Zondagmiddag, 14.10 uur. Op Radio 1 interviewt Leo De Vos de voorzitter van Beerschot Wilrijk, Eric Roef. Radiocontact met een wedstrijd in eerste provinciale: het mag duidelijk zijn dat er vandaag iets speciaals te gebeuren staat.
...

Zondagmiddag, 14.10 uur. Op Radio 1 interviewt Leo De Vos de voorzitter van Beerschot Wilrijk, Eric Roef. Radiocontact met een wedstrijd in eerste provinciale: het mag duidelijk zijn dat er vandaag iets speciaals te gebeuren staat. Later op de dag zullen ook de grote Vlaamse tv-stations een item programmeren over de eerste officiële wedstrijd van KFCO Beerschot Wilrijk. Zelfs de Nederlandse NOS is naar het Kiel afgezakt voor een reportage. Op de tribunes: 8500 supporters, van wie er zowat 8000 enthousiast met paars-witte vlaggen zwaaien. En ook de aanhang van tegenstander Ternesse uit Wommelgem, goed tien kilometer verderop, heeft er schik in. Zij maken er een clubdag op het Kiel van. Nog op de tribune: de Nederlandse ex-international Willy van de Kerkhof, meegekomen in het kielzog van zijn landgenoot Mark Schaling jr, CEO van de nieuwe hoofdsponsor Land Invest Group. In de loges: meer dan 300 eters. Feest! Het is een opmerkelijke vibe die in en rond het Olympisch Stadion hangt, zeker als we terugdenken aan de rumoerige lente, die in het hele land fris was, maar in de harten van de Beerschotfans een ijzige koude blies. Minder dan een halfjaar later is het volop zomer en schijnt de zon over de paarse massa. De mensen zijn gelukkig. Tene quod bene, luidt de slagzin. Behoud wat goed is. En dat is blijkbaar nogal wat. Een reconstructie. Antwerpen, dat is de Schelde, de haven. Dit kan dus alleen maar een verhaal worden met nautische symboliek. De supporters van Beerschot zijn al jarenlang drenkelingen, nadat hun vlaggenschip met stamnummer 13 in 1999 op de klippen liep. Duizenden kwamen in het koude water terecht, hielden zich drijvend aan wrakhout of kropen bij elkaar als op het vlot van de Medusa, wanhopig zwaaiend met hun paars-witte shirts en sjaals om de aandacht van verre schepen te trekken. Ze werden uiteindelijk opgepikt door de Germinal, een eenvoudig karveel uit Ekeren. Aanvankelijk ging het nieuwe schip Germinal Beerschot heten, maar na een tijd werden de oorspronkelijk stuurlui overboord gekieperd en kwam er een nieuwe eigenzinnige kapitein aan het roer. Een handelaar in vastgoed, met andere woorden een landrot, niet iemand die de zeevaart in de vingers heeft. Hij herdoopte zijn schuit in Beerschot AC, maar van langsom maakte die meer water, tot hij een aantal maanden geleden onverbiddelijk naar de kabeljauwskelder zonk. Duizenden fans kwamen opnieuw in de woeste branding terecht, doelloos rondzwalkend tussen hoop en angst of er opnieuw een welwillend schip langs zou varen. Dat werd uiteindelijk KFC Olympia Wilrijk, een bescheiden maar zeewaardige kotter uit het naburige Wilrijk. Een van de 'reders' van Wilrijk is Marc Bartholomeeusen, ondervoorzitter van de eersteprovincialer en in het dagelijks leven advocaat bij Hopland & De Lei. "Supporters van grote clubs vormen echte volksbewegingen", zegt hij. "Die verdwijnen niet zomaar als de club ophoudt te bestaan. Voor velen is hun club het enige wat ze hebben, ze kijken een week uit naar de match en besteden een aanzienlijk deel van hun budget aan tickets, truitjes, verplaatsingen... Uiteraard waren de Beerschotfans dus blij dat ze weer ergens terechtkonden." Iemand die als Beerschotfan actief op zoek ging naar een reddingsboei, was Marc Janssen, voorzitter van supportersvereniging De Mannekens. Onder