Er zitten op zondag 9 juni net geen 20.000 toeschouwers in het Stadio Nereo Rocco van Trieste voor de terugwedstrijd van de play-off-wedstrijd tussen US Triestina en AC Pisa. De inzet: promotie naar tweede klasse. Een duel tussen twee traditieclubs die de afgelopen decennia allebei een paar keer bankroet gingen. Uiteindelijk winnen de Toscanen en blijft Triestina, dat van 1929 tot 1956 onafgebroken in de Serie A vertoefde, alweer triest achter.
...

Er zitten op zondag 9 juni net geen 20.000 toeschouwers in het Stadio Nereo Rocco van Trieste voor de terugwedstrijd van de play-off-wedstrijd tussen US Triestina en AC Pisa. De inzet: promotie naar tweede klasse. Een duel tussen twee traditieclubs die de afgelopen decennia allebei een paar keer bankroet gingen. Uiteindelijk winnen de Toscanen en blijft Triestina, dat van 1929 tot 1956 onafgebroken in de Serie A vertoefde, alweer triest achter. Het stadion is genoemd naar de eerste international die de club ooit afleverde (in de jaren 30) en die later als trainer de hoogste Europese toppen zou scheren met AC Milan: Nereo Rocco. Rocco was het ook die een jonge stijlvolle verdediger bij de kern haalde. Cesare Maldini maakt zijn debuut in 1953/54 en doet dat zo goed dat Milan hem prompt weghaalt. Hij wordt er meteen kampioen, in een team waar ook de Zweed Nils Liedholm speelt, de latere trainer van de rossoneri onder wiens bewind Cesare's zoon Paolo zijn debuut zal maken. Bij Milan wordt papa Maldini in 1961 herenigd met zijn ontdekker Nereo Rocco. In mei 1963 mag Cesare als eerste Italiaanse speler ooit de Europabeker voor Landskampioenen in de lucht steken, na een zege tegen Benfica op Wembley. Een iconisch beeld, dat erg gelijkt op de foto die 40 jaar later gemaakt wordt wanneer zijn zoon Paolo in mei 2003 hetzelfde doet, nadat AC Milan Juventus klopte. Wanneer Paolo in 1968 in Milaan als vierde kind geboren wordt in een gezin met nog twee jongens en drie meisjes, is zijn vader net geen jaar gestopt, met 412 eersteklassewedstrijden op de teller. In september 1978 brengt Cesare de tienjarige Paolo naar een proeftraining op de jeugdvelden van AC Milan, na eerst aan zijn zoon gevraagd te hebben waar hij wilde voetballen: bij het AC Milan van papa of bij Inter? Paolo kiest Milan. Niet omdat hij daar supporter van is. Supporteren doet hij voor Juventus, en voor Roberto Bettega. Cesare zet zijn zoon af, verdwijnt en komt hem na de training weer ophalen, om de trainer niet te beïnvloeden. Die trainer, Fausto Braga, vraagt de jongen voor welke ploeg hij al gevoetbald heeft. Voor geen enkele, antwoordt de jongen. En op welke positie hij speelt? 'Op geen enkele. Ik speel waar u wilt.' Braga stelt hem voor om op de rechtsback te proberen, en de latere beste linksback ter wereld vindt dat oké. Na de test rent Braga naar het bureau: die jongen moet een aansluitingskaart tekenen! De jonge Paolo heeft maar één nadeel: zijn familienaam. 'In het begin was mijn naam mijn groot kruis. Ik vreesde dat men zou zeggen: die speelt alleen omdat hij de zoon is van Cesare. Om me tegen die mogelijke beschuldiging te verweren heb ik me altijd tot de limiet ingezet en steeds alles gegeven.' Het is iets waar zijn vader hem ook zal voor waarschuwen wanneer ze in 1986 samen in de auto naar het nationale trainingscentrum Coverciano, nabij Firenze, rijden. Paolo is dan, op zijn achttiende, voor het eerst opgeroepen om met de U21 te trainen. De selectie gebeurt door technisch directeur ... Cesare Maldini. 