Veel meer penalty's sinds 2012

In de afgelopen reguliere competitie, waarin de videoref (gedeeltelijk) werd ingevoerd, trapten de 16 eersteklassers in 240 matchen 81 penalty's, een gemiddelde van 0,34 per wedstrijd, of 1 om de bijna 3 duels. Een fractie hoger dan het gemiddelde van de 5 seizoenen ervoor (2012/17): 0,33 strafschop per partij. Met als uitschieter 2012/13 toen 87 penalty's toegekend werden (0,36 per duel).
...

In de afgelopen reguliere competitie, waarin de videoref (gedeeltelijk) werd ingevoerd, trapten de 16 eersteklassers in 240 matchen 81 penalty's, een gemiddelde van 0,34 per wedstrijd, of 1 om de bijna 3 duels. Een fractie hoger dan het gemiddelde van de 5 seizoenen ervoor (2012/17): 0,33 strafschop per partij. Met als uitschieter 2012/13 toen 87 penalty's toegekend werden (0,36 per duel). Sindsdien dus weinig grote schommelingen, maar wel met een gemiddelde dat merkelijk hóger ligt dan de eerste 3 reguliere competities sinds de invoering van de play-offs (2009/12), met toen slechts 0,25 strafschoppen per duel (of 1 om de 4 partijen). In 2010/11 werden bijvoorbeeld amper 49 elfmeters gefloten, 32 minder dan dit seizoen. Het penaltygemiddelde sinds 2012/13 (0,33) ligt ook hoger dan de 9 seizoenen voor de invoering van de play-offs (0,27 per duel, 2000/09). Alles samengeteld: in de laatste 6 seizoenen een stijging van het gemiddeld aantal strafschoppen met zo'n 25 procent in vergelijking met de 12 campagnes ervoor. Verdediger Karel D'Haene, van 2000 tot 2016 bij Antwerp en Zulte Waregem goed voor ruim 300 matchen in de Belgische eerste klasse, verklaart die toename (gedeeltelijk) door de grote evolutie van het voetbal op fysiek vlak. 'Spelers zijn explosiever, krachtiger, gespierder geworden. Gevolg: meer harde duels, hoger tempo, waardoor meer verdedigers soms een tikje te laat komen of te hard ingrijpen.' Een strengere arbitrage is volgens D'Haene een andere factor: 'In mijn beginperiode bij Antwerp kon je je als verdediger veel meer permitteren: qua tackles, duwen, truitje trek... In de laatste jaren van mijn carrière hebben de refs daar veel strenger op toegezien. Fouten die alleen op het middenveld gefloten werden, werden ook in de zestien gegeven. Die 'schrik' is bij de scheidsrechters nu veel minder.' Een reden die Bram Van Driessche, sinds begin 2015 ref in de eerste klasse, beaamt: 'Zulke contacten in het strafschopgebied worden nu vlugger bestraft, al heb ik soms de indruk dat niet alle collega's op dezelfde lijn zitten. Sommige toegekende penalty's zijn echt wel licht, vind ik. Voetbal is nog altijd een contactsport.' Nochtans worden daar geen specifieke instructies voor gegeven, zegt scheidsrechterbaas Johan Verbist, van 1996 tot 2016 zelf spelleider in de hoogste afdeling. 'Voor elk seizoen zeggen we wel: 'Let op voor fouten in de zestien meter', maar dat wordt niet meer beklemtoond dan andere zaken. We vragen alleen om de spelregels toe te passen. Dat refs nu alerter zijn voor zulke fouten, dat klopt wel.' Van Driessche haalt nog een reden aan: 'De druk op de refs is de laatste jaren enorm toegenomen: veel meer camera's, waardoor elke discutabele fase door de vele analisten vanuit alle hoeken ontleed wordt. Waarna ook de kranten dat nog eens uitsmeren. Ook niet te onderschatten: de rol van de sociale media, waar iedereen zijn gedacht kan spuien en waardoor de controverse over een al dan niet gefloten penalty nog groter wordt. Zeker als ook de trainers, om hun eigen fouten te verdoezelen, in hun commentaren steeds meer focussen op arbitrale beslissingen. Als scheidsrechter moet je daar boven kunnen staan, maar onbewust zal die druk misschien meespelen. Waardoor je, in een eerste reactie, vlugger fluit bij een mogelijke, lichtere, strafschopfout.' Verbist ziet dat anders: 'De druk van de media is inderdaad fel toegenomen, maar of dat