de naam Beerschot Collectief knoopten Janssen en co gesprekken aan met een aantal clubs, met de vraag of ze interesse hadden om de supporters aan boord te nemen, de naam en de kleuren van Beerschot te integreren en op het Kiel te komen spelen. "Ik ga die clubs niet met naam noemen," zegt Janssen, "behalve Rupel Boom, daar is het van bekend. Die zagen het niet zitten omdat ze zelf een grote groep supporters hebben en ze ook niet uit Boom weg wilden of hun kleuren wilden aanpassen." De zoektocht werd niet alleen in de directe omgeving van Antwerpen gehouden - tenslotte was het de bedoeling dat de steunende club naar het Kiel zou verhuizen - maar uiteindelijk was het buur KFCO Wilrijk dat de hand reikte. "De eerste contacten zijn niet gestructureerd verlopen", zegt Bartholomeeusen. "Dat was voelen en aftasten, vaak door mensen van Wilrijk die ook Beerschotfan waren." In die periode is het Beerschot Collectief nog in verschillende vijvers aan het vissen. Ze praten ook met oud-voorzitter Paul Nagels en Bob Van Jole, die - zo lekt het naar de pers uit - een miljoenencheque zouden hebben klaarliggen. Binnen het Beerschot Collectief ontstaat dan wat wrijving tussen degenen die heil zien in een gezonde heropbouw en degenen die koste wat het kost zo snel mogelijk weer naar eerste klasse willen. Zij juichen luidkeels als Van Jole en Nagels op een infoavond de woorden 'Europees voetbal' in de mond nemen. Het blijkt evenwel gebakken lucht. Na een topvergadering met Antwerpse politici trekt de groep rond Van Jole zich terug. De weg voor KFCO Wilrijk ligt open. In Wilrijk gaan ze aanvankelijk zeer voorzichtig met de belangstelling van Beerschot om. Bartholomeeusen: "We waren terughoudend. Eerst hebben we er intern over vergaderd, de financiële en statutaire consequenties overwogen, en tenslotte de hand gereikt aan het Beerschot Collectief en Wij Zijn Beerschot." Wij Zijn Beerschot was een groep naast het Beerschot Collectief die in mei ontstond, bij de voorbereiding op de fandag van 30 juni. Wij Zijn Beerschot, bestaande uit dertien mensen (het mythische getal 13 blijft steevast opduiken) rond advocaat Walter Damen en Marc Steenackers ofte 'Marc Stadion', was ook net wat actiever en sneller op de bal dan het Beerschot Collectief en bracht de samenwerking met Wilrijk in een stroomversnelling. "Het was duidelijk dat een pak supporters sowieso naar Wilrijk zou komen", legt Bar-tholomeeusen uit. "Maar als we niks deden zou dat verspreid gebeuren en hadden we er ook geen vat op. We zijn dan overeengekomen dat we de naam zouden aanpassen en - gezien de meeste fans van Beerschot zouden komen - ook de kleuren." Voor KFCO Wilrijk is het een opportuniteit. De geel-blauwen voetbalden voor de oorlog (toen nog als FC Wilrijck) even in tweede klasse en kwamen daarna veelal in bevordering uit. Het laatste decennium was Wilrijk een liftploeg, de voorbije jaren werd de promotie telkens nipt gemist. Waar de club dertig jaar geleden een pionier was, met een piekfijn stadionnetje waar voor de wedstrijd eten werd geserveerd, werd ze stilaan voorbij gepeddeld door andere clubs die meer financiële middelen bijeenkregen. Vorig jaar had Wilrijk gemiddeld zowat honderd betalende toeschouwers. Het Beerschotavontuur bood de kans op schaalvergroting. Wanneer de definitieve beslissing valt, op 31 mei, worden er door de Wilrijkse diehards wel wat traantjes geplengd. "Mijn oudste zoon verdraagt het maar moeilijk. Ik begrijp dat wel: hij speelt vanaf zijn vijfde bij Wilrijk, zat op zijn achttiende op de bank bij de eerste