1. ADRIE KOSTER

De Nederlander heeft blijkbaar veel krediet bij Club Brugge. Blauw-zwart kan geen constante lijn leggen in zijn prestaties, maar dat wordt Koster niet aangewreven. De Clubtrainer heeft dan ook veel dat kan bekoren: rust, goede communicatie, heldere analyses en consequentie (al zal ene Vadis dat tegenspreken). De bestuurstop oordeelde vorige week dat er wel iets fundamenteels moest veranderen, maar ontsloeg de sportief manager (Luc Devroe) en hield de coach de hand boven het hoofd.
...

De Nederlander heeft blijkbaar veel krediet bij Club Brugge. Blauw-zwart kan geen constante lijn leggen in zijn prestaties, maar dat wordt Koster niet aangewreven. De Clubtrainer heeft dan ook veel dat kan bekoren: rust, goede communicatie, heldere analyses en consequentie (al zal ene Vadis dat tegenspreken). De bestuurstop oordeelde vorige week dat er wel iets fundamenteels moest veranderen, maar ontsloeg de sportief manager (Luc Devroe) en hield de coach de hand boven het hoofd. Een beetje een overlever tegen heug en meug, de trainer van Standard. Dat hij nog steeds bij de Rouches zit, is te danken aan zijn broer en voorzitter Luciano. Maar die stuurt hem ook telkens weer - soms met de nodige overtuigingskracht - de loopgraven in om te depanneren. En die loopgraven belanden al eens op zijn hoofd, enkele seizoenen geleden bekogelden de supporters hem nog met graszoden. Dominique D'Onofrio is dat nog niet vergeten, maar hij kan de vertroebelde relatie met de harde kern een plaats geven en hij marcheert wanneer hij een marsbevel krijgt. De man van glas, zo werd hij genoemd. Uiterst blessuregevoelig. Bij Anderlecht destijds kon zijn frêle gestel de opeenvolging van twee wedstrijden per week niet aan. Maar bij Cercle Brugge heeft hij nu al vier seizoenen zijn ritme gevonden. Hij is er ondertussen 33, maar spreidt nog wekelijks zijn oogstrelende techniek en zijn bijzondere vista ten toon. De voorbije drie seizoenen was hij telkens goed voor minstens tien doelpunten. Velen hadden gedacht dat zijn lichaam op deze leeftijd allang aan scherven zou liggen, maar Iachtchouk gaat onverstoorbaar door.De ex-Anderlechtspeler is een echte overlever: letterlijk. Afgelopen jaar herstelde hij van schildklierkanker. Die werd in de zomer van 2009 vastgesteld en deed hem meer dan een halfjaar tussen hoop en vrees leven. Het volledige herstel was een geweldige opluchting, maar ondertussen was zijn werkgever, Excelsior Moeskroen, op de fles gegaan. Baseggio zocht een nieuwe club, vond die in tweedeklasser Tubeke en mag zich dus sinds begin dit seizoen weer echt voetballer noemen.De Ninovieter heeft al heel wat watertjes doorzwommen en toont telkens opnieuw dat hij niet te snel afgeschreven mag worden. Bij een Club Brugge dat een goede afwerker nochtans kon gebruiken, raakte hij niet voorbij het genadeloze oordeel van Koster. Dat leek een voortijdige pensionering in te luiden, maar Sonck dacht daar anders over. Bij promovendus Lierse begon hij aan een zoveelste jeugd. Zijn grote mond is hij nog altijd niet kwijt, maar zijn torinstinct evenmin, zoals hij bewees met zijn geweldige omhaal tegen Racing Genk, een goal die - net als die van Kevin De Bruyne enkele maanden eerder - de wereld rondging.Voor het eerst is Olivier Deschacht langere tijd out geweest met een blessure, maar niemand twijfelt eraan dat de Anderlechtcaptain zijn plaats gewoon zal heroveren. Tien jaar speelt hij nu al in de hoofdmacht van paars-wit en hij slaagde erin om elk jaar een klein beetje beter te worden. Tegenstanders had hij altijd genoeg, bij de nationale ploeg kreeg hij nauwelijks een kans en ook binnen de club werd al eens aan zijn capaciteiten getwijfeld. Anderlecht kocht geregeld een nieuwe linksback, maar Deschacht weerstond ze allemaal. Jarenlang was Timmy Simons de metronoom op het middenveld van Club Brugge en PSV, de man die nauwelijks een wedstrijd miste, niet door blessures, niet door schorsing. Een gewaardeerde kapitein ook. Het was daarom verrassend dat de Diestenaar vorig seizoen niet meer incontournable bleek in Eindhoven. Trainer Fred Rutten hield hem vaak aan de kant en in de pers vond men hem opeens een grijze muis. Op je 34e kan zoiets je fin de carrière betekenen, maar Simons vond een nieuwe uitdaging, in de Bundesliga nog wel. Hij moet het onervaren Nürnberg leiding geven en voorlopig lukt dat uitstekend. Nürnberg staat in de veilige middenmoot en bereikte vorige week de kwartfinale van de DfB Pokal. Met twee goals van Simons zowaar. De Olenaar heeft zijn portie blessureleed de laatste jaren wel gehad, alsof er boete moest worden gedaan voor zo veel fitte jaren. Maar Bart Goor blijft terugkomen, ook op zijn 37e. Eigenlijk is dat verre van vanzelfsprekend op de positie waar hij speelt, de flank, waar scherpte en snelheid vereist zijn. Bij Germinal Beerschot, dat dit seizoen vierkant draait, zullen ze blij zijn dat ze nog op zijn ervaring en professionaliteit een beroep kunnen doen. Zijn korte maar pijnlijke passage als hoofdtrainer van zijn Club Brugge zal hem altijd wel wat blijven dwarszitten, maar voor de rest heeft de Caje een rimpelloos parcours afgelegd. In 1999 kwam hij voor het eerst in dienst bij Westerlo. Hij bleef er tot 2005 en zijn avontuur bij Club, en keerde er in 2007 terug naartoe. Echt vechten om te overleven moet hij eigenlijk niet doen. Hij parkeert Westerlo jaar na jaar probleemloos in de middenmoot en daar zijn ze in de nuchtere Kempen allang blij mee. Net als Bart Goor is Tomasz Radzinski er al 37 en vult hij dat niet in door wat uit te bollen als libero die een straat achter zijn verdediging speelt. De kleine Canadees draaft nog altijd diep in de spits en al heeft hij niet meer de topsnelheid van vroeger, hij is nog altijd van kwikzilver. Dat hij naar Lierse kwam toen het in tweede klasse stond, tot daaraan toe, maar dat hij nu in eerste ook nog vlot meedraait, is enigszins verrassend. In een op de drie wedstrijden scoorde hij tot dusver dit seizoen. Het zouden wel eens heel belangrijke goals voor de Pallieters kunnen zijn in de strijd om het behoud.