De Olympische Spelen van 2008 in Peking worden een groot succes. Dat zeggen Jean-Michel en Philippe Saive en zij kunnen het weten. Al vijftien jaar doen ze geregeld China aan voor tafeltennistoernooien en stages. "We zijn er voor het eerst naartoe getrokken in 1986", zegt Jean-Michel Saive. "Dat was voor een stage in Tian-Jin. En nadien zijn we er herhaaldelijk teruggekeerd. Laat daarover geen twijfel bestaan : de Chinese staat zal alles in het werk stellen om van die Olympische Spelen een fabuleuze propaganda voor het land te maken."
...

De Olympische Spelen van 2008 in Peking worden een groot succes. Dat zeggen Jean-Michel en Philippe Saive en zij kunnen het weten. Al vijftien jaar doen ze geregeld China aan voor tafeltennistoernooien en stages. "We zijn er voor het eerst naartoe getrokken in 1986", zegt Jean-Michel Saive. "Dat was voor een stage in Tian-Jin. En nadien zijn we er herhaaldelijk teruggekeerd. Laat daarover geen twijfel bestaan : de Chinese staat zal alles in het werk stellen om van die Olympische Spelen een fabuleuze propaganda voor het land te maken." Dat blijkt al uit het geld dat ze er tegen aangooien : de Chinese overheid wil 900 miljard frank uittrekken om Peking klaar te krijgen voor de Spelen.Philippe Saive : En daarin heeft de regering de steun van elke Chinees. Alle Chinezen staan achter het initiatief. De geestdrift van het volk is overweldigend. De Chinezen kijken nu al met ongeduld uit naar die Spelen van 2008. Ze verwachten dat het één groot feest wordt. Er zal alleszins volk genoeg zijn. De Chinezen alleen al zijn met 1,25 miljard mensen. Anderzijds zit China nog altijd een beetje in de Middeleeuwen. De achterstand op industrieel en technologisch vlak is enorm.Jean-Michel Saive : Akkoord, maar de Spelen vinden plaats in Peking. Samen met Shangaï is dat de meest moderne en meest westerse stad van het land. Mochten die Spelen elders in China georganiseerd worden, dan zou ik mijn hart vasthouden. Nu denk ik niet dat er infrastructurele tekortkomingen zullen zijn. Dat zullen de Chinezen gewoonweg niet toelaten. Er zijn nog andere problemen. Dat van de luchtvervuiling, bijvoorbeeld.Jean-Michel : Dat wordt inderdaad een probleem. Te meer omdat de Spelen plaats hebben van 25 juli tot 10 augustus. Dan is de zomer in China op zijn heetst. In die periode klimt het kwik gemakkelijk naar 38 tot 40 graden Celsius. De vochtigheidsgraad loopt enorm hoog op. En het is effectief geen uitzondering dat de zon er de hele dag niet in slaagt om door de rook van de luchtvervuiling te breken. Er worden ook vragen gesteld over de telecommunicatie en over het transport. Beantwoorden die wel aan de normen die men doorgaans aan een olympische stad oplegt ?Philippe : Toen we voor het eerst in Peking waren, in 1986 dus, was de fiets het meest gebruikte transportmiddel. Onvoorstelbaar hoeveel fietsers je toen zag. In alle hoeken van de stad kwam je heuse pelotons tegen. Ik denk niet dat ik overdrijf : tijdens de spitsuren reed er een tiental miljoen fietsers in Peking rond. In de loop van de jaren verdwenen de fietsen meer en meer uit het straatbeeld, en werden vervangen door motorfietsen en auto's. Dat maakte het verkeer er niet gemakkelijker op, wel integendeel. In Peking zijn er constant files, zowel overdag als 's nachts. Verkeerslichten zijn bovendien aan Chinezen niet besteed. Een rood licht heeft voor hen geen enkele betekenis, ze rijden gewoon door. De claxon daarentegen lijkt wel het belangrijkste onderdeel van hun auto. Eigenlijk kan je zeggen dat het verkeer in Peking door claxonstoten geregeld wordt ( lacht). Ja maar, hoe moet dat dan tijdens de Spelen ?Philippe : Daar zou ik me geen zorgen over maken. De Chinese regering zal ongetwijfeld nieuwe reglementen invoeren en erover waken dat die strikt worden nageleefd. De politie en de veiligheidstroepen zullen alomtegenwoordig zijn. Wellicht kiezen ze er ook voor om bepaalde straten of rijstroken exclusief voor te behouden aan de atleten, de leden van de olympische familie en de media. Voor de Spelen zal niets te heet of te zwaar of te duur zijn. De constructie van een nieuw metronet en van een vijfde verkeersring rond de stad zijn al in het budget opgenomen. De Olympische Spelen van 2008 hebben China echt wakker geschud. Jean-Michel : Ik vraag me wel af hoe ze de taalbarrière gaan overwinnen. Een Chinees spreekt alleen Chinees. De conversatie met buitenlanders verloopt bijzonder moeizaam, als er al een conversatie is. Als je een taxichauffeur geen briefje met daarop je bestemming in het Chinees geschreven kunt geven, zal hij je nooit naar het goede adres kunnen brengen. Ik zie niet goed in hoe ze deze toestand in zeven jaar tijd drastisch kunnen ombuigen. Kennen ze jullie eigenlijk in China ?Jean-Michel : Als we gewoon op straat lopen herkennen ze ons zeker niet meteen. De Chinezen hebben tegenover de blanken wat wij tegenover de Chinezen hebben : we kunnen ze amper van elkaar onderscheiden. Maar eens ze vernemen wie we zijn, is het hek van de dam. Dan wordt de jacht op handtekeningen