Is Mémé Tchité iemand die makkelijk te verplanten is van Luik naar West-Vlaanderen? "Wel," zegt Peter Balette, "ik ken Brugge en West-Vlaanderen en ik ervaar nu Luik aan den lijve en ik stelde mij identiek dezelfde vraag. Ik zei trouwens om te lachen letterlijk tegen hem: 'Dat is niets voor jou!' Omdat we liever wilden dat hij bij ons bleef natuurlijk, maar ook omdat hij zich heel goed voelde in Luik, waar hij de status van halfgod genoot en waar hij een huis bouwde, en om...

Is Mémé Tchité iemand die makkelijk te verplanten is van Luik naar West-Vlaanderen? "Wel," zegt Peter Balette, "ik ken Brugge en West-Vlaanderen en ik ervaar nu Luik aan den lijve en ik stelde mij identiek dezelfde vraag. Ik zei trouwens om te lachen letterlijk tegen hem: 'Dat is niets voor jou!' Omdat we liever wilden dat hij bij ons bleef natuurlijk, maar ook omdat hij zich heel goed voelde in Luik, waar hij de status van halfgod genoot en waar hij een huis bouwde, en omdat hij iemand is voor wie zich goed voelen belangrijk is." Bij Club verwelkomde aanvoerder Carl Hoefkens hem met de tweet dat hijzelf nu niet meer de slechtst geklede speler van de ploeg is. "Maar ik denk niet dat Mémé daar veel aanstoot aan nam", zegt Balette. "Ook bij Standard werd daarmee gelachen, maar daar trok hij zich niets van aan. Mémé zal zich nooit goed voelen in een kostuum. Ik denk dat een das voor hem meer een touw om zijn nek is dan een kledingstuk. Dat is zijn stijl niet. Ik vind dat die extravagante kledij en haartooi hem wel staan. Dat is Mémé Tchité: een speciaal persoon met een gouden hart. Hij respecteert iedereen, maar wil zelf ook met respect behandeld worden. Mémé is heel gevoelig voor alles wat er rond hem gebeurt en als je hem wilt zien schitteren, moet het aan de binnenkant goed zitten. "Vorig seizoen zat hij in augustus en januari met transferperikelen en zag je dat het veel energie bij hem wegnam. Wanneer hij zich niet goed voelt, is hij stil, snel weg, is zijn rendement navenant en is hij wat minder kritisch voor zichzelf. In het begin wezen we hem erop dat hij wat later aankwam en zo en dat pikte hij goed op. We staken veel tijd in hem en kregen er veel respect voor terug. Mémé is iemand die af en toe een schouderklopje behoeft, die het nodig heeft dat je 's morgens eens tegen hem zegt: 'Hé, jongen, kom op, zorg dat je om tien uur op het veld staat, hé.' Dan staat hij er om vijf voor tien met een smile van: ik ben de eerste, hé. Je moet met hem bezig zijn, hem niet in een hoekje laten zitten verkommeren. Bij ons was hij de onbetwiste nummer een, we deden er altijd alles aan om hem fit te krijgen en we gaven hem de verantwoordelijkheid een voorbeeld te zijn voor de jonge spitsen Cyriac, Batshuayi en Ezekiel. Bij Mémé moet het hele plaatje kloppen om te renderen: hij moet fris in het hoofd zijn en over al zijn fysieke capaciteiten beschikken. Als hij zich goed voelt, is hij ook verbaal alomtegenwoordig, op en naast het veld. Dan is hij kritisch voor zichzelf en de anderen en lacht en vloekt hij. Dan is hij een vat vol vuur."