ploeg, heeft mee geld ingezameld en sponsors gezocht. Hij spreekt nog wel met mij... maar niet over voetbal", lacht Bartholomeeusen. Om de verankering in Wilrijk te behouden, wou men ook absoluut op het Universiteitsplein blijven spelen. Dat bleek evenwel een misrekening... Beerschot Wilrijk en Ternesse VV lopen vandaag niet het veldje aan het Universiteitsplein op, maar de grasmat van het Olympisch Stadion. De ambiance is oorverdovend, de verwachtingen hooggespannen. Wilrijkcoryfee Jef Heremans geeft de aftrap, langs drie kanten van het veld zitten de tribunes vol. Langs de vierde zijde een spandoek: 'Beerschotfans danken KFCO'. Dat bedankje mag er absoluut zijn, want de ervaring is overweldigend geweest voor het kleine Wilrijk. "Het ging allemaal bijzonder snel", zegt Bartholomeeusen. "Op 31 mei, na een vergadering met het stadsbestuur, viel de beslissing. Diezelfde dag nog werd de naamswijziging doorgevoerd. Het dagelijks bestuur van de nieuwe club - ik noem het een nieuwe club - is gestructureerd rond de diverse cellen die we bij KFCO Wilrijk hadden: sport, horeca, supporters, financiën, veiligheid enzovoort. Die zijn aangevuld met capabele en gemotiveerde mensen die er een boost aan hebben gegeven." De bootjes die voor anker wat lagen te dobberen, hebben een grotere motor gekregen en kunnen het ruime sop kiezen. Ze hebben wel een paar keer hun ogen opengetrokken. Naarmate het aantal abonnees steeg, werd duidelijk dat voetballen in Wilrijk geen optie was. De capaciteit bedraagt daar hooguit 2000 man. Bovendien zouden er allerlei problemen opduiken: van parkeergelegenheid tot buurtoverlast en een tekort aan tapkranen. Bartholomeeusen vat het mooi samen: "Bier kan mensen lastig maken. Maar als er géén bier is, zijn ze nog lastiger." In de gemeenten waar Beerschot op verplaatsing gaat spelen, houden ze ook hun hart vast. "Plots werden we in de politietoren uitgenodigd voor een onderhoud met Binnenlandse Zaken en de Voetbalcel", vertelt Bartholomeeusen. "We komen daar binnen en er zitten wel veertig inspecteurs, allemaal met sterren en baretten, uit alle zones van de provincie. Die gingen er precies van uit dat het oorlog wordt in Antwerpen. Ik heb hen duidelijk gemaakt dat de Beerschotaanhang de laatste jaren een goede reputatie heeft en dat we er veel belang aan hechten dat het imago van de nieuwe club goed blijft. Beerschot heeft ook niet echt een 'uitpubliek', doorgaans maar een 400 man. Onze aanwezigheid zou net een boost moeten geven aan eerste provinciale, niet alleen door de hoge recette, maar ook doordat men hier en daar eens gaat nadenken over de ondermaatse accommodaties." De wedstrijd tegen Ternesse komt moeizaam op gang. Voor veel spelers is het als een eerste schooldag, voor het eerst in 'de grote school' van het Kiel dan nog. De bezoekers, vorig jaar in bevordering, gaan zelfs het best met de omstandigheden om. Na tien minuten gaat een speler van Ternesse neer in de zestien, maar de ref is niet van plan het paars-witte feestje te vergallen met een strafschop. Aan de andere kant vliegt er wel een bal tegen de touwen, maar de vlag van de assistent gaat de hoogte in: buitenspel. Voor de fanatieke Beerschotaanhang is dat het signaal om de spelleiders massaal op de korrel te nemen: "Amateurs, amateurs, amateurs!" Een wat ondoordacht spreekkoor - of het zou van bijzondere zelfspot getuigen - want laat de paars-witte ploeg daar beneden nu net daaruit samengesteld zijn: amateurs. Weg is de profclub van weleer. Al leeft die in de hoofden van de mensen nog - dan durft een journalist