een reden is voor de stijging van het aantal penalty's? Dat betwijfel ik. Of toch erg beperkt. Die stijging zal een samenloop van factoren zijn.' Wanneer je het aantal gefloten strafschoppen per match vergelijkt tussen de 8 voorbije reguliere competities en de daaropvolgende play-offs 1 van dat seizoen, dan blijkt dat opvallend overeen te stemmen. (Al gaat door het gemiddelde te berekenen op respectievelijk 240 duels en slechts 30 in POI de vergelijking wel niet helemaal op.) In de reguliere competities sinds 2009/10 werd 0,31 strafschop per 90 minuten gefloten (of één om de 3,28 wedstrijden) vs. 0,30 in POI - een verwaarloosbaar verschil dus. Veel opvallender is het contrast tussen de eerste 4 POI-campagnes en de laatste 4. Van 2009 tot 2013 werd gemiddeld 0,35 penalty per duel toegekend, of 25 procent méér dan in de reguliere competitie (0,28). Van 2014 tot 2017 lag het POI-gemiddelde (0,26) daarentegen 19 procent láger dan in de 30 reguliere speeldagen (0,32). Of in totaal 42 penalty's in de eerste 4 POI-campagnes vs. 31 in de laatste 4, een daling van 26 procent. Een verklaring? Scheidsrechterbaas Johan Verbist haalt de invoering van de vijfde en zesde ref aan, vanaf POI 2013. Toen werden weliswaar nog 14 strafschoppen op 30 duels gefloten, maar daarna zakte dat naar 7, 7, 10 en 7 vorig seizoen. 'Met doellijnarbiters weten verdedigers dat er iemand extra heel dicht bij staat. Een ref die elke beweging, duw of shirtjetrek meteen opmerkt. Mogelijk zijn ze iets voorzichtiger geworden en krijg je dus minder penalty's.' Karel D'Haene wijst op een andere mogelijke reden, in verband met de twee extra refs. 'Een hoofdscheidsrechter zal bij een discutabele fase misschien net meer twijfelen. Denkend: mijn assistent aan de doellijn zal het wel beter zien. Maar als die hetzelfde denkt, en ze dus de verantwoordelijkheid naar elkaar doorschuiven, wordt de mogelijke penalty zo misschien niet gefloten. Ik vergelijk het met twee verdedigers die bij een bepaalde fase op één spits moeten verdedigen, en denken dat de andere zal ingrijpen, waardoor die spits hen toch ontglipt.' Johan Verbist wijst die argumentatie af: 'Dat geloof ik niet. Ik denk niet dat een scheidsrechter zo zijn verantwoordelijkheid zal ontlopen. Fout is fout.' Om het minder aantal penalty's per POI-match in vergelijking met de reguliere competitie (althans de laatste 4 seizoenen) te duiden, wijst D'Haene ook op het grotere evenwicht tussen de POI-ploegen. 'De verdedigers en aanvallers zijn meer van hetzelfde niveau waardoor je meer evenwaardige duels krijgt, en dus minder strafschoppen. Met ook grotere belangen die op het spel staan, waardoor spelers misschien wat voorzichtiger zijn. En ook nog grotere polemieken rond penaltyfases, waardoor de refs misschien onbewust iets minder rap fluiten. Met nadruk op misschien, want één duidelijke reden kun je niet aanhalen. Ook hier allicht een combinatie van factoren.' Hoe verhoudt het gemiddeld aantal penalty's in de Jupiler Pro League zich tot dat van de grootste nationale en Europese competitie: de Premier en de Champions League? Opmerkelijk is dat in de voorbije 4 seizoenen (2013/17) 20 procent méér penalty's gefloten werden in het Europese kampioenenbal: 0,36 per match vs. 0,30 in de Jupiler Pro League. Vooral omdat de stijging in de CL in die jaren nog een pak groter was dan in de Belgische competitie. Tussen 2003/04 (het CL-seizoen waarin overgeschakeld werd van 2 naar nog 1 groepsfase) en 2012/13 lag het penaltygemiddelde in CL op amper 0,20 per 90 minuten, tegenover dus 0,36 tussen 2013/17 (plus 80 procent!). Met als twee extremen het CL-seizoen 2006/07 (amper 17 strafschoppen) en 2016/17 (53 stuks), telkens over 125 wedstrijden. Een eerste stijging deed zich al voor vanaf het CL-seizoen 2010/11: van 0,18 (2003/10) naar 0,25 per partij in de 3 daaropvolgende