'Ik zei hem in de auto dat sommigen daar vervelende opmerkingen konden over maken, dat hij enkel speelde omdat hij mijn zoon was. Paolo antwoordde: ik heb daar geen probleem mee, papa.' Thuis wordt niet vaak over voetbal gepraat. Eén keer merkt Paolo op dat hij zijn vader, die als rechtsachter, als centrale verdediger of als verdedigende middenvelder fungeerde, graag eens had zien voetballen, omdat hij gehoord had dat hij niet zo slecht was geweest. Cesare lacht: 'O, jongen, je hebt niet veel gemist.' Onbewust is hij wel een voorbeeld voor zijn zoon, die altijd een welopgevoede indruk zal maken, en zelden verbaal uithaalt. 'Ik heb Paolo leren praten, maar ik heb hem vooral leren zwijgen', zegt Cesare daarover. In de zomer van 1984 hoort Paolo dat hij mag meetrainen met het eerste elftal. Zijn debuut komt er kort na Nieuwjaar, op 20 januari 1985. 'Ik kocht in die tijd mijn voetbalschoenen met mijn eigen geld, maar ik had er geen om op ijs te spelen. Dus leenden ze me een paar, maar die waren te klein, waardoor ik pijnlijke voeten had. Toen ik vervolgens geselecteerd werd voor de wedstrijd op Udinese, had ik op de bus nog altijd zere voeten van die trainingen. Dat is wat ik me nog herinner van mijn debuut, naast het feit dat het bitter koud was.' Wanneer na de rust Milanverdediger Sergio Battistini uitvalt, maant trainer Liedholm Maldini aan om zich op te warmen. 'Waar wil je spelen? Links of rechts?', vraagt hij. 'Rechts', antwoordt Paolo. Van de trainer die hem laat debuteren, onthoudt hij diens filosofie: 'Liedholm leerde me dat voetballen vooral plezier moet zijn. Toen ik voor het eerst het veld op mocht, zei hij gewoon: 'Ga maar en amuseer je.' Als ik mijn debuut onder Arrigo Sacchi gemaakt had, had ik waarschijnlijk staan trillen op mijn benen door de stress. Van Sacchi leerde ik wel dat goed trainen de basis is van alles in het voetbal. Hij bracht me de cultuur van het harde werken bij.' In februari 1986 ziet Maldini Silvio Berlusconi arriveren, met zijn voorspelling dat hij van Milan de beste ploeg ter wereld zou maken. Net als de andere spelers denkt Maldini daar aanvankelijk het zijne van. De wake-upcall komt er in de vorm van een telefoontje in de zomer van 1987. ' Pronto, sono Arrigo Sacchi, kan ik met Paolo Maldini spreken?' In het een halfuur durende gesprek krijgt Paolo een vloedgolf aan ideeën en raadgevingen over zich uitgestort. Het is geen dialoog, maar een monoloog. In dat halfuur krijgt hij meer raadgevingen dan in de vorige negentien jaar van zijn leven samen. 'Sacchi had het over 4-4-2 en 4-3-3 en aanverwante schema's, ik was dat niet gewend. Als men me zei: jij speelt links, dan speelde ik links. Zei men me: jij speelt rechts, of centraal, dan deed ik dat.' Maldini schrikt wanneer hij aan de andere kant van de lijn hoort: 'Paolo, je staat op een kruispunt. Ofwel word je vanaf nu een echte prof, of je zoekt een ander vak.' Wanneer de hoorn op de telefoon gaat, blijft Maldini verbijsterd achter. Wat een slecht begin van een samenwerking, denkt hij. Sacchi leeft, eet en denkt voetbal, 24 uur op 24. De eerste maanden zijn voor alle spelers, inclusief Maldini, een traumatische ervaring. 'Van Sacchi heb ik vaak gedacht dat hij knettergek was. Soms denk ik dat nog. Maar zonder hem was Milan niet geworden wat het geweest is.' Vooral de fysieke voorbereiding is zwaarder dan iedereen ooit had meegemaakt. Maldini herinnert zich hoe de trainer de spelers met een megafoon toeschreeuwt. Maar het werkt. Paolo draait een knop om, Milan wordt kampioen en wint een jaar later met mooi voetbal de Europabeker voor Landskampioenen, tegen Steaua Boekarest in Camp Nou. Sacchi blijft wel de enige trainer die de stijlvolle verdediger op de bank heeft gezet. Dat gebeurt bij Napoli-Milan op 1 oktober 1989. Maldini is er niet goed van. Milan ook niet, het wordt met 3-0 weggespeeld. Een paar weken later komt de trainer terug op die episode, na een glansprestatie van Milan tegen Juventus, mét Maldini weer in de basis. 