De langverwachte breuk tussen de drie grote rondes en de UCI is er uiteindelijk toch gekomen. Afgelopen vrijdag maakte Patrice Clerc van ASO wereldkundig dat de Giro, de Vuelta en zijn eigen Ronde van Frankrijk uit de Pro Tour stappen vanaf komend seizoen. Ook vorig jaar behoorden de grote drie nog niet tot de Pro Tour, maar toen werd er een akkoord bereikt waarin de grote drie startrecht garandeerden in hun wedstrijden voor alle Pro Tourploegen. "Het heeft geen zin om dat akkoord ook in 2006 te laten gelden", zei Clerc. "Het was immers een tijdelijk akkoord, dat alleen maar moest toe...

De langverwachte breuk tussen de drie grote rondes en de UCI is er uiteindelijk toch gekomen. Afgelopen vrijdag maakte Patrice Clerc van ASO wereldkundig dat de Giro, de Vuelta en zijn eigen Ronde van Frankrijk uit de Pro Tour stappen vanaf komend seizoen. Ook vorig jaar behoorden de grote drie nog niet tot de Pro Tour, maar toen werd er een akkoord bereikt waarin de grote drie startrecht garandeerden in hun wedstrijden voor alle Pro Tourploegen. "Het heeft geen zin om dat akkoord ook in 2006 te laten gelden", zei Clerc. "Het was immers een tijdelijk akkoord, dat alleen maar moest toelaten om een globale oplossing te vinden." Die kwam er niet, ondanks tientallen onderhandelingen en persberichten heen en weer. Giro, Vuelta en Tour organiseren vanaf 2006 een 'Trofee der Drie Grote Ronden', waarvoor de eerste veertien teams van de Pro Tourrangschikking sowieso geplaatst zijn. De overige zes Pro Tourploegen krijgen een 'uitnodiging met prioriteit'. Ploegen die aan alle drie de grote rondes deelnemen, krijgen bovenop het startgeld een bijkomende som van 100.000 euro. Er wordt een apart klassement opgemaakt voor de Trofee, voor het winnende team is er 600.000 euro te verdienen. Het opgemaakte klassement bepaalt tevens welke ploegen in 2007 van start mogen gaan in de grote rondes. De eerste veertien ploegen krijgen startrecht, maar geen startplicht, de rest van het pak wordt aangevuld door acht ploegen die door de organisatoren vrij te kiezen zijn. Hoe de overige acht wedstrijden van de drie grote organisatoren, waaronder Luik-Bastenaken-Luik, de Waalse Pijl en Parijs-Roubaix, in deze constructie passen, is vooralsnog niet duidelijk. Zonneklaar is intussen wel dat de UCI nu volledig buitenspel gezet is en dat er van het prestigieuze Pro Tourproject niet veel meer rest. Dit heeft mogelijk verregaande juridische gevolgen. Heel wat grote sponsors sloten immers een overeenkomst met de UCI waarin zij zich voor langere tijd (tot vier jaar) engageerden in het wielerpeloton. In ruil daarvoor ontvingen ze van de UCI een licentie en een garantie op deelname aan de 26 Pro Tourwedstrijden. Een sponsor die in 2007 uit de topveertien van de Trofee valt én geen wildcard ontvangt, mag de UCI dus met recht en reden vervolgen voor contractbreuk. UCI-voorzitter Pat McQuaid noemde de houding van de drie grote rondes "verouderd en gevaarlijk" en het aanbieden van grote financiële compensaties "smerig". De ploegen zelf staan heel wat minder afkerig tegenover al dat wapperende geld en reageerden gematigd positief. Ze zullen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid plooien voor het vele geld én de publicitaire belangen van de Ronde van Frankrijk. De kans dat Pat McQuaid het artikel 1.2.026 van het UCI-reglement, dat bepaalt dat er geen nieuw klassement gecreëerd kan worden zonder toestemming van de UCI, kan hardmaken, lijkt bijzonder klein. Het is niet langer de UCI die de lakens uitdeelt in het peloton. lROEL VAN DEN BROECK