opgetekend door christian vandenabeele
...

opgetekend door christian vandenabeeleLokeren en Leekens, helemaal vergeten dat het nog bestond. De vergrijzing van Daknam, de ploeg en de trainer, het gelijkspel en de gelijkmatigheid tot kunst verheven, bij de bookmaker valt er geen eurocent mee te verdienen, zelfs corrupte Chinezen beginnen er niet aan. Te voorspelbaar. Tot zaterdag dus, in het Park, een spektakelstuk, met dank aan Lokeren en Anderlecht. De lijkrede bij de carrière van Georges Leekens mag nog in de la blijven, de nestor heeft zijn laatste woord nog niet gesproken. Als een generaal langs de lijn, goedkeurend kijkend naar zijn troepen en de uitvoering van zijn plan. De organisatie als altijd voorop, maar niet negatief en in balbezit werd er echt goed gevoetbald. De onvoorspelbaarheid, snelheid en techniek van Mbayo, de zuivere trap van Carevic, de onverzettelijkheid van Tiko. En de dodelijke efficiëntie van Maâzou: nog altijd een ruwe diamant, maar kracht en snelheid en perfecte kopballen. De Anderlechtdefensie was (niet voor het eerst) natuurlijk in een gulle bui, maar de Lokerse goals waren uitstekend. En dicht tegen de eigen goal etaleert veteraan Doll de onverzettelijkheid die Anderlecht niet meer kent. Tussen de palen houdt Copa het midden tussen een clown, een trapezist en een uitstekende keeper: een tien op alle onderdelen, want anders won Anderlecht toch nog. Zondag komt Standard, de trainer is klaar voor een sollicitatie: L & L, Leekens en Luik, voor volgend seizoen. Nog één piek en dan pensioen. Waarom ook niet. Standard zit in de verkeerde beker: Champions Leagueniveau in de Calimerocup. Zonde! Op Europese avonden spuwen de schoorstenen aan de Maas enkel nog wierook. De eerste helft tegen Sevilla was subliem, niet toevallig in de meest geschikte opstelling. Een oorvijg voor Bölöni voor al zijn geschuif met namen en posities in de competitie. Defour speelde zoals de trainer het voor ogen heeft. Nog altijd een grote actieradius en onverzettelijk, maar beslissend dichter bij de goal, fluwelen baltoest, geniaal inzicht: de eerste helft van zijn leven. Jovanovic is eindelijk weer top en belangrijker dan ooit voor Standard: onthutsende versnelling, dribbels, doelpunten en assists en zowaar ploegspeler (met af en toe een opstoot van egoïsme). Achterin zijn Onyewu en Sarr ontmoedigend sterk. En tussen de palen heeft Standard twee man staan: doelman Espinoza en zijn beschermengel. Zolang die laatste geen transfer wil, is er ook daar niets aan de hand ... Natuurlijk zal Germinal Beerschot niet zakken, het zal zelfs de eindronde niet spelen, maar vandaag lijdt de ploeg wel aan alle kwalen van een degradatiekandidaat. Voorop pech: de lange blessures van Ederson en nu ook nog van Cruz, penalty's niet gekregen, buitenspeldoelpunten tegen. Typisch. Maar meer dan een deel van de verklaring is het niet. Er is eenzijdig getransfereerd: dure kern, maar veel van hetzelfde, alles voor het centrum. Een elftal spitsen, goed voor 250 doelpunten in de eerste klasse, maar niet één met de goeie vorm. En het grote aanbod verleidt de coach tot veel wisselen, dodelijk voor een zoekende spits. Fadiga was een voorspelbaar risico en intussen een probleem: zijn protserige Bentley past niet in de straten van een volksbuurt als het Kiel en zijn ego niet in de kleedkamer. Dan moet je ook blinken op het veld. En achterin zit nu zelfs Van Dooren op de bank: Germinal Beerschot is zijn ijkpunten kwijt. De geest is broos, de mentale veerkracht verdwenen: het is berusten in het ontij. Bij vlagen is er nochtans aardig gevoetbald, ook tegen Standard. Dat moet volstaan om voor een keer niet toe te geven aan de verleiding van het schokeffect: Van Veldhoven verdient krediet na zijn werk vorig seizoen. Maar hij weet ook dat alles eindig is en net nu volgen drie potentiële nachtmerries: Racing Mechelen, Zulte Waregem en Lokeren. En november is al zo'n sombere maand. Club Brugge is de leider, maar vrolijk wordt Jacky Mathijssen daar niet van. Te vaak is hij ontgoocheld over het niveau en de scherpte van zijn spelers, ook tegen een middelmatig Charleroi. En hij is harder (en verfrissend correcter) in de analyse van ploeg en prestaties. In zijn tweede jaar legt hij de lat hoger, voor hem en de spelers: geen overbescherming meer, iedereen voor zijn verantwoordelijkheid. En dat valt wat tegen. De resultaten zijn prima, maar ondanks de injectie van voetballend vermogen is het spel nog veel te wisselvallig. En hier en daar past enige bescheidenheid: Leko vindt dat hij altijd in de ploeg moet, de computer heeft het gezegd, maar hij telt weinig medestanders. Vargas krijgt intussen een logische terugslag en op Mambour strandde Dirar te veel in zijn acties. En met werkers als Clement en Simaeys in de as krijg je dan fantasieloos voetbal. Gelukkig voor Club loopt er voorin goud, met Sonck en Akpala. Tot het elftal de standaard haalt die de trainer voor ogen heeft, is dat een geruststellende gedachte. Zeker tegen een gastvrije defensie als die van Anderlecht. opgetekend door christian vandenabeele