voorzitter van de medische commissie van de internationale wielerunie UCI. "Maar wat de bevolking aan gezondheid zou winnen door massaal te gaan sporten, is nog altijd vele orden groter dan het risico dat er links en rechts iemand een probleem zal krijgen. Laat dat duidelijk zijn." Een analyse.
...

M arc-Vivien Foé, Miklos Fehér en Serginho (voetbal), Raimonds Jumikis (basket) of Steve Vermaut, Tim Pauwels en Bart Heremans (wielrennen) : het zijn maar een paar recente gevallen van topsporters die door hartproblemen plots overleden. "En er zullen er nog volgen, in een sport als wielrennen nog meer dan in voetbal", zegt JohanVanLierde, jeugdvoorzitter van Racing Genk, maar ook cardioloog aan het ziekenhuis Oost-Limburg in Genk en voorzitter van de medische commissie van de internationale wielerunie UCI. "Maar wat de bevolking aan gezondheid zou winnen door massaal te gaan sporten, is nog altijd vele orden groter dan het risico dat er links en rechts iemand een probleem zal krijgen. Laat dat duidelijk zijn." Een analyse. Valt morgen een renner dood van de fiets of stort een voetballer in elkaar op het veld, het is wereldnieuws. "Ook al is elke hartdode in de sport er één te veel en lig ik er telkens weer wakker van, dat er honderden keren meer slachtoffers vallen in bijvoorbeeld het verkeer verliest de goegemeente soms uit het oog", zegt Van Lierde. Ten eerste zit er altijd een beetje een paradox in : sporten is gezond, topsporters zouden dus het summum van gezondheid moeten zijn en daar stelt men dan problemen vast. "Dat is hetzelfde als een kankerspecialist die overlijdt aan kanker of het huis van de brandweercommandant dat afbrandt."Ten tweede ontstaat altijd een niet te stoppen geruchtenstroom wanneer zich zoiets voordoet. "Verhalen van doping of vroegere medische problemen zijn altijd indrukwekkend. Het is zeker zo dat het gebruik van een aantal dopingproducten kan leiden tot hartproblemen, maar, laten we duidelijk zijn, eigenlijk heeft die resem plotse overlijdens niks met doping te maken. Dat kanaal is een kwakkel. Heel wat van die sporters zijn na hun dood grondig toxicologisch onderzocht : wel, men heeft nooit iets gevonden. Bovendien zijn er andere, goeie verklaringen voor die overlijdens zodat het niet nodig is om opnieuw met iets spectaculairs voor de dag te komen."Ten derde "meent op het moment dat zoiets gebeurt iedereen daar altijd iets over te moeten zeggen. Journalisten, sporters, de familie, de wetenschappelijke wereld, de minister... Blijkbaar maakt dat veel energie vrij."Wetenschappelijk gesproken, ervoer Van Lierde, zijn de sterfgevallen in de sport geen eenvoudig probleem. "Las je als cardioloog eind jaren tachtig, begin jaren negentig alles wat over het onderwerp aan wetenschappelijke literatuur verscheen, dan kreeg je de indruk dat alles daarover al geweten was. Vooral de Amerikanen publiceerden toen een aantal studies waarin het erop neerkwam dat zij die doodvielen hartafwijkingen hadden die met de sport niks te maken hadden. Hartafwijkingen die ook bij gewone mensen terug te vinden zijn met andere woorden en waarvan lijsten bestaan. Dus als je wou voorkomen dat sporters doodvallen, moest je ze bij je roepen voor onderzoek en ze uitsluiten van de sport als ze een van de afwijkingen uit de lijst vertoonden. In die periode ben ik zo sporters beginnen te onderzoeken en ben ik geconfronteerd met sporters die levensbedreigende problemen hadden. Maar hoe goed ik ook mijn best deed, het lukte niet om ze in een van die ziektebeelden uit de lijst te steken." Waarom ze dan toch problemen kregen, ontdekte Van Lierde na contacten met andere professoren. "Ook zij zagen sporters, vaak renners, die al een aantal jaren met hun sport bezig waren en al verschillende keren onderzocht werden vooraleer ze zich met ernstige ritmestoornissen presenteerden. Plots gevallen en wakker geworden naast hun fiets bijvoorbeeld. Of ze zien bijvoorbeeld toevallig op hun hartslagmeter ineens 230 staan en ze kijken dan nog eens, maar het staat weer normaal. Wat is dat ? ! Hoogspanningslijn gepasseerd, interferentie met iemand die naast mij rijdt ? Of het wordt ineens zwart voor hun ogen en herstelt zich dan even plots. Daardoor groeide bij ons langzaam maar zeker de overtuiging dat ten gevolge van jarenlang typische mechanische belasting van hun hart uiteindelijk een soort beschadiging ontstaat die progressief is - meer uitgesproken naarmate de prikkel intenser is en langer duurt - en die uiteindelijk aanleiding geeft tot voldoende schade om ritmestoornissen te krijgen en klinische gevolgen te hebben. Gelukkig geldt dat slechts voor een uiterst beperkt aantal sporters, men vindt ze vooral bij de 'explosieve duursporters', waarvan wielrennen dé exponent is. Maar ook duatlon, triatlon of oriëntatielopen liggen in de lijn daarvan."Tot op de dag van vandaag, zegt Van Lierde, is het moeilijk de wetenschappelijke wereld ervan te overtuigen dat zoiets bestaat. "Toen ik dat in de jaren negentig ging vertellen op congressen klonk het dat zoiets onmogelijk was. On-mogelijk ! 