'Kijk naar Maldini: nadat ik hem uit de ploeg heb gezet, is hij als herboren. Een wedstrijd niet meedoen kan je veel leren, meer dan woorden je kunnen leren.' Het respect dat de trainer voor de speler heeft, valt ook te lezen in de biografie van Sacchi, Calcio Totale, waarin Maldini in het hoofdstuk over het Milanese dreamteam, net als de meeste spelers, een derde van een pagina aan zich gewijd ziet, terwijl Franco Baresi, Sacchi's strateeg op het veld, volle twee pagina's krijgt. 'Paolo Maldini is een van de beste flankverdedigers ooit. Krachtig, snel, goeie weerstand, genereus. Fysiek sterk en sterk met het hoofd. Een echte prof, loyaal en een fijn mens. Hij ging ultrasnel zijn flank op en af. Een bijzondere troef, bij Milan en de nationale ploeg. Ik heb hem tien jaar getraind en het is al die tijd een genoegen geweest om met hem te werken, bij de club en de Squadra. ' Na Sacchi wordt Fabio Capello Milans trainer. Hij was bij de jeugd een van de eerste trainers van Paolo. In die periode wordt de verdediging van Milan, Mauro Tassotti op rechts, Franco Baresi en Alessandro Costacurta centraal en Maldini op links, een geoliede machine. 'Paolo is een fenomeen', zegt zijn ploegmaat George Weah, die in 1995 de Gouden Bal wint. 'Hij is een verdediger, maar tegelijk ook linkermiddenvelder en linksbuiten. Hij bestrijkt de hele lijn.' Nooit hoor je een onvertogen woord over de pijlsnel oprukkende verdediger, die amper fouten maakt en door alle tegenstanders gevreesd wordt. Op de vraag of hij ooit boos is geweest op Maldini, antwoordt Carlo Ancelotti, eerst zijn ploegmaat en later zijn trainer: 'Nooit. Daar is hij veel te serieus voor. Ik denk dat hij nooit één keer te laat op training is gekomen, zelfs niet buiten zijn wil om.' Aan een andere club heeft Maldini nooit gedacht: 'Het is nooit in me opgekomen om bijvoorbeeld naar het buitenland te gaan. Welke zin zou het hebben om naar een andere ploeg te gaan, die op een lager niveau dan Milan speelt? Hier ben ik geboren, heb ik gans mijn leven doorgebracht. Ik weet niet of ik elders ook die ideale voorwaarden had gevonden om er het maximum uit te halen.' Niet dat er nooit aan hem getrokken is. Vooral vanuit Engeland was er belangstelling, met name in 1997, toen Manchester United, Arsenal en Chelsea aan hem dachten, nadat de nieuwe trainer van Chelsea, zijn ex-ploegmaat Ruud Gullit, had verkondigd dat 'wie niet overwoog om Paolo Maldini te kopen, gek was'. Op maandag 6 augustus 2018 titelt de Milanese sportkrant La Gazzetta dello Sport: ' Maldini torna a casa'. Die terugkeer naar huis komt er negen jaar nadat Paolo op 31 mei 2009 de voetbalschoenen aan de haak heeft gehangen bij de club waarmee hij op 20 januari 1985 zijn eersteklassedebuut maakte en waarvan hij de kleuren in alle competities samen 902 keer had verdedigd. Een terugkeer naar de club waar hij, jeugdjaren inbegrepen, 31 jaar onafgebroken had doorgebracht (van 1978 tot 2009). Het nieuws kwam er nadat op 21 juli het Amerikaanse investeringsfonds Elliott het door schulden geteisterde Milan had overgekocht van het Chinese consortium dat de club twee jaar eerder van Berlusconi had gekocht. Het is een vroegere ploegmaat, de Braziliaan