Het immense cruiseschip in de haven van La Spezia spuit, zoals bijna elke ochtend in de zomermaanden, een nieuwe lading toeristen uit. Vandaag zijn het Amerikanen, die richting centrum stappen. Ze hebben de keuze hoe ze de even verderop gelegen toeristische trekpleister Cinque Terre, de vijf kleine dorpjes op de kustflank, willen bereiken: met de boot of met het boemeltreintje.
...

Het immense cruiseschip in de haven van La Spezia spuit, zoals bijna elke ochtend in de zomermaanden, een nieuwe lading toeristen uit. Vandaag zijn het Amerikanen, die richting centrum stappen. Ze hebben de keuze hoe ze de even verderop gelegen toeristische trekpleister Cinque Terre, de vijf kleine dorpjes op de kustflank, willen bereiken: met de boot of met het boemeltreintje. Op het station haasten ook hele groepen Chinezen zich naar het juiste perron. Zij zijn met autobussen aangevoerd vanuit Pisa of Firenze, maar bussen en auto's hebben amper toegaan tot de minuscule dorpjes. Aan het stationnetje zijn de opschriften, behalve in het Italiaans en het Engels, ook in het Chinees. De havenstad halfweg Genua en Pisa moet nog even wennen aan al die toeristen. Tot twintig jaar geleden leefde La Spezia enkel van de scheepsbouw en de activiteit in de fabrieken rond de militaire haven. Het is, samen met Taranto in het zuiden, het centrum van de Italiaanse zeemacht. Vandaag is de stad met bijna 100.000 inwoners in het zuiden van Ligurië, tegen Toscane aan, de ideale uitvalsbasis naar de toeristische trekpleisters. 's Avonds zitten de terrassen in de autovrije binnenstad vol met mensen die teruggekeerd zijn van hun daguitstap. Dat is ook het geval aan het terras bij pizzeria Pepe Nero, waar het 's avonds aanschuiven is voor een tafeltje. Het restaurant in volle centrum was vorig seizoen de favoriete eetplek voor enkele spelers van Spezia Calcio. David Okereke, de nieuwe spits van Club Brugge, vormde binnen de selectie een echte vriendengroep met Emmanuel Gyasi, Schaarbekenaar Soufiane Bidaoui en Sveinn Aron Gudjohnsen - jawel, de zoon van Eidur (Chelsea, Barcelona, Club en Cercle Brugge) en de kleinzoon van Arnor (Lokeren en Anderlecht in de jaren 80). Niet dat ze zomaar een pizza konden eten. Wanneer ze langskwamen, hadden ze altijd een menu bij van de clubdiëtist, waarmee de eigenaars rekening moesten houden. Wie de weg naar Cinque Terre of het al even idyllische Portovenere neemt, komt net voorbij het centrum van La Spezia langs het Stadio Alberto Picco, de kleine maar gezellige voetbaltempel van de lokale tweedeklasser Spezia Calcio 1906, genoemd naar de allereerste kapitein van de ploeg, die op zijn 21e sneuvelde als soldaat in de Eerste Wereldoorlog. Aan de buitenzijde van het stadion prijkt naast een grote adelaarskop, het symbool van de club, een Italiaanse driekleur met het getal 1944. Dat staat ook op de shirts van de ploeg. Een verwijzing naar de landstitel die de club (onder een andere naam) in 1943/44 onverwacht won, toen ze in een geïmproviseerd oorlogskampioenschap de groepsfases overleefde en de finale won van het grande Torino, de ploeg die voor en na de oorlog alle titels inpalmde. Later werd die titel van Spezia afgenomen en, na een lange strijd, in 2002 opnieuw toegewezen, zij het niet op de officiële erelijst, omdat de club nooit in de hoogste afdeling uitkwam. Het is een van de leuke weetjes over de club, naast het feit dat het in Italië de enige club is die nooit een officiële wedstrijd tegen Juventus verloor, al waren dat er in de hele geschiedenis maar zes. Stadio Alberto Picco heeft een capaciteit van 10.000 plaatsen. Gemiddeld loopt het voor een thuismatch halfvol. Mocht Spezia Calcio naar de Serie A promoveren, dan moet het 17.000 plaatsen in zijn stadion hebben. Dat is praktisch onhaalbaar, met twee straten net naast de zijkanten en de zee aan de overkant van de boulevard aan de derde zijde. Niet dat geld daarbij een probleem zou zijn. Eigenaar Giuseppe Volpi, die de club in augustus 2008 na het failliet overnam en een doorstart maakte in vierde klasse, is zo rijk als de zee diep is. De selfmademan werd in de jaren 70 geïntroduceerd in Nigeria en investeerde er in de offshoreoliewinning. Geen lucratieve business, tot de olieprijzen na de Suezcrisis in 1973 plots stegen en oliewinning buiten de Arabische landen flink