plus: De grot van Jan Breydel

Aandringen heeft geen zin meer: de tweede plaats is ook schoon, want Club Brugge wordt toch kampioen. Wie een bestorming als die van zaterdag door een adembenemend uitstekend voetballend Germinal Beerschot overleeft, geniet goddelijke bescherming. Het is wachten op een verschijning in het doelgebied van Stijn Stijnen. Een van de weken begint zijn voorhoofd te bloeden van de doornenkroon en tovert hij trots de stigmata van onder zijn handschoenen. Trefzekere doelschutters als Dissa of Malki trappen plots als tegen een loden bal als het tegen Brugge is. Zou Club zich zorgen maken over de korven kansen die het elke week weggeeft? Hoe weinig kan het aantal tegendoelpunten zeggen over de kwaliteit van een verdediging. En zaterdag was het echt niet het gevolg van risicovol offensief voetbal. En zonder Van Heerden creëert Club zo weinig. Nu al is duidelijk dat...

Aandringen heeft geen zin meer: de tweede plaats is ook schoon, want Club Brugge wordt toch kampioen. Wie een bestorming als die van zaterdag door een adembenemend uitstekend voetballend Germinal Beerschot overleeft, geniet goddelijke bescherming. Het is wachten op een verschijning in het doelgebied van Stijn Stijnen. Een van de weken begint zijn voorhoofd te bloeden van de doornenkroon en tovert hij trots de stigmata van onder zijn handschoenen. Trefzekere doelschutters als Dissa of Malki trappen plots als tegen een loden bal als het tegen Brugge is. Zou Club zich zorgen maken over de korven kansen die het elke week weggeeft? Hoe weinig kan het aantal tegendoelpunten zeggen over de kwaliteit van een verdediging. En zaterdag was het echt niet het gevolg van risicovol offensief voetbal. En zonder Van Heerden creëert Club zo weinig. Nu al is duidelijk dat je met drie centrumspitsen toch geen 4-3-3 kan spelen, zeker niet tegen een tegenstander met een sterk middenveld. Mathijssen nam overigens een risico door zijn overspoelde middenveld pas aan de rust te versterken. Het geluk en het gelijk van de winnende trainer. Resultaat van een gekke avond: niemand doet Club wat. Mathijssen zei het al in augustus, al zijn spelers zijn er ondertussen van overtuigd en de tegenstand stilaan ook. En als u denkt: dat blijft niet duren, dan heeft u gelijk: half mei is het gedaan. Coelho struikelt over zijn tenen, Ogunsoto worstelt met zijn paternoster, maar niet getreurd: het Kuipje heeft Nabil Dirar. Een lust voor het oog, de dribbel, de lichtvoetigheid, links en rechts, binnen- en buitenkant voet, strak schot en een goeie voorzet. Er is wel nog werk aan, maar bij Jan Ceulemans is deze ket in goede handen. De vooruitgang in vergelijking met vorig seizoen is opvallend. De circusnummers zijn gebleven, maar Dirar voetbalt niet meer blind, hij heeft nu ook oog voor een medemaat. Brugge werd er redelijk gek van, hij staat alvast met stip in het boekje van Jacky Mathijssen. Overigens wordt in Westerlo een oude voetbalwijsheid bevestigd: met goede flankspelers - aan de overkant staat de ook niet onaardige Sarki - speel je goed en aantrekkelijk voetbal. Het is geweten: Jan Ceulemans houdt het graag simpel, wij vinden dat nog altijd een kwaliteit. Dat niemand er nog van opkijkt, dat moet Anderlecht pas echt zorgen baren. Paars-wit is de crisis voorbij, alle kritiek is al gegeven, het is een voorbeeldige middenmoter. De ergste nachtmerrie is een feit: Anderlecht is niet meer interessant. Zelfs niet om op te kappen, zoals Club Brugge vorig jaar. Op Daknam waren er zeker weer tekenen van beterschap: Gillet brengt snelheid, overgave en diepgang, met Serhat in de ploeg werd er plots wel weer gecombineerd, en Polak was eerst belachelijk slecht, maar daarna wel een Tsjechisch international. En Wasilewski lijkt ook weer wakker. Maar aan de minzijde is de lijst zo veel langer, met voorop de vleesgeworden inertie Mbo Mpenza. En Vlcek heeft naar verluidt tijd nodig: zo tot in mei, schatten wij, en een koele schutter zal hij dan ook niet blijken te zijn. Anderlecht had nood aan een spits die er meteen stond en dus werd het Vlcek. Hij stond er inderdaad al een maand: geblesseerd langs de lijn. Tragisch. Gauw toch maar een spits halen, want Frutos is stilaan hopeloos. Hij revalideert naarstig naar de volgende blessure. Anderlecht wordt dit jaar honderd: dat is heel oud, proficiat, maar hoeft dat er nu echt zo dik op gelegd? Droevige tijden voor schone clubs met een hardnekkige fanfare. Antwerp vierde 125 jaar voorzitterschap van Eddy Wauters in de kelder, en de aandoenlijke blazers van FC Brussels zijn met hun sloep al tegen de ijsschots beland. Altijd bizar dat er toch nog een kapitein gevonden wordt, die op die boot springt die al driekwart gezonken is. Want in Molenbeek is de toestand echt hopeloos én ernstig. Doelmannen die missen, verdedigers die slapen en spitsen die nog nooit een doelpunt maakten. Veel blessures en schorsingen, veel tegenslag, commotie in en rond de club, een dode sfeer rond het veld, een veel te late trainerswissel: nee, het ziet er echt niet goed uit. Zonde voor al de goeie jeugd die daar onderweg is. En nu heeft Van der Elst zich nog aan het avontuur gewaagd. Een verstandige voetbalkenner die een ploeg kan neerzetten en een wedstrijd kan lezen en tactisch kan ingrijpen. Het is goed dat hij terug is na de ezelsstampen in Antwerpen, Lokeren en Brugge, maar helaas, dit FC Brussels red je niet zonder een mirakel of anders een Chinees. En zelfs die heeft zijn limieten. Radiojournalist Peter Vandenbempt en ex-voetballer Piet den Boer laten afwisselend hun licht schijnen op de voetbalactualiteit.opgetekend door Jan Hauspie