Bij de functie van technisch directeur hoort een handboek over hoe je vooraf dingen kan leren inschatten. De blik van helderziende mag ook. Op die manier belandt Dimitri de Condé, terwijl de champagnegeur van de titel al boven Genk hangt, medio 2019 in Scandinavië, waar hij wel vaker rondspeurt.
...

Bij de functie van technisch directeur hoort een handboek over hoe je vooraf dingen kan leren inschatten. De blik van helderziende mag ook. Op die manier belandt Dimitri de Condé, terwijl de champagnegeur van de titel al boven Genk hangt, medio 2019 in Scandinavië, waar hij wel vaker rondspeurt. Zijn nieuw doel is bijna twee meter groot en moet dienen als blikopener voor de steeds hechter vastgeklonken verdedigingsgordels van de tegenstanders. Hoewel Racing op dat moment het Belgisch voetbal domineert, herinnert De Condé zich nog hoe onder meer de aanvallende drooglegging Albert Stuivenberg zijn job kostte, toen die Genk over de flanken liet aanvallen, maar de centers zelden of nooit resulteerden in aan doelpunt. Als je niet dóór een muur heen kan, waarom niet eens proberen om eroverhéén te klimmen? Die redenering speelt ongetwijfeld mee om Paul Onuachu van Denemarken naar Limburg te halen. In zijn eerste seizoen als Genkie gaat de Nigeriaanse reus gemiddeld 9,49 luchtduels per wedstrijd aan. Onuachu's strijdlust maskeert de problemen niet die Genk in het spel zelf heeft, zowel onder Felice Mazzu als onder Hannes Wolf. Om vooruit te geraken, is de lange bal meestal een willekeurig hulpmiddel, maar die krijgt wel meer impact als er vooraan een speler staat wiens morfologie meer op een basketveld dan op een voetbalterrein thuishoort. In basket heeft een fysiek imponerende gedaante ook meer impact voorin onder de ring, daar waar de punten gescoord worden. Dus wat doet Genk? Het stuurt Onuachu én de bal zo snel mogelijk de zone van de waarheid in. Naast zijn lengtevoordeel bij de duels kiest de Nigeriaan ook nog eens vaak de goeie positie in de zestien meter. Het recept lijkt zo simpel dat je dreigt er te veel van te willen eten, en dat leidt dan weer tot een indigestie. Afgelopen seizoen waren zijn 31 kopballen richting doel het nationale referentiepunt, een stuk beter dan de cijfers van de nummer twee in die specialiteit, Igor de Camargo, die het bij 21 hield. Kortom: een uitstekend wapen dat nog doeltreffender zou zijn met een beter afgesteld vizier. En daar knelt het schoentje. Met zijn uitstekend gevoel van positie kiezen voor doel mist Onuachu te veel mooie kansen. De eerste zes speeldagen van dit seizoen (de match tegen KV Oostende van maandag viel na het afsluiten van dit nummer) kreeg de spits zeven big chances (meer dan één kans op vijf op scoren), maar benutte er slechts twee van. Zijn eerste seizoen in de Luminus Arena sloot Onuachu ook al af met minder doelpunten (9) dan zijn aantal expected goals (11). De vraag is: is dat een werkpunt of gewoon een gebrek aan zuiver scorend vermogen?