Het stukje wei naast het voormalig ouderlijk huis aan het eind van de rue Defrecheux in Grâce-Hollogne dwingt de blik naar de einder. Over de Maasvallei van deze naar gene heuveltop. Hier moet LuigiPieroni, wachtend op speelkameraadjes, als kleine jongen ook hebben gestaan, turend naar de overkant, dromend van een carrière weg uit het beklemmende web dat de hoogspanningskabels in de streek weven.
...

Het stukje wei naast het voormalig ouderlijk huis aan het eind van de rue Defrecheux in Grâce-Hollogne dwingt de blik naar de einder. Over de Maasvallei van deze naar gene heuveltop. Hier moet LuigiPieroni, wachtend op speelkameraadjes, als kleine jongen ook hebben gestaan, turend naar de overkant, dromend van een carrière weg uit het beklemmende web dat de hoogspanningskabels in de streek weven. Vader Guido, staalarbeider met stijl, en moeder Rosa kwamen in de jaren vijftig met hun ouders - hij uit Italië, zij uit Spanje û naar de Luikse steenkoolmijnen afgezakt. Het voorlaatste maisondesociété in deze sobere maar keurige wijk is het dat de familie Pieroni lange tijd betrok. Maar alle kinderen uitgezwermd, namen de ouders twee jaar geleden hun intrek in een paar honderden meter verderop gelegen statiger woning. Daar is het dat beiden die namiddag aan tafel schuiven. Vader Guido : "Ik ben fier op Luigi, want we hebben er veel voor over moeten hebben."Moeder Rosa : "We hebben veel opgeofferd. Financieel ook."Guido : "Ik ben arbeider, dus... Vier paar schoenen per jaar..."Rosa : "... kousen, beenbeschermers, sporttassen, toernooien..."Guido : "... in het buitenland. We volgden hem overal. Onze vakantie hebben we eraan opgeofferd. In vijftien jaar zijn we maar één keer op reis geweest."Rosa : "Neen, in twíntig jaar zijn we maar één keer geweest, om onze huwelijksreis nog eens over te doen. Het zijn dan nog de kinderen die ze ons vier jaar geleden cadeau gedaan hebben."Guido : "Gelukkig houden we allebei van voetbal. Maar als je maar één inkomen als arbeider hebt, moet je financieel kunnen volgen ook, hé. Gepusht heb ik hem nooit, hij is gewoon zijn oudere broer gevolgd. Sinds zijn vierde al ging hij mee voetballen. Het contact met zijn broer en zus is extraordinaire. Zo hebben we het altijd gewild, want het is niet overal zo, als ik het allemaal hoor links en rechts. Van jaloezie is hier nooit sprake geweest." Rosa : "Zijn zus was als zijn tweede moeder. Zij kookte als ik er niet was, deed de was... Elkaar geld lenen als de een eens honderd frank nodig had : geen probleem. Dat is uitzonderlijk. Zijn broer waakte er ook over dat hij op het rechte pad bleef. Zelf hebben we er ook altijd op gehamerd dat ze de anderen moesten respecteren."Guido : "Hij belt heel vaak met zijn broer. Eerst met zijn broer en dan met mij ( lacht). Dat is normaal, dat ze een goeie band hebben : ze hebben ook lange tijd in dezelfde kamer geslapen en elkaars kleren gedragen. Zijn oudere broer zou hem zelfs zijn portefeuille geven. Echt waar." Rosa : "Als zijn oudere broer een trui koopt, is het van : 'Voilà, een trui voor óns.' Hij zal nooit zeggen : 'Voor mij.'"School lopen deed Luigi Pieroni in het vlakbij gelegen Athenée Royal de Montegnée. Bergaf richting centrum. CercleEspérance zegt een bord boven het cultureel centrum. CliniqueEspérance wijst een pijl naar het ziekenhuis. Voor de jeugd, die er die middag in trosjes bij hangt, wachtend op een bus, is het die hoop die regeert. Lusteloos spuugt er eentje in de goot, iets minder lusteloos muilt een ander met een mokkel. Voor sommigen blijkt roken het surrogaat. Moeilijk voor te stellen dat de schoolgaande Luigi hier ooit zo rondhing. Het zou niet stroken met de hechte op Italiaanse jovialiteit gesmede band die de familie bindt. Vader Guido : "De lagere school lag op twintig meter van zijn grootouders. Tijdens de speeltijd ging zijn grootvader hem dikwijls door de afsluiting snoep