aan belang won. Sinds Volpi de club in 2008 overnam, stopte hij er zo'n 150 miljoen euro in, weet sportief directeur Guido Angelozzi (64). Die is in zijn nopjes met het Belgische bezoek. Logisch ook als je net een speler aan een Belgische club hebt verkocht voor het recordbedrag van 10 miljoen euro, dubbel zoveel als de club voor haar vorige duurste transfer mocht incasseren. De sportief directeur ontvangt zijn bezoek in het moderne trainingscentrum voor de jeugd, Ferdeghini, even buiten het centrum. Hier zette David Okereke zijn eerste voetbalpassen op de kunstgrasvelden, deelde hij het huisje aan de overkant met een paar ploegmaats en at 's middags zijn lunch in het kleine restaurantje. Vijf jaar geleden ging Guido Angelozzi al eens aan de slag bij Spezia Calcio. Hij werd teruggehaald om een nieuwe sportieve koers te varen. Die moest de club binnen de drie jaar voor het eerst in haar bestaan naar de Serie A brengen. Daar is nu één jaar van verstreken. Vandaag heeft Spezia met een salarislast van 8 miljoen euro een middelgroot budget in de Italiaanse tweede klasse. Een paar jaar geleden was dat nog 10 miljoen, maar het nieuwe motto is: minder uitgeven en beter werken. De sportief directeur gooide bijna heel de werking om. 'Hier liepen veel dertigers rond, nu zijn het bijna allemaal jonge spelers. Het probleem in Italië is dat men aarzelt om jonge spelers kansen te geven. Dat doen wij nu wel. We starten het seizoen met een doelman die geboren is in 1999. Dat is uitzonderlijk, hier.' Zo haalde de tweedeklasser deze zomer een jonge voetballer van De Graafschap en zie je op het jeugdcentrum jonge spelers uit Afrika en Canada. Allemaal voetballers van wie de club hoopt dat ze straks in de voetsporen van Okereke zullen treden. Het eerste wat Angelozzi vorig jaar na zijn terugkeer deed, was het contract openbreken van Okereke, die net terug was van een uitleenbeurt aan derdeklasser Cosenza, waarmee hij de promotie naar de Serie B bewerkstelligde. De spits had nog één jaar te gaan, plots werden er dat vier. 'Ik geloofde in hem. De nieuwe trainer aarzelde wat, maar we beslisten hem voluit zijn kans te geven.' Voordien kwam de jonge Nigeriaan nauwelijks in beeld bij Spezia. De concurrentie voorin was groot. In 2017/18 was de diepe spits Alberto Gilardino, ex-international en voormalig speler van onder meer Bayern München en Fiorentina. Okereke mocht af en toe opdraven, net als Francesco Forte, een jeugdproduct van Inter en nu bij Waasland-Beveren. Sappig detail: op de openingsspeeldag van de Jupiler Pro League kwamen beide voormalige ploegmaats in het duel tussen Waasland-Beveren en Club Brugge allebei tot scoren, maar nu tegen elkaar. Hoofdtrainer in dat seizoen 2017/18 was Fabio Gallo. Die was twee jaar eerder de allereerste trainer van de Nigeriaan bij Spezia geweest, toen Okereke er bij de Primavera speelde, het belofte-elftal. 'Bij zijn aankomst was David een verlegen jongen, maar welopgevoed, beleefd en leergierig', zegt de trainer, die vandaag aan de slag is als T1 van derdeklasser Ternana, aan de telefoon. 'Hij schitterde op het toernooi van Viareggio. Vijf goals maakte hij, waarvan twee in de halve finale tegen Juve in een vol stadion. Maar daarna had hij het moeilijk om zich op te dringen. Gilardino was toen de centrale spits. Toen een mogelijke uitleenbeurt aan Cosenza ter sprake kwam, heb ik hem apart genomen. Het zal moeilijk zijn, zei ik hem, maar je moet het doen. Je zult er sterker en beter van worden. Dat is ook gebleken.' Bij zijn terugkeer is de jonge Nigeriaan in een halfjaar tijd een andere speler geworden. Mentaal harder en fysiek sterker. 'De sprong die hij daar heeft gemaakt, heeft me het meest verbaasd', zegt Gallo. 'Je hoopt dat een jong talent daarin slaagt, maar het gaat niet altijd zo.' In het nieuwe systeem van trainer Pasquale Marino is plaats voor drie spitsen. 