PLUS Kunst uit de Caraïben

Rum en piraterij heeft hij al gehad (bijvoorbeeld met broer Stéphane bij Racing Santander), nu forceert de parel uit Martinique zijn grote doorbraak. Na twee jaar restauratiewerken aan reputatie en carrière in de sombere kelder van Bergen is Wilfried Dalmat met enige vertraging toch nog goed terecht- gekomen. Zonder meer dé revelatie van het seizoenbegin bij Standard. Fluwelen techniek, hoge snelheid met die grappige korte pasjes, de dribbel en het schot en een verrassend grote actieradius, altijd weer tot op de achterlijn. Een cruciaal stuk in de puzzel van coach Bölöni. Alweer een kunstje van Luciano D'Onofrio: veel kwaliteit, lage prijs, met kans op winstneming. En het hoofd staat er intussen stevig op: de wilde haren afgeschoren, de voeten voeren het woord. Wat een verschil met zijn spitsbroeder bij Bergen: Mohamed Dahmane. Ook vee...

Rum en piraterij heeft hij al gehad (bijvoorbeeld met broer Stéphane bij Racing Santander), nu forceert de parel uit Martinique zijn grote doorbraak. Na twee jaar restauratiewerken aan reputatie en carrière in de sombere kelder van Bergen is Wilfried Dalmat met enige vertraging toch nog goed terecht- gekomen. Zonder meer dé revelatie van het seizoenbegin bij Standard. Fluwelen techniek, hoge snelheid met die grappige korte pasjes, de dribbel en het schot en een verrassend grote actieradius, altijd weer tot op de achterlijn. Een cruciaal stuk in de puzzel van coach Bölöni. Alweer een kunstje van Luciano D'Onofrio: veel kwaliteit, lage prijs, met kans op winstneming. En het hoofd staat er intussen stevig op: de wilde haren afgeschoren, de voeten voeren het woord. Wat een verschil met zijn spitsbroeder bij Bergen: Mohamed Dahmane. Ook veel talent, maar zo'n groot ego. RC Genk had vorig jaar in Bergen een betere keuze moeten maken: enkel de eerste twee letters (DA-) hadden ze goed. En wat gezegd van Laszlo Bölöni, die andere truc van D'Onofrio. De vergelijking met Ernst Happel is misschien nu nog wat lichtzinnig, maar straks gaat ze gewoon helemaal op. De manier waarop Bölöni nu al twee keer een ploeg uit dePremier League in eigen huis gaat afbluffen, is verbazend en verfrissend. Hij legt de lat voor zijn uitstekende elftal op olympische hoogte en iedereen wil erover. Bölöni kijkt niet naar namen of reputatie, de Luikse interne keuken beïnvloedt hem niet want die is hem vreemd, het verleden hem onbekend. Hij gaat zijn eigen weg: die eindigt met succes of tegen de muur: hij gelooft in het eerste, het tweede is desnoods geen probleem. Straks is hij nog de beste zomertransfer van Club Brugge: de nieuwe Wesley Sonck. Dicht tegen zijn allerbeste niveau uit een te ver verleden: aanjager, kaatsen, versnellen en dodelijk doelgericht, links en rechts en met het hoofd. Zelfvertrouwen op zenit, helemaal in balans in leven en werk. Wellicht niet toevallig eindelijk op zijn favoriete positie en de combinatie met Akpala doet denken aan die destijds met Dagano. De relatie met trainer Mathijssen wordt nooit meer hartelijk en het pijnlijk doorsturen van zijn vriend Bernd Thijs door Brugge zit voor altijd in het achterhoofd. Maar Sonck is gefocust: de titel met Club en de Rode Duivels naar Zuid-Afrika. Meer moet dat niet zijn. De verpersoonlijking van de defensieve zorgen van AA Gent: dit seizoen al meer fouten dan een paard op drie benen in een barrage. Bij de minste hindernis gaat de balk eraf. Een korte retraite is nu aangewezen, want de negatieve focus laat normaal presteren niet meer toe. En kwalitatief zit de Sloveen al tegen de ondergrens voor een topploeg die vooruit wil voetballen. Bij zijn komst in januari heette Suler de 'missing link', intussen halen de mankementen de bovenhand: matig positiespel, concentratieverlies, weinig wendbaar en te veel op de grond voor de tackle. Voetballen (ook verdedigen) doe je makkelijker rechtop. Voor alle duidelijkheid: Suler is maar een deel van het probleem. Rechts achterin blijft het behelpen, Smoje lijkt onversneden klasse, maar is blessuregevoelig, niet constant en niet foutloos, en Duarte moet de stap hogerop nog zetten. Ook tegen Kalmar thuis en op Anderlecht rammelde Gent achterin, pas later kwam er averij van. En zo zijn de wittebroodsweken van Michel Preud'homme al voorbij en zijn de eerste (voorspelbare) pijlen afgevuurd. Dat hij te veel van zijn spelers vraagt. Als de Club Med van vorig jaar de norm is, zit dat er inderdaad dik in. Dat lijkt ons veeleer een compliment. En voor de conclusie "dat Preud'homme de hoge verwachtingen 'die hij zelf mee gecreëerd heeft' niet kan inlossen" lijkt het mij nog een maand of zes te vroeg. Hét nieuwe handelsmerk in het Park. Anderlecht maakt vele belangrijke doelpunten uit standaardsituaties en dat is goed nieuws voor trainer Jacobs. De vrucht wellicht van veel training én een extra troef in modern topvoetbal. Meer nog, het is héél goed nieuws, want het is de enige manier waarop Anderlecht aan een goal raakt: de creatieve cel zit immers in zijn eigen stilstaande fase. Losada heeft het BATE-juk nog niet afgegooid, Boussoufa timmert alweer aan een krakkemikkige heenronde en Polák is nu zelfs nodig voor de openingen. Tegen Charleroi was het veldspel voor de rust van een zorgwekkend niveau. Al geldt dat zelfs voor Anderlecht vijf aanvallers in de ziekenboeg een verzachtende omstandigheid is. Iakovenko is nu diepe spits: beter kan wanhoop niet geïllustreerd worden. Hij houdt te veel van het gras, ligt er constant met zijn neus in. Vrijdag wachten Sarr en Onyewu: dat wordt vallen en opstaan voor Oleksand ... opgetekend door jan hauspie