'Ze zullen dan wel iets anders gehad hebben, wat je niet zag.' Nu, na vele jaren en congressen en een publicatie in EuropeanHeart, waarin ik samen met anderen een vijftigtal gevallen verzamelde, wordt het meer en meer aanvaard dat sporters niet alleen doodvallen ten gevolge van een vooraf bestaande aandoening maar dat er ook een kleine niche is van mensen die als prijs voor hun sport geen kapotte enkel of heup, maar een kapot hart ontwikkelen. 'Kapot' tussen aanhalingstekens dan wel, want het gaat dus over een hart van mensen die fantastische prestaties leveren. Als dat elektrisch goed gestuurd wordt, is dat mechanisch gezien een uiterst goed getrainde motor. Maar het is de binnenkant van het hart, waar de elektrische bekabeling ligt, zeg maar, die beschadigd is geraakt, waardoor je ritmestoornissen krijgt. Pas nu begint het in de Angelsaksische landen te dagen dat er waarheid zit in wat vanuit de Benelux verteld wordt. Die pausen die mij jaren geleden de duvel aandeden, beginnen nu in de andere richting te praten en verkopen het alsof het hun idee is. Dat eerste is plezant voor mij, van dat tweede lig ik niet wakker. Als ze maar beseffen dat het een realiteit is." Wat kan de medische wereld doen om het aantal sterfgevallen te verminderen ? Het antwoord is alweer niet eenvoudig. Theoretisch zou je alle sporters regelmatig kunnen controleren. "Maar dat kost immens veel geld en het probleem zal daarmee niet opgelost zijn : je gaat door het routinematige van die onderzoeken onvoldoende gevoeligheid hebben om de risicogevallen eruit te pikken. Je moet dus selecteren. Elke renner die zijn licentie wil krijgen, moet daarom nu al samen met zijn huisarts een formulier met negentien vragen invullen. Zijn er familieleden die onder de 35 jaar plots zijn overleden of een pacemaker kregen ? Neem je medicatie voor de bloeddruk ? Enzovoort... Wie op een van die vragen ja antwoordt, moet door een hartspecialist worden onderzocht alvorens hij zijn licentie kan krijgen." Ten tweede en dat is, schat Van Lierde, nog belangrijker, moet men de sporters en hun entourage, ouders, soigneurs, ploegleiders..., uitleggen dat in sporten als bijvoorbeeld het wielrennen het meest belaste orgaan het hart is, niet de benen, en dat een aantal gewaarwordingen belangrijk is. "Bijvoorbeeld een polsslag die van 150 naar 230 gaat en meteen weer terug naar 150. Dat is geen banaliteit. Een storm in je borstkas voelen en onwel worden en dreigen te vallen. Dat zijn geen banale klachten. Terwijl je op het moment dat er zich een majeur probleem voordoet toch vaak hoort dat zulke klachten er in het verleden al vaker zijn geweest."Ten derde is het niet altijd eenvoudig aan te tonen dat ritmestoornissen ten grondslag liggen van klachten. "Als iemand mij komt vertellen dat hij al drie keer onwel is geworden tijdens het fietsen en je ziet bij de minste inspanning hartritmestoornissen, dan hoef je geen grote professor te zijn om vast te stellen dat er een probleem is. Maar gebeurt dat eens een keer in de laatste rit van een rittenwedstrijd, dan heb je heel veel kans dat je nadien een cardiogram en een echo of fietstest vindt die er vrij normaal uitzien. Zelfs al ga je met een draadje in het hart peuteren en is ook dat onderzoek oké, dan nóg heb je geen garantie. A la limite eindig je nogal eens met een situatie waarin de renner absoluut wil koersen omdat het zijn beroep is en bevalt zijn verhaal je van geen kanten, maar kan je niks hard maken. Want wat ik als cardioloog niet kan nabootsen, is dagen vier, vijf uur bergop bergaf koersen in 35 graden, in koude, gedeshydrateerd raken enzovoort. Maar zeggen dat alle tests normaal zijn en dat men toch moet stoppen met sporten, dat is zeer moeilijk te verkopen." NicoMattan levert het voorbeeld. "Die krijgt te horen dat hij moet stoppen met koersen en nadien van andere dokters dat er geen enkel probleem is. Dus op dit ogenblik koerst hij vollenbak rond, heeft hij de proloog gewonnen van Parijs-Nice en de Grote Prijs van Frankrijk gewonnen in Plouay, wat geen patattenkoersen zijn. Dus het is niet abnormaal dat de mensen zich afvragen of die dokters er wel iets van kennen. 'Wat zou die met zo'n palmares aan zijn hart kunnen hebben ?' Maar loopt het morgen verkeerd, dan zegt iedereen : 'Die dokters kennen er niks van, terwijl heel de wereld wist dat hij een probleem had.' Je kan door daarmee naar buiten te komen niet scoren omdat je de vroegere wetenschappelijke wereld tegen hebt en je een zeer moeilijke boodschap brengt die bovendien nauwelijks afdwingbaar te maken is. Ik heb zelfs artikels opgestuurd naar wetenschappelijke tijdschriften en ik kreeg als antwoord : ' Veryinteresting, maar we kunnen het niet publiceren want het is too alarmingfor theathleticcommunity.'" Ten vierde is er nog een moeilijkheid. "Als je mensen hebt getraceerd en die overtuigd zijn dat ze moeten stoppen, dan is daarmee het probleem niet opgelost. Want als er schade veroorzaakt is, gaan we ervan uit dat die door te stoppen wel herstelt, maar nooit volledig verdwijnt. Nu zijn we qua behandeling dan ook veel agressiever dan vroeger." door Raoul De GrooteRaoul De Groote'Een polsslag die van 150 naar 230 gaat en meteen terug is geen banaliteit.''Zeggen dat alle tests normaal zijn maar dat iemand toch moet stoppen, is zeer moeilijk te verkopen.''Een geval als dat van Nwankwo Kanu kan er bij mij niet in.'