Leonardo, die Maldini terug naar huis brengt, in een functie als strategisch directeur voor sport. Met Leonardo zou hij bijna een jaar nauw samenwerken op sportief vlak. De jaren voordien genoot hij van het leven als familieman, die zijn kinderen naar training bracht en een koffie ging drinken met vrienden. De dag nadat hij als speler gestopt was, vroeg zijn vroegere ploegmaat en trainer Carlo Ancelotti, die net naar Chelsea zou gaan, of hij wilde meegaan. Maldini zag dat niet zitten: 'Ik wilde wat tijd voor mezelf.' Later gaf hij wel zijn woord aan Barbara Berlusconi, die hem bij Milan wilde, maar hij hoorde er niets meer van omdat er discussie kwam over het invullen van zijn functie. Later viel zijn naam als teammanager voor de nationale ploeg op het WK 2014 in Brazilië, maar vervolgens hoorde hij daar niets meer van. Toen de Chinezen in 2016 Milan kochten en hem benaderden, weigerde hij om deel uit te maken van het nieuwe organigram. Als geen ander voelde hij aan dat er iets niet klopte in hun plannen en dat ze hem enkel wilden voor een erefunctie, om te dienen als uithangbord, waar hij geen zin in had. 'Als ik iets doe in het voetbal, moet het een echt project zijn waarin ik ook een echte functie vervul', wimpelde hij de zaak af. Een maand tevoren had hij naar aanleiding van zijn 50e verjaardag nog eens zijn mediastilte doorbroken met een groot interview in de Gazzetta waarin hij openhartig antwoord gaf op 50 vragen. Zijn mooiste jaren noemt hij daarin 1996 en 2001: 'De geboortejaren van mijn zonen.' En 2002/03: 'Mijn beste seizoen ooit. Ik heb altijd schoonheid in het spel gezocht, omdat mijn vader me dat leerde. Altijd heb ik geprobeerd de perfecte wedstrijd te spelen, beseffende dat dat niet mogelijk is.' Zijn mooiste moment noemt hij zijn debuut in de Serie A. 'In de bus op weg naar die match vroeg ik me af: is dit echt? Ik had ook nooit gedacht dat ik zou invallen. Het veld was slecht, mijn eerste bal was een terugspeelbal naar de keeper. Ik heb me altijd afgevraagd wat er met mijn carrière gebeurd zou zijn als die bal verkeerd gebotst had.' Zijn sterkste tegenstander vond hij, naast Diego Maradona, zichzelf. 'Elke dag legde ik op training de lat nog wat hoger voor mezelf. Dat stimuleerde mij. Ik was zo competitief dat ik als kind bij de terugkeer van training naar huis twee haltes te vroeg van de tram sprong en vervolgens tegen de tram spurtte om te zien wie eerst bij me thuis zou aankomen.' In de media presenteerde hij zich nooit met sterke uitspraken. Maldini hield afstand. 'Dat was om mezelf af te schermen. Ik ben verlegen. Ik vond ook dat, wanneer de wedstrijd voorbij was, ik het recht had om van het leven en mijn gezin te genieten. Ik hou van een zekere lichtheid. Sacchi en Capello konden daar niet tegen. Daarom vond ik de jaren met Ancelotti als trainer de mooiste.' Eind mei kondigde Milans nieuwe algemeen directeur Ivan Gazidis na het ontslag van Leonardo aan dat hij Paolo Maldini als technisch directeur wilde. Een vraag waar de voormalige verdediger na vijf dagen bedenktijd op inging. Eerst koos hij de nieuwe trainer, MarcoGiampaolo, en twee weken later duidde hij zijn nieuwe rechterhand aan, die sportief directeur wordt: Zvonimir Boban, net als Leonardo een voormalige ploegmaat. Sinds 2 juni heeft Maldini het sportieve roer in handen van zijn Milan, dat prompt uit de Europese competitie werd gezet wegens inbreuken op de Financial Fair Play. Op geen enkel moment ontlokte dat Maldini een negatieve of emotionele reactie. Net zoals vroeger gelooft hij in hard werken, en zwijgen.