'David kan op alle drie spelen, maar zijn beste plaats is op de buitenkanten', meent Gallo. Die ziet nog één werkpunt voor zijn voormalige pupil: 'Hij moet nog leren koelbloediger blijven voor doel. Kansen creëert hij altijd, maar hij benut ze nog onvoldoende.' Terug van zijn uitleenbeurt bij Cosenza fleurt de spits op wanneer zijn contract opengebroken wordt en hij het vertrouwen van de nieuwe trainer voelt. Wat ook helpt, is dat de Bulgaarse centrumspits Andrej Galabinov meteen geblesseerd geraakt. Okereke krijgt een kans van trainer Pasquale Marino, een ervaren rot die ooit met Udinese bij het Dortmund van Jürgen Klopp met 0-2 won in de Europa League. Marino laat zijn teams niet alleen heel on-Italiaans aanvallend voetballen (bij voorkeur 4-3-3), hij maakt ook veel spelers beter. Bij Udinese bloeiden onder hem niet enkel Alexis Sánchez open, maar ook Fabio Quagliarella, vorig jaar op 37-jarige leeftijd nog Italiaans topschutter met Sampdoria, en Toto Di Natale, die niet alleen 191 goals maakte in de 385 matchen die hij gedurende twaalf jaar voor Udinese speelde, maar ook bekend werd omdat hij ooit weigerde om naar Juventus te gaan toen die kans hem geboden werd.Vorig jaar haalde Marino Toto Di Natale naar Spezia, waar hij als spitsentrainer aan de slag ging. Als een man met zo'n palmares en ervaring praat, spitst de jonge Nigeriaan de oren. Hij knikt, ook wanneer Di Natale hem leert dat hij niet per se met de bal in doel moet lopen om een goal te scoren. Beter is om op doel te schieten wanneer je een kans ziet. En gericht op doel te schieten, niet zomaar wild op de bal trappen. De jonge Nigeriaan blijft na op training om geduldig in te oefenen wat de oude vos hem leert. Op de doorbraak van Okereke staat maar één domper. Wanneer hij zich na Nieuwjaar in de schijnwerpers speelt, dienen een paar clubs (Livorno en Benevento) een klacht in omdat ze menen gehoord te hebben dat de Nigeriaan te jong is aangekomen in Italië. Uiteindelijk wijst het onderzoek uit dat de club sportief niets kon verweten worden. Even zet de negatieve publiciteit een rem op de prestaties van Okereke en van de ploeg, maar talent is als olie en drijft altijd boven. Vanaf januari staat Angelozzi's telefoon niet meer stil. Hij somt ze nog eens allemaal op, de clubs die informeerden ( zie kader). Angelozzi: 'Toen David hier belandde, was hij al goed, maar de klacht was: hij scoort niet. Volgens mij kan hij nog 30 procent beter worden. Hij moet alleen nog leren om 90 minuten onafgebroken in de wedstrijd te zitten. Nu heeft hij soms nog momenten dat hij afwezig is. Maar hij is leergierig en niet te beroerd om te werken. Een goeie jongen ook. Toen hij zijn eerste profcontractje kreeg, kocht hij er meteen een huis mee voor zijn familie in Nigeria, voor zijn ouders, broers en zus. Toen de transfer met Brugge rond was, heeft hij eerst met de trainer en later met mij gebeld, om ons te bedenken. Dat is niet altijd evident in het moderne profvoetbal.' Okereke verliet het huis waar hij samen met Emmanuel Gyasi woonde. Om beurten kookten ze, zegt de Ghanees die in Palermo geboren werd. Okereke bereidde liefst Nigeriaanse rijstgerechten, matig pikant. Niet dat Gyasi nu van honger zal sterven: 'Mijn vriendin kookt nu', grijnst hij. Beiden waren onafscheidelijk op en naast het veld. Allebei zijn ze gek op muziek. Thuis oefenden ze dansjes in die ze, wanneer Spezia scoorde, op het veld ten uitvoer brachten. Gyasi is niet verrast dat zijn maatje vertrokken is: 'Na zo'n seizoen waarin hij zoveel sterker werd! Zijn droom was om naar het buitenland te gaan.' Wat hij zal missen is Davids lach. 'Het is een positieve kerel. Zelfs in de moeilijke momenten die je als jonge voetballer meemaakt, bleef hij altijd in zichzelf geloven en positief denken. David is een goeie gast, die anderen wil helpen.' Gyasi gelooft dat zijn voormalig maatje het zal maken. 'Ik wens hem dat hij zichzelf blijft en nooit stopt met hard te werken. Ik ben zeker dat hij binnen de kortste keren ook populair zal zijn bij de Clubsupporters.' Sportief directeur Angelozzi durft zelf al verder te kijken: 'David is een speler die Brugge straks aan een club uit de Premier League kan verkopen. Volgens mij kunnen ze van een Engelse club over een paar jaar 25 tot 30 miljoen krijgen. David is een moderne complete spits, sterk met het hoofd, pijlsnel, een goeie afwerker ook. Iemand die op de drie posities voorin kan uitgespeeld worden. Geen typische grote targetspits die voorin op de bal wacht. Hij maakt goals én bereidt ze voor. Bij ons scoorde hij 11 keer, met maar één penalty daarbij, en gaf hij 12 assists. Het is een jongen die ook werkt voor de ploeg, molto generoso. Ik ben overtuigd dat hij dit seizoen 15 tot 20 goals gaat maken voor Club.'