Leeftijd : 50 jaar
...

Leeftijd : 50 jaar Positie : verdediger Clubs : Waterloos Neeroeteren (1963 tot '73), Patro Eisden (1973/74), Standard (1974/77), Winterslag (1977/81), Antwerp (1981/82), KV Mechelen (1982/84), RWDM (1984/85), Assent (1985/86), Bilzen (speler-trainer 1986/87, vierde klasse), SK Bree (speler-trainer 1987/89, eerste provinciale), Hoeselt (trainer 1989/90, derde klasse), Patro Eisden (jeugdtrainer 1990/98 en hoofdtrainer 1998/2001). Palmares : kampioen in derde klasse met Patro Eisden in 1974. Europese campagnes met Standard, Winterslag en Antwerp. Mooiste herinnering : "Mijn doelpunt op Arsenal. Maar zonder mijn goal in de vorige ronde tegen Bryne, waartegen we thuis, na 0-2 winst ginder, plots tegen een 0-2 aankeken, waren we niet eens zover geraakt. Een heel vreemde match overigens tegen die Noren : zij hadden geen truitjes bij en speelden in onze uitrusting." Slechtste herinnering : "Dat ik door de financiële problemen bij Patro ineens ben moeten stoppen, heeft me zwaar ontgoocheld." Beste trainer : "Het duo Waseige- Briganti. Ik heb dertien trainers meegemaakt en niet van de minsten, maar zij komen nog niet tot de enkels van die twee." Slechtste trainer : "Van Mathieu Schepers bij Waterloos tot Robert Waseige, van iedereen heb ik veel opgestoken, ook al ging ik geregeld met hen in de clinch. Zij brachten hun passie voor het voetbal ook op ons over. Ik zie dat de jongere spelers van tegenwoordig veel minder passie uitstralen. Ik wilde die mentaliteit bij Patro veranderen door de spelers zelf de wedstrijd te laten analyseren. Zo waren ze tijdens de week al veel meer met de match bezig." Beste generatiegenoot : "De broers Thieu en Pierre Denier. Thieu was altijd aanspeelbaar en Pierre was de perfect dienende speler. Hij cijferde zich altijd weg en was zo van grote waarde voor de ploeg." Vervelendste tegenstander : " Heinz Gründel bij Waterschei en Simon Tahamata bij Standard. Op Tahamata moest ik drie of vier keer verdedigen voor ik weer voor hem stond, en dan nóg was hij me te snel af. 'Simon, ik ga je onder het gras stoppen', zei ik dan. Waarop hij doodleuk antwoordde : 'Nou, dan ga ik wel aan de andere kant spelen'." Stefan Van Loock