seizoenen. Met nog een veel grotere stijging tot 0,36 in de laatste 4 CL-campagnes. Mogelijke reden: in 2010/11 werd in de CL de vijfde en zesde ref ingevoerd. Een opvallende tegenstelling met de Jupiler Pro League, waar de invoering van de doellijnarbiters in POI, zoals hierboven aangegeven, tot een dáling van het aantal strafschoppen leidde. Wat de aangehaalde argumenten daarover (al dan niet) onderuithaalt - al is de Champions League een veel hoogstaandere competitie, met ook betere refs. Een andere mogelijke verklaring voor de stijging in de CL: het toegenomen onevenwicht tussen de 'groten' en de 'kleintjes', zeker in de groepsfase, met vaker afgetekende zeges tot gevolg. Meer onevenwicht kan (mogelijk) tot meer fouten/penalty's leiden. De 7 Belgische deelnemers sinds 2011 mochten op 42 matchen bijvoorbeeld welgeteld... 3 strafschoppen nemen - Anderlecht en Club Brugge de jongste 2 jaar zelfs geen enkele -, tegenover 13 toegestane penalty's. Ook de vergelijking Premier League/JPL is contrasterend. Sinds 2009/10, inclusief dit seizoen tot speeldag 30, werd in de PL 0,25 penalty per wedstrijd getrapt of 1 om de 4 matchen, in de JPL is dat 0,30 per duel (plus 20 procent). Met nog een groter verschil sinds 2012/13: 0,24 in de PL vs. 0,33 in de JPL (én ook in de Champions League trouwens). Het bevestigt de perceptie dat in Engeland verdedigers zich meer kunnen permitteren. Maar, opvallend, blijkbaar ook in de Nederlandse Eredivisie, want ook daar ligt het gemiddelde sinds 2009/10 op 0,25 penalty per duel (vs. 0,30 in België), met dit seizoen wel een lichte stijging (tot speeldag 27) tot 0,29. Club Brugge sloot niet alleen de voorbije reguliere competitie af als soeverein leider, het mocht ook 12 penalty's trappen, liefst 4 meer dan het nummer 2 in die rangschikking, Zulte Waregem. 12 strafschoppen is 1 minder dan het record van Anderlecht (13 in 2012/13, sinds de invoering van de play-offs), maar bij Club gingen er dit seizoen wel 11 binnen, terwijl slechts 6 (op 13) bij paars-wit. Slechts 1 andere ploeg scoorde, sinds 2009, in de reguliere competitie ook meer dan 10 penalty's: AA Gent in 2015/16, met 10 op 11 (alleen Sven Kums miste, al schoot hij er ook 8 binnen). Opvallend: refs floten de voorbije 30 speeldagen ook 6 strafschoppen in het nádeel van Club Brugge (waarvan er 3 binnengingen). Samen met de 12 in het voordeel, maakt dat 18 elfmeters - ook dát is een record. Het vorige (16) stond op naam van Club zelf (7 elfmeters voor, 9 tegen in 2012/13). Ook Zulte Waregem evenaarde in de voorbije reguliere competitie trouwens het vorige record, met 8 penalty's voor en 8 tegen, waarvan er telkens 6 tegen de netten werden getrapt. Dat Club Brugge, onder coach Ivan Leko, 12 penalty's mocht nemen is geen toeval, zegt spits Jelle Vossen. 'Geen ploeg was zo dominant als wij dit seizoen, zelfs nog meer dan onder Michel Preud'homme. Ik zag onlangs statistieken dat wij, met ruime voorsprong, het meeste aantal schoten op doel en acties in de box telden, en van alle JPL-teams ook het meeste balbezit hadden.' Niet toevallig zijn het ook spelers met een stevige versnelling, Diaby en Dennis, die 7 van de 12 penalty's hebben afgedwongen (respectievelijk 4 en 3). De andere werden gefloten na fouten op Vormer (2x), Vossen en Vanaken, en 1 na hands op een kopbal van Vanaken. Dat van die 12 strafschoppen er 11 raak geschoten werden (5 op 5 Vossen, 4 op 5 Vormer en 2 op 2 Vanaken), is ook niet verwonderlijk, aldus Vossen. 