Ik heb lang getwijfeld of ik de wedstrijd RC Genk-Bayer Leverkusen op tv zou volgen. Na de afgang in Londen tegen Chelsea en het drama van Valencia had ik geen zin om opnieuw een afstraffing mee te maken; ik ben geen masochist. Eerst en vooral zijn de Duitsers geen 'pannenkoeken', maar een vaste waarde in de gevreesde Bundesliga. Ze kwamen naar Genk voor groepswinst, geen sprake dus van een veredeld B-elftal. Tot overmaat van ramp moesten de Limburgers hun sterkmaker Kevin De Bruyne missen, met een breuk aan de kleinste teen van zijn rechtervoet. Toen ik bij Toulouse voetbalde, had ik dezelfde blessure en ik kan je verzekeren: het was niet om te lachen, het was al pijnlijk als je er maar naar keek! Ik kan De Bruyne maar één goede raad geven, begin niet te vroeg opnieuw te voetballen, zoals ik deed. Na twee weken ging ik al aan de bak, met verdovende inspuitingen voor de match en tijdens de rust. Medisch onverantwoord! Ik durf nu nog niet te dansen, zo bang ben ik dat men op mijn kleine teen trapt. In Toulouse liep ik toen rond met een schoen waar men een gat had uitgesneden om de druk te verminderen op die teen. Miserie miserie.

Het was een groot dilemma, maar uiteindelijk raapte ik al mijn moed bijeen en besloot ik toch maar naar de match te kijken. De twee ploegen begonnen zeer voorzichtig. Er gebeurde echt niet veel. En toen viel er een Genks doelpunt uit de lucht, een prachtige goal, gescoord door Jelle Vossen, wie anders? En daar was opeens het oude Genk, dat de wedstrijd resoluut in de hand nam en bij momenten nog een paar keer gevaarlijk uit de hoek kwam. Een 1-0-ruststand, wie had dat gedacht? Ik in elk geval niet!

De opluchting bij mij was groot en ik trakteerde mezelf op een trappist van West-Vleteren tijdens de rust. Dat is goed voor de kleine tenen, heb ik mij laten vertellen. De tweede helft voerde Leverkusen de druk op. Het levensgrote cliché - met de Duitsers is men nooit klaar - werd weer eens bewaarheid. Op elf minuten van het einde hadden we prijs: het werd 1-1, tevens de eindstand. Voor de match had ik met beide handen getekend voor die uitslag, zoveel is zeker, een eervol afscheid voor onze vertegenwoordiger in de Champions League. Maar laten we eerlijk zijn: het verdict is hard, drie punten op achttien, twee gescoorde doelpunten en zestien tegendoelpunten.

Er zijn echter ook positieve kanten aan het Europese avontuur van RC Genk. De Limburgers hebben een hele hoop centjes binnengehaald, wat de uitbouw van de club alleen maar ten goede kan komen. Plus: ze hebben een pak ervaring opgedaan, wat hen later zonder twijfel van pas zal komen. Ze kunnen zich nu volledig focussen op de Jupiler Pro League, want ze moeten er absoluut bij zijn in play-off 1. Dat zijn ze aan hun status verplicht!

We gaan nu een trapje lager, de Europa League. Daar gaat het onze Europagangers voor de wind. Ik hoop van harte - en die kans zit er dik in - dat niet alleen Anderlecht en Standard maar ook Club Brugge zich plaatst voor de zestiende finales en dan liefst als groepswinnaar.

In Brussel hebben ze nu wel een probleem: het veld. Er zijn schadelijke schimmels opgedoken, en er waren dan ook duidelijk gele plekken te zien op het veld. Tijdens de wedstrijd tegen OHL kwamen er tijdens de match almaar meer putten in de grasmat. Toen ik nog bij paars-wit speelde was het veld al het zorgenkind. Het ergste wat ik heb meegemaakt was de jubileumwedstrijd van ' Polle' Van Himst tegen een wereldelftal. Het terrein was werkelijk onbespeelbaar, een echte modderpoel. De match kon niet afgelast worden en moest absoluut doorgaan. Men kon toch moeilijk al die vedetten van het voetbal, zoals Pelé, Cruijff, Rivera, Beckenbauer, ... terug naar huis sturen.

Er was ook een klein incident tijdens de wedstrijd. Mijn ploegmaat Jean Thissen nam het hele gedoe zeer serieus op, en dat bleek zeer gevaarlijk voor zijn tegenstrever. Dat bleek al in de eerste minuten van de partij. Hij chargeerde Pelé zodanig dat die wel tien meter op zijn buik door de blubber gleed. Zijn witte uitrusting zat helemaal onder het slijk. De Braziliaan hield het tijdens de rust wijselijk voor bekeken en kon er naar het schijnt niet mee lachen. Constant Vanden Stock ook niet ...

"West-Vleteren: goed voor de kleine tenen."