geven. ' Papi, papi...' ( lacht). Ik had liever dat hij om het even welke sport beoefende dan geld uit te geven in dancings of cafés of op straat rond te hangen. Daarom heb ik dekleine altijd na school naar het voetbal gevoerd en degrote ook - ( lacht) zo noemen we ze, Luigi, de kleine, en zijn broer, de grote. Op een gegeven moment speelde Luigi in Luik en Fabricio bij Standard. Ik voerde de ene naar Rocourt, de andere naar Sart-Tilman, reed terug naar Luik om Luigi op te pikken, daarna naar Luik om Fabricio en eer we thuis waren en konden eten, was het negen uur. Drie, vier keer in de week. Daarom zijn we fier dat hij nu zover geraakt is. Als kind zei hij ooit : 'Papa, ik wil profvoetballer worden.' Maar ik wou dat hij zijn school afmaakte, want uiteindelijk is het misschien maar één op duizend die doorbreekt in het voetbal." Moeder Rosa : "Maar hij heeft op school wel voor Gym 4 gekozen, met meer sport in plaats van wetenschappen."Guido : "Hij deed basket, turnen op de gelijke leggers, speerwerpen, waar hij, geloof ik, zelfs de specialist van het Athenée in was ( grijnst)..." Rosa : "... hoogspringen..."Guido : "Ik was verbaasd dat hij dat allemaal kon. Zeker toen ik hem bij Standard bij de junioren salto's zag maken. Die souplesse... Hij had kwaliteiten om ooit in eerste klasse te spelen, maar ik wist niet dat het zo snel zou gaan. Hadden ze me toen hij klein was gezegd dat hij tot in derde klasse zou raken, ik had er meteen voor getekend. Er zijn veel vriendjes van hem die in de jeugd van Montegnée meespeelden, maar waarvan driekwart al niet meer voetbalt. Dat is wat ik bedoel met het karakter waarover hij beschikt : hij heeft volgehouden."Rosa : "We waren toch verrast, hé."Guido : "Nationale ploeg, topschutter... Maar hij heeft veel karakter en geduld."Rosa : "Veel geduld. Ze zetten hem op de bank, maar hij zei niks, hij wachtte. Il mort sur sa chique, hein." Guido : "Ik heb het hem altijd gezegd : blijf werken, dan komt het wel. Hij was hier altijd bij de oudsten van de ploeg, maar toen hij naar Luik ging, speelde hij ineens nationaal en was hij een jaar jonger dan de rest. Maar hij heeft daar zijn eigen plek veroverd. Ook bij Standard. Hij heeft daar meer dan een jaar in de reserven gespeeld bij de scholieren. Zijn oudere broer had er in zijn geval na zes maanden de brui al aan gegeven."Rosa : "Luigi heeft wel een makkelijk karakter, hij past zich overal aan. Il est fort sociable. Hem kwaad krijgen, dat is héél moeilijk. Il est fort gentil. " Guido : "Hij lacht en praat met iedereen. HenriDepireux heeft hem in Luik een heel jaar niet op zijn donder gegeven. Omdat hij luistert. Dat betekent daarom niet noodzakelijk dat je geen karakter hebt." Karakter. Niet altijd was het een kwaliteit die Luigi Pieroni spontaan werd toegedicht. Niet bij het financieel noodlijdende en sportief zwalpende Tilleur-Luik, maar ook niet altijd bij Montegnée, waar Pieroni bij de preminiemen speelde, en bij Club Luik, waar hij daarna terechtkwam, oordeelt VincentCiccarella. De huidig sportief directeur van FC Montegnée was destijds jeugdcoördinator bij Club Luik en raakte daarna nauw betrokken bij het eerste elftal van Tilleur-Luik. Ciccarella : "Luigi heeft altijd een positieve instelling gehad, zelfs als hij op de bank terechtkwam. Maar op niveau van de trainingen beschikte hij misschien niet altijd over de motivatie om zich au maximum te geven. Hij hield vooral van het spel. Als het om andere inspanningen ging, toonde hij misschien iets minder volonté. Maar die wil moet hij bij Moeskroen zeker gevonden hebben. Want hij heeft het nodig om veel te trainen, iets wat je wel vaker ziet bij spelers van grote gestalte. Zij hebben nood aan une charge plus grande." In de kantine van RFC Montegnée legt Ciccarella twee mappen op tafel met testresultaten van de elfjarige Pieroni bij Club Luik en ploegopstellingen en notities van bij Tilleur-Luik. "Club