'Ik heb daar, ook al bij Racing Genk, altijd op geoefend op training. Meer dan traptechniek is echter vooral de focus, de stressbestendigheid belangrijk. Je moet je kunnen afsluiten van de omstandigheden. Dat kunnen Ruud, Hans en ik heel goed. Zij zitten dit seizoen ook heel goed in hun vel, en dan sta je automatisch zelfverzekerder achter die bal.' Het is een vaak gehoorde klacht van supporters van de 'kleinere' ploegen: dat refs de topploegen bevoordelen, onder meer door voor hen vaker een penalty te fluiten. Dat de G5-clubs meer strafschoppen krijgen, klopt alleszins. Dit seizoen bijvoorbeeld 43 procent van alle penalty's (35 van de 81), een stuk meer dan de verhouding 5 op 16 teams (31 procent). Dat was trouwens ook de voorbije 8 PO-seizoenen het geval: het percentage elfmeters voor de G5 (op het totale aantal in de reguliere competitie) schommelde tussen 37 procent in 2013/14 tot zelfs 47 procent in 2012/13. Opmerkelijk is dat de toegewezen strafschoppen aan AA Gent, Anderlecht, Club Brugge, Racing Genk en Standard ook grotendeels in hun eigen stadion gefloten worden. Dit seizoen is dat 66 procent: AA Gent 6 op 6, voor Anderlecht 5 op 5, voor Club 7 op 12, voor Standard 3 op 6 en voor KRC Genk 2 op 6. Die 66 procent is net iets lager dan het gemiddelde in de voorbije 8 reguliere competities (67 procent), met vorig seizoen een uitschieter tot zelfs 84 procent van de strafschoppen die thuis aan de G5 werden toegekend. Kijken we naar elke topploeg afzonderlijk, dan steekt Club Brugge erbovenuit: sinds 2009/10 trapte blauw-zwart 72 procent van zijn penalty's in het Jan Breydelstadion (42 op 58), voor Anderlecht is dat 64 procent (39 op 61). Opvallend trouwens: niet zij, maar AA Gent kreeg sinds de invoering van de PO de meeste strafschoppen toegewezen: 62 (waarvan 43, of 69 procent, in eigen huis). Standard (46) en Racing Genk (44) sluiten de G5-rij. Gevolgd door Zulte Waregem (41) en KV Mechelen (40). Ook opmerkelijk is dat KV Oostende (33) sinds zijn promotie in 2013/14 alleen Club (42) en AA Gent (34) moet laten voor gaan in het aantal afgedwongen penalty's, meer dan Anderlecht (31), KRC Genk (25) en Standard (22). Ook Zulte Waregem posteerde (30) zich de laatste vijf seizoenen tussen de G5. Wordt de G5 dan bevoordeeld, zeker in eigen stadion? Voor blauw-zwart gaat die stelling niet op, toch niet dit seizoen (en los van de penalty's die het al dan niet tégen had moeten krijgen): van de 12 strafschoppen in het voordeel van Club was er slechts 1 duidelijk onterecht: toen Vormer tegen Charleroi náást de zestien neerging - en gerechtigheid vervolgens wel geschiedde toen de Nederlander tegen de paal knalde. Daarnaast waren er 2 twijfelgevallen (Vanaken thuis tegen Anderlecht en Vormer thuis tegen STVV), maar de 9 andere waren terecht gefloten, duidelijke overtredingen. Opvallend wel: in de matchen waarin de 12 strafschoppen voor Club gefloten werden, verloor blauw-zwart geen enkele keer (8 maal winst, 4 keer gelijk). 'Meer dan het zeer luidruchtige thuispubliek van Club Brugge, en in mindere mate dat van de andere topteams, heeft dat overwicht aan G5-penalty's vooral te maken met de vaak grotere dominantie en het grotere balbezit - zeker in eigen huis, zoals wij', zegt Jelle Vossen. 'En bij de 'kleinere' ploegen hebben de soms iets tragere, minder sterke verdedigers ook meer fouten in de zestien nodig om de 'betere' spelers van de topclubs af te stoppen', aldus nog Karel D'Haene. 'Dat Anderlecht en co in verhouding evenveel of minder elfmeters hadden gekregen dan de 11 andere teams, was zelfs onlogisch geweest.' Volgende statistiek is dan ook veelzeggend: in de 9 voorbije reguliere competities eindigde de ploeg met de meeste penalty's slechts 2 keer niet in de top 3 van het klassement. En van die 2 andere teams werd KV Oostende vorig seizoen 5e. Alleen KV Kortrijk kon zich in 2013/14 ondanks 9 elfmeters niet voor POI plaatsen. Het minste aantal penalty's staat daarentegen niet altijd gelijk met een slechte eindstand, al kregen KV Mechelen en Eupen, de twee laatste in de afgelopen reguliere competitie, er slechts 2. Degradant Westerlo vorig seizoen zelfs geen enkele, zoals ook Charleroi in 2010/11. Saillant detail: tegen Eupen en Mouscron