Ik heb lang getwijfeld of ik de wedstrijd RC Genk-Bayer Leverkusen op tv zou volgen. Na de afgang in Londen tegen Chelsea en het drama van Valencia had ik geen zin om opnieuw een afstraffing mee te maken; ik ben geen masochist. Eerst en vooral zijn de Duitsers geen 'pannenkoeken', maar een vaste waarde in de gevreesde Bundesliga. Ze kwamen naar Genk voor groepswinst, geen sprake dus van een veredeld B-elftal. Tot overmaat van ramp moesten de Limburgers hun sterkmaker Kevin De Bruyne missen, met een breuk aan de kleinste teen van zijn rechtervoet. Toen ik bij Toulouse voetbalde, had ik dezelfde blessure en ik kan je verzekeren: het was niet om te lachen, het was al pijnlijk als je er maar naar keek! Ik kan De Bruyne maar één goede raad geven, begin niet te vroeg opnieuw te voetballen, zoals ik deed. Na twee weken ging ik al aan de bak, met verdovende inspuitingen voor de match en tijdens de rust. Medisch onverantwoord! Ik durf nu nog niet te dansen, zo bang ben ik dat men op mijn kleine teen trapt. In Toulouse liep ik toen rond met een schoen waar men een gat had uitgesneden om de druk te verminderen op die teen. Miserie miserie. Het was een groot dilemma, maar uiteindelijk raapte ik al mijn moed bijeen en besloot ik toch maar naar de match te kijken. De twee ploegen begonnen zeer voorzichtig. Er gebeurde echt niet veel. En toen viel er een Genks doelpunt uit de lucht, een prachtige goal, gescoord door Jelle Vossen, wie anders? En daar was opeens het oude Genk, dat de wedstrijd resoluut in de hand nam en bij momenten nog een paar keer gevaarlijk uit de hoek kwam. Een 1-0-ruststand, wie had dat gedacht? Ik in elk geval niet! De opluchting bij mij was groot en ik trakteerde mezelf op een trappist van West-Vleteren tijdens de rust. Dat is goed voor de kleine tenen, heb ik mij laten vertellen. De tweede helft voerde Leverkusen de druk op. Het levensgrote cliché - met de Duitsers is men nooit klaar - werd weer eens bewaarheid. Op elf minuten van het einde hadden we prijs: het werd 1-1, tevens de eindstand. Voor de match had ik met beide handen getekend voor die uitslag, zoveel is zeker, een eervol afscheid voor onze vertegenwoordiger in de Champions League. Maar laten we eerlijk zijn: het verdict is hard, drie punten op achttien, twee gescoorde doelpunten en zestien tegendoelpunten. Er zijn echter ook positieve kanten aan het Europese avontuur van RC Genk. De Limburgers hebben een hele hoop centjes binnengehaald, wat de uitbouw van de club alleen maar ten goede kan komen. Plus: ze hebben een pak ervaring opgedaan, wat hen later zonder twijfel van pas zal komen. Ze kunnen zich nu volledig focussen op de Jupiler Pro League, want ze moeten er absoluut bij zijn in play-off 1. Dat zijn ze aan hun status verplicht! We gaan nu een trapje lager, de Europa League. Daar gaat het onze Europagangers voor de wind. Ik hoop van harte - en die kans zit er dik in - dat niet alleen Anderlecht en Standard maar ook Club Brugge zich plaatst voor de zestiende finales en dan liefst als groepswinnaar. In Brussel hebben ze nu wel een probleem: het veld. Er zijn schadelijke schimmels opgedoken, en er waren dan ook duidelijk gele plekken te zien op het veld. Tijdens de wedstrijd tegen OHL kwamen er tijdens de match almaar meer putten in de grasmat. Toen ik nog bij paars-wit speelde was het veld al het zorgenkind. Het ergste wat ik heb meegemaakt was de jubileumwedstrijd van ' Polle' Van Himst tegen een wereldelftal. Het terrein was werkelijk onbespeelbaar, een echte modderpoel. De match kon niet afgelast worden en moest absoluut doorgaan. Men kon toch moeilijk al die vedetten van het voetbal, zoals Pelé, Cruijff, Rivera, Beckenbauer, ... terug naar huis sturen. Er was ook een klein incident tijdens de wedstrijd. Mijn ploegmaat Jean Thissen nam het hele gedoe zeer serieus op, en dat bleek zeer gevaarlijk voor zijn tegenstrever. Dat bleek al in de eerste minuten van de partij. Hij chargeerde Pelé zodanig dat die wel tien meter op zijn buik door de blubber gleed. Zijn witte uitrusting zat helemaal onder het slijk. De Braziliaan hield het tijdens de rust wijselijk voor bekeken en kon er naar het schijnt niet mee lachen. Constant Vanden Stock ook niet ... "West-Vleteren: goed voor de kleine tenen."