als Leo De Vos al eens de provocerende vraag stellen: "Wordt het dit jaar 90 op 90?" Eric Roef had erom moeten lachen op de radio: "Wie dat denkt, is niet van deze wereld." Om er fijntjes aan toe te voegen: "Zo hebben er hier wel meer rondgelopen." Om naar de echte ambitie van Beerschot Wilrijk te peilen, komen we weer bij ondervoorzitter Bartholomeeusen uit: "We moesten voor de fans een ploeg samenstellen die zeker kan meedoen voor de titel. We hebben enkele spelers met ervaring in tweede en derde klasse, maar die kosten geld natuurlijk. Gelukkig hebben we nu een goede hoofdsponsor. Structureel staan we verder dan sommige clubs in tweede klasse. Hopelijk staan wij daar over een jaar of vijf ook." Even tussendoor verklaren wat velen al opgevallen zal zijn: de laatste maanden fungeerde vooral de ondervoorzitter als woordvoerder. Daar is een reden voor, zegt hij zelf: "Onze voorzitter, Eric Roef, is Beerschotsupporter. Als hij de samenwerkingsplannen had ontvouwd, dan zouden sommigen hun hakken al meteen in de grond gezet hebben. Daarom heeft hij zich wat op de achtergrond gehouden. Ik ben meer een compromisfiguur (met Antwerpsignatuur, zie kader). Daarom heb ik de eerste vergadering geleid en ben ik op het voorplan gebleven." Tien minuten voor de rust breekt Peter Nijs de ban. De ex-topschutter van Houtvenne (jaarlijks goed voor een dertigtal goals in eerste provinciale) wordt in het straatje gestuurd en plaatst de bal naast keeper Wouter Goris. Van de tribunes rolt meteen: "Kampioenen, olé olé!" Begrijpelijke overmoed, net zo begrijpelijk als het scanderen van "Beerschot! Beerschot!" De naam Wilrijk is niet te horen, behalve dan uit de mond van de stadionspeaker, die zich vergist door een "vervanging voor Wilrijk - excuseer: Beerschot Wilrijk" aan te kondigen. Misschien is het wel een bewuste daad van verzet, wie weet. Feit is dat de nieuwe club al fel de stempel Beerschot krijgt. Neem de persconferentie van twee weken geleden op het Kiel: paars, alles paars, tot -de kleren van de diensters toe. Een prominente rol voor Beerschotmonumenten als Rik Coppens en materiaalman Jos Van Hout, die als eerste het nieuwe shirt cadeau krijgt. En de nieuwe website heeft als eenvoudig adres: www.beerschot.be. Velen zeggen al: remember Germinal. De Beerschotters hebben de macht van het getal. Maar zijn het echt nog Beerschotters, die schipbreukelingen die hun oude trots jaren geleden zagen zinken? "Het Beerschotgevoel is er echt wel", zegt Marc Janssen. "We zijn ook blij dat we met een propere lei kunnen beginnen. Maar eerlijk? Het échte Beerschot bestaat voor mij al niet meer sinds 1999." De blijvende treurnis om stamnummer 13. Op de tribunes laat men het niet aan de harten komen, ondanks bijwijlen rommelig voetbal - de gedachte "wij zijn Beerschot" werkt verkrampend. Wanneer in de tweede helft enkele kansen onbenut blijven en een tegengoal blijft dreigen, loopt het enkelen dun door de broek. Kort voor het einde mist Ternesse nog een wenkende kans, maar dan is het over. De spelers dansen het ene ererondje na het andere, de supporters zingen overtuigd: "In provincial is't carnaval." De drenkelingen van Beerschot hebben een nieuwe boot gevonden en het is zowaar een plezierjacht. Nu nog wat meer knopen halen. DOOR PETER MANGELSCHOTS - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Binnenlandse Zaken gaat er precies van uit dat het oorlog wordt in de provincie Antwerpen." Marc Bartholomeeusen "Het Beerschotgevoel is er zeker, maar het échte Beerschot bestaat al sinds 1999 niet meer." Marc Janssen