werden dit seizoen de meeste strafschoppen gefloten (elk 9), sinds 2009/10 alleen overtroffen door STVV (10, 2015/16) en Lierse (11, 2014/15). Van de 81 toegekende penalty's gingen er de voorbije 30 speeldagen 56 binnen, of slechts 69 procent. Sinds de eeuwwisseling lag dat in 3 seizoenen nog lager: 2004/05 (66 procent), 2005/06 (62), en sinds de invoering van de play-offs alleen in 2012/13 (68). Een trend qua afwerkingspercentage - sinds 2000 (tot 2009) én sinds de invoering van de PO gemiddeld zo'n 74 procent - is er niet: dat schommelt soms (sterk). In 2016/17 schoten spelers bijvoorbeeld 79 procent van de strafschoppen binnen en in 2011/12 zelfs 85 procent, vs. dus amper 69 in de voorbije reguliere competitie. Waarom er deze keer meer werd gemist, is moeilijk te duiden. Bij de keepers bleek Thomas Kaminski de grootste penaltyspecialist, met 3 gestopte elfmeters. Matz Sels, Davy Roef en Logan Bailly pakten er elk 2, Nicolas Penneteau, Kenneth Vermeer, Colin Coosemans redden er elk 1 (met ook nog 1 die naast of tegen de paal ging). Drie spelers misten 2 strafschoppen: Siebe Schrijvers, NikosKarelis (beiden KRC Genk) en Orlando Sá. Ter vergelijking: 74 procent raakgeschoten penalty's in de JPL (sinds 2009/10) ligt onder het gemiddelde in de Premier League (77 procent), al is dat percentage in Engeland dit seizoen (tot speeldag 30) wel voor het eerst sinds 2000 tot 67 procent gezakt (2 procent minder dan in de JPL). Opvallender is dat in de Champions League sinds 2009/10 amper 70 procent van de strafschoppen binnengeschoten wordt, de voorbije 4 CL-seizoenen zelfs slechts 65 procent, met een alltime low van 58 procent in 2015/16. Dit seizoen lijkt die trend weer gekeerd met (voorlopig) 77 procent. Opmerkelijk, de timing en de plaats van de 25 gemiste penalty's in de afgelopen reguliere competitie van de Jupiler Pro League - wat kan wijzen op de verhoogde stress die ermee gepaard ging: 16 ervan vielen in de 2e helft, en zelfs 9 in het slotkwartier. Van die 25 gemiste strafschoppen werden er ook 6 getrapt bij een achterstand en 15 bij een gelijke stand, slechts 4 bij een voorsprong (wanneer de druk iets minder groot is). En blijkbaar heeft ook een thuispubliek een negatieve invloed, want 17 van de gemiste 25 strafschoppen werden in eigen stadion op de doelman, op de paal of naast geschoten. Twee mooie voorbeelden zijn de missers van Anderlechtspelers Kenny Saief en Ryota Morioka, in het Constant Vanden Stockstadion, tegen Waasland-Beveren en KV Mechelen, in de 93e en 81e minuut, beiden bij een 2-2. Of de penalty van Mats Rits in eigen stadion tegen Charleroi, in volle degradatiestrijd, in de 82e minuut, bij 1-1. Een jonge leeftijd lijkt geen opvallende impact te hebben: bij de 25 missers waren de spelers gemiddeld 26,28 jaar, met alleen RazvanMarin (21), Schrijvers (21) en ChubaAkpom (22) jonger dan 23. Veelal staan immers ook iets meer ervaren spelers achter de stip. En die kunnen ook missen, zoals dit seizoen LuisGarcía (37), TimMatthys (33) en OnurKaya (31). De grotere belangen doen de strafschopnemers in play-off 1 ook (iets) meer beven, met in de voorbije 8 POI-campagnes een afwerking van 66 procent, 8 procent minder dan in de reguliere competitie (74). Maar ook hier een opvallend groot verschil tussen de eerste 4 POI- en de laatste 4 campagnes: 52 procent (2009/13) vs. 84 procent (2013/17). Het penaltyspook blijkt vooral Anderlecht in POI te achtervolgen: slechts 4 op 11, terwijl AA Gent 10 op 12 haalt, en Club Brugge 6 op 9. Ook in de reguliere competitie raakt paars-wit trouwens niet verlost van zijn strafschopcomplex: dit seizoen 2 op 5 en sinds 2011/12 een afwerkingspercentage van nauwelijks 56 procent (tegenover 85 procent tussen 2000 en 2011). Dan doet Club Brugge veel beter met, sinds 2011/12, 80 procent omgezette strafschoppen in de reguliere competitie.