geopend. Daar komt dan bijna geen einde aan. Vooral in de middelgrote Chinese steden valt dat nog altijd voor. In Peking zelf is dat al wat verminderd. Nogmaals, het is een vrij moderne stad. Tamelijk westers ook. De mensen daar zijn al een en ander gewend. In China kennen ze ons als Ta Saifu en Chio Saifu. Dat betekent letterlijk : de Grote Saive en de Kleine Saive. Het is ons al overkomen dat een douanier ons aan de grens speciaal tegenhoudt om een handtekening te hebben. En in hotels krijgen we altijd een speciale behandeling, compleet met bewakers op onze verdieping. Uit een opiniepeiling zou gebleken zijn dat de Chinezen vooral twee zaken uit België goed kennen : Manneken Pis en de gebroeders Saive. Tja, tafeltennis in China, dat vertegenwoordigt nogal wat, hé.Jean-Michel : Ongelooflijk. Tafeltennis is in China de nationale sport. De meest populaire sport ook, samen met voetbal. In China speelt iedereen tafeltennis : de grote baas van een bedrijf net zo goed als de fabrieksarbeider. Het is geen toeval dat een tafeltennisser het uithangbord van de kandidatuur van Peking voor de Spelen van 2008 was. Deng Yaping won twee keer goud op de Olympische Spelen. Deng Yaping is voor de Chinezen wat Zinedine Zidane voor de Fransen is. Rond de Chinese sport hangt nog altijd een waas van geheimzinnigheid. Hebben jullie die geheimen inmiddels kunnen doorgronden ?Jean-Michel : Niet echt. De Chinese sporters leven erg geïsoleerd, er is geen enkele vorm van toenadering. En tijdens de competities krijgen we amper gelegenheid om met hen te praten. Ze spreken doorgaans ook alleen maar Chinees. Iemand die twee woorden Engels kent is al een uitzondering. De Chinese sport wordt automatisch met doping in verband gebracht. Elk Chinees wereldrecord in de atletiek of het zwemmen wordt met veel argwaan begroet. En er zijn al een aantal dopinggevallen geweest.Jean-Michel : Ik kan hier alleen maar met de grootst mogelijke voorzichtigheid op antwoorden. Ik wens daar zeker geen definitief oordeel over te vellen. Maar ik geloof niet dat doping veel baten oplevert in het tafeltennis. Het is en blijft tenslotte een technische sport, bovendien gebaseerd op snelle reflexen. Maar ik kan me voorstellen dat ze zich in andere sportdisciplines vragen stellen. Vooral omdat het zo moeilijk ligt om een Chinese sporter te gaan controleren als die ergens in het Chinese achterland aan het werk is in een of ander trainingskamp. Ook jullie zijn daar nog nooit geweest ?Philippe : Daar geraak je gewoon niet binnen. Het is ook uitgesloten dat we samen met hen een stage zouden doen. In 1986 was dat voor ons nog mogelijk omdat we toen jong en onbekend waren. En dan nog ging het om een regionale, eigenlijk nogal onbeduidende stage. Hoe dan ook mogen we ons in 2008 aan een karrenvracht Chinese medailles verwachten. In Sydney was China al goed voor 59 medailles. Alleen de Amerikanen en de Russen gingen met meer plakken naar huis.Jean-Michel : Ze zullen voor eigen publiek supergemotiveerd zijn. De Chinese overheid gaat er alles aan doen om tegen 2008 grote kampioenen te vormen. Niet alleen in de disciplines waarin ze nu al goed scoren, zoals tafeltennis, badminton, turnen, schieten, zwemmen en atletiek. Ze hebben nog zeven jaar voor de boeg. Ik denk dat je in elke olympische discipline rekening zal moeten houden met Chinese kanshebbers op een medaille. Natuurlijk is de druk op de Chinese sporters ook onnoemelijk groot. Dat is altijd zo al geweest. In het tafeltennis is dat heel flagrant. Bij de minste mindere prestatie wordt een speler gewoon van de lijsten gegooid. Gemiddeld genomen gaat een Chinese tafeltennisser mee tot hij 25 is. Dan kraakt hij doorgaans onder de druk. Dat passeert tamelijk onopvallend, omdat ze in China over een immense voorraad aan topspelers beschikken. Ik zeg het nu misschien enigszins karikaturaal, maar het overkomt ons dat we van het ene jaar op het andere geen enkele van onze Chinese tegenstanders nog kennen. Vaak gebeurt het dat sparringpartners de plaats van titularissen innemen.Doen de Chinese sporters het voor het geld ?Jean-Michel : Onder meer. In Sydney was een gouden medaille 200.000 dollar waard. In China, waar de levensduurte relatief laag blijft, vertegenwordigt dat een fortuin. Maar sport is ook één van de uitstalramen van China. En het Chinese publiek aanbidt zijn sportvedetten. Over de beste tafeltennissers worden televisieseries gemaakt. Alle wedstrijden worden rechtstreeks uitgezonden en halen ongelooflijke kijkcijfers : vaak meer dan 300 miljoen kijkers. Is het Chinese publiek chauvinistisch ?Philippe : Toch wel, maar de Chinezen blijven beleefd tegenover de buitenlanders. Ze supporteren voor hun atleten, maar zonder agressiviteit. De Chinese sportliefhebber is een pak minder racistisch dan, bijvoorbeeld, de Japanse. Nochtans is China het land bij uitstek dat de mensenrechten schendt.Philippe : Daar geef ik liever geen commentaar op. Het is niet aan ons om de Chinese overheid te vertellen hoe ze 1,2 miljard mensen moet managen. door Miguel Tasso