Luik zat in eerste klasse toen hij van Montegnée overkwam. We hadden daar toen ook wel een heel goede jeugdopleiding en hij kreeg toen al heel goede beoordelingen. Hij zat bij de eerste. Kijk, acht op tien voor de dertig meter. Hij kwam aan een totaal van 72 procent, wat heel goed was als je hier ziet dat er zijn met 49 of 56 en de hoogste 76 haalde. Op andere tests - tien legden ze er af - zien we dat hij hoog blijft scoren. Dertig meter, vijf keer 5,5 meter, lengte van het schot, uithouding, jonglage, nauwkeurigheid van het schot, détente, inworpen, slalom met iets meer links en slalom met iets meer rechts. "Kijk, hier haalt hij bijvoorbeeld een paar maanden later al 75,5. Hij maakte duidelijk deel uit van de talenten. Op de dertig meter haalde hij 8,5, wat hem daarop de tweede van de groep maakte. Détente ook 8,5. Dus dat loopvermogen en die sprongkracht zijn twee kwaliteiten die je nu ook nog terugziet in zijn spel. Qua nauwkeurigheid van de passing zie je hem vooruitgang boeken, slalom met links en rechts 8 en 9, dus dat bewijst dat hij talent had. Inworpen : 8. De verste. Hij had duidelijk atletische kwaliteiten. Qua totaal haalde hij de op een na beste score. Kijk, hier haalt hij een 10 en 9,5 voor de slalom. Een 10 voor jonglage, wat betekent dat hij 80 keer de bal hoog kon houden, als miniem. Dat is bij de hoogste scores. Kortom, zijn kwaliteiten waren er dus al op zijn elfde, twaalfde jaar. Hij had potentieel. Heel mooie atleet, assez massif, grote spierkracht. "In de twee en een halve maand dat ik hem later van nabij heb gevolgd bij Tilleur-Luik, heb ik gemerkt dat hij nood had aan une grosse charge de travail, maar dat hij zich daar op dat moment niet altijd van bewust was . In een bepaalde fase kreeg hij toen ook heel wat doelkansen, maar het waren of de passes die niet goed kwamen, of hij die te laat kwam, maar in ieder geval was hij altijd aanwezig. Je kreeg de indruk dat hij heel veel zou scoren, maar toch gebeurde dat niet altijd. "Dat hij het nu in eerste klasse toch heeft gemaakt als topschutter, is denk ik niet aan één bepaald aspect toe te schrijven. Er spelen meerdere zaken. Vooreerst was er bij hemzelf de prise de conscience op het mentale vlak dat hij na Standard weer een goed niveau kon halen. Tijdens zijn passage bij Tilleur-Luik is hij daarnaast belangrijke personen tegengekomen zoals Henri en EricDepireux, die hem begeleid en zijn talent gekanaliseerd hebben. Ten derde heeft hijzelf ook veel inspanningen geleverd en op een gegeven moment vijf, zes kilo verloren. Vervolgens is er ook de factor vertrouwen : zijn eerste goals in eerste klasse hebben hem in een positieve spiraal gebracht. Plus dat hij in de figuur van Mbo een hele goeie parrain gevonden heeft. Dus het is, denk ik, een combinatie van factoren. Maar de présence had hij in ieder geval vroeger al. En een sympathieke uitstraling. Op het menselijke vlak echt iemand zonder dikke nek, altijd blij, altijd de eerste gebleven om goeiedag te zeggen." Binnen is schoongemaakt en staan op twee na alle stoelen op tafel ; buiten ruikt het naar pas gemaaid gras. "FC Montegnée, zegt Ciccarella, "is bijna honderd jaar oud en heeft altijd zijn ziel bewaard : toen ze hier indertijd in derde klasse speelden, kwamen hier duizenden mensen." Sinds 1963, toen als jeugdspeler, is het dat hij bij de club is aangesloten. "En de trainingsveldjes liggen er nog altijd bij zoals toen." Kaal getrapt. Tegenwoordig door 307 jeugdspelertjes. "Als er eentje tussenzit met talent is het logisch dat die naar een van de grotere Luikse clubs trekt. Vroeger had je Club Luik, Seraing en Standard in eerste klasse, daarna Tilleur-Luik. Dus het lag voor de hand dat iemand als Luigi voor Club Luik, Standard en Tilleur-Luik zou spelen."Inmiddels is Luigi Pieroni tot in Moeskroen en de nationale ploeg geraakt, ver over de heuvels